top of page

Zoekresultaten

606 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Brusselse regering maakt vaart met aanstelling drugscommissaris

    Brussels Parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) reageert tevreden op de antwoorden van minister-president Boris Dilliès tijdens de commissie Binnenlandse Zaken over de oprichting van een Brusselse drugscommissaris. De minister-president bevestigde dat de regering principieel beslist heeft tot de oprichting van een gewestelijk antidrugscommissariaat, met de aanstelling van een drugscommissaris, de opstart van een selectieprocedure en een structurele verankering via een toekomstige ordonnantie. Tijdens het debat bevestigde de minister-president ook dat de oproep tot kandidaten de komende dagen wordt gelanceerd. Volgens Dilliès moet de drugscommissaris uitgroeien tot een instrument dat de samenwerking tussen alle betrokken actoren versterkt. Het gaat daarbij niet alleen om politiediensten, burgemeesters, het parket en de federale overheid, maar ook om actoren uit de preventie, verslavingszorg, welzijns- en gezondheidssector. De minister-president benadrukte dat de drugsproblematiek één van de grootste uitdagingen voor Brussel vormt en dat de aanpak daarom niet beperkt mag blijven tot repressie alleen. Hij wil een geïntegreerde aanpak uitwerken die ook inzet op preventie, zorg en begeleiding van mensen met een verslavingsproblematiek. “Wij hebben altijd gepleit voor een echte drugscommissaris die de versnippering in Brussel helpt doorbreken. Dat de regering nu al beslist heeft de rekruteringsprocedure voor de commissaris op te starten, is een belangrijk signaal. Het toont dat de regering snel werk wil maken van een gecoördineerde aanpak.”, aldus Dalle. “Drugsbeleid gaat niet alleen over politie en justitie. Wie het probleem echt wil aanpakken, moet ook inzetten op preventie, vroegdetectie, hulpverlening en zorg. Het is positief dat de minister-president expliciet aangeeft dat ook die dimensies deel zullen uitmaken van het werk van de toekomstige drugscommissaris.” De minister-president gaf aan dat de concrete opdrachtomschrijving momenteel verder wordt uitgewerkt in overleg met onder meer burgemeesters, korpschefs, het parket, de federale overheid en andere betrokken partners. Daarbij moet volgens hem een instrument worden ontwikkeld dat effectief werkt op het terrein en geen bijkomende bureaucratische laag vormt. Dalle onderschrijft die ambitie: “Voor cd&v mag dit geen symbolische functie worden. De drugscommissaris moet voldoende gezag krijgen om administraties en overheden rond de tafel te brengen, samenwerking te organiseren en de uitvoering van een geïntegreerd drugsbeleid op te volgen. Het uiteindelijke succes zal niet afhangen van een titel of een organigram, maar van de vraag of we erin slagen de overlast, het geweld en de onveiligheid die samenhangen met de drugshandel daadwerkelijk terug te dringen.” Volgens Dalle is het nu belangrijk dat de regering snel duidelijkheid schept over de precieze opdracht, de timing van de aanstelling en de uitwerking van een geïntegreerd Brussels drugsbeleidsplan. “De beslissing is genomen. Nu moet de drugscommissaris ook snel operationeel worden zodat Brussel eindelijk met één geïntegreerde strategie kan optreden tegen drugscriminaliteit en de overlast die daarmee gepaard gaat.”

  • Fast Response Team tegen grote sluikstorten nog dit jaar operationeel

    Brussel krijgt nog dit jaar een Fast Response Team dat snel zal kunnen ingrijpen bij nieuwe sluikstorten, afval na betogingen en andere acute netheidsproblemen. Dat heeft Brussels staatssecretaris voor Netheid Audrey Henry vandaag bevestigd in de commissie Leefmilieu, na een vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v). Het nieuwe team van Net Brussel zal flexibel inzetbaar zijn op gewestwegen en moet snel kunnen reageren op dringende situaties. Volgens de staatssecretaris is er nog drie tot zes maanden nodig om het team samen te stellen en op te leiden. Daardoor zou het nog voor het einde van dit jaar operationeel moeten zijn. “Dit is een belangrijke stap vooruit. We weten dat zwerfvuil en sluikstorten nieuw afval aantrekken wanneer ze blijven liggen. Hoe sneller wordt opgeruimd, hoe kleiner het probleem blijft. Snel optreden maakt het verschil tussen een proper plein en een vuilnisbelt”, zegt Benjamin Dalle, die met cd&v de oprichting van dit team bekomen heeft in het Brusselse regeerakkoord. Dalle pleit ervoor dat het team prioritair wordt ingezet bij grote sluikstorten, vervuiling na evenementen en betogingen, en andere situaties die veel frustratie veroorzaken bij buurtbewoners. Volgens hem moet de ambitie zijn om zo snel mogelijk na een melding ter plaatse te gaan. Het parlementslid benadrukt ook het belang van een goede samenwerking tussen Net Brussel, de gemeenten en de politiezones. “Een propere openbare ruimte draagt rechtstreeks bij aan het veiligheidsgevoel en de leefbaarheid van onze wijken. Daarom is het belangrijk dat dit team niet alleen wordt opgericht, maar ook snel en efficiënt kan werken. Zo moet het opruimen van een grote sluikstort steeds binnen de 24 uur plaatsvinden. Brusselaars moeten het verschil op straat kunnen zien”, besluit Dalle.

  • Tweetaligheid in Brusselse lokale besturen blijft onaanvaardbaar zwak

    Het nieuwe jaarverslag 2025 van de Brusselse vice-gouverneur Jozef Ostyn bevestigt opnieuw dat de naleving van de taalwetgeving door Brusselse gemeenten en OCMW’s structureel problematisch blijft. Van de 3.199 aanstellings- en benoemingsbesluiten die in 2025 werden onderzocht, was slechts 483 volledig in orde. Dat is amper 15%. 1.976 beslissingen, goed voor bijna 62%, moesten worden geschorst. Nog eens 740 dossiers werden enkel gedoogd, meestal omdat het ging om contractuele aanstellingen van zeer korte duur. Volgens Benjamin Dalle, Brussels parlementslid voor cd&v, tonen de cijfers vooral dat Brussel blijft hangen op een onaanvaardbaar laag niveau: “De cijfers zijn niet spectaculair slechter dan vorig jaar. Maar dat is geen geruststelling. Ze blijven spectaculair slecht. Als jaar na jaar amper 15% van de aanstellingen volledig in orde is, dan spreken we niet meer over uitzonderingen, maar over een systematische niet-naleving van de taalwetgeving.” De situatie blijft bijzonder zorgwekkend bij de OCMW’s. In 2025 werden 1.930 OCMW-dossiers onderzocht. Daarvan werden slechts 111 goedgekeurd, tegenover 1.213 schorsingen en 606 gedoogde dossiers. Vooral bij contractuele aanwervingen is het probleem hardnekkig: bij de OCMW’s waren slechts 72 van de 1.869 contractuele dossiers volledig conform. Ook de Nederlandstalige aanwezigheid blijft bijzonder laag. Van alle 3.199 wervingsdossiers in 2025 betroffen er slechts 213 een Nederlandstalige, of 6,7%. De vice-gouverneur stelt dat daardoor minstens in een aantal lokale besturen vermoedelijk de minimumvertegenwoordiging van Nederlandstaligen niet gehaald wordt. Bovendien werd vanuit 5 gemeenten en 5 OCMW’s geen enkel dossier over de aanwerving van een Nederlandstalige overgemaakt. Daarnaast blijft ook de pariteit in leidinggevende functies problematisch. In 2025 werden 26 beslissingen geschorst wegens het niet respecteren van de pariteitsregels. Slechts in 1 van de 19 gemeenten en 1 van de 19 OCMW’s zijn de leidinggevende functies paritair of quasi-paritair ingevuld. In 11 gemeenten en 14 OCMW’s bedraagt het overwicht van één taalgroep in leidinggevende functies zelfs 75% of meer. Voor cd&v is het nieuwe jaarverslag daarom een duidelijke opdracht voor de Brusselse regering. In de nieuwe Brusselse beleidsverklaring werd op vraag van cd&v een apart engagement opgenomen voor een sterk tweetalig gewest. Daarin verbindt de regering zich tot een masterplan voor tweetaligheid, bijkomende taalopleidingen, begeleiding van gemeenten en OCMW’s, versterking van NT2-trajecten en taalbeleidsplannen voor Brusselse ziekenhuizen. Benjamin Dalle: “Voor het eerst ligt er een duidelijk politiek kompas op tafel. Nu moet de regering het ook uitvoeren. De niet-naleving van de tweetaligheid bij gemeenten en OCMW’s mag geen jaarlijkse vaststelling in het verslag van de vice-gouverneur blijven. Ze moet opnieuw een positieve ambitie worden: met taalopleidingen, begeleiding, betere rekrutering en effectief toezicht.” Ook de klachten tonen dat tweetaligheid geen abstract debat is. In 2025 ontving de vice-gouverneur 32 klachten, minder dan de uitzonderlijke piek van 61 in 2024, maar nog altijd in lijn met de hogere trend sinds 2020. De meerderheid van de klachten had betrekking op gemeentelijke diensten en OCMW’s. Er waren ook klachten over onder meer politiediensten, gewestelijke diensten en ziekenhuizen. Een bijzonder ernstig voorbeeld betrof een Nederlandstalige bewoonster van een Brussels woonzorgcentrum die na een val via de MUG naar een openbaar ziekenhuis werd gebracht en volgens de klacht die het woonzorgcentrum indiende op geen enkel moment op Nederlandstalige zorg of communicatie kon rekenen. Voor cd&v toont dit aan dat tweetaligheid ook een kwestie is van veiligheid, waardigheid en kwaliteit van zorg. Benjamin Dalle: “Respect voor de tweetaligheid is geen symbolendossier. Het gaat over burgers die aan een loket, bij het OCMW, bij de politie of in een ziekenhuis geholpen moeten worden in hun taal. Zeker in noodsituaties en in de zorg is dat fundamenteel. De nieuwe regering heeft zich geëngageerd. Nu moet ze tonen dat dit geen mooie passage in een beleidsverklaring blijft, maar echt beleid wordt. Ik reken daarbij in het bijzonder op de drie Nederlandstalige regeringsleden om binnen de regering de nodige druk te zetten zodat we eindelijk stappen vooruit zetten.”

  • Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie hervormt werking en bespaart structureel

    De Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) heeft vandaag een reeks ingrijpende hervormingen en besparingsmaatregelen goedgekeurd. Met deze beslissingen wil de Raad zijn werking vereenvoudigen, efficiënter maken en structureel bijdragen aan een soberder bestuur. Een centrale hervorming is de vereenvoudiging van de bestuursstructuur. Vandaag bestaan er twee organen naast elkaar – het Bureau en het Uitgebreid Bureau – die respectievelijk instaan voor administratieve en politieke aansturing. Deze worden samengevoegd tot één Bureau. Daarmee wordt een einde gemaakt aan een complexe en inefficiënte structuur, die bovendien uitzonderlijk groot was in verhouding tot het aantal raadsleden. Door deze fusie kan de Raad efficiënter werken en worden ook kosten bespaard, onder meer op vergoedingen van raadsleden met een bijzondere functie. De resterende vergoedingen voor bijzondere functies worden bovendien met 5 procent verminderd en tot het einde van de legislatuur niet meer geïndexeerd. De voorzitter doet verder afstand van zijn budget voor dienstverplaatsingen. Daarnaast kiest de Raad resoluut voor een soberder werking. Uitgaven voor onder meer drukwerk en commissiereizen worden aanzienlijk teruggeschroefd. Parlementaire documenten zullen voortaan in principe enkel digitaal beschikbaar zijn. Ook wordt geïnvesteerd in verdere digitalisering, onder meer via speech-to-text technologie voor de opmaak van verslagen. Er wordt ook bespaard door de inwerkingtreding van een nieuw personeelsplan dat verbonden is met een nieuwe organigram van de Raad. In het nieuwe organisatieschema van de Raad worden de drie ondersteunende diensten (HR & Financiën, ICT en Facility) samengebracht onder één overkoepelende stafdienst (Quaestuurdiensten), met daarnaast duidelijke inhoudelijke afbakeningen voor de kernopdrachten van de Raad in de vorm van twee lijndiensten. Deze maatregelen maken deel uit van een breder besparingsplan dat leidt tot structurele besparingen van jaarlijks ruim 280.000 euro (ca 6 procent van de middelen). Voorzitter van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) Benjamin Dalle: “Als kleinste parlement van het land moeten we het goede voorbeeld geven. Met deze hervormingen maken we onze werking eenvoudiger, goedkoper en efficiënter. We tonen dat het mogelijk is om met minder middelen een sterke democratische werking te garanderen, ten dienste van alle Brusselaars die een beroep doen op de VGC. Op een moment waar inspanningen verwacht worden van de Brusselaars, is het niet meer dan normaal dat ook de politiek haar deel doet.” De Raad zal de komende maanden de nodige reglementaire aanpassingen doorvoeren zodat de nieuwe structuur vanaf het volgende zittingsjaar (2026-2027) in werking kan treden.

  • Reactie Benjamin Dalle (cd&v) op de afkeuring van de Brusselse rekeningen 2024: “De Brusselse regering heeft haar rekeningen totaal niet op orde.”

    [ Begroting   ] Voor het eerst sinds lang kreeg het Rekenhof voldoende informatie om de cijfers echt te doorgronden. Maar wat daaruit blijkt, is allesbehalve geruststellend. De conclusies zijn hard: de boekhouding is onvolledig, de cijfers zijn niet betrouwbaar en de begroting geeft geen waarheidsgetrouw beeld van de financiële toestand van het Gewest. – Brussel, 7 november 2025   “ Uit de analyse van het Rekenhof blijkt dat de Brusselse regering onmogelijk kan weten hoe haar rekeningen en begroting in elkaar zitten en hoe groot haar uitgaven en tekorten werkelijk zijn. Dat is bijzonder zorgwekkend, zeker omdat het Rekenhof al jaren aanbevelingen doet om deze situatie recht te trekken. Maar liefst twee derde van die aanbevelingen werd nooit uitgevoerd. De nieuwe minister van Begroting en Financiën moet onmiddelijk aan de slag om deze aanbevelingen van het Rekenhof eindelijk uit te voeren. ” Grove tekortkomingen en 2/3 niet opgevolgde aanbevelingen Het lijstje met tekortkomingen is lang. Zo stelt het Rekenhof een onverklaard verschil van 40 miljoen euro vast tussen de twee boekhoudsystemen van het Gewest, een onbetrouwbare waardering van gebouwen en deelnemingen, en bijna 3 miljard euro aan kortetermijnleningen en schatkistbewijzen die niet zijn opgenomen in de rekeningen. Daardoor lijkt het begrotingsresultaat kunstmatig beter dan het werkelijk is, terwijl zowel de uitgaven als de ontvangsten zwaar worden onderschat. Bovendien werden de aanbevelingen van het Rekenhof uit het verleden nauwelijks uitgevoerd. Van de 29 aanbevelingen werden er slechts 4 opgevolgd (14%). 7 zijn in opvolging (24%). Maar liefst 18 werden niet opgevolgd (62%) (p. 46-49 van het rapport).   Benjamin Dalle: “Uit de analyse van het Rekenhof blijkt dat de Brusselse regering niet weet hoe haar rekeningen en begroting in elkaar zitten en hoe groot haar uitgaven en tekorten werkelijk zijn. Dat is bijzonder zorgwekkend, zeker omdat het Rekenhof al jaren aanbevelingen doet om deze situatie recht te trekken. Bijna twee derde van die aanbevelingen werd nooit uitgevoerd. De nieuwe minister van Begroting en Financiën moet onmiddellijk aan de slag om deze aanbevelingen van het Rekenhof eindelijk uit te voeren.” Cijfers nog slechter dan geraamd   De begrotingsrealiteit is ontluisterend: voor elke 100 euro die het Gewest ontvangt, geeft het 125 euro uit. Het begrotingstekort liep in 2024 op tot 1,51 miljard euro, de schuld tot 15,6 miljard euro en de schuldratio tot 255%. Stuk voor stuk cijfers die fors slechter zijn dan eerder werd geraamd. De rente-uitgaven stegen tot 333 miljoen euro, opnieuw een pak meer dan het jaar voordien. Het Rekenhof waarschuwt onomwonden voor de houdbaarheid van de gewestschuld, die volgens haar in gedrang komt door de aanhoudend stijgende interesten en het gebrek aan begrotingscontrole.   Benjamin Dalle: “De Brusselse regering heeft de financiële situatie niet meer onder controle. De schuld explodeert en de rentelast groeit elk jaar sneller. Zonder een snel herstel van de begrotingsdiscipline dreigt het Gewest structureel onfinancierbaar te worden. We moeten hier en nu saneren. Aan de onderhandelaars van de nieuwe regering heb ik maar één oproep: stop met het uitstelgedrag en breng voor de Kerstvakantie een geloofwaardige begroting naar het parlement.”   “ Wat het Rekenhof schrijft over de BGHM is ronduit hallucinant. De huisvestingsmaatschappij overtreedt alle basisregels van degelijk financieel beheer, terwijl de regering blijft toekijken en zelfs extra leningen toestaat. Dit is een alarmsignaal voor de regering in lopende zaken en de begrotingsonderhandelaars: aan deze wanpraktijken en onwettigheden moet onverwijld paal en perk worden gesteld. ” Illegale en onverantwoorde praktijken bij de Huisvestingsmaatschappij Ook de rekeningen van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) werden door het Rekenhof afgekeurd. Volgens het Hof sluit de BGHM overeenkomsten en leningen af zonder voorafgaande begrotingsvastlegging, wat rechtstreeks in strijd is met de begrotingswetgeving. Het gaat intussen om meer dan 700 miljoen euro aan contracten, onder meer met aannemers, die niet worden gedekt door begrotingskredieten. Daarnaast wijst het Rekenhof erop dat de Brusselse regering, ondanks negatieve adviezen van de Inspectie van Financiën, in 2023 en 2024 samen 275 miljoen euro aan nieuwe leningen heeft toegekend aan de BGHM. De totale financiële blootstelling van het Gewest aan de huisvestingsmaatschappij bedraagt nu ongeveer 1,2 miljard euro. De BGHM stelt termijnen voor terugbetaling eenzijdig uit, zonder toestemming van het Gewest.   Benjamin Dalle: “Wat het Rekenhof schrijft over de BGHM is ronduit hallucinant. De huisvestingsmaatschappij overtreedt alle basisregels van degelijk financieel beheer, terwijl de regering blijft toekijken en zelfs extra leningen toestaat. Dit is een alarmsignaal voor de regering in lopende zaken en de begrotingsonderhandelaars: aan deze wanpraktijken en onwettigheden moet onverwijld paal en perk worden gesteld.”

  • Brussels regeerakkoord: cd&v zorgt mee voor een beter Brussel: “veiliger, properder en meer respect voor het Nederlands”

    [ Brusselse formatie   ] cd&v zorgt mee voor een nieuwe Brusselse regering die Brussel fundamenteel beter wilt maken en zo ook het leven van de Brusselaar stevig wilt verbeteren. Het uitgangspunt van onze partij de afgelopen maanden was steeds dat wij onze steun wilden geven aan een regering die stevig inzette op de aanpak van de onveiligheid, een verbetering van de netheid, meer respect voor het Nederlands en hervormingen die voor een gezondere begroting zorgen. – Brussel, 13 februari 2026   “Goed bestuur begint bij een goed beheer van de mensen hun belastinggeld. Te lang hadden Brusselaars het gevoel dat hun belastinggeld verdween in het complexe Brusselse kluwen van instellingen, structuren en slechte keuzes. Daar maken we komaf mee. We zorgen voor een stevige vereenvoudiging, een beter zicht op de centen en we gebruiken mensen hun belastinggeld voor de echte kerntaken van de overheid. ” Met het akkoord dat op tafel ligt, wordt ook effectief ingezet op deze elementen. Benjamin Dalle: “ Brussel verdient beter bestuur. We kiezen resoluut voor een sanering van de Brusselse financiën richting evenwicht en een vereenvoudiging van de Brusselse overheidsstructuren. Brussel zal properder en veiliger worden en we pakken de drugsepidemie in onze hoofdstad eindelijk aan. We zetten in op jobs, een hogere werkgelegenheid en de activering van werklozen.” In de onderhandelingen haalde cd&v vijf duidelijke speerpunten binnen voor een beter Brussel. 1. NETHEID: Brussel zal properder worden Op vraag van cd&v kreeg netheid voor het eerst een volwaardig hoofdstuk in het regeerakkoord met volgende prioriteiten: Met een Fast Response Team “Netheid” bieden we een antwoord volgens de broken window theory: snel opruimen en herstellen om verloedering te voorkomen. Netheidsturbo tegen sluikstorten : extra slimme camera’s, hogere boetes, versterkte repressieve cellen en meer controleurs. Er komen gewestelijke netheidsbrigades samen met gemeenten en politiezones. Hervorming van de afvalophaling met uitbreiding van ondergrondse containers en vrijwillige inzamelpunten. Modernisering van Net Brussel tot een efficiënte organisatie met een modern personeelsbeleid zodat afvalophaling goed gebeurt. Netheid wordt een echte prioriteit, met duidelijke verantwoordelijkheden en meetbare resultaten. Een grotere netheid leidt tot een groter veiligheidsgevoel en betere buurten om te wonen.   2. VEILIGHEID: geïntegreerde strijd tegen drugs en overlast Voor cd&v is de drugscrisis dé veiligheidsuitdaging van Brussel. Aanstelling van een Brusselse drugscommissaris die veiligheid, preventie en gezondheidsbeleid eindelijk geïntegreerd aanstuurt. Een geïntegreerd gewestelijk drugsplan met repressie, preventie, vroegdetectie en zorg. Er komt een evaluatie en bijsturing van de hotspotaanpak, extra investeringen in verslavingszorg en de aanpak van dakloosheid. 3. WERK: activering als hefboom De werkzaamheidsgraad moet tegen 2030 boven 70% uitkomen. Die ligt momenteel nog onder de 65%. ·       Aanklampende begeleiding vanaf de eerste maand , met concreet aanbod van werk, stage of opleiding. De begeleidingstermijnen worden fors ingekort (van 5 naar 3 maanden, van 12 naar 6 maanden). Meer Actiris-personeel ingezet voor begeleiding. Er komt een verplichte taaltest bij inschrijving; bij onvoldoende resultaat volgen verplichte taalcursussen. Versterkt sanctiekade r bij werkonwilligheid. Het omslachtige evaluatiecollege van drie personen wordt afgeschaft. Toename aantal terugkeertrajecten voor langdurig zieken naar werk. Werk is nog altijd de beste sociale bescherming. De hervorming van de Brusselse arbeidsmarkt zal zorgen voor minder mensen die vastzitten in de uitzichtloze situatie van een uitkering en zal ook bijdragen aan betere overheidsfinanciën. 4. TWEETALIGHEID: recht op dienstverlening in het Nederlands De tweetaligheid van de dienstverlening blijft een pijnpunt. Dankzij cd&v komt er een: Masterplan Tweetaligheid met extra middelen voor taalopleidingen in administraties en zorg, alsook trajecten voor gemeenten en OCMW’s. Verplichte taalbeleidsplannen in Brusselse ziekenhuizen en versterkte garanties voor tweetalige dienstverlening. Patiënten moeten ook in het Nederlands geholpen kunnen worden. 5. GOED BESTUUR: begroting richting evenwicht met eenvoudigere structuren Om een herhaling van de budgettaire crisis te voorkomen, komt er voor het eerst een regering die start met een meerjarig budgettair kader richting evenwicht tegen het einde van de legislatuur .   Er is een forse inspanning voorzien op personeels- en werkingsmiddelen van de overheid alsook op de kabinetten. Oprichting van een monitoringcomité voor transparante opvolging en volledige uitvoering van aanbevelingen van het Rekenhof. Ook de structuren worden  vereenvoudigd: Ingrijpende clustering en vereenvoudiging van administraties en agentschappen. Reflectie over bevoegdheidsverdeling tussen gewest en gemeenten volgens het subsidiariteitsprincipe. Harmonisering van OCMW-praktijken en invoering van één uniek sociaal dossier. “ Goed bestuur begint bij een goed beheer van de mensen hun belastinggeld. Te lang hadden Brusselaars het gevoel dat hun belastinggeld verdween in het complexe Brusselse kluwen van instellingen, structuren en slechte keuzes. Daar maken we komaf mee. We zorgen voor een stevige vereenvoudiging, een beter zicht op de centen en we gebruiken mensen hun belastinggeld voor de echte kerntaken van de overheid. Dat is een propere, veilige en tweetalige hoofdstad waar ingezet wordt op jobs en tewerkstelling. Brussel verdient beter. En met dit akkoord leggen we daarvoor eindelijk de fundamenten ”, zegt Benjamin Dalle.

  • Brussel is zoveel meer – tussenkomst bij het VGC-bestuursakkoord

    Brussel is een jonge stad. Wie Brussel wil begrijpen, moet kijken naar de kinderen: naar de speelpleinen waar ze elkaar ontmoeten, naar de scholen waar ze samen leren, naar de jeugdhuizen en sportclubs waar talent groeit. Die kansen ontstaan niet vanzelf. Ze worden mogelijk gemaakt door een sterk Nederlandstalig netwerk van scholen, verenigingen, cultuurhuizen en zorginitiatieven. Dat netwerk vormt al decennialang een onmisbare pijler van Brussel. Met het nieuwe bestuursakkoord van de Vlaamse Gemeenschapscommissie – “Brussel, dat is zoveel meer” – wordt verder gebouwd op die kracht. Voor cd&v staan daarbij vier prioriteiten centraal. 1. Brussel als stad waar gezinnen kunnen groeien Een sterke stad begint bij sterke gezinnen. Daarom wordt verder geïnvesteerd in toegankelijke en kwaliteitsvolle ondersteuning voor gezinnen in Brussel. De Huizen van het Kind worden verder uitgebouwd tot echte gezinspunten in de buurt, waar ouders terechtkunnen met vragen over opvoeding, zorg en ontwikkeling. Daarnaast blijft kinderopvang een belangrijke prioriteit, met extra plaatsen aan inkomenstarief en aandacht voor kwaliteit en ondersteuning van kinderbegeleiders. Ook na de schooluren wordt ingezet op een sterk aanbod. In het kader van het beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten groeit een breed netwerk waarin opvang, jeugdwerk, sport en cultuur samen kansen creëren voor kinderen. Onderwijs blijft daarbij de krachtigste hefboom voor gelijke kansen. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel wordt verder versterkt, met aandacht voor basisvaardigheden, ondersteuning van leerkrachten en een gerichte aanpak van schooluitval. Ook het lerarentekort krijgt bijzondere aandacht, onder meer via gerichte wervingscampagnes en ondersteuning voor beginnende leerkrachten. 2. Nederlands: een troef in een meertalig Brussel Brussel is een stad van vele talen. Die meertaligheid is een rijkdom. Tegelijk biedt het Nederlands een belangrijke sleutel tot onderwijs, werk en participatie. Daarom wordt verder geïnvesteerd in kansen om Nederlands te leren, te oefenen en te gebruiken in het brede netwerk van scholen, verenigingen, sportclubs en welzijnsorganisaties. Samen met het Huis van het Nederlands en de Vlaamse Gemeenschap wordt gewerkt aan een sterk taalbeleid dat Brusselaars van alle leeftijden ondersteunt. Ook lokale besturen worden ondersteund om hun dienstverlening toegankelijk te maken in het Nederlands. Het is belangrijk dat Nederlandstalige Brusselaars in hun eigen taal terechtkunnen voor zorg en ondersteuning. Daarom wordt aan de Vlaamse Gemeenschap gevraagd om de Nederlandstalige welzijns- en zorgdienstverlening in Brussel verder te versterken en uit te breiden, afgestemd op de noden van Brusselaars en in samenwerking met de andere overheden die in Brussel bevoegd zijn voor welzijn en gezondheid. Initiatieven om knelpunten in de Nederlandstalige zorg in kaart te brengen en oplossingen uit te werken, worden daarbij nauw opgevolgd. Ook op het terrein wordt sterker samengewerkt met partners zoals Vivalis en Iriscare, onder meer om de Nederlandstalige hulpverlening te verbeteren in huisartsenwachtposten, op spoeddiensten en in woonzorgvoorzieningen. Taal is meer dan communicatie. Het is een hefboom voor kansen en maatschappelijke deelname. 3. Brussel: een zorgzame stad voor alle generaties Brussel is niet alleen een jonge stad. Het is ook een stad waar senioren met hun ervaring, engagement en kennis een belangrijke rol blijven spelen in het gemeenschapsleven. Een zorgzame stad betekent dat ondersteuning dichtbij de mensen georganiseerd wordt. Daarom wordt verder gebouwd aan sterke zorgzame buurten, waar ontmoeting, ondersteuning en begeleiding hand in hand gaan. Nederlandstalige wijkgezondheidscentra, lokale dienstencentra en welzijnsorganisaties spelen daarin een belangrijke rol. Ze brengen mensen samen, versterken sociale netwerken en helpen isolement te voorkomen. Een zorgzame stad is immers een stad waar iedereen zich ondersteund voelt en waar zorg toegankelijk, nabij en menselijk georganiseerd wordt. Dat is belangrijk voor gezinnen, maar zeker ook voor ouderen. Door ontmoeting te stimuleren en sociale netwerken te versterken, krijgen Brusselaars de kans om zo lang mogelijk actief en verbonden te blijven met het leven in de stad. 4. De VGC: een nabije en betrouwbare overheid Een sterke stad vraagt ook een sterke en betrouwbare overheid. De Vlaamse Gemeenschapscommissie wil een overheid zijn die nabij en transparant werkt en die samenwerkt met partners in de stad. De organisaties en vrijwilligers van het Nederlandstalige netwerk kennen de stad en bouwen elke dag mee aan oplossingen. Door samen te werken met gemeenten, met de Vlaamse Gemeenschap en met het Brussels Gewest kan verder gebouwd worden aan een stad waar kinderen kansen krijgen, waar talent groeit en waar mensen elkaar vinden. Brussel verandert voortdurend. Maar één element blijft constant: de inzet van duizenden mensen die elke dag bouwen aan een warme en dynamische stad. Brussel is inderdaad zoveel meer.

  • Tussenkomst over de beleidsverklaring

    [ Brussels regeerakkoord   ] Bespreking Regeerakkoord Brusselse Regering Dilliès – Tussenkomst Benjamin Dalle (cd&v) – Brussel, 24 februari 2026   Mijnheer de Voorzitter, Mijnheer de minister-president, Ministers en staatssecretarissen van de nieuwe Brusselse regering, Beste collega’s,   A. Inleiding Vandaag bespreken wij geen klassiek regeerakkoord. Wij doen dat na 615 dagen lopende zaken – de langste periode van bestuurlijke stilstand in de geschiedenis van ons land. Vergelijkt men met nationale regeringen, dan spreken we over een wereldrecord.En wanneer ook deelstaten worden meegerekend, moeten we enkel Noord-Ierland en de Federatie van Bosnië en Herzegovina laten voorgaan. Een mondiale top-drie positie waar niemand trots op kan zijn. 615 dagen zonder nieuwe beslissingen. 615 dagen waarin de begroting verder ontspoorde. 615 dagen waarin cruciale dossiers bleven liggen. 615 dagen waarin burgers, verenigingen en bedrijven in onzekerheid verkeerden. Intussen werden de problemen van Brussel niet kleiner. De drugscrisis werd zichtbaarder. Wijken verloederden en werden vuiler. Werkzoekenden bleven zonder begeleiding. Het vertrouwen in de Brusselse politiek bereikte een dieptepunt. Brusselaars vroegen zich af: waarom stemmen wij nog, als er geen regering wordt gevormd? Toen tien dagen geleden eindelijk een akkoord werd aangekondigd, was er opluchting. Eindelijk een regering. Eindelijk duidelijkheid. Maar laat ons eerlijk zijn: euforie zou ongepast zijn. Na 615 dagen stilstand is bescheidenheid op zijn plaats. De Regering heeft maar één opdracht: Resultaten afleveren. De komende drie jaar moeten we bewijzen dat de Brusselse politiek het vertrouwen van de Brusselaars opnieuw waard is.   B. Sterke punten van het regeerakkoord: prioriteiten cd&v cd&v heeft tijdens de onderhandelingen consequent één uitgangspunt gehanteerd: de nieuwe regering moet een fundamenteel ander beleid voeren dan dat van de afgelopen zes jaar. Voor cd&v betekent dat: back to basics : een overheid die de focus legt op de kerntaken van het gewest: 1. Iedereen moet zich in Brussel veilig kunnen voelen. 2. Brussel moet een propere stad zijn, waar we opnieuw fier op kunnen zijn. 3. Elk Brussels talent moet worden benut. Het tewerkstellingsbeleid moet ondersteunender en aanklampender. 4. Als meervoudig hoofdstad moet Brussel echt tweetalig zijn, met respect voor het Nederlands. 5. Brussel moet goed worden bestuurd, met een begroting die weer op orde wordt gezet, én met bestuurlijke hervormingen. Op elk van die vijf punten zet het regeerakkoord stappen in de juiste richting. 1. Veiligheid: de drugsproblematiek ernstig nemen Vooreerst moet elke Brusselaar zich veilig kunnen voelen. Het Brussels Gewest moet zijn veiligheidsbevoegdheden eindelijk ten volle opnemen. Mijnheer de minister-president, wij rekenen op u om de veiligheidscoördinatie echt waar te maken en een geïntegreerde strategie uit te uitvoeren die handhaving en preventie combineert. Wij rekenen op u als burgervader voor alle Brusselaars . We zijn ook opgetogen dat de Brusselse Regering de federale beslissing om de politiezones te fusioneren , zal respecteren met toepassing van de federale loyauteit. Het akkoord erkent ook het belang van het versterken van de wijkpolitie. De drugsproblematiek is de voorbije jaren zichtbaar geëscaleerd. In te veel wijken bepalen dealers het straatbeeld en verliezen honderden mensen zich in verslaving. Met cd&v hebben we aangedrongen om eindelijk werk te maken van een geïntegreerd Brussels drugsplan . Er komt een geïntegreerd plan dat is gericht op een ketenaanpak die een combinatie vormt van bestraffing, preventie, vroegtijdige opsporing en zorg/behandeling. Er komt een evaluatie en bijsturing van de hotspotaanpak, extra investeringen in verslavingszorg en de aanpak van dakloosheid. Om dit te realiseren wordt jaarlijks 5 miljoen euro extra uitgetrokken. We willen dat elk regeringslid zich bij de opmaak van hun beleidsbrief de vraag stelt: hoe kunnen mijn bevoegdheden, mijn diensten, mijn instellingen een structurele bijdrage leveren aan dit geïntegreerd plan en  zo de strijd tegen drugs collectief ondersteunen? We zijn ook tevreden dat het voorstel van cd&v om een Brusselse drugscommissaris aan te stellen, is opgenomen in het regeerakkoord. Deze persoon zal het geïntegreerd drugsplan coördineren en een eengemaakte Brusselse strategie aansturen om eindelijk de scheidingen tussen het veiligheids-, het preventie- en het gezondheidsbeleid weg te halen. Om deze cruciale rol met de nodige ondersteuning te realiseren, wordt op onze vraag voorzien in een structurele financiering van 1,5 miljoen euro per jaar . Mijnheer de minister-president, de Brusselaars verwachten snelle antwoorden op de drugscrisis. Er is geen tijd te verliezen. Wij vragen dan ook dat de gewestelijke drugscommissaris zo snel mogelijk, zeker nog dit jaar, operationeel is om een globale aanpak te verzekeren.   2. Een nette stad waar we opnieuw fier op kunnen zijn “De stad ligt erbij als een vuilnisbak.” Het was Zwangere Guy die deze uitspraak deed tijdens een van zijn optredens vorig jaar. En het is ook wat veel Brusselaars en bezoekers aanvoelen: onze stad is te vuil, er is teveel zwerfvuil en verloedering, er is te weinig respect voor de publieke ruimte. Netheid is geen detail en geen luxe. Het is een basisvoorwaarde voor een veilige en aangename stad. Wij zijn tevreden dat netheid, op vraag van cd&v, een volwaardig hoofdstuk krijgt, met extra investeringen en duidelijke verantwoordelijkheden. Net Brussel wordt gemoderniseerd en de afvalophaling hervormd. Daartoe zal de werkorganisatie grondig worden bijgestuurd om de kwaliteit van de afvalophaling, de werkomstandigheden en de veiligheid te verbeteren. Er komen extra investeringen in ondergrondse containers en inzamelpunten. Maar ook wie de regels overtreedt, zal dat voelen. Met slimme camera’s, hogere boetes, extra controleurs en gewestelijke netheidsbrigades wordt kordater opgetreden tegen sluikstorten en inciviek gedrag. Een nieuw Fast Response Team moet ervoor zorgen dat verloedering snel wordt aangepakt volgens de broken window theory. Want wie snel herstelt, voorkomt dat normvervaging wortel schiet. Mijnheer de minister-president, mevrouw de staatssecretaris Henry, binnen drie jaar moet Brussel zichtbaar properder zijn. Niet enkel in toeristische centra of grote stations, maar in alle straten en wijken. Binnen drie jaar moet Brussel een nette stad zijn, waar we opnieuw fier op kunnen zijn.   3. Werk: Brusselse talenten benutten Op het vlak van werk legt het regeerakkoord terecht de ambitie hoog: een werkzaamheidsgraad boven 70% tegen 2030 . Het tewerkstellingsbeleid moet erop gericht zijn om Brusselse talenten te benutten en werkloosheid en langdurige inactiviteit drastisch te verminderen. Werk is nog altijd de beste sociale bescherming. De hervorming van de Brusselse arbeidsmarkt zal zorgen voor minder mensen die vastzitten in de uitzichtloze situatie van een uitkering en zal ook bijdragen aan betere overheidsfinanciën. Vandaag wordt twee derde van de Brusselse werkzoekenden niet begeleid door Actiris. Dat is onaanvaardbaar. Daarom steunen wij de grondige hervorming van Actiris, met een duidelijke focus op begeleiding en opvolging. Er komt aanklampende begeleiding vanaf de eerste maand , met een concreet aanbod van werk, stage of opleiding. De termijnen worden ingekort en de opvolging wordt strenger. Er komt een verplichte taaltest bij inschrijving; bij onvoldoende resultaat volgen verplichte taalcursussen. Er komt een versterkt sanctiekader bij werkonwilligheid. Het omslachtige evaluatiecollege van drie personen wordt afgeschaft. En last but not least, er komt een aanzienlijke toename van het aantal terugkeertrajecten voor langdurig zieken naar werk. Op die manier moet er een veel ondersteunender en aanklampender tewerkstellingsbeleid komen. Mijnheer de minister Hublet, met uw achtergrond als ondernemer, de enige nieuwkomer in de politiek, zijn we ervan overtuigd dat u deze uitdaging daadkrachtig zult aanpakken.   4. Tweetaligheid: respect voor het Nederlands Mijnheer de minister-president, U weet dat het laatste hoofdstuk van het Regeerakkoord, er kwam op vraag van cd&v: een sterk tweetalig gewest . Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de tweetalige hoofdstad van ons land en van de beide gemeenschappen. Dat is niet zomaar een politieke keuze, maar een Grondwettelijke realiteit. Burgers hebben recht op een tweetalige dienstverlening van onze administraties en sociale en medische voorzieningen. Die tweetaligheid blijft vandaag een heikel punt. Op onze vraag komt er voor de eerste keer een Masterplan Tweetaligheid met jaarlijks 2 miljoen euro extra middelen voor taalopleidingen in administraties en zorg, alsook trajecten voor gemeenten en OCMW’s. Beste collega’s, Herinneren jullie zich nog wat gebeurde met baby Cisse? Een baby van 11 maanden uit de Vlaamse rand rond Brussel. Het kindje overleed maar er was niemand om de Nederlandstalige familie in het Nederlands in te lichten, noch in de ambulance, noch in het Brussels ziekenhuis waar het kindje naartoe werd gereden. Zulke situaties mogen zich nooit meer voordoen. Daarom voorziet het regeerakkoord in verplichte taalbeleidsplannen in Brusselse ziekenhuizen en versterkte garanties voor tweetalige dienstverlening. Patiënten moeten ook in het Nederlands geholpen kunnen worden. Mijnheer de minister-president, Het regeerakkoord stelt dat de voltallige regering actief de tweetaligheid van het gewest promoot, onder meer in haar communicatie en door een voorbeeldrol te spelen. Ik zal niet verhullen dat ik ontgoocheld was, toen ik vernam dat uw partijvoorzitter een Nederlandsonkundige minister-president van Brussel voorstelde. Wie de Brusselaars wil vertegenwoordigen, moet minstens de twee officiële talen spreken. Maar u kunt van dit nadeel een voordeel maken: u kunt het sprekende voorbeeld zijn van het feit dat elke Brusselaar Nederlands kan leren. We vragen van nieuwkomers, van werkzoekenden, van ambtenaren en van zorgpersoneel dat ze minstens tweetalig zijn. Datzelfde kunnen we zeker ook van u en alle regeringsleden verwachten. U beschikt over een prachtige opportuniteit om te tonen dat tweetaligheid bereikbaar en wenselijk is voor iedereen die zich in deze stad wil ontwikkelen. Bewijs uw engagement voor het Masterplan tweetaligheid door zelf het goede voorbeeld te geven.   5. Goed bestuur en een duurzame begroting Wat de begroting betreft, was het voor cd&v essentieel dat een becijferd meerjarentraject werd vastgelegd dat zo snel als mogelijk leidt tot een begroting in evenwicht . Daarbij moest de focus liggen op structurele besparingen op uitgaven. Het regeerakkoord heeft een ambitieuze planning vooropgesteld, met een evenwicht tegen 2029 en 80 procent van de inspanning via besparingen op uitgaven en hervormingen. Er wordt in eerste instantie bespaard op de overheid en de politiek zelf, met een besparing van ruim 6 miljoen euro op de kabinetten. Op die manier wil de regering op drie jaar rechtzetten wat de vorige regering gedurende zes jaar heeft laten ontsporen. Voor cd&v is het wezenlijk dat die meerjarenplanning de komende periode wordt gerespecteerd.   Maar er is meer. Met cd&v hechten we groot belang aan de transparantie van de begroting en de rekeningen en het respect voor de regels van deugdelijk budgettair beheer . Daar is het de afgelopen periode grondig misgelopen. Daarom steunen we de ambitie in het regeerakkoord om het Brussels monitoringcomité , dat op papier al bestaat (BVR 30/05/2024), eindelijk operationeel te maken. We zijn ook tevreden dat onze vraag om de aanbevelingen van het Rekenhof in de praktijk te brengen, werd opgenomen in het regeerakkoord. We rekenen erop dat de meeste aanbevelingen al voor de rekeningen van 2025 kunnen worden geïmplementeerd en dat vanaf dit jaar steeds een advies zonder voorbehoud kan worden verkregen. De begroting is één ding, maar ook de schuld en de rentes moeten beperkt worden. Het regeerakkoord stelt dat de schuld de komende jaren met maximaal drie miljard euro mag stijgen. Daarbij wordt ook voorzien in een investering van 1 miljard euro in strategische participaties. Als we eerlijk zijn, is dit grotendeels geen investering in nieuw beleid, maar wel het vullen van de putten van het verleden. Deze methodiek is enkel aanvaardbaar als alles volgens het boekje loopt. De voorgestelde methode moet de Europese begrotingsregels respecteren. Voor ons is het dus van belang dat de de participaties kunnen rekenen op het gunstig advies van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). Om te kunnen besparen én een sterke dienstverlening te behouden is een grondige hervorming van de Brusselse instellingen noodzakelijk. Een oud zeer is de complexiteit van de Brusselse instellingen. Een vereenvoudiging daarvan is dringend nodig. De afgelopen periode is er een forse toename geweest van het aantal instellingen en parastatalen. In het regeerakkoord wordt een grote ambitie geuit op het vlak van clustering van administraties, fusies en rationalisering. Dat is dringend nodig. Voor onze partij moeten deze hervormingen gebeuren met duidelijke tijdslijnen, met transparante informatie voor de betrokken diensten en het parlement, en met aantoonbare efficiëntiewinsten. Vereenvoudiging is niet alleen nodig in de gewestelijke instellingen. Ook ten aanzien van de lokale besturen zijn hervormingen dringend nodig. Vandaag is er onvoldoende logica over wat op lokaal niveau wordt geregeld en wat op het niveau van het gewest wordt georganiseerd. Voor cd&v is er één centraal uitgangspunt: het principe van subsidiariteit. Bevoegdheden moeten uitgeoefend worden op het meest geschikte niveau. Wanneer iets een bovengemeentelijk belang heeft of een gemeentegrensoverschrijdende impact, moet het gewestelijk niveau het opnemen. De harmonisering van OCMW-praktijken en invoering van één uniek sociaal dossier, is alvast een goede stap voorwaarts. Wij steunen ook een grondige reflectie over de bevoegdheidsverdeling tussen het gewest en de gemeenten en vragen dat dit snel wordt opgestart met een grondige, gedetailleerde analyse van de verschillende opdrachten die de 19 gemeenten vandaag uitoefenen, om zo een overdracht van bevoegdheden voor te bereiden. Het is ook zinvol om bredere institutionele hervormingen voor te bereiden die leiden tot minder politieke mandaten en meer efficiëntie. 6. Kerntaken Terugkeren naar de kerntaken van het gewest betekent ook opnieuw investeren in het onderhoud van wegen, bruggen en tunnels. Kanal wordt tot realistische proporties herleid en moet volledig herdacht worden, onder meer op het vlak van governance en financiering. De nadruk moet liggen op partnerschappen met Brusselse kunsteninstellingen. Voor de metro wordt eindelijk duidelijkheid gegeven. Met een stopzetting van het project en een valorisatie van bepaalde investeringen voor een versterking van het tramnet.   D. De opstelling van cd&v Mijnheer de minister-president, collega’s, Met cd&v steunen we deze regering omdat de 24 pagina’s van het regeerakkoord goede uitgangpunten bevatten waar we achter staan. Wij hebben met cd&v altijd gezocht naar oplossingen. Vandaag steunen wij een regeerakkoord en hebben de voordracht van regeringsleden getekend, zonder dat we zelf deel uitmaken van de regering. Dat is nooit gezien in de Belgische politieke geschiedenis. Na 615 dagen stilstand tellen alleen concrete resultaten. Daarom zal onze partij in het Parlement waken over de rigoureuze uitvoering van het akkoord door de Regering. Mijnheer de minister-president, als de prioriteiten van cd&v worden gerespecteerd en het regeerakkoord correct wordt uitgevoerd, zal u in onze partij altijd een partner vinden. Maar we zullen onze kritiek niet sparen als dat niet het geval is. De 24 pagina’s van het regeerakkoord bevatten goede recepten om de Brusselse problemen op te lossen. Maar we zullen u en uw regering afrekenen op de uitvoering ervan. Op de resultaten.   The proof of the pudding will be in the eating.   Met cd&v willen we dat Brussel een veilige, een nette en een welvarende stad maken waar het voor iedereen goed is om te leven. Om dat te doen, moet Brussel een stad zijn die gezinsvriendelijk is. Besparen op de kinderbijslag was en is voor onze partij daarom een no go. Om dat te doen moeten we zorgen dat de middenklasse hier komt wonen en hier blijft. En moeten we ervoor zorgen dat alle Brusselaars de kans krijgen om tot die middenklasse te behoren. Het belangrijkste daarvoor is dat de Brusselse overheid betere resultaten boekt op haar kerntaken waarvoor mensen veel belastingen betalen: veiligheid, netheid, goed bestuur, duurzame financiën en een efficiënte tweetalige administratie. We weten dat Brussel de hoogste belastingen van het land heeft waar het aankomt op onroerende eigendom.  Als het mogelijk is om de registratierechten of de onroerende voorheffing op de enige en eigen woning te verlagen, zijn we daar grote voorstander van. Maar laat één zaak duidelijk zijn: belastingverlagingen zijn enkel haalbaar als het saneringstraject dat is afgesproken in het regeerakkoord tot op de euro  wordt gerespecteerd. Mijnheer de minister van Begroting, wij rekenen op u om samen met de hele ploeg de saneringsdoelstellingen te realiseren. Enkel zo kunnen we de belastingen voor de Brusselse middenklasse verminderen. Mijnheer de minister-president, De uitdagingen waar uw regering voor staat zijn enorm. Om de doelstellingen van de regering te realiseren kunt u rekenen op ondernemende Brusselaars, sterke wijkinitiatieven en grassroots organisaties van het Brusselse middenveld . Maak gebruik van die sterkte en ontwikkel uw beleid in dialoog met die partners. Geen beleid vanuit een ivoren toren, maar een bestuur dat luistert naar het terrein. Collega’s, U heeft het begrepen: cd&v steunt dit regeerakkoord. En we zullen een partner zijn van deze regering wanneer ze de ambities uit het regeerakkoord rond veiligheid, netheid, tewerkstellingsbeleid, tweetaligheid en goed bestuur wil realiseren. 615 dagen na de verkiezingen, verdienen de Brusselaars eindelijk een regering die hun problemen aanpakt. Dit regeerakkoord biedt een kans om dat te doen. Wij zullen er mee over waken dat de resultaten volgen. Dank u.

  • Brusselse kanaalzone amper uitgerust voor redding drenkelingen: “Drie reddingsboeien op drukste kanaalzone is totaal onvoldoende”

    [ Leefmilieu   ] De antwoorden van minister Alain Maron (Ecolo) op een parlementaire vraag van Benjamin Dalle (cd&v) leggen een zorgwekkende realiteit bloot: op het volledige traject tussen de Ninoofsepoort en het Becopark staan slechts drie publiek toegankelijke reddingsboeien. Eén van de drukste kanaalzones van Brussel is daardoor amper uitgerust om snel te reageren bij noodsituaties met drenkelingen. – Brussel, 26 november 2025   “Dat Brussel op zo’n druk kanaaltraject amper drie reddingsboeien heeft, is onverantwoord . Wie in het water belandt, moet binnen seconden geholpen kunnen worden. Vandaag is dat niet mogelijk. Deze investeringen gaan niet om de grote budgetten en kunnen mensenlevens redden. ” Enkele weken gelden werd een persoon uit het water gered in Molenbeek, na tussenkomst van een politie-inspecteur die het water indook. Incidenten zoals deze worden regelmatig gemeld in de media, soms ook met een minder goede afloop. Toch bestaan er volgens de minister geen systematische gegevens of gedeelde databank over drenkelingen, ongevallen of bijna-ongevallen. Zowel Leefmilieu Brussel, de Haven als de hulpdiensten beschikken niet over een volledige registratie, wat het onmogelijk maakt om risicozones objectief in kaart te brengen. Daarnaast blijkt dat er geen duidelijke normen of strategie bestaan voor de plaatsing van reddingsmateriaal. De Haven beheert slechts twee boeien, Leefmilieu Brussel één extra. Zelfs hier zijn twee overheden bevoegd voor een handvol reddingsboeien. Voor 2026 zijn geen bijkomende investeringen gepland. “Dat Brussel op zo’n druk kanaaltraject amper drie reddingsboeien heeft, is onverantwoord,”  zegt Dalle. “Wie in het water belandt, moet binnen seconden geholpen kunnen worden. Vandaag is dat niet mogelijk. Deze investeringen gaan niet om de grote budgetten en kunnen mensenlevens redden.”  Dalle wijst erop dat andere steden wél inzetten op veiligheid, met Gent als duidelijk voorbeeld: 96 reddingsboeien tegenover Brussel’s drie. Een strategie voor het beveiligen van het kanaal en investeren in voldoende reddingsmiddelen ontbreekt bij de Haven van Brussel. Hij vroeg daarom aan minister Maron directe actie: Installeer onmiddellijk extra reddingsboeien op alle bruggen en risicopunten. Dat zijn snelle en goedkope ingrepen die levens redden. Zonder data, kan je geen goed beleid voeren. Geef de Haven van Brussel de opdracht om werk te maken van een transparante, gedeelde databank van incidenten en een duidelijke veiligheidsstrategie, met inbegrip van veiligheidsrichtlijnen en extra investeringen in reddingsmateriaal.

  • "Behoud wat ons samenbrengt: de Zinneke Parade moet blijven"

    Inleidende toelichting in de commissie Financiën en Algemene Zaken Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, De Zinneke Parade heeft twee maanden geleden een duidelijke noodkreet gelanceerd: op 25 mei 2025 vierde Zinneke haar 25 ste verjaardag. Maar vandaag staat hun toekomst op het spel. De organisatie weet vandaag niet met welke gewestelijke middelen ze in 2026 zal kunnen werken. Zonder duidelijkheid dreigt de editie van 2026 zwaar afgeslankt te worden of in het slechtste geval helemaal niet door te gaan. Precies daarom ligt deze resolutie vandaag voor: om vanuit het parlement een duidelijk signaal te geven dat het Brussels Gewest zijn verantwoordelijkheid opneemt. Om te waarborgen dat Zinneke 2026 er effectief kan komen én ervoor te zorgen dat er een duurzamer financieringskader ontstaat voor dit soort projecten. Met dit voorstel van resolutie vragen we de Regering om duidelijke, structurele en tijdige steun aan de vzw Zinneke en aan de Zinneke Parade, waarvan de volgende editie gepland staat op 30 mei 2026. Zinneke is geen folklore voor één dag, geen “leuk evenementje” dat we er eens om de twee jaar bijnemen. Het is een tweejaarlijks socio-artistiek traject dat duizenden Brusselaars samenbrengt in een proces van creativiteit, participatie, ontmoeting en samenwerking. De Zinneke Parade ontstond in het kader van Brussel 2000 – Culturele Hoofdstad van Europa en geldt vandaag als een van de weinige blijvende erfenissen van dat culturele hoogtepunt. Sindsdien is Zinneke uitgegroeid tot een van de meest krachtige en herkenbare symbolen van onze stad. Elke editie mobiliseert ongeveer 150 kunstenaars en een netwerk van ongeveer 140 partnerorganisaties, komende uit tal van sectoren. Ongeveer 2.000 deelnemers bouwen, gedurende twee jaar, aan een traject dat sociale cohesie versterkt en de culturele expressie van alle Brusselaars zichtbaar maakt. De parade zelf trekt tussen de 40.000 en 80.000 toeschouwers, maar de echte kracht ligt in de voorbereiding die diep in de Brusselse wijken is geworteld. Zinneke is een stuk van het stedelijk weefsel van Brussel geworden. Vandaag staat dit unieke model onder druk . De voorbije maanden hebben aangetoond dat projecten met een meerjarige werkcyclus bijzonder kwetsbaar zijn in tijden van politieke onzekerheid. Door het uitblijven van een Brusselse regering en de periode van voorlopige twaalfden verkeren honderden organisaties in onzekerheid. Wij zijn ons daarvan volledig bewust. En precies daarom vragen we om net nu duidelijkheid te bieden waar dit strikt noodzakelijk is. Zinneke is namelijk méér dan een organisatie: het is een stedelijk netwerk , een ruggengraat die meer dan 150 partners verbindt. Dit netwerk kan alleen functioneren dankzij continuïteit. Als de editie van 2026 wegvalt, valt dat netwerk uit elkaar — niet omdat de wil ontbreekt, maar omdat een tweejaarlijkse cyclus zich niet laat onderbreken zonder permanente schade. Juist op een moment dat Brussel institutioneel én maatschappelijk door zwaar weer gaat, zou het verlies van de Zinneke Parade een bijzonder schadelijke klap zijn, zowel voor het culturele ecosysteem als voor de uitstraling van onze hoofdstad. Het belang van Zinneke voor Brussel Het belang van Zinneke gaat veel verder dan de parade zelf. Zinneke is een socio-artistieke organisatie die een ruimte creëert voor ontmoeting, samenwerking en creativiteit in álle Brusselse wijken. Kunstenaars, vrijwilligers, bewoners, organisaties, scholen, jeugdwerkingen en buurtverenigingen werken twee jaar lang samen in 18 tot 21 zogenaamde Zinnodes , waarin ze leren creëren met elkaar in plaats van naast elkaar. Zinneke financiert elke Zinnode via twee vaste budgetten: € 18.000 voor artistieke coördinatie tot € 30.000 werkingsbudget Deze budgetten zijn essentieel voor de partnerorganisaties die de Zinnode beheren. Dat betekent dat tientallen Brusselse organisaties — die zelf ook in een moeilijke situatie zitten — rechtstreeks afhankelijk zijn van de financiële stabiliteit van Zinneke om hun werking in 2026 te kunnen voortzetten. Zinneke werkt structureel samen met actoren uit uiteenlopende sectoren: de jeugdsector, de welzijnssector, de cultuursector, het onderwijs, de socioculturele sector, en tal van lokale verenigingen. Het gaat dus niet om de stabiliteit van één organisatie, maar om de continuïteit van een stedelijk netwerk dat over meerdere beleidsdomeinen heen werkt. De Parade is een grootstedelijk evenement dat telkens duizenden actieve deelnemers en tienduizenden toeschouwers aantrekt. Naast de grote parade in het centrum van Brussel, zijn er ook 3 tot 5 soumonces , repetities, in andere gemeenten. Het woord “ Zinneke ” — ooit een verwijzing naar zwerfhonden en vandaag een geuzennaam voor de gemengde, pluralistische Brusselaar — symboliseert precies wat Brussel is: divers, meertalig, meervoudig, creatief, hybride en trots op die mengvorm. Zinneke is bovendien het belangrijkste blijvende resultaat van Brussel 2000 – Culturele Hoofdstad van Europa . Zinneke is sindien gegroeid, heeft zich verder verdiept en is vandaag duurzaam verankerd in het culturele en sociale landschap van Brussel. Ook academische analyses beschrijven Zinneke als een voorbeeld van “urban togetherness” : een stad die samenkomt door te creëren, door elkaar te ontmoeten rond een gedeeld project, door samenwerking over grenzen van cultuur, taal, leeftijd en achtergrond heen. Zinneke is bovenal ook een element van gemeenschapsvorming. Met de renovatie van het gebouw op het Masuiplein kreeg Zinneke een permanent stedelijk ankerpunt waar materiaal, kennis en ruimte worden gedeeld. Het is een broedplek waar circulaire creatie, participatie en sociale dynamieken samenkomen. Mazui is daarenboven een erkend (internationaal) voorbeeld van circulaire architectuur en hergebruik van materiaal. Jaarlijks krijgt Zinneke meer dan 20 (internationale) groepen over de vloer om het project te komen bekijken. Ze zijn eveneens opgenomen in de expo Urban Legend van OUEST architecten, nu lopend in de Bozar, hebben prijzen gewonnen en zijn vermeld in diverse publicaties. Ook internationaal is Zinneke een visitekaartje voor Brussel. Europese media beschrijven de Parade als hét beeld van een stad die erin slaagt om diversiteit om te zetten in kracht en verbeelding. In verschillende beleidsdossiers wordt Zinneke geciteerd als voorbeeldproject rond cultuurparticipatie en stedelijke inclusie. En ten slotte is Zinneke als methode uniek . De Zinnodes verbinden organisaties die anders nooit samenwerken. Ze creëren duurzame partnerschappen tussen jeugd, welzijn, cultuur, onderwijs en buurtwerkingen. Precies dit kwetsbare samenwerkingsweefsel is wat verloren dreigt te gaan wanneer de continuïteit wordt doorbroken. Het thema van de Zinneke Parade 2026 – DROOM Jacques Brel wist het al: on ne réussit qu'une seule chose, on réussit ses rêves . Het thema van de editie 2026, “DROOM”, is uitstekend gekozen. Met dit thema nodigt Zinneke alle Brusselaars uit om de verbeelding opnieuw centraal te zetten in hoe we samenleven. Dromen zijn geen luxe, maar een motor van verandering. “DROOM” herinnert ons eraan dat elke transitie begint met een idee, een verlangen, een perspectief dat nog niet bestaat maar wél mogelijk is. In een stad als Brussel betekent dromen: nieuwe vormen van samenleven verbeelden, de grenzen van creativiteit oprekken, tonen dat diversiteit geen barrière is maar een bron van inspiratie. Zinneke vraagt de Brusselaar niet om toeschouwer te zijn, maar mede-maker van die droom. En precies daarom is dit thema zo krachtig in de huidige politieke context. We leven in een tijd die weinig hoopvol aanvoelt: een gewest zonder regering, voorlopige twaalfden, organisaties die niet weten of ze kunnen voortbestaan. De onzekerheid kwelt niet alleen instellingen, maar ook mensen. Net dan is “DROOM” geen ontsnapping, maar een tegengewicht . Wanneer de politiek lijkt stil te staan, heeft een samenleving des te meer nood aan plekken waar verbeelding een plaats krijgen. Door zekerheid te geven aan een project dat dromen centraal stelt, geven we zekerheid aan de hoop van duizenden Brusselaars. We tonen dat creativiteit, samenwerking en ontmoeting kunnen blijven bestaan, zelfs wanneer de politieke horizon troebel is. Budgettaire impact Vandaag staat de financiering van Zinneke op losse schroeven . De huidige gewestelijke steun bestaat uit een jaarlijkse subsidie van 360.000 euro via urban.brussels – tot 2023 was dat 391.000 euro – aangevuld met 60.000 tot 100.000 euro van Imago Brussel, afhankelijk van een jaar met of zonder Parade. Zinneke beschikt ook over drie GECO-medewerkers die essentieel zijn om het kernteam overeind te houden. Samen vertegenwoordigen die gewestelijke middelen ongeveer 35 procent van het totale werkingsbudget. Door de institutionele en budgettaire onzekerheid kan Zinneke vandaag haar toekomst niet voorbereiden. De organisatie heeft nu al beslist om in 2026 met slechts 13 in plaats van 20 Zinnodes te werken. Intussen is Zinneke zelf op zoek gegaan naar alternatieve middelen, onder meer via een mecenaatscampagne samen met de Koning Boudewijnstichting om de jeugdwerking te versterken. Maar giften en mecenaat kunnen geen structurele, voorspelbare overheidssteun vervangen. Als wij pas op het einde van de begrotingscyclus of na lange onderhandelingen duidelijkheid geven, is het eenvoudigweg te laat. Een Parade voorbereiden is een traject van twee jaar. De continuïteit van het team en het netwerk is cruciaal; een onderbreking van één cyclus dreigt een sociaal weefsel van 25 jaar te doen uiteenvallen. Zinneke moet dus nu duidelijkheid krijgen . Voor de duidelijkheid: Zinneke vraagt vandaag geen extra middelen . Ze vragen enkel de garantie dat de financiering voor 2026 wordt voorzien, zodat ze samen met al hun partners de Parade van 30 mei 2026 kunnen realiseren, en hun werking duurzaam kunnen verderzetten. De resolutie heeft ook oog voor het bredere kader : we vragen om een nieuw, structureel en meerjarig financieringskader uit te werken voor grote, terugkerende initiatieven van gewestelijk belang, zoals Zinneke. Initiatieven die aantoonbaar een grote sociale en culturele impact hebben, moeten kunnen rekenen op een duurzaam en voorspelbaar budgettair kader, los van de jaarlijkse discussies over facultatieve kredieten. De recente periode van voorlopige twaalfden heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat een systeem dat vooral steunt op facultatieve subsidies zijn limieten bereikt heeft voor langlopende projecten met een grote maatschappelijke impact. Meerjarenakkoorden, duidelijke doelstellingen, periodieke evaluatie: dat is niet alleen beter voor de organisaties, het is ook beter begrotingsbeheer voor dit Gewest. Dankwoord en oproep tot unanimiteit Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, Om al die redenen durven we vandaag uw steun vragen voor deze resolutie. De resolutie stond en staat open voor mede-ondertekening.  Ik wil mijn oprechte dank uitspreken aan de collega-indieners voor hun constructieve samenwerking. Heel wat collega’s hebben me ook al laten weten dat ze deze resolutie steunen. We durven hopen op een unanieme goedkeuring. Zinneke is namelijk geen project van één partij of ideologie. Zinneke is een project dat alle Brusselaars verenigt , ongeacht taal, achtergrond of overtuiging. De Zinneke Parade belichaamt waar Brussel voor staat: trots op haar diversiteit, op haar sociale en culturele weefsel, en op haar vermogen om mensen te verbinden. Met deze resolutie vragen we aan de regering om dat ook in budgettaire keuzes om te zetten: door nu de nodige middelen vrij te maken voor 2026, en door werk te maken van een duurzaam, meerjarig financieringskader. Zinneke is van ons allemaal, en haar toekomst is het waard om te verzekeren. Ik dank u.   Benjamin Dalle

  • De kas is bijna leeg: Brussels Gewest stevent af op mogelijke cashtekort en betalingsproblemen vanaf april

    [ Financiën en Begroting   ] Tijdens de plenaire vergadering in het Brussels Parlement bevestigde minister van Financiën en Begroting Dirk De Smedt op vraag van Benjamin Dalle dat het Brussels Gewest zich in een hoogrisicosituatie bevindt. Wat al langer in de wandelgangen werd gefluisterd, staat nu zwart op wit: een scenario waarin de liquiditeiten en financieringsinstrumenten van het Gewest volledig opdrogen, is reëel vanaf april. De administratie heeft hiervoor een officiële stressanalyse uitgewerkt. – Brussel, 14 november 2025   “ Wat iedereen al een tijd vreest, dreigt nu realiteit te worden: vanaf april is de kas van het Brussels Gewest mogelijk leeg. En geen cash betekent dat de rekeningen niet meer betaald kunnen worden . ” De minister verklaarde dat de regering alles in het werk stelt om financierings- en liquiditeitsmiddelen te vrijwaren en, waar mogelijk, uit te breiden. Maar hij benadrukte dat dit moet gebeuren binnen een uitzonderlijk kort tijdsvenster van zes à zeven maanden. Daarom riep hij gisteren bij hoogdringendheid de Commissie Financiële Strategie samen om een eerste plan van aanpak op te maken. Tegelijk lopen de gesprekken met de gewestelijke bankier en andere financiële partners op dit eigenste moment volop verder. Een bijkomende bron van onzekerheid is het ING-kaskrediet. De minister kon geen garantie geven dat deze kredietlijn overeind blijft, maar stelde dat de onderhandelingen daarover nog lopen. Ondertussen onderzoekt de regering welke uitgaven in een mogelijk shutdownscenario prioritair zouden worden beschermd — een oefening die enkel wordt opgestart wanneer een betalingscrisis als plausibel wordt ingeschat. Reactie van Benjamin Dalle “Wat iedereen al een tijd vreest, dreigt nu realiteit te worden: vanaf april is de kas van het Brussels Gewest mogelijk leeg. En geen cash betekent dat de rekeningen niet meer betaald kunnen worden. Dat is een nachtmerriescenario met onmiddellijke gevolgen voor de dienstverlening aan burgers, voor onze ambtenaren en voor organisaties die het verschil maken op het terrein. Er is maar één manier om dit nog te vermijden: de zes partijen die al acht weken aanmodderen in de begrotingsonderhandelingen moeten eindelijk tot een akkoord komen.”

  • De soap gaat voort: de heraanleg Schumanplein verzandt in gekibbel tussen Urban, Beliris en Brussel Mobiliteit

    [ Territoriale Ontwikkeling   ] De antwoorden van staatssecretaris Ans Persoons (Vooruit) op een vraag van cd&v-parlementslid Benjamin Dalle maken het bestuurlijk geknoei met de heraanleg van het Schumanplein pijnlijk duidelijk. Terwijl de werf gewoon verdergaat zonder de geplande luifel, blijkt dat er nog geen wijzigingsvergunning is aangevraagd, hoewel die wettelijk verplicht is. – Brussel, 4 november 2025   “ Het is totaal onbegrijpelijk dat Urban, Beliris en Brussel Mobiliteit niet op één lijn staan , terwijl de klok tikt en tientallen miljoenen Europees geld op het spel staan. ” Urban stuurt ingebrekestelling aan Brussel Mobiliteit   Opmerkelijk: Urban zelf moest via de pers vernemen dat Beliris de werf verderzet zonder luifel. Daarop heeft Urban op 12 september 2025 beslist Brussel Mobiliteit (de officiële aanvrager van de vergunning) én Beliris (de gedelegeerde bouwheer) formeel in gebreke te stellen. De staatssecretaris bevoegd voor Urban bevestigde in de commissie: “ Bij gebrek aan zo’n wijzigingsvergunning stellen Brussel Mobiliteit en Beliris zich bloot aan een vervolging door het parket en/of de dienstinspectie van Urban wegens stedenbouwkundig misdrijf.” Tot vandaag heeft Brussel Mobiliteit nog geen aanvraag tot wijzigingsvergunning ingediend. Een dergelijke aanvraag is nochtans noodzakelijk, want het schrappen van de luifel betekent een wijziging van het initieel vergunde project en vereist de uitvoering van een nieuw openbaar onderzoek.   Regering blijft hangen in besluiteloosheid   De staatssecretaris beschreef ook de impasse binnen de Brusselse regering. Volgens haar besliste de regering reeds in april 2024 dat de luifel kan worden uitgevoerd, op voorwaarde dat Beliris de bijkomende kosten zou dragen via de federale budgetten (“bijakte 15”). Maar tot op vandaag wacht de regering nog steeds op een officieel antwoord van de minister van Mobiliteit over de besprekingen met federaal minister Quintin en het samenwerkingscomité van Beliris. Staatssecretaris Persoons : “Tot vandaag heeft mijn collega Van den Brandt geen officieel antwoord overgemaakt aan de regering, noch van het samenwerkingscomité, noch van minister Quintin,” verklaarde Persoons. “Er zou enkel mondeling aangegeven zijn dat er langs federale kant geen politieke wil is om met de budgetten van Beliris (bijakte 15) te schuiven, maar dat standpunt is nooit officieel bevestigd.”   Ondertussen is op 15 oktober wel nog een informeel overleg georganiseerd tussen Beliris, Brussel Mobiliteit, Urban, het architectenbureau Brut en de kabinetten van Persoons en Van den Brandt om “alternatieven” te bekijken — terwijl de werf ondertussen gewoon verdergaat zonder gepaste vergunning.   De klok tikt – €21,4 miljoen Europees geld op het spel   De Brusselse overheid riskeert bovendien een financiële tegenvaller:   €21,4 miljoen Europese middelen werden toegezegd voor de uitvoering van het project; Daarvoor moet de harde deadline van 30 juni 2026 voor de uitvoering van de werken worden gehaald; Elke maand vertraging vergroot bijgevolg het risico dat Brussel deze middelen verliest en zelf de kostprijs voor de heraanleg moet ophoesten.   Benjamin Dalle: “Het is totaal onbegrijpelijk dat Urban, Beliris en Brussel Mobiliteit elkaar tegenwerken, terwijl de klok tikt en tientallen miljoenen Europees geld op het spel staan.”   “ Deze werf is uitgegroeid tot een slechte soap. Na de gênante bedelbrief aan de Europese instellingen en het getouwtrek van de voorbije maanden tussen de bevoegde ministers moeten dringend knopen worden doorgehakt. Aangezien er geen middelen zijn voor de luifel, moet de Regering dat transparant communiceren en het plein zo snel mogelijk afwerken zonder luifel. ” Wat moet er nu gebeuren?   cd&v vraagt dat de regering eindelijk duidelijkheid schept.   Neem onmiddellijk een beslissing: komt de luifel er nog of niet? Dien onverwijld de wijzigingsvergunning in om te vermijden dat de werf in overtreding is en later alsnog moet worden geregulariseerd. Rond het project af om buurtbewoners, pendelaars en Europese instellingen eindelijk uit de overlast te halen.   “Deze werf is uitgegroeid tot een slechte soap,” besluit Dalle. “Na de gênante bedelbrief aan de Europese instellingen en het getouwtrek van de voorbije maanden tussen de bevoegde ministers moeten dringend knopen worden doorgehakt. Aangezien er geen middelen zijn voor de luifel, moet de Regering dat transparant communiceren en het plein zo snel mogelijk afwerken zonder luifel.”

bottom of page