Zoekresultaten
Search this site
620 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Mijn reactie op de Brusselse beleidsverklaring
Mijnheer de voorzitter, Mijnheer de minister-president, Leden van de regering, Beste collega's, Acht maanden geleden hebben zeven partijen de handen in elkaar geslagen, na meer dan zeshonderd dagen zonder regering. De Brusselaars hadden dringend nood aan een volwaardige regering met de juiste ambities. De juiste ambities, dat betekende voor cd&v de drugsproblematiek ernstig nemen, werk maken van een nette stad waar we opnieuw fier op kunnen zijn, Brusselse talenten benutten, tweetaligheid realiseren, een duurzame begroting gebaseerd op goed bestuur, en een overheid die in haar kerntaken investeert. Deze prioriteiten hebben we met cd&v in het regeerakkoord gekregen. We hebben samen het daarbij gevoegde meerjarentraject vastgelegd. En in maart hebben we de begroting 2026 goedgekeurd. Dat regeerakkoord is ons kompas. Wij zijn loyaal aan wat we samen hebben afgesproken. En precies daarom zijn we alert op elke plek waar we daarvan dreigen af te wijken. Mijnheer de minister-president, we hebben u onze prioriteiten voor de start van het conclaaf in herinnering gebracht. Vandaag geven we u graag onze eerste evaluatie mee: Onze inhoudelijke appreciatie van uw verklaring is positief. U heeft gisteren de juiste boodschap gegeven. De trendbreuk ten aanzien van het beleid van de vorige regering is ingezet. Maar we blijven voorzichtig omwille van de gebrekkige transparantie van de vandaag beschikbare gegevens. Daarom steunen we de richting, maar zullen we de beloften kritisch blijven toetsen aan de concrete begrotingskeuzes en -uitvoering. Ik wil graag ingaan op vijf prioriteiten die u bekend in de oren zullen klinken: Eén: gezonde financiën, met respect voor het afgesproken traject en met de eerste inspanning bij het overheidsapparaat zelf. Twee: de middenklasse en de gezinnen in Brussel houden. Drie: de investeringen in de kerntaken van het Gewest vrijwaren. Vier: meer Brusselaars aan het werk. En vijf: de manier waarop we besparen. Want ook dat bepaalt of de Brusselaar nog op zijn overheid kan rekenen. Prioriteit 1: gezonde financiën, het traject respecteren, eerst besparen op het overheidsapparaat Eerst het begrotingstraject. Het is een goede zaak dat het in het regeerakkoord afgesproken traject opnieuw wordt bevestigd: een tekort in 2027 van 719 miljoen euro en een begroting in evenwicht in 2029. Voor cd&v is dat de basis. Een gewest dat elke dag anderhalf miljoen euro aan intresten betaalt, meer dan een half miljard euro per jaar, heeft geen andere keuze. Ten tweede: cd&v heeft altijd gezegd: de eerste inspanning moet bij de Brusselse overheid zelf liggen. Bij de personeelskredieten, de ondersteunende diensten, de werkingskosten, de consultancy, het vastgoed en het kluwen van structuren. Niet bij de gezinnen, niet bij het middenveld. Het is een goede zaak dat deze logica wordt gevolgd. De richting is dus de juiste. Maar er ontbreekt één cruciaal element. Bij het regeerakkoord hebben we de goede praktijk ingevoerd om te werken met een budgettaire meerjarentabel, waarin inkomsten, uitgaven en maatregelen naast elkaar staan. Vandaag ontbreekt een geactualiseerde meerjarentabel volledig. Het begrotingstraject geloof je niet op het woord van de minister van Begroting: je moet het kunnen narekenen. Volgens de pers lag er tijdens het conclaaf zelfs geen volwaardig geconsolideerd overzicht op tafel. Een regering die honderden miljoenen moet besparen maar zelf niet over één sluitend overzicht beschikt, bestuurt blind. Mijnheer de minister-president, is dat budgettair amateurisme of een bewuste strategie van de minister van Begroting om mist en onduidelijkheid te creëren? Of een combinatie van beide? Hoe kunt u dan met vertrouwen zeggen dat het vooropgestelde traject zal worden gehaald? De waarheid is dat het parlement dit vandaag onmogelijk kan beoordelen. En ik stel me de vraag of de regering dat wel kan. Voor het conclaaf van dit weekend konden we lezen dat er een onverwacht gat in de begroting zat van 129 miljoen euro. Hier en daar kregen we informatie over hoe dit gat wordt gedicht. Bij de MIVB en Brussel mobiliteit worden uitgaven uitgesteld. Dat betekent een verschuiving van uitgaven, geen structurele besparing. Met de verkoop van de gebouwen aan de Hertogsstraat en de Regentlaan geeft u als minister-president het goede voorbeeld. Maar ook dat is een one shot operatie. Minister De Smedt zou 50 miljoen extra besparingen realiseren in de administratie. Maar op welke manier worden die gerealiseerd gelet op de reeds ambitieuze doelstellingen in het regeerakkoord? In de pers verschenen al vragen over uitgestelde investeringen en eenmalige ontvangsten. Laat me daarover vandaag duidelijk zijn. Het regeerakkoord zegt het zwart op wit: het traject wordt toegespitst op structurele maatregelen. Een gebouw verkopen of een investering uitstellen kan, maar het is geen structurele besparing. Wie daarmee structurele uitgaven dekt, sluit zijn begroting voor één jaar en schuift het probleem door naar het volgende. Dat zou geen ernstig begrotingswerk zijn, maar een goocheltruc. Daaraan zullen we de tabellen en ontwerpbegroting toetsen. Ik heb dan ook de volgende vragen: Kunt u een detail geven van de 129 miljoen extra maatregelen? Welke daarvan zijn structureel? Welke zijn eenmalig, en welke zijn gewoon een verschuiving naar later? Het meerjarentraject vraagt in 2027 op personeel 79 miljoen euro bijkomende besparingen bovenop wat in 2026 al werd gerealiseerd. U kondigt er 74 aan. Waar zit het verschil van ongeveer 5 miljoen, en hoe wordt het gecompenseerd? Kunt u aangeven hoeveel VTE daarvoor worden geschrapt via het moratorium. We lazen dat de plafonnering van de barema's op 29 jaar na overleg met de vakbonden niet wordt weerhouden. Die maatregel moest in 2026 6 miljoen en in 2027 9 miljoen euro opleveren. Hoe wordt dat gecompenseerd? Voor cd&v gebeurt dat binnen de personeelskredieten, en niet met tijdelijke ingrepen elders in de begroting. Dan de ontvangstenzijde. Het meerjarentraject rekent in 2027 op 15 miljoen euro bijkomende ontvangsten uit de tarieven van de MIVB. De tarieven zouden hervormd worden. In de realiteit zien we een beperkte verhoging van de individuele tickets en geen hervorming, ook niet van de jongeren- en seniorentarieven. Hoeveel brengt dit op en hoe wordt het tekort ten aanzien van de geplande 15 miljoen euro gecompenseerd. En wat betekent dat voor 2028 en 2029, wanneer de opbrengst volgens het meerjarentraject moest oplopen tot 20 miljoen euro? Andere ontvangsten zijn dan weer onzeker. Denk aan de belasting op de spelen en weddenschappen, waar de problemen rond de concessie van het casino van Brussel de verwachte meeropbrengst bedreigen. Brussel zou er goed aan doen de gecoördineerde hervorming te steunen die de andere gewesten voorstellen, met een geharmoniseerd tarief voor online gokken van 15 procent in plaats van de 11 procent die we vandaag toepassen. Er wordt gegoocheld met cijfers. Een belangrijke afspraak in het regeerakkoord was transparantie van de begroting en respect voor de regel van deugdelijk budgettair beheer. Onder meer zou het Brussels monitoringcomité effectief worden opgericht en een verslag afleveren. Kunnen we daarvan kopie krijgen? Onze vraag is dan ook eenvoudig: kunt u een geactualiseerde meerjarenplanning tot en met 2029 meegeven die zowel inkomsten als uitgaven realistisch inschat en die voor elke maatregel aangeeft of ze structureel of eenmalig is? Vervolgens prioriteit 2: de middenklasse en de gezinnen in Brussel houden De gezinnen en de middenklasse hebben de voorbije jaren al een flinke bijdrage geleverd. Voor cd&v is het een rode draad: wie in Brussel werkt, zorgt en verantwoordelijkheid neemt, moet daarin gesteund worden. Daarom zijn we blij met een aantal duidelijke engagementen. De kinderbijslag blijft op het huidige niveau. Dat is een recht van het kind, en voor cd&v altijd een rode lijn geweest: aan het basisbedrag en de indexering van de kinderbijslag wordt niet geraakt. In moeilijke tijden is het wezenlijk om dat op peil te houden. Elk kind, ongeacht rang of stand, verdient een goede startpositie in het leven. Er komen geen nieuwe besparingen op de dienstencheques. Dat is goed nieuws, collega's, want 2026 was al een duur jaar voor de Brusselaars. Wij rekenden uit dat de combinatie van de hogere prijs en de afgeschafte fiscale aftrek een gemiddeld Brussels huishouden op kruissnelheid 459 euro per jaar kost. Daar nog extra bovenop vragen, was voor ons uit den boze. De verdubbeling van de Be Home-premie gaat door in 2027. Dat is een goede maatregel, want ze richt zich precies op de Brusselaars die hier een eerste en enige woning bezitten en er zelf in wonen. Ze is dus erg gericht. Ook de renovatieleningen aan nultarief zijn een prima zaak. Ze bieden eindelijk opnieuw perspectief aan wie duurzaam wil renoveren, en zijn hopelijk het instrument waarmee we het Renolution-debacle achter ons kunnen laten. Rationeel groen beleid, in plaats van de niet gefinancierde sinterklaaspolitiek van de heer Maron in de vorige legislatuur. Toch wil ik twee punten aankaarten die wel degelijk een impact hebben op de gezinnen en de middenklasse. Het eerste is de hervorming van de vermindering van de onroerende voorheffing voor kinderen ten laste, van een proportioneel naar een forfaitair systeem. Dat is wel degelijk een besparing die in 2027 bij de gezinnen terechtkomt. Het is een belastingsverhoging voor gezinnen met kinderen in een ruimere woning. Het is geen geheim dat cd&v een zeer koele minnaar is van die maatregel. Ze was voor ons enkel verteerbaar op één voorwaarde: dat de opbrengst bij het gezinsbeleid blijft en wordt ingezet voor de financiering van de kinderbijslag. Kan de regering bevestigen dat dit ook zo in de begroting 2027 wordt ingeschreven? Het tweede is de verkeersbelasting. Ook daar is het nieuws minder rooskleurig dan het wordt voorgesteld. Neem de elektrische wagens. De verkeersbelasting mag voor hen dan wel verdwijnen, in de plaats komt een wegenvignet. Voor hen is dat ook een belastingverschuiving, eerder dan een vrijstelling van belastingen. Cd&v steunt een verlaging van de Brusselse autofiscaliteit, omdat die de gezinnen ten goede komt. Maar dan moet ze tegelijk gebeuren met de effectieve invoering van het vignet, en moet het systeem juridisch sluitend zijn, zeker vanuit Europeesrechtelijk oogpunt. Dat zijn we de Brusselaars verschuldigd. Wat is de timing, en hoe zeker is de opbrengst die in het traject is ingeschreven, in het bijzonder in het licht van het Europees recht? Vervolgens Prioriteit 3: de investeringen in de kerntaken vrijwaren Besparen is nodig, maar niet op wat de Brusselaar elke dag voelt: veiligheid, netheid, de strijd tegen drugs en dakloosheid, en de infrastructuur waarop deze stad draait. Voor cd&v zijn dat de kerntaken van het Gewest. De enveloppes die het conclaaf daarvoor heeft vastgelegd, moeten overeind blijven. En we stellen vast dat ze dat ook doen. In en rond de stations komt er in 2027 5 miljoen euro voor veiligheid, netheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. Dat is op koers zoals afgesproken, op weg naar de 10 miljoen euro uit het regeerakkoord. Het volgende Globaal Veiligheids- en Preventieplan 2027-2030 moet voor ons meer focussen op de kerntaken, met bijzondere aandacht voor drugspreventie. U kondigde aan dat Brussel eerstdaags een eigen gewestelijke drugscommissaris krijgt. Dat was een uitdrukkelijke vraag van cd&v, en we zijn blij dat u woord hebt gehouden. Belangrijk is dat deze nieuwe functie voldoende draagvlak en operationele middelen krijgt. Dat betekent ook een eigen budget in de begroting 2027. Een drugscommissaris is maar zo sterk als de ketenaanpak achter hem: preventie, veiligheid, behandeling en de aanpak van de sociale oorzaken. Voor 2027 moet werk worden gemaakt van de implementatie van het geïntegreerde drugsplan uit het regeerakkoord. Over dakloosheid zei u: "Aucun enfant ne doit dormir dans la rue à Bruxelles." Geen enkel kind mag in Brussel op straat slapen. Die ambitie delen we volledig. Maar ik hoop dat we nog ambitieuzer zijn: op termijn zou niemand in deze stad op straat moeten slapen. We wachten ongeduldig op het plan dat minister De Smedt tegen 21 juli had aangekondigd. Netheid is even essentieel. Tegen het einde van de legislatuur komen er honderdtwintig ondergrondse containers. Er komen gewestelijke netheidsbrigades, samen met de gemeenten en de politiezones, en een snelle interventie-eenheid. Onburgerlijk gedrag zal beter worden vastgesteld en strenger worden bestraft. Uitstekend. Mijn vraag: hoe wordt die strengere handhaving concreet georganiseerd: via hogere boetes, meer controles en/of een hogere inningsgraad? Want wie sluikstort, moet voelen dat het hem iets kost. Dan de kerninfrastructuur. Tegen november wordt een meerjarig investeringsplan voor de bruggen, tunnels en viaducten ingediend. Daar zijn we al lang vragende partij voor, zeker nadat we dit jaar erop gewezen hebben dat heel wat van onze bruggen in zorgwekkende staat zijn. Het is goed dat er eindelijk een nieuw plan komt, met de renovatie van de Baljuw- en de Vleurgattunnel. Maar ik heb ook enkele concrete vragen. Komt de renovatie van de Belliardtunnel er? Hoe zit het met de bruggen en viaducten? Welke zitten in het plan, en volgens welke prioriteiten? Het meerjarentraject voorziet 40 miljoen euro voor de heraanleg van de gewestwegen en de openbare ruimte, en 50 miljoen euro voor bruggen, viaducten en tunnels. Blijven beide investeringsbudgetten in 2027 behouden en kan een tipje van de sluier opgelicht worden over welke projecten gerealiseerd worden? Ik stel die laatste vraag niet toevallig. In budgettair moeilijke tijden durft men nogal eens gebruik te maken van onderbenuttingen, of stelt men investeringen uit. Een investering die je uitstelt, is geen besparing: ze komt later terug, en vaak duurder. Tot slot de tweetaligheid. Ook dat is een essentiële troef, voor werk en voor de kwaliteit van onze openbare diensten. Vanaf 2027 gaat er jaarlijks 2 miljoen euro naar een Masterplan Tweetaligheid, om het gebruik van het Frans en het Nederlands te versterken in onze administraties, onze lokale besturen en onze ziekenhuizen. Dat was een prioriteit van cd&v en we zijn blij dat het er komt. Het is belangrijk dat dit planmatig wordt aangepakt en dat die 2 miljoen euro naar nieuw beleid gaat. Prioriteit 4: meer Brusselaars aan het werk De regering legt zich een duidelijk doel op: een werkzaamheidsgraad van 70 procent tegen 2030, of 50.000 Brusselaars extra aan het werk. Dat waren ook de ambities die cd&v aan de onderhandelingstafel verdedigde. Ze zijn niet alleen sociaal belangrijk. Ze zijn ook cruciaal voor gezonde en duurzame financiën, maar ook voor het evenwicht van het Gewest op sociaal en persoonlijk vlak. Helaas zit de wind niet mee: vandaag nog kwam uit dat we voor het eerst sinds 10 jaar meer dan 100.000 werklozen hebben in Brussel. Het is dus alle hens aan dek dit jaar om inzake groeibeleid en jobcreatie van woorden naar daden te gaan. Dat Actiris zich opnieuw toespitst op zijn kerntaak, juichen we toe. Zeven op de tien medewerkers op het terrein, bij de werkzoekenden, en iedereen die zich inschrijft wordt binnen de vijftien dagen ontvangen. Dat is precies wat we moeten doen. Een derde positief punt. In de eerste helft van 2027 zal een overeenkomst tussen Actiris en het RIZIV toelaten om arbeidsongeschikte mensen sneller naar werk te begeleiden. Dat is goed nieuws, zeker in het licht van de federale hervormingen. Maar wat is de ambitie van Brussel? Hoeveel terug-naar-werktrajecten willen we per jaar realiseren? Maar dan de financiële aspecten van het arbeidsmarktbeleid: Het meerjarentraject rekent vanaf 2027 op 40 miljoen euro terugverdieneffecten van een groei- en jobstrategie, oplopend tot 80 miljoen in 2029. Kunt u preciseren op welke terugverdieneffecten de regering concreet rekent in 2027, en hoe ver we daarmee staan? Het begrotingsconclaaf legde voor het werkgelegenheidsbeleid een inspanning vast van 40 miljoen euro in 2026 en 55 miljoen in 2027, om tegen 2029 geleidelijk 75 miljoen te bereiken. In 2027 wordt dus 15 miljoen euro extra bespaard. Waar zoekt u de inspanningen exact? Voor ons kan er niet bespaard worden op goed functionerende partnerschappen met actoren van het middenveld. Zij slagen erin om echt rond tewerkstelling te werken, dat mensen die ver van de arbeidsmarkt staan begeleidt en hen een traject op maat aanbiedt. Na de besparingen van dit jaar is voor ons de grens van wat haalbaar toch heel dichtbij. Over de GECO’s - les ACS - hebben we niets gehoord. Zowat 270 miljoen euro tewerkstellingssteun, waarvan de effectiviteit als tewerkstellingsinstrument al jaren in vraag wordt gesteld, blijft dus onaangeroerd? Ik begrijp dat niet. Begrijp me goed. Ik deel de mening dat veel van die middelen vandaag een ander nobel doel dienen: ze ondersteunen ons middenveld en onze verenigingen. Een sanering moet dus zeer bedachtzaam gebeuren, gefaseerd en draagbaar voor de sectoren. Maar de hervorming die nodig is, namelijk die middelen eindelijk echt structureel verankeren voor het middenveld, daar zie ik geen begin van. Prioriteit 5: hoe we besparen: goed bestuur en respect voor de Brusselaars Mijn laatste prioriteit gaat niet over hoeveel we besparen, maar over hoe. Eerst het middenveld. Het meerjarentraject voorzag na de besparingen van 2025 en 2026 geen verdere besparingen op de facultatieve subsidies. Blijft dat engagement gewaarborgd? Voor cd&v is het duidelijk: de besparingen mogen niet worden doorgeschoven naar de organisaties van het middenveld of naar private partners. En dan iets wat voor cd&v minstens even zwaar weegt: goed bestuur en een betrouwbare overheid. Elk jaar leggen de verpleegkundigen en vroedvrouwen van Wheel of Care in Brussel zo'n tienduizend huisbezoeken af, onder meer bij jonge moeders in het opvangcentrum Klein Kasteeltje. Hun subsidiejaar begon op 1 juni. Op 22 september moest de bevoegde minister in dit parlement toegeven dat er voor 2026 nog geen subsidie was goedgekeurd. Vier maanden zorg verlenen, zonder te weten of de overheid daarvoor zal betalen. Wheel of Care is geen uitzondering. Een veertigtal verenigingen die daklozen, mensen met een verslaving en slachtoffers van geweld bijstaan, wachtten tot augustus op uitsluitsel over hun middelen voor dit jaar. Op 1 april hoorden werkgevers van Actiris dat 147 gesco-banen werden opgezegd, 77 daarvan bij vzw's. Op 27 april volgde een brief: alles werd teruggedraaid. En wie zijn woning renoveerde en op een Renolution-premie rekende, zag het budget in mei 2025 opgebruikt. Bijna 2.000 dossiers, samen goed voor zo'n 29 miljoen euro, bleven liggen. Wie zo bestuurd wordt, kan niet plannen, niet aanwerven en niet investeren. Dit zijn geen losse incidenten, het is een patroon. En de regering erkent dat zelf. U zei het in juli, mijnheer de minister-president: "Zeker voor de subsidies uit 2025 hadden we een betere oplossing moeten vinden." Dat siert u. Maar het betekent ook dat Brussel niet alleen een begrotingsprobleem heeft. Het heeft ook een betrouwbaarheidsprobleem. Niemand vraagt dat Brussel niet bespaart. Maar besparen en betrouwbaar besturen sluiten elkaar niet uit. Een tijdige en gemotiveerde "nee" op een subsidieaanvraag is beter dan maandenlang stilte. Veel van dat werk, van thuiszorg tot daklozenopvang, draait op subsidies die in het begrotingsjargon "facultatief" heten. Voor wie erop rekent, zijn ze dat allesbehalve. Wie afhankelijk is van een beslissing van de overheid, moet weten waar hij aan toe is. Dat geldt voor een vroedvrouw, voor een daklozenopvang, voor een gezin dat zijn woning renoveert, maar evengoed voor een ondernemer die wil investeren in Brussel. Wat er moet gebeuren, is niet ingewikkeld. Beslis over terugkerende subsidies vóór het werkjaar begint, en betaal binnen vaste termijnen. Geef structureel werk een meerjarige overeenkomst in plaats van een jaarlijkse gok. Motiveer elke beslissing, ook een negatieve. En geef burgers spelregels die niet halverwege de match veranderen, met overgangsperiodes en een loket dat de telefoon opneemt. De begroting 2027 wordt nu opgemaakt. Laat 2027 het jaar zijn waarin een vereniging bij de start van haar werkjaar weet waar ze aan toe is, en waarin een premie of een regel morgen nog hetzelfde betekent als vandaag. Slot Mijnheer de minister-president, collega's, Ons oordeel is dus helder. We zien de rode draad, herkennen onze krijtlijnen: het begrotingstraject, de hervorming van het overheidsapparaat, veiligheid en netheid, essentiële infrastructuur, de drugscommissaris, het Masterplan Tweetaligheid en de focus van Actiris op zijn kerntaken. Maar op meerdere punten blijft de verklaring onvolledig – of anders gezegd: een kans om het nog beter te duiden en te doen. Onze steun voor de koers gaat daarom samen met duidelijke begrotingsvoorwaarden en parlementaire controle. Ik vat nog eens samen. Cd&v vraagt vijf dingen. Het traject naar een begroting in evenwicht in 2029 integraal respecteren, met structurele maatregelen en niet met eenmalige ontvangsten of uitgestelde investeringen. De gezinnen en de middenklasse beschermen. De kerntaken en de noodzakelijke investeringen vrijwaren. Meer Brusselaars aan het werk helpen, met hervormingen die die naam waardig zijn. En besparen op een manier die de Brusselaars en hun verenigingen opnieuw vertrouwen geeft in hun overheid. Elke afwijking van wat we in het conclaaf hebben afgesproken, moet binnen die logica passen en binnen hetzelfde traject worden gecompenseerd. U sloot uw verklaring af met een zin die in het Frans en in het Nederlands net iets anders klonk. In het Frans: "Vous nous aviez demandé de vous rendre des comptes. Nous le ferons, jour après jour." In het Nederlands: "U hebt me gevraagd om de rekeningen op orde te zetten en Brussel te besturen." Wel, mijnheer de minister-president, wij vragen allebei. De rekeningen op orde, én rekenschap, dag na dag. Dat is geen wantrouwen. Dat is de rol van een parlement, ook van een meerderheid. Monsieur le Ministre-Président, vous pouvez compter sur le cd&v pour vous aider à garder le cap, non pas du simple consensus mou mais des choix forts. Nous resterons vos alliés pour une Région sûre, propre et prospère, où chaque personne qui travaille, qui prend soin des autres et qui assume ses responsabilités est soutenue. Mais nous resterons aussi exigeants. Parce que les Bruxellois doivent pouvoir compter sur leur Région, sur son gouvernement, sur des services efficaces et sur la promesse que cela ira mieux demain – « morgen beter », comme on dit au cd&V. Of, om in het Nederlands af te sluiten: wij steunen deze regering zolang ze Brussel veiliger, properder en welvarender maakt en mensen die werken, zorgen en verantwoordelijkheid opnemen opnieuw centraal zet. Ik dank u.
- Mensenrechten, mediavrijheid en onderwijs: mijn week bij de Raad van Europa
Goedgevulde week bij de Raad van Europa in Straatsburg. Deze week nam ik in Straatsburg deel aan de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa (PACE). Op de agenda: de verkiezing van een nieuwe rechter voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, mijn rapport over mediavrijheid en een nieuwe opdracht rond het recht op onderwijs in Gaza. Rechters voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens Als eerste Belg zetel ik in het ‘Committee on the Election of Judges to the European Court of Human Rights’. Deze commissie beoordeelt de kandidaten voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en bereidt hun verkiezing door de Parlementaire Vergadering voor. Die verkiezing is een van de belangrijkste bevoegdheden van PACE. Tijdens een vergadering met het Bureau van het Hof spraken we over de selectie van rechters, hun statuut en de duur van hun benoeming. Het zijn belangrijke voorwaarden voor een onafhankelijk Hof dat de mensenrechten beschermt. Deze week verkozen we ook Svjetlana Milišić-Veličkovski tot rechter voor Bosnië en Herzegovina. Verder werken aan mediavrijheid Als rapporteur werk ik aan een rapport over een nieuwe Europese conventie rond mediavrijheid. In het ‘Committee on Culture, Science, Education and Media’ bespraken we het informatiememorandum dat ik daarvoor opstelde. Daarbij gingen we in gesprek met drie experten: Aneta Gonța, voorzitter van de Moldavische Audiovisuele Raad, Mark D. Cole, hoogleraar media- en telecommunicatierecht aan de Universiteit van Luxemburg, en Andrei Richter, hoogleraar en onderzoeker aan de Comenius Universiteit in Bratislava en gastprofessor aan de Karelsuniversiteit in Praag. Hun inzichten neem ik mee in het verdere werk. Het doel is om het rapport tegen begin volgend jaar af te ronden, met voorstellen voor een betere bescherming van vrije en onafhankelijke media. Nieuwe opdracht rond onderwijs in Gaza Daarnaast werd ik verkozen tot rapporteur voor het rapport ‘Protecting the right to education in Gaza’. Daarmee krijg ik de opdracht om te onderzoeken hoe het recht op onderwijs van kinderen en jongeren in Gaza beter beschermd kan worden. Onderwijs geeft kinderen kansen om hun toekomst op te bouwen. Ook in de bijzonder moeilijke omstandigheden in Gaza moet dat recht onze aandacht blijven krijgen. De komende maanden werk ik dit dossier verder uit. Klimaat en het recht op een gezonde leefomgeving Naast deze werkzaamheden woonde ik debatten en toespraken bij over uiteenlopende thema’s. Een van de hoogtepunten was het debat over klimaat en het recht op een gezonde leefomgeving. De jonge Belg Benjamin Van Bunderen Robberechts bracht er een sterke getuigenis. De Parlementaire Vergadering pleitte voor de uitwerking van een juridisch bindend instrument dat het recht op een gezonde leefomgeving erkent. Een belangrijk onderwerp dat ook de komende tijd op de agenda blijft staan. Het was een week met veel gesprekken en nieuwe inzichten. Nu volgt het verdere werk aan de rapporten en de opvolging van de besproken dossiers. Later meer hierover…
- Brusselse ketjes verdienen dezelfde kwaliteitsvolle opvang als de kinderen in Vlaanderen.
Uit onderzoek van BRUZZ en Knack naar de Brusselse kinderopvang, blijkt dat verschillende Nederlandstalige crèches met kwaliteitsproblemen kampen. Daarom vraag ik meer preventieve ondersteuning. Crèches moeten sneller hulp krijgen, nog vóór problemen escaleren. Brusselse kinderen verdienen dezelfde kwaliteitsvolle opvang als kinderen in Vlaanderen. De kwaliteitsnorm moet overal dezelfde zijn. Tegelijk moeten we crèches extra ondersteunen wanneer de omstandigheden moeilijker zijn. Problemen met het Nederlands en buitenspelen De cijfers tonen waar het onder meer misloopt. Bij de helft van de crèches waarvoor de Zorginspectie een handhavingsadvies gaf — een duidelijk signaal dat ingrijpen nodig is — waren er ook problemen met de kennis van het Nederlands. Daarnaast scoort bijna één op de drie Brusselse crèches onvoldoende op buitenspelen. Voldoende buitenruimte is in Brussel niet altijd vanzelfsprekend. Toch mag dat niet betekenen dat kinderen minder kansen krijgen om buiten te spelen. Deze cijfers gaan niet alleen over regels en inspectieverslagen, maar gaan ook over de dagelijkse omgeving waarin jonge kinderen opgroeien, spelen en Nederlands leren. Net in die eerste levensjaren moet de kwaliteit van de opvang vooropstaan. Crèches sneller helpen We mogen niet wachten tot problemen zo groot worden dat ze tot sancties of sluitingen leiden. Daarom moet er meer ondersteuning beschikbaar zijn op de werkvloer. Het gaat onder meer om taalcoaching voor medewerkers, praktische begeleiding en hulp bij gebouwen en buitenruimte. Deze hulpmiddelen moeten beschikbaar zijn vóór problemen escaleren. Dezelfde norm voor iedereen, maar extra ondersteuning waar de omstandigheden moeilijker zijn. Een sterkere rol voor de VGC De Vlaamse Gemeenschapscommissie kan een sterkere rol opnemen in de ondersteuning van de Nederlandstalige kinderopvang in Brussel. De VGC staat dicht bij de Brusselse crèches en kan helpen om hun noden sneller in kaart te brengen en de ondersteuning beter te organiseren. De kwaliteitsproblemen zijn duidelijk. Nu moeten we ervoor zorgen dat crèches ook de hulp krijgen om ze aan te pakken. Want elk kind verdient kwaliteitsvolle opvang. Ook in Brussel.
- We moeten snel werk maken van één geïntegreerde aanpak tegen het drugsgeweld
Brussel werd de voorbije weken opnieuw geconfronteerd met zwaar drugsgeweld. Schietpartijen volgden elkaar in snel tempo op in onder meer Anderlecht, Sint-Gillis en Molenbeek. Volgens de meest recente cijfers van het Brussels parket vonden dit jaar al 69 schietpartijen plaats. Een politiecommissariaat in Anderlecht werd met een oorlogswapen beschoten. In de voorgevel van het commissariaat en de onmiddellijke omgeving werden twaalf kogelinslagen vastgesteld. De gebeurtenissen tonen hoe ernstig de situatie is en hoe groot het risico voor onschuldige Brusselaars wordt. Belangrijke eerste maatregelen Er werden een aantal noodzakelijke maatregelen genomen. Zo komt er één operationeel commando voor de zes Brussels politiezones. Daarnaast worden extra federale agenten ingezet, komen er twintig mobiele camera’s en wordt de informatiedeling via Safe.brussels versterkt. Ik beschouw dit als essentiële eerste stappen. Ze moeten ervoor zorgen dat de politie sneller en gerichter kan optreden. Deze noodmaatregelen mogen echter geen tijdelijke reactie mogen blijven tot de volgende geweldsgolf. Het geweld verplaatst zich Voor de zomer bleek uit het antwoord op een van mijn eerdere parlementaire vragen dat 63% van de schietpartijen in 2026 buiten de achttien erkende drugshotspot plaatsvond. Het drugsgeweld beperkt zich dus niet tot een aantal vaste wijken. Wanneer de druk op één plaats wordt verhoogd, kunnen criminele netwerken hun activiteiten verplaatsen. Onze aanpak moet zich daarom voortdurend aanpassen aan de situatie op het terrein. Ik vraag dat de bestaande hotspotstrategie snel wordt geëvalueerd en bijgestuurd. Daarbij is niet alleen aandacht nodig voor politieoptreden, maar ook voor vervolging, preventie en gezondheidszorg. Een drugscommissaris met voldoende slagkracht Daarom heb ik minister-president Boris Dilliès in het Brussels Parlement gevraagd om geen tijd te verliezen met de aanstelling van een Brusselse drugscommissaris. De selectieprocedure loopt, er zijn 11 kandidaten en de nieuwe commissaris zou in oktober aan de slag moeten gaan. De drugscommissaris moet een duidelijk mandaat en voldoende slagkracht krijgen om de verschillende overheden en diensten beter te laten samenwerken. Een eerste belangrijke opdracht is de opmaak van één geïntegreerd Brussels drugsplan. Politie, justitie, preventie en gezondheidszorg functioneren vandaag nog te vaak naast elkaar. Ook de aanpak van criminele geldstromen en de rekrutering van jongeren door drugsnetwerken moeten deel uitmaken van hetzelfde plan. Politie-inzet alleen volstaat niet wanneer onderzoek, vervolging, strafuitvoering en preventie onvoldoende volgen. De eerste maatregelen zijn aangekondigd. Nu komt het erop aan ze zo snel en zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Brusselaars hebben geen boodschap aan discussie over bevoegdheden. Elk niveau moet zijn verantwoordelijkheid opnemen en samenwerken aan veilige Brusselse straten.
- Onderzoekscommissie Anderlechtse Haard: "Een sociale woning mag nooit meer een gunst zijn, maar moet altijd een recht zijn"
Het Brussels Parlement heeft de werkzaamheden van de parlementaire onderzoekscommissie naar de onregelmatigheden bij de Anderlechtse Haard afgerond. Na 143 uur vergaderen en een vijftigtal getuigenissen ligt er een pakket van 26 aanbevelingen dat de sociale huisvesting in Brussel grondig moet bijsturen. Ik volgde de discussies en maak deze balans op nu de werkzaamheden zijn afgerond. Waar dit debat echt over gaat Op 20 mei zond de VRT de Pano-reportage over de Anderlechtse Haard uit. De reportage legde een systeem bloot van cliëntelisme, machtsmisbruik en vriendjespolitiek. Dit debat gaat niet over een voorzitter of over een sociale huisvestingsmaatschappij. Het gaat over de meer dan 60.000 Brusselse gezinnen die veel te lang wachten op een sociale woning. Zij moeten kunnen rekenen op een eerlijke en gelijke behandeling van hun aanvraag. Uit deze zaak blijkt dat het in dit gewest nuttig is om politieke contacten te hebben. Dat is onaanvaardbaar. Zes vaststellingen die voor cd&v niet ter discussie staan Hoewel het eindrapport zelf geen formele vaststellingen bevat – volgens ons een gemiste kans, mee te verklaren door het lopende gerechtelijk onderzoek en het zwijgrecht van sommige getuigen – noteer ik op basis van de hoorzittingen zes conclusies die volgens ons vandaag niet meer ter discussie staan. Ten eerste was er het hypervoorzitterschap: vrijwel alle getuigen schetsten een voorzitter die, samen met enkele getrouwen, alle belangrijke beslissingen naar zich toe trok, van de toewijzing van sociale woningen tot overheidsopdrachten, aanwervingen en ontslagen. Ten tweede functioneerde het gepolitiseerde afwijkingscomité vijf jaar lang als feitelijk beslissingsorgaan voor voorrangsdossiers. Eén cijfer blijft daarbij hangen: in oktober 2024, de verkiezingsmaand, gebeurden 116 toewijzingen, waarvan er 59 passeerden via het afwijkingscomité van 10 oktober, drie dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen. De derde: de beïnvloeding zat stroomopwaarts, in de informele fase waarin een dossier wordt opgebouwd, precies daar waar geen enkele controle bestaat. De controleketen is formeel sluitend, maar in de feiten blind. Ten vierde schoot het toezicht tekort: de voogdij van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) was zwak, de politieke voogdij compleet afwezig. Ten vijfde bleek de toegang tot de gewestelijke databank met de wachtlijst poreus: de voorzitter en zijn secretaresse consulteerden die te pas en te onpas. En ten slotte is er de menselijke tol: op twee jaar tijd werd bijna 10% van het personeel ontslagen. Als parlementslid sprak ik de erkenning uit voor wie de omerta doorbrak: de klokkenluiders, de personeelsleden en huurders die vaak met persoonlijk risico kwamen getuigen, en de Pano-journalisten wier werk beantwoordt aan de hoogste deontologische standaarden. De cd&v-accenten in de aanbevelingen cd&v steunt het volledige pakket van 26 aanbevelingen en drukte er zelf een duidelijke stempel op. Vier punten waar we sterk op hebben aangedrongen, zijn binnengehaald. Eén: een gradueel sanctiekader. Vandaag heeft de voogdij enkel de keuze tussen een vermaning en de atoombom van de speciaal commissaris. Voortaan beschikt zij over een volwaardig getrapt instrumentarium, een rechtstreeks antwoord op de vaststelling dat er jarenlang te laat en te zwak werd ingegrepen. Twee: een strikte scheiding tussen de strategische rol van de raad van bestuur en de operationele rol van de directie, verankerd in de Huisvestingscode. Individuele dossiers, personeelszaken en leverancierscontacten behoren voortaan exclusief tot de directie. Had dit kader bestaan, dan had een hypervoorzitterschap zoals bij de Anderlechtse Haard geen ruimte gekregen om te gedijen. Drie: sterkere en onafhankelijkere sociaal afgevaardigden en maatschappelijk assistenten. Hun controle wordt uitgebreid tot alle woonbewegingen, dus ook mutaties en transfers, en de sociaal assistenten komen onder de centrale dienst voor maatschappelijke begeleiding van sociale huurders (SASLS), weg van lokale druk. Zo kunnen ze niet langer geïnstrumentaliseerd worden. Vier: de volledige depolitisering van de toewijzingen. Er komt een absoluut toegangsverbod tot de wachtlijst voor politieke mandatarissen, hun medewerkers en bestuurders, met volledige traceerbaarheid van elke raadpleging en een alarmsysteem bij misbruik. Geen enkele brief over een woning wordt nog ondertekend door een politiek mandataris. Politieke tussenkomsten in toewijzingsdossiers worden verboden, gekoppeld aan een meldplicht en een robuuste klokkenluidersbescherming. Het echte werk begint nu Is het pakket perfect? Nee. cd&v had op punten verder willen gaan: op termijn moet het huisvestingsbeleid echt op gewestelijk niveau worden gevoerd, met een einde aan de versnippering over zestien maatschappijen. Een van de aanbevelingen stelt alvast een studie naar een structurele hervorming van de sector in het vooruitzicht. Het parlement heeft zijn huiswerk gedaan. Nu is het aan de regering om de aanbevelingen om te zetten in ontwerpen van ordonnanties, een aangepast huurbesluit en nieuwe beheersovereenkomsten. cd&v vraagt een regelmatige parlementaire opvolging van de uitvoering, met de jaarlijkse rapportering van de BGHM aan het parlement als vast ankerpunt. De maatstaf is voor ons eenvoudig: "Het gezin dat al jaren op zijn beurt wacht, moet er zeker van kunnen zijn dat die beurt niet kan worden afgenomen met een telefoontje naar de juiste voorzitter. Een sociale woning in Brussel mag nooit meer een gunst zijn, maar moet altijd een recht zijn: objectief, transparant en gelijk voor iedereen."
- Metro 3: 24 aanbevelingen om te garanderen dat dit nooit meer gebeurt
Het Brussels Parlement heeft de werkzaamheden van de bijzondere commissie over het Metro 3-project afgerond. Na maandenlange hoorzittingen met ingenieurs, ambtenaren, bestuurders, handelaars en verenigingen keurde het parlement een reeks vaststellingen en 24 aanbevelingen goed. Waarom deze commissie er kwam Het startpunt was het ontluisterende rapport van het Rekenhof van oktober vorig jaar: het Metro 3-project was slecht gepland, zwak gemanaged en financieel onhoudbaar. Cd&v trok mee aan de kar om deze bijzondere commissie op te richten. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar om te begrijpen hoe het zover is kunnen komen en vooral om ervoor te zorgen dat het gewest zoiets nooit meer meemaakt. Want laten we niet vergeten voor wie we dit doen: voor de bewoners en handelaars van de Stalingradwijk, die al jaren naast een stilgevallen werf leven, en voor de tienduizenden Brusselaars in het noorden aan wie een metro werd beloofd die er niet komt. Vijf vaststellingen Uit de hoorzittingen distilleerde cd&v vijf kernvaststellingen. Ten eerste: er stond niemand echt aan het roer. De bevoegdheden waren versnipperd tussen de MIVB, Beliris, Brussel Mobiliteit en de regering, zonder een duidelijk aangestelde eindverantwoordelijke. De structuur liet geen ruimte om de vraag te stellen of het project moest doorgaan, tegen welke prijs en of er alternatieven waren. Als niemand die vraag stelt, wordt ze ook niet beantwoord. Ten tweede: de financiering was ontoereikend. Beliris werkte met een risicoprovisie van 10%, zoals bij een doorsneeproject, terwijl dit de grootste bouwplaats van het gewest was. Toen Benjamin Dalle begin 2024 de vorige regering ondervroeg over de financiering van dit project van 4,7 miljard euro, luidde het antwoord dat een publiek-private samenwerking alles zou oplossen. Vandaag weten we beter: wie wil dat een PPS slaagt, moet die jaren op voorhand voorbereiden, niet op het laatste moment. Dat was onbehoorlijk bestuur. Ten derde: structurele keuzes werden gemaakt zonder voldoende vooronderzoek. Het pijnlijkste voorbeeld is het Zuidpaleis, waar pas na de start van de werken bleek dat de draagkrachtige kleilaag niet op 18, maar op 24 meter diepte zat. Daardoor moesten de funderingspalen een derde langer worden. Ten vierde: de erfgoedanalyse kwam veel te laat. De experts van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen stelden vast dat de erfgoedkwestie pas aan bod kwam bij de vergunningsaanvragen, terwijl het tracé dwars door het negentiende-eeuwse stadsgedeelte loopt. Ten vijfde: de buurt betaalde de prijs. De economische en sociale gevolgen voor handelaars en bewoners rond het Zuidstation werden stelselmatig onderschat. Vergoedingen moesten achteraf worden bevochten, in plaats van vooraf goed geregeld te zijn. Tegenover die vaststellingen staat één belangrijke bevestiging: de mobiliteitsbehoefte in het noorden van het gewest is reëel. Tram 55 was al verzadigd nog voor het project goed en wel begonnen was. Goed bestuur als rode draad Cd&v steunt het pakket van 24 aanbevelingen voluit. De rode draad is precies waar de partij voor staat: goed bestuur. Vier elementen springen eruit. Eén: er komt voortaan een kapitein aan boord. Elk groot infrastructuurproject krijgt één aansturende instantie, met een projectdirecteur die verantwoording aflegt aan de regering en het parlement en knopen kan doorhakken. Twee: geen start zonder sluitende financiering. Voor de opstart moet vaststaan dat de overheid het volledige project kan dragen, inclusief de voorspelbare risico’s en over de regeerperiodes heen. Drie: een waarschuwingsplicht en een go/no-go-mechanisme. Bij een forse kostenstijging, een grote vertraging of gewijzigde uitgangspunten volgt een formele herbeoordeling. De vraag of een project moet doorgaan, zal voortaan wél worden gesteld. Vier: onafhankelijke en volledige studies vóór de keuzes. Geen gunning meer zonder afgeronde geotechnische, erfgoed- en milieustudies. Ook de sociaaleconomische studie en de vergoedingsregeling moeten vastliggen vóór de eerste spadesteek. Perspectief voor de Stalingradwijk en het noorden van Brussel De commissie keek terug, maar met de aanbevelingen kijken we vooruit. Voor de Stalingradwijk en het station Toots Thielemans worden de werken op het zuidelijke traject afgewerkt. De tunnel aan het Grondwetplein zal dienstdoen als tramverbinding. Over de invulling van het Zuidpaleis moet snel duidelijkheid komen, in de eerste plaats voor de sportclubs, verenigingen en handelaars. Voor de inwoners van het noorden van Brussel is de teleurstelling groot. Maar dit is geen eindpunt. Er ligt een duidelijk engagement om het openbaar vervoer naar het noorden te versterken, te beginnen met tram 55. De commissie vraagt om de wenselijkheid, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van het traject richting Bordet grondig te herbeoordelen voordat er opnieuw wordt beslist. Dat studiewerk moet tijdig uitmonden in middelen en ingrepen op het terrein, want de bewoners hebben geen boodschap aan eindeloze studies. De maatstaf is eenvoudig: de reiziger die ’s morgens in Schaarbeek op een overvolle tram 55 stapt, moet erop kunnen rekenen dat de belofte van beter openbaar vervoer dit keer wordt waargemaakt. En de handelaar aan de Stalingradlaan moet erop kunnen vertrouwen dat een overheidswerf zijn zaak nooit meer jarenlang kan gijzelen zonder dat iemand verantwoordelijkheid draagt. Cd&v zal de uitvoering van de aanbevelingen aan die dubbele maatstaf toetsen.
- Sober alternatief voor luifel op komst voor kaal Schumanplein
Brussels minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt heeft in het Brussels Parlement gesteld dat het plein “niet kan en zal blijven zoals het er vandaag bij ligt” en bevestigd dat er gewerkt wordt aan een alternatief voor de geschrapte luifel op het Schumanplein. Dat alternatief zal volgens de minister “eenvoudiger” en “soberder” zijn, maar het plein “hoeft niet kaal en grijs te zijn zoals vandaag”. Nog dit jaar moet een aanvraag tot wijziging van de stedenbouwkundige vergunning worden ingediend. “Het is goed dat de minister erkent dat het huidige resultaat geen eindpunt kan zijn”, zegt Dalle. “Hopelijk beseft iedereen in de regering dat Brussel vandaag geen 13 miljoen euro moet uitgeven aan een spectaculaire luifel. Maar het alternatief mag ook niet zijn dat we in het hart van de Europese wijk achterblijven met een peperdure kale en bloedhete vlakte.” De geplande monumentale luifel, die het plein karakter en schaduw moest geven, wordt niet uitgevoerd binnen de huidige werf. Volgens minister Van den Brandt besliste Beliris om zonder luifel verder te werken om de Europese middelen voor het project niet in gevaar te brengen. De Europese financiering zou intussen gewaarborgd zijn. Tegelijk bevestigde de minister dat er nog geen antwoord is gekomen op de vraag aan de Europese instellingen om bijkomende middelen te voorzien. Voor cd&v moet de regering nu pragmatisch handelen. “We hebben geen nieuwe miljoenenluifel nodig om van het Schumanplein een leefbare plek te maken.”, aldus Dalle. “Maar mensen moeten er wel kunnen zitten, schaduw vinden en beschermd zijn tegen hitte en regen. Denk aan kwalitatieve zitbanken, grote plantenbakken, extra groen waar technisch mogelijk en eenvoudige schaduwstructuren op plaatsen waar mensen effectief verblijven.” Dalle wijst erop dat de minister zelf erkent dat het plein vandaag met grote technische beperkingen kampt. Onder het Schumanplein bevinden zich tunnels en op sommige plaatsen is er slechts ongeveer 30 centimeter grondbedekking. Klassieke bomen in volle grond zijn daardoor moeilijk. “Precies daarom moeten we creatief zijn. Als vollegrond niet kan, onderzoek dan bovengrondse vergroening, lichte structuren en betaalbare oplossingen die de verblijfskwaliteit verbeteren. Het Schumanplein ligt op een van de meest symbolische plaatsen van Brussel en Europa. Dan mogen we geen genoegen nemen met een stenige vlakte waar je tijdens een hittegolf bij wijze van spreken een ei op kan bakken. De dure luifel hoeft er voor ons niet te komen, maar een leefbaar plein wel. De Brusselse regering moet snel werk maken van het alternatief, zodat dit eindelijk een leefbaar plein wordt.”, besluit Dalle.
- Voorzitter Raad VGC kondigt Beraad van Brusselaars aan: “Niet over ons, maar met ons”
Op 11 juli wordt in Brussel de Vlaamse, Nederlandstalige Gemeenschap in al haar diversiteit gevierd. Over de hele stad brengen activiteiten, concerten, ontmoetingen en feestelijkheden Nederlandstalige Brusselaars en Brussel-liefhebbers samen in de stad. Tijdens de 11 juliviering van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zette de voorzitter van de Raad, Benjamin Dalle, de kracht van het Nederlandstalige netwerk in Brussel centraal. “Dát is de Vlaamse Gemeenschap in Brussel anno 2026. Een levend, divers en open netwerk van ontmoeting en verbinding. Met voorzieningen en organisaties die voor 100.000-en Brusselaars elke dag het verschil maken.” Dat netwerk is volgens de voorzitter het resultaat van decennialange inzet van het Nederlandstalige onderwijs, welzijn, cultuur, kinderopvang, de gemeenschapscentra, verenigingen en vele andere organisaties en vrijwilligers. Tegelijk waarschuwde hij dat een aantal verworvenheden vandaag opnieuw onder druk staan. Hij verwees onder meer naar de moeilijke Brusselse regeringsvorming, de gebrekkige tweetalige dienstverlening, de druk op het middenveld en mogelijke toekomstige institutionele hervormingen. “Al die elementen samen vormen een bedreiging van al dat moois dat we als Nederlandstaligen in Brussel hebben opgebouwd. Die bedreiging wordt gekenmerkt door een patroon: wij worden te vaak vergeten. Door Franstalig Brussel. Door politieke partijen. Door Vlaanderen. Door de federale overheid.” Daarom kondigde de voorzitter een nieuw initiatief aan: een Beraad van Nederlandstalige Brusselaars. Het beraad moet academici, mensen uit het middenveld en van het terrein, politici en andere stemmen uit de Nederlandstalige Brusselse gemeenschap samenbrengen. De bedoeling is om van gedachten te wisselen over de toekomst van Brussel, het Nederlandstalige netwerk, de instellingen en de positie en bescherming van de Nederlandstalige Brusselaars. “Als er de komende jaren wordt beslist over Brussel, over zijn instellingen, zijn financiering en zijn toekomst, dan mag dat niet boven onze hoofden gebeuren. Geen beslissingen over Brussel zonder de Brusselaars. Geen beslissingen over de plaats van de Nederlandstalige Brusselaars, zonder ons.” Het opzet van het beraad vindt inspiratie in de historische Congressen van Brusselse Vlamingen, die vanaf 1975 burgers, middenveld en politiek over ideologische grenzen heen samenbrachten om visies en ideeën uit te wisselen over hun gezamenlijke toekomst in Brussel. Het nieuwe initiatief stelt zich niet gelijk aan die grootschalige congressen, maar vertrekt wel vanuit een vergelijkbare gedachte: verschillende stemmen samenbrengen, zoeken naar wat hen bindt en ervoor zorgen dat Nederlandstalige Brusselaars mee aan tafel zitten wanneer over hun toekomst wordt beslist. “Want dit is de kern, en u mag ze onthouden in zes woorden: niet over ons, maar met ons.” Tegen 2029, wanneer de Raad van de VGC veertig jaar bestaat, wil de voorzitter dat het beraad heeft bijgedragen aan een meer gedeelde visie op de toekomst van de Nederlandstalige gemeenschap in Brussel. “Ik wil dat we dat jaar niet alleen vieren dat we er nog zijn. Ik wil dat we er dan staan met een gedeelde visie op onze toekomst in deze stad.” De voorzitter sloot zijn toespraak af met een oproep tot samenwerking: “Laat ons samen bouwen aan die toekomst. Tous ensemble. Allemaal samen.” Lees de volledige speech: .
- Heraanleg Havenlaan nog jaren in de wachtkamer
De heraanleg van de Havenlaan zit opnieuw in de studiefase en is niet opgenomen in de meerjarenbegroting voor de komende drie jaar. Dat bevestigde Brussels minister van Mobiliteit en Openbare Werken Elke Van den Brandt in antwoord op een vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v). De Havenlaan sleept al meer dan twintig jaar aan. Vergunningen en regeringsbeslissingen werden de voorbije jaren herhaaldelijk aangevochten of vernietigd, onder meer rond de stedenbouwkundige vergunning en de discussie over de bescherming van de kasseien. Minister Van den Brandt erkende dat de staat van de weg vandaag “compleet onaanvaardbaar” is, maar wees ook op de procedureslag waarin het dossier al jaren verstrikt zit. Volgens de minister moet Brussel Mobiliteit opnieuw een traject opstarten, met overleg met de betrokken stakeholders en een nieuwe vergunningsaanvraag. Pas wanneer er een vergunning is afgeleverd, goedgekeurd en vrij van beroepen, kan Brussel Mobiliteit tot uitvoering overgaan. Tegelijk bevestigde ze dat de heraanleg van de Havenlaan niet is opgenomen in de meerjarenbegroting voor de komende drie jaar. “Het is terecht dat de regering de juridische risico’s ernstig neemt. Niemand is gebaat bij een nieuwe vergunning die opnieuw sneuvelt. Maar de procedureslag mag ook geen excuus worden voor nog eens jaren stilstand”, zegt Benjamin Dalle. “Het arrest dat de vergunning vernietigde dateert al van november 2021. Bijna vijf jaar later zitten we nog altijd aan de studietafel.” Voor cd&v moet de nieuwe studiefase het begin zijn van een echte doorstart. “De Havenlaan is essentieel voor bewoners, fietsers, voetgangers, havenbedrijven en de ontwikkeling van de kanaalzone. De regering moet nu zorgen voor een juridisch robuust dossier, ernstig overleg met alle betrokkenen en een duidelijke timing voor een nieuwe vergunningsaanvraag. Er moet deze legislatuur vooruitgang geboekt worden in dit dossier.”
- Rechtspraak over Brusselse kantoorbelasting toont nood aan echt fiscaal pact
Een recente uitspraak van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg over de kantoorbelasting van de Stad Brussel toont volgens Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) aan dat het tijd is voor een nieuw fiscaal pact tussen het Brussels Gewest en de negentien gemeenten. De uitspraak kan volgens een analyse van fiscalistenkantoor Tiberghien immers belangrijke gevolgen hebben voor de juridische houdbaarheid van gelijkaardige gemeentelijke kantoorbelastingen. Voor Dalle is dit hét moment om werk te maken van een transparanter, eenvoudiger en geharmoniseerd fiscaal kader voor ondernemingen. "Brussel wil bedrijven aantrekken, maar houdt tegelijk een versnipperd fiscaal landschap in stand. Dat zorgt niet alleen voor administratieve complexiteit, maar dreigt nu ook juridische onzekerheid te creëren." Tijdens een debat in het Brussels Parlement erkende minister van Financiën Dirk De Smedt dat de recente uitspraak volgens hem "ongetwijfeld een opportuniteit" vormt om het debat over de gemeentelijke fiscaliteit verder te voeren maar dat de gesprekken daarover nog gevoerd moeten worden binnen de regering. Kantoorbelasting: melkkoe van Brusselse gemeenten De aanleiding is niet onbelangrijk. Uit cijfers die de minister aan het parlement bezorgde, blijkt dat de gemeentelijke belasting op kantooroppervlakten is uitgegroeid tot een belangrijke inkomstenbron voor de Brusselse gemeenten. De gezamenlijke opbrengst stijgt van 79,3 miljoen euro in 2021 naar bijna 140 miljoen euro in de begroting 2025, een stijging met ruim 76 procent in vier jaar. Bovendien bestaan er grote verschillen tussen gemeenten: sommige halen tientallen miljoenen euro's uit een kantoorbelasting, terwijl andere gemeenten ze helemaal niet heffen. Daarbovenop heft het Brussels Gewest ook een belasting op niet-residentiële oppervlakten. Ook die opbrengst stijgt aanzienlijk: van 95,9 miljoen euro in 2021 naar bijna 120 miljoen euro in 2025. De meerjarenbegroting gaat bovendien uit van een verdere stijging tot bijna 128 miljoen euro in 2029 bij ongewijzigd beleid. "Ondernemingen worden vandaag geconfronteerd met een opeenstapeling van gewestelijke én gemeentelijke belastingen. Tegelijk verschilt de fiscale behandeling sterk van gemeente tot gemeente. Dat is moeilijk uit te leggen en ondergraaft de aantrekkelijkheid van Brussel als vestigingsplaats." Juridische onzekerheid In een recente vonnis heeft de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg geoordeeld dat het belastingreglement van de Stad Brussel inzake de kantoorbelasting strijdig is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, omdat onvoldoende wordt verantwoord waarom kantooroppervlakten wel belast worden en vergelijkbare oppervlakten niet. Dalle: "Als die juridische redenering standhoudt, reikt de impact veel verder dan één dossier. Het vonnis geldt weliswaar alleen tussen de betrokken partijen, maar de redenering raakt aan de opbouw van de belasting zelf. Andere belastingplichtigen kunnen zich daarop beroepen in hun eigen procedure. Dat creëert een reëel risico op bijkomende betwistingen, niet alleen in Brussel-Stad maar ook in andere gemeenten met een gelijkaardige kantoorbelasting." Tijd voor een nieuw fiscaal pact Voor Benjamin Dalle is de uitspraak de ideale aanleiding om het systeem grondig te hervormen. "Een regering die zegt ondernemerschap centraal te zetten, kan niet blijven vasthouden aan negentien verschillende fiscale regimes. Brussel heeft ondernemers nodig. We moeten hen overtuigen om hier te investeren, niet hen richting Diegem, Zaventem of Asse duwen omdat het daar eenvoudiger, voorspelbaarder en fiscaal aantrekkelijker is. Dit is het moment om eindelijk werk te maken van een echt fiscaal pact tussen het Gewest en de gemeenten. Daarin moet een engagement staan om economisch verstorende belastingen te harmoniseren. Dat geldt niet alleen voor de kantoorbelasting, maar ook voor andere gemeentelijke belastingen die ondernemingen raken."
- Aantal netheids-pv's in Brussel daalt met bijna 18% in drie jaar
Nieuwe cijfers die Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) opvroeg bij bevoegd staatssecretaris voor Openbare Netheid Audrey Henry tonen dat het aantal processen-verbaal van Net Brussel voor netheidsovertredingen de voorbije jaren duidelijk is gedaald. In 2023 werden nog 3.782 PV’s opgesteld, in 2024 3.727 en in 2025 nog 3.107. Dat is een daling met bijna 18% op twee jaar tijd. Voor Dalle tonen de cijfers dat de nieuwe Brusselse regering terecht een prioriteit maakt van netheid, maar dat de aangekondigde versterking van de handhaving nu snel concreet moet worden. “Brusselaars verwachten terecht propere straten. De nieuwe regering heeft van netheid een prioriteit gemaakt, en dat is nodig. Maar deze cijfers tonen dat de handhaving vandaag nog niet op het niveau zit dat nodig is. Minder PV’s betekent niet automatisch minder overtredingen, integendeel. In veel wijken ervaren mensen net dagelijks dat sluikstorten, fout buitengezet afval en zwerfvuil hardnekkige problemen blijven.” Uit de cijfers blijkt dat de handhaving vandaag in belangrijke mate draait rond sorteerfouten en fout aangeboden afval. In 2025 gingen 1.514 van de 3.107 PV’s over niet-sorteren of een combinatie van niet-sorteren en foutieve ophaaluren. Dat is bijna 49% van alle PV’s. Als ook de afzonderlijke categorie “buiten de ophaaluren” wordt meegerekend, gaat het om 1.520 PV’s, eveneens bijna de helft van het totaal. Over de periode 2023-2025 samen gaat het om 5.543 PV’s voor sorteerfouten op een totaal van 10.616 PV’s, of ruim 52%. De bijlage omschrijft deze categorieën als PV’s voor niet-sorteren bij systematische controle, niet-sorteren buiten die controle en niet-sorteren gecombineerd met afval buiten de ophaaluren. Volgens Dalle is correcte afvalaanbieding belangrijk, maar mag de strijd tegen hardnekkig sluikstorten niet ondergesneeuwd raken. “Wie afval verkeerd sorteert of fout buitenzet, moet daarop aangesproken kunnen worden. Maar de Brusselaars ergeren zich vooral aan terugkerende sluikstorten op straathoeken, aan glasbollen, rond stations en in dichtbevolkte wijken. Net daar moet de pakkans omhoog.” Voor de categorie sluikstorten zelf schommelen de cijfers: 425 PV’s in 2023, 511 in 2024 en 478 in 2025. Dat is in 2025 hoger dan in 2023, maar opnieuw lager dan in 2024. Ook cameratoezicht levert resultaat op: 431 PV’s in 2023, 574 in 2024 en 523 in 2025 werden opgesteld op basis van camerabeelden. Toch beschikt Net Brussel vandaag slechts over 18 camera’s, waarvan 10 met automatische voorbewerking van beelden. “Camera’s zijn geen wondermiddel, maar ze helpen wel om de pakkans te verhogen op plaatsen waar sluikstorten telkens terugkeert. De cijfers tonen dat cameratoezicht werkt. Dan moeten we nu bekijken waar bijkomende slimme camera’s zinvol en juridisch correct kunnen worden ingezet.” De cijfers tonen ook grote verschillen tussen gemeenten. In 2025 werden de meeste PV’s opgesteld in Brussel-Stad met 635 PV’s, gevolgd door Anderlecht met 428, Schaarbeek met 311, Molenbeek met 270 en Sint-Gillis met 233. Samen zijn die vijf gemeenten goed voor ongeveer 60% van alle PV’s. Dalle vraagt dat de regering snel duidelijk maakt hoe de aangekondigde versterking van de netheidshandhaving er concreet zal uitzien. Uit het antwoord blijkt immers dat het aantal gewestelijke netheidsbrigades, hun samenstelling, personeelsbezetting en territoriale spreiding nog niet vastliggen. Ook over de beloofde versterking van de dienst Opsporing en Verbalisatie blijft de timing onduidelijk. Vandaag telt die dienst slechts 21 voltijdse medewerkers. In haar beleidsverklaring kondigde staatssecretaris Henry aan dat die versterking er zou komen via een heroriëntering van medewerkers in het kader van de optimalisering van de afvalophalingen. “Propere straten bepalen mee of mensen zich veilig en gerespecteerd voelen in hun wijk. Wie de regels volgt, verdient een propere straat. Wie hardnekkig sluikstort, moet weten dat de pakkans reëel is. De regering heeft de juiste ambitie uitgesproken. Nu moet die ambitie snel zichtbaar worden op het terrein. We hebben nood aan meer medewerkers die sluikstorters kunnen opsporen en meer middelen, zoals slimme camera’s.”
- Meer dan zes op de tien schietpartijen in 2026 vinden buiten de Brusselse drugshotspots plaats
Uit het antwoord van minister-president Boris Dilliès op een schriftelijke vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle blijkt dat 63% van de schietpartijen in 2026 buiten de erkende drugshotspots plaatsvindt. Tegelijk erkent de minister-president dat er vandaag nog geen nauwkeurige gewestelijke analyse bestaat van mogelijke verplaatsingseffecten van drugscriminaliteit. Voor Benjamin Dalle toont dit aan dat de gewestelijke drugsstrategie nodig blijft, maar na twee jaar grondig moet worden bijgestuurd. "Het is goed dat de nieuwe minister-president en de nieuwe Brusselse regering de hotspotaanpak eindelijk grondig hebben geëvalueerd," zegt Dalle. "Dat is een belangrijke stap vooruit ten opzichte van de regering-Vervoort. Maar de evaluatie toont ook duidelijk waar de strategie tekortschiet. De minister-president heeft het dossier in handen genomen. Nu moet hij ook doorpakken." De gewestelijke drugsstrategie werd in 2024 opgestart als antwoord op de toename van drugsgerelateerd geweld en schietpartijen in Brussel. Intussen werden 18 hotspots afgebakend, waar lokale taskforces acties coördineren rond veiligheid, preventie en buurtleven. Dalle vroeg de minister-president onder meer naar de evaluatie van de strategie, de concrete maatregelen per hotspot, de mogelijke verplaatsing van drugscriminaliteit en de bijkomende middelen. Uit het antwoord blijkt dat sinds 3 oktober 2024 160 schietpartijen werden geregistreerd. Daarvan vond meer dan de helft buiten de hotspots plaats. Voor 2026 loopt dat aandeel zelfs op tot 63%, tegenover 46% in 2025. De hotspot Clémenceau blijft wel een belangrijke probleemzone, al daalt het aandeel van die hotspot van 26% in 2025 naar 17% in 2026. Opvallend is volgens Dalle dat deze percentages niet automatisch betekenen dat de hotspotaanpak succesvol is. "De minister-president verklaarde begin juni zelf dat er sinds begin 2026 al meer dan zestig schietpartijen waren. Als dat tempo aanhoudt, dreigt Brussel dit jaar af te stevenen op ongeveer 140 schietpartijen. Dan blijft het absolute aantal schietpartijen binnen de hotspots ongeveer even hoog als vorig jaar, terwijl het aantal schietpartijen buiten de hotspots bijna verdubbelt. Dat wijst er niet op dat het probleem opgelost raakt, maar wel dat het zich steeds meer buiten de huidige hotspots manifesteert." Bovendien erkent de minister-president in zijn antwoord dat er nog geen nauwkeurige gewestelijke analyse bestaat van de verplaatsingseffecten van drugscriminaliteit. Volgens Dalle onderstreept dat net het belang van de evaluatie. "De drugscriminaliteit houdt zich niet aan administratieve grenzen. Als het geweld zich verplaatst, moet ook de strategie sneller kunnen meebewegen." Voor Dalle toont de evaluatie aan dat de hotspotaanpak ook op ander vlakken moet worden bijgestuurd. De evaluatie pleit onder meer voor een sterkere integratie van preventie, een betere afstemming tussen alle betrokken actoren en het aanduiden van vaste contactpunten "drugs" binnen de Brusselse administraties. Ook moeten de doelstellingen van de strategie duidelijker worden omschreven en beter worden opgevolgd. "Net daar zie ik een belangrijke rol voor de Brusselse drugscommissaris. Die moet ervoor zorgen dat alle betrokken partners beter samenwerken, informatie sneller wordt gedeeld en de strategie voortdurend wordt aangepast aan de evolutie op het terrein. Veiligheid en preventie moeten veel sterker hand in hand gaan." Wat de middelen betreft, geeft de minister-president aan dat daarover de komende weken een beslissing wordt verwacht. Dalle hoopt dat er snel duidelijkheid komt voor gemeenten, preventiediensten en terreinactoren. "De lokale actoren staan elke dag in de frontlinie. Als we van hen verwachten dat ze deze strategie uitvoeren, moeten ze ook weten op welke ondersteuning ze kunnen rekenen." Dalle besluit: "De evaluatie is een belangrijke stap vooruit. De minister-president neemt het dossier duidelijk in handen. Nu moet de regering de strategie ook effectief bijsturen: met een betere analyse van verplaatsingseffecten, meer samenwerking tussen alle betrokken actoren, een sterkere combinatie van veiligheid en preventie en voldoende ondersteuning voor de lokale partners. Alleen zo kunnen we het drugsgeweld in Brussel duurzaam terugdringen."












