Zoeken

Dalle: "Brussel heeft de jongeren die onze toekomst verzekeren"

“In een steeds meer vergrijzend land, heeft Brussel de jongeren die onze toekomst verzekeren. Vlaanderen moet blijven investeren in hun onderwijs en begeleiding”, aldus Vlaams minister Benjamin Dalle op de najaarslunch van Voka Metropolitan afgelopen maandag. Voka Metropolitan is het professionele netwerk voor ondernemers die actief zijn in de Brusselse metropool. Minister van Brussel, Jeugd en Media, Benjamin Dalle, mocht de Brusselse ondernemers toespreken. Lees hieronder zijn volledige speech.


Foto: Studio Dann

Beste ondernemers,


Brusselaars en Brusselliefhebbers,


Wat doet het goed om elkaar opnieuw te kunnen zien. Eindelijk.


Nu we bijna verlost zijn van al die online events en videoconferenties kunnen we elkaar opnieuw echt in de ogen kijken. Het doet goed om opnieuw contact te kunnen hebben, want laat ons eerlijk zijn: alle inspanningen ten spijt, niets gaat toch boven echt menselijk contact. In de politiek, op de bedrijfsvloer of op café. Wellicht één van de belangrijkste lessen van de coronapandemie: hoewel we nog nooit zo sterk digitaal met elkaar verbonden zijn is het maar uit echt menselijk contact dat we energie kunnen halen.


En toch is corona niet helemaal weg. We houden hier nog afstand. We scannen een covid-safe pas bij het binnenkomen.


De coronacrisis was op vele vlakken een echte stresstest voor het beleid: het heeft zwaktes in ons systeem pijnlijk blootgelegd.


Ik wil het met u hebben over onze jongeren. De crisis heeft getoond dat de uitdagingen bij onze jongeren groot zijn. We wisten al dat 1 op 3 kinderen opgroeit in armoede in onze hoofdstad. De jongeren waren de eerste en zwaarste slachtoffers in de coronacrisis.


Die cijfers kregen ook een gezicht tijdens de crisis: meer dan eens werden we geconfronteerd met hun schrijnende verhalen. Het kostte grote moeite om contact te blijven houden met jongeren tijdens het afstandsonderwijs. De digitale kloof werd bijzonder tastbaar. Sommige jongeren verdwenen van de radar. In zo’n klimaat steeg de spanning tussen jongeren en politie naar een nieuw hoogtepunt.


Vaak wordt gesproken over verloren generaties. Dat negatieve beeld is niet mijn vertrekpunt. Ik zie rond mij een ongelofelijk kapitaal van jong talent in onze hoofdstad.

Hoe kunnen we dat aanboren? Welk toekomstperspectief kunnen wij onze jongeren geven? Het is een vraag die centraal moet staan in ons beleid in de hoofdstad.


En er is werk aan de winkel. Enkele cijfers:

  • Elke zomer schrijven zo’n 6000 Brusselse jongeren zich voor het eerst in als werkzoekende bij Actiris.

  • 17% van hen bezit geen diploma

  • 4 op de 10 behaalde secundair onderwijs en

  • iets minder dan een derde bezit een diploma hoger onderwijs.

Gevolg: heel wat jongeren zijn niet of laag opgeleid als ze de arbeidsmarkt betreden.


Dat stelt ons voor een uitdaging: we weten hoe belangrijk een kwalitatieve en stabiele job is voor jongeren die opgroeien in een kwetsbare situatie. Hoe geraakt die grote groep laaggeschoolde jonge Brusselaars aan een job?


Opnieuw enkele cijfers: Brussel telde in september 2021 zo’n 88.000 werklozen. De werkloosheidsgraad bedraagt er 15%. Bij jongeren gaat het om 9.311 werklozen in september 2021. Daarmee bedraagt de werkloosheidsgraad bij jongeren in Brussel maar liefst 24,1 procent. Als we naar de inactieven kijken, is het cijfer zowaar nog ernstiger: een kwart van alle Brusselaars op actieve leeftijd is niet aan het werk, maar ook niet op zoek naar een job. Het gaat om meer dan 170.000 mensen. Met dit percentage zit Brussel bij de bedenkelijke top in Europa.


Hoe pakken we de jeugdwerkloosheid in Brussel aan die nog steeds hoog blijft, ondanks een dalende trend en de lovenswaardige inspanningen van Actiris binnen de jongerengarantie?


Om het tewerkstellingsprobleem in Brussel op te lossen hebben we de economie in Vlaanderen nodig. Dat doen we door het jong talent dat werk zoekt in Brussel te matchen met de bedrijven in de Vlaamse Rand die voortdurend op zoek zijn naar goede mensen. Laat ons dus eerst en vooral over het muurtje kijken.


Vandaag werken er al zo’n 53.000 Brusselaars in de Vlaamse Rand. Toch blijft de vraag naar jong talent er groot. Vlaanderen telt momenteel zo’n 60.000 openstaande vacatures. In de Vlaamse Rand alleen al gaat het om zo’n 3.000 jobs. Het gaat dan vooral over vacatures in de zorg, horeca, logistiek en de bouwsector.


De aantrekkende economie en de aanstormende vergrijzing maakt dat bedrijven maar weinig eisen stellen: een basisniveau Nederlands spreken, zich willen verplaatsen en de goesting hebben om te werken en bij te leren is vaak al voldoende.


Vanuit Vlaanderen reiken we alvast de hand.


Het nieuwe samenwerkingsakkoord met VDAB en Actiris moet de arbeidsmobiliteit tussen Brussel en Vlaanderen nog verbeteren. Mede dankzij de erg geapprecieerde hulp en inbreng van Voka Metropolitan zal er in de toekomst sterker worden samengewerkt om jobs in te vullen. We gaan jaarlijks een gezamenlijke arbeidsmarktanalyse uitvoeren voor Brussel en Vlaanderen zodat we de problemen ook samen kunnen aanpakken.


Dit alles om een vlottere matching te krijgen bij de vacatures tussen de gewesten.


Naast een job, is het onderwijs een motor van sociale mobiliteit. Jaarlijks investeert de Vlaamse overheid 725 miljoen euro in het Brusselse onderwijs. En dat rendeert: de grootste troefkaart voor een job, dat is een diploma van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Vriend en vijand erkennen de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Daar mogen we terecht heel fier op zijn. Het is een absoluut succesproject.

Met het Nederlandstalig onderwijs, zijn we ook aanbeland bij het belang van het Nederlands. Uit onderzoek van View Brussels weten we dat een werkzoekende met een gemiddelde kennis van de tweede landstaal ongeveer een derde meer kans heeft om door te stromen naar de arbeidsmarkt dan een werkzoekende die geen of een zwakke kennis heeft van de andere landstaal. Specifiek voor het Nederlands, stelde adjunct-directeur generaal van Actiris Caroline Mancel dat het Nederlands de kans op werk zelfs verdubbelt. De niet aanhoudende investeringen vanuit de Vlaamse Gemeenschap en vanuit de VGC, onder meer van collega Sven Gatz hier aanwezig, in taalopleidingen Nederlands zijn dus cruciaal in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid.


Een opleiding, een job en de kennis van het Nederlands zijn cruciale treden om de sociale ladder te kunnen beklimmen maar ik wil hier nog een vierde element aanstippen: het belang van een sociaal netwerk. De grote democratiseringsgolven die we gekend hebben in de vorige eeuw liggen achter ons. De sociale mobiliteit tussen de laagste inkomenscategorieën en de middeninkomens realiseert zich niet meer zo gemakkelijk.

Het is hier dat het belang binnenkomt van organisaties zoals Toekomstatelier, Debateville, A Seat At The Table, Capital en Cultureghem. Zij weven voortdurend verbindingen tussen jongeren enerzijds en bedrijven, sociale organisaties en onderwijsinstellingen anderzijds. Zo worden “we vinden ze niet” en “ze willen ons niet” letterlijk met elkaar verbonden en ontstaan er nieuwe toegangspoorten tot werelden die voor sommige kinderen en jongeren totaal onbereikbaar leken. Het zijn ook organisaties die stuk voor stuk voor stuk over domeinen en hokjes heen werken. Ik ben blij dat we vanuit het Vlaams Brusselbeleid dergelijke bottom-up initiatieven kunnen ondersteunen, ze maken echt een wereld van verschil.


Tot slot mogen we verwachten dat iedereen in dit verhaal zijn verantwoordelijkheid neemt. De diversiteit is een realiteit onder de Brusselse jongeren. Jongeren met migratieachtergrond weren uit de sollicitatieprocedure louter omwille van hun afkomst is niet alleen onaanvaardbaar, het is ook verspilling van talent op een arbeidsmarkt die kampt met schaarste. Ook jongeren moeten hun verantwoordelijkheid nemen: als bijvoorbeeld een passende betrekking wordt aangeboden in de Vlaamse Rand, mag de afstand geen excuus zijn.


Voor wie in Schaarbeek woont is Ukkel verder weg dan Zaventem. En van de overheid mogen we een regierol verwachten waarbij de talentontwikkeling van onze jongeren centraal staat, waarbij alle initiatieven naadloos op elkaar inhaken en we en cours de route de motivatie van onze jongeren vasthouden.


Dames en heren,


Vanuit Vlaanderen geloven we in het potentieel van Brussel. Vanuit Vlaanderen zijn we mee om de kar te trekken en werk te maken van een ambitieus beleid voor de toekomstige generaties.


U vroeg mij vandaag ook mijn visie met u te delen over de institutionele toekomst op Brussel. Wel laat dit de kern zijn van mijn toekomstvisie op Brussel: wij willen de banden versterken met de hoofdstad, wij willen ze niet doorknippen.


Volgens sommigen hebben de gemeenschappen geen toekomst meer in de hoofdstad omdat Nederlandstalige Brusselaars niet meer zeggen dat ze Vlaming zijn.


Zij beroepen zich op een soort van ‘Brusselse identiteit’ om hun argumenten kracht bij te zetten.


Maar dit is in deze geen argument.


Er is de afgelopen dertig jaar hard gewerkt vanuit Vlaanderen om de band met Brussel te versterken. Het is het werk van zovele Nederlandstalige politici in Brussel en daarbuiten om van de Nederlandstalige aanwezigheid in Brussel een succes te maken. En we kunnen fier zijn op die realisaties: de voorbije zes jaar alleen al stegen de investeringen vanuit Vlaanderen met 20%. Kijk naar onze scholen, crèches, welzijnsvoorzieningen en cultuurinstellingen. Het is absolute topkwaliteit. Waarom zouden we dat afschaffen ?


Voor de Brusselse gezinnen is ongetwijfeld het belang van het Nederlandstalige onderwijs het meest tastbaar. Sinds 1985 stijgen de leerlingencijfers in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel: voor de kleuters alleen al een verdrievoudiging. Eén op de vijf Brusselse leerlingen gaat vandaag naar het Nederlandstalige kleuter-, lager of middelbaar onderwijs. Eenzelfde verhaal zien we bij de kinderopvang. In 1971 zijn er welgeteld 3 Nederlandstalige kinderdagverblijven, vandaag zijn dat er meer dan 100. We investeren dus massaal in alles wat goed is voor onze kinderen en jongeren vanuit Vlaanderen.


Waarom zouden we weggooien wat goed werkt? Waarom zouden we dat alles op de helling zetten voor een hoogst onzeker alternatief? Het trackrecord van het Brussels Gewest rond tweetalige dienstverlening, bijvoorbeeld in GGC ziekenhuizen of woonzorgcentra, is niet bepaald een voorbeeld. En ook de aanpak van de coronacrisis met de vaccinatiegraad als dieptepunt zijn ook niet van die aard om het vertrouwen in de GGC te verbeteren.


Een stadsgewest dat volledig verantwoordelijk zou worden voor gezondheid en welzijn maar ook voor pakweg onderwijs of cultuur? Neen, op basis van het track record van de GGC in vele dossiers kan en mag ik als Nederlandstalige Brusselaar daar helaas weinig vertrouwen in hebben.


Laat ons duidelijk zijn: de echte problemen in Brussel, dat is niet het Nederlandstalig onderwijs, of de aanwezigheid van de Vlaamse gemeenschap. Het probleem is het bestuurlijk imbroglio van onze hoofdstad. Het zijn de 19 gemeenten en OCMW’s, de zes politiezones en het Gewest die verantwoordelijk zijn voor mobiliteit, veiligheid, huisvesting, werk, economie en leefbaarheid. Iedereen bevoegd, niemand verantwoordelijk.


Niets houdt Brussel tegen om die problemen vandaag al aan te pakken. Niets houdt het Gewest tegen om haar structuren te hervormen en de bevoegdheden van het Gewest te versterken ten koste van die van de gemeenten. Daar is geen staatshervorming voor nodig. Politieke ambitie en daadkracht volstaan.


Vlaanderen is in Brussel om er te blijven. Dat bewijst ook de naar Brusselse, Belgische én Europese normen ongeziene investering in een nieuw duurzaam kantoorcomplex in de Noordwijk, een echte katalysator voor de buurt: het ZIN-project. Wie aan het Noordstation passeert heeft ze wellicht al gezien: 2 betonnen kokers, de oude WTC-torens , zijn volledig gestript en worden opnieuw opgebouwd: het wordt een uniek project waar bijna 5000 Vlaamse ambtenaren een onderkomen zullen vinden, maar er worden ook appartementen, hotels en andere diensten voorzien.


Dankzij deze overheidsopdracht verandert het gelaat van de Noordwijk definitief: monofunctionele gebouwen moeten multifunctioneel worden. En dat realiseren we bijna volledig circulair: het beton, dat wordt gebruikt voor het gebouw, wordt hier in Brussel verwerkt en opnieuw gebruikt. Een sterk staaltje circulair bouwen, maar ook een hele nieuwe visie op kantoorbeleving. Geen enkel kantoorproject in Brussel van die omvang haalt de energienormen van dit nieuwe gebouw. Een toonvoorbeeld van hoe een ambitieuze overheid een rolmodel kan zijn, een voorbeeld ook, op weg naar klimaatneutraliteit.


Het is de Vlaamse overheid die hiermee in Brussel pioniert en daar zijn we vanuit de Vlaamse regering bijzonder trots op.


Dames en heren,


Corona heeft ons op de essentie gedrukt: op de problemen die er echt toe doen. Ik hoop dan ook dat het politieke debat zich daarop zal richten. Dat we kunnen werk maken van wat er echt fout loopt in de samenleving. Dat we van Brussel een meer leefbare stad kunnen maken, waar het goed is om te wonen, te leven en te werken. Een aantrekkelijke investeringsstad waar ondernemers zich welkom voelen en waar jongeren de kansen krijgen die ze verdienen, maar ze ook grijpen. Ik hoop dat we ons niet laten afleiden door het nodeloos opzetten van regio’s tegen elkaar. Dat we samen kunnen werk maken van die betere, meer gezonde stad. Dat er opnieuw meer jonge gezinnen zich vestigen in Brussel en hier een leven willen opbouwen. Dat er start-ups maar ook maakbedrijven zich kunnen ontwikkelen in onze stad.


Er is hoop voor Brussel.


Brussel bruist van de economische activiteit: binnen de Europese Unie staat Brussel als regio op de vierde plaats. Het BBP per inwoner bedraagt in Brussel 203 procent van het Europees gemiddelde. Ter vergelijking: in Vlaanderen is dit slechts 120 procent.


Daarnaast zijn we meest kosmopolitische stad van Europa: hier worden meer dan honderd talen gesproken. Met maar liefst 183 nationaliteiten hebben drie op de vier Brusselaars een migratieachtergrond. Dat is een ongelofelijke troef.


In Brussel ontmoet je de wereld, letterlijk. Naar schatting werken er hier zo’n 160.000 buitenlandse werknemers, de zogenaamde expats. Brussel is uitgesproken internationaal.


Maar mijn hoop voor Brussel vertaalt zich niet in cijfers alleen. Het vertaalt zich vooral in de verhalen en dromen van al die jonge Brusselaars.


Ik zie die hoop vertaald in het verhaal van Wassim Esseban, deze Brusselse twintiger uit Sint-Agatha-Berchem, inspireert met zijn Network of Belgian Entrepreneurs, potentials om de stap naar het ondernemerschap te zetten.


Die hoop vertaalt zich in de onderneming ‘Coureur’ van Gehan en Felix, die middenin de coronacrisis besluiten om hun carrière om te gooien en een fietswinkel te starten in het hartje van onze stad. In volle lockdown professioneel alles op het spel durven zetten omdat je in een project gelooft, dat is ondernemerschap.


Ik zie die hoop ook vertaald in het levenspad van Youssra Tahiri, deze Brusselse uit een kroostrijk gezin in Sint-Joost-Ten-Node. Via de Chiro kreeg ze de smaak van sociaal engagement te pakken. Ze studeerde als Sociaal Werker aan de Erasmus Hogeschool en helpt vandaag Brusselse jongeren in dezelfde zoektocht als vormingswerker bij Jess. Ondernemerschap, je toekomst in handen nemen en anderen helpen. Dat leer je ook in het jeugdwerk.


Die hoop moet zich vertalen in gemeenschappelijke ambitie: Brussel mag daarin geen eiland worden, ook niet institutioneel.


We hebben het zo vaak over wendbaarheid gehad. Laat ons Brussel sterker maken, veerkrachtiger. Om sneller met die veranderingen te kunnen omgaan. Ik ben daarin optimistisch.


Brussel is een super diverse, jonge stad. Het levert maar liefst 7 van de 10 jongste gemeenten van België. Er zit zoveel potentieel in onze stad. In een steeds meer vergrijzend land herbergt Brussel onze jeugd en onze toekomst.


Die jeugd is uiterst divers en ook getalenteerd.


Bedrijven hebben die diversiteit ook nodig: het stimuleert innovatie. Laat ons dus blijven investeren in die aanstormende jonge generatie Brusselaars. Ze zijn niet alleen de toekomst van Brussel, ze zijn ook de toekomst van onze ondernemingen en van ons allemaal.


Ik dank u!


Foto's: Studio Dann