Zoekresultaten
612 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Voorzitter Raad VGC kondigt Beraad van Brusselaars aan: “Niet over ons, maar met ons”
Op 11 juli wordt in Brussel de Vlaamse, Nederlandstalige Gemeenschap in al haar diversiteit gevierd. Over de hele stad brengen activiteiten, concerten, ontmoetingen en feestelijkheden Nederlandstalige Brusselaars en Brussel-liefhebbers samen in de stad. Tijdens de 11 juliviering van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zette de voorzitter van de Raad, Benjamin Dalle, de kracht van het Nederlandstalige netwerk in Brussel centraal. “Dát is de Vlaamse Gemeenschap in Brussel anno 2026. Een levend, divers en open netwerk van ontmoeting en verbinding. Met voorzieningen en organisaties die voor 100.000-en Brusselaars elke dag het verschil maken.” Dat netwerk is volgens de voorzitter het resultaat van decennialange inzet van het Nederlandstalige onderwijs, welzijn, cultuur, kinderopvang, de gemeenschapscentra, verenigingen en vele andere organisaties en vrijwilligers. Tegelijk waarschuwde hij dat een aantal verworvenheden vandaag opnieuw onder druk staan. Hij verwees onder meer naar de moeilijke Brusselse regeringsvorming, de gebrekkige tweetalige dienstverlening, de druk op het middenveld en mogelijke toekomstige institutionele hervormingen. “Al die elementen samen vormen een bedreiging van al dat moois dat we als Nederlandstaligen in Brussel hebben opgebouwd. Die bedreiging wordt gekenmerkt door een patroon: wij worden te vaak vergeten. Door Franstalig Brussel. Door politieke partijen. Door Vlaanderen. Door de federale overheid.” Daarom kondigde de voorzitter een nieuw initiatief aan: een Beraad van Nederlandstalige Brusselaars. Het beraad moet academici, mensen uit het middenveld en van het terrein, politici en andere stemmen uit de Nederlandstalige Brusselse gemeenschap samenbrengen. De bedoeling is om van gedachten te wisselen over de toekomst van Brussel, het Nederlandstalige netwerk, de instellingen en de positie en bescherming van de Nederlandstalige Brusselaars. “Als er de komende jaren wordt beslist over Brussel, over zijn instellingen, zijn financiering en zijn toekomst, dan mag dat niet boven onze hoofden gebeuren. Geen beslissingen over Brussel zonder de Brusselaars. Geen beslissingen over de plaats van de Nederlandstalige Brusselaars, zonder ons.” Het opzet van het beraad vindt inspiratie in de historische Congressen van Brusselse Vlamingen, die vanaf 1975 burgers, middenveld en politiek over ideologische grenzen heen samenbrachten om visies en ideeën uit te wisselen over hun gezamenlijke toekomst in Brussel. Het nieuwe initiatief stelt zich niet gelijk aan die grootschalige congressen, maar vertrekt wel vanuit een vergelijkbare gedachte: verschillende stemmen samenbrengen, zoeken naar wat hen bindt en ervoor zorgen dat Nederlandstalige Brusselaars mee aan tafel zitten wanneer over hun toekomst wordt beslist. “Want dit is de kern, en u mag ze onthouden in zes woorden: niet over ons, maar met ons.” Tegen 2029, wanneer de Raad van de VGC veertig jaar bestaat, wil de voorzitter dat het beraad heeft bijgedragen aan een meer gedeelde visie op de toekomst van de Nederlandstalige gemeenschap in Brussel. “Ik wil dat we dat jaar niet alleen vieren dat we er nog zijn. Ik wil dat we er dan staan met een gedeelde visie op onze toekomst in deze stad.” De voorzitter sloot zijn toespraak af met een oproep tot samenwerking: “Laat ons samen bouwen aan die toekomst. Tous ensemble. Allemaal samen.” Lees de volledige speech: .
- Heraanleg Havenlaan nog jaren in de wachtkamer
De heraanleg van de Havenlaan zit opnieuw in de studiefase en is niet opgenomen in de meerjarenbegroting voor de komende drie jaar. Dat bevestigde Brussels minister van Mobiliteit en Openbare Werken Elke Van den Brandt in antwoord op een vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v). De Havenlaan sleept al meer dan twintig jaar aan. Vergunningen en regeringsbeslissingen werden de voorbije jaren herhaaldelijk aangevochten of vernietigd, onder meer rond de stedenbouwkundige vergunning en de discussie over de bescherming van de kasseien. Minister Van den Brandt erkende dat de staat van de weg vandaag “compleet onaanvaardbaar” is, maar wees ook op de procedureslag waarin het dossier al jaren verstrikt zit. Volgens de minister moet Brussel Mobiliteit opnieuw een traject opstarten, met overleg met de betrokken stakeholders en een nieuwe vergunningsaanvraag. Pas wanneer er een vergunning is afgeleverd, goedgekeurd en vrij van beroepen, kan Brussel Mobiliteit tot uitvoering overgaan. Tegelijk bevestigde ze dat de heraanleg van de Havenlaan niet is opgenomen in de meerjarenbegroting voor de komende drie jaar. “Het is terecht dat de regering de juridische risico’s ernstig neemt. Niemand is gebaat bij een nieuwe vergunning die opnieuw sneuvelt. Maar de procedureslag mag ook geen excuus worden voor nog eens jaren stilstand”, zegt Benjamin Dalle. “Het arrest dat de vergunning vernietigde dateert al van november 2021. Bijna vijf jaar later zitten we nog altijd aan de studietafel.” Voor cd&v moet de nieuwe studiefase het begin zijn van een echte doorstart. “De Havenlaan is essentieel voor bewoners, fietsers, voetgangers, havenbedrijven en de ontwikkeling van de kanaalzone. De regering moet nu zorgen voor een juridisch robuust dossier, ernstig overleg met alle betrokkenen en een duidelijke timing voor een nieuwe vergunningsaanvraag. Er moet deze legislatuur vooruitgang geboekt worden in dit dossier.”
- Rechtspraak over Brusselse kantoorbelasting toont nood aan echt fiscaal pact
Een recente uitspraak van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg over de kantoorbelasting van de Stad Brussel toont volgens Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) aan dat het tijd is voor een nieuw fiscaal pact tussen het Brussels Gewest en de negentien gemeenten. De uitspraak kan volgens een analyse van fiscalistenkantoor Tiberghien immers belangrijke gevolgen hebben voor de juridische houdbaarheid van gelijkaardige gemeentelijke kantoorbelastingen. Voor Dalle is dit hét moment om werk te maken van een transparanter, eenvoudiger en geharmoniseerd fiscaal kader voor ondernemingen. "Brussel wil bedrijven aantrekken, maar houdt tegelijk een versnipperd fiscaal landschap in stand. Dat zorgt niet alleen voor administratieve complexiteit, maar dreigt nu ook juridische onzekerheid te creëren." Tijdens een debat in het Brussels Parlement erkende minister van Financiën Dirk De Smedt dat de recente uitspraak volgens hem "ongetwijfeld een opportuniteit" vormt om het debat over de gemeentelijke fiscaliteit verder te voeren maar dat de gesprekken daarover nog gevoerd moeten worden binnen de regering. Kantoorbelasting: melkkoe van Brusselse gemeenten De aanleiding is niet onbelangrijk. Uit cijfers die de minister aan het parlement bezorgde, blijkt dat de gemeentelijke belasting op kantooroppervlakten is uitgegroeid tot een belangrijke inkomstenbron voor de Brusselse gemeenten. De gezamenlijke opbrengst stijgt van 79,3 miljoen euro in 2021 naar bijna 140 miljoen euro in de begroting 2025, een stijging met ruim 76 procent in vier jaar. Bovendien bestaan er grote verschillen tussen gemeenten: sommige halen tientallen miljoenen euro's uit een kantoorbelasting, terwijl andere gemeenten ze helemaal niet heffen. Daarbovenop heft het Brussels Gewest ook een belasting op niet-residentiële oppervlakten. Ook die opbrengst stijgt aanzienlijk: van 95,9 miljoen euro in 2021 naar bijna 120 miljoen euro in 2025. De meerjarenbegroting gaat bovendien uit van een verdere stijging tot bijna 128 miljoen euro in 2029 bij ongewijzigd beleid. "Ondernemingen worden vandaag geconfronteerd met een opeenstapeling van gewestelijke én gemeentelijke belastingen. Tegelijk verschilt de fiscale behandeling sterk van gemeente tot gemeente. Dat is moeilijk uit te leggen en ondergraaft de aantrekkelijkheid van Brussel als vestigingsplaats." Juridische onzekerheid In een recente vonnis heeft de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg geoordeeld dat het belastingreglement van de Stad Brussel inzake de kantoorbelasting strijdig is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, omdat onvoldoende wordt verantwoord waarom kantooroppervlakten wel belast worden en vergelijkbare oppervlakten niet. Dalle: "Als die juridische redenering standhoudt, reikt de impact veel verder dan één dossier. Het vonnis geldt weliswaar alleen tussen de betrokken partijen, maar de redenering raakt aan de opbouw van de belasting zelf. Andere belastingplichtigen kunnen zich daarop beroepen in hun eigen procedure. Dat creëert een reëel risico op bijkomende betwistingen, niet alleen in Brussel-Stad maar ook in andere gemeenten met een gelijkaardige kantoorbelasting." Tijd voor een nieuw fiscaal pact Voor Benjamin Dalle is de uitspraak de ideale aanleiding om het systeem grondig te hervormen. "Een regering die zegt ondernemerschap centraal te zetten, kan niet blijven vasthouden aan negentien verschillende fiscale regimes. Brussel heeft ondernemers nodig. We moeten hen overtuigen om hier te investeren, niet hen richting Diegem, Zaventem of Asse duwen omdat het daar eenvoudiger, voorspelbaarder en fiscaal aantrekkelijker is. Dit is het moment om eindelijk werk te maken van een echt fiscaal pact tussen het Gewest en de gemeenten. Daarin moet een engagement staan om economisch verstorende belastingen te harmoniseren. Dat geldt niet alleen voor de kantoorbelasting, maar ook voor andere gemeentelijke belastingen die ondernemingen raken."
- Aantal netheids-pv's in Brussel daalt met bijna 18% in drie jaar
Nieuwe cijfers die Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) opvroeg bij bevoegd staatssecretaris voor Openbare Netheid Audrey Henry tonen dat het aantal processen-verbaal van Net Brussel voor netheidsovertredingen de voorbije jaren duidelijk is gedaald. In 2023 werden nog 3.782 PV’s opgesteld, in 2024 3.727 en in 2025 nog 3.107. Dat is een daling met bijna 18% op twee jaar tijd. Voor Dalle tonen de cijfers dat de nieuwe Brusselse regering terecht een prioriteit maakt van netheid, maar dat de aangekondigde versterking van de handhaving nu snel concreet moet worden. “Brusselaars verwachten terecht propere straten. De nieuwe regering heeft van netheid een prioriteit gemaakt, en dat is nodig. Maar deze cijfers tonen dat de handhaving vandaag nog niet op het niveau zit dat nodig is. Minder PV’s betekent niet automatisch minder overtredingen, integendeel. In veel wijken ervaren mensen net dagelijks dat sluikstorten, fout buitengezet afval en zwerfvuil hardnekkige problemen blijven.” Uit de cijfers blijkt dat de handhaving vandaag in belangrijke mate draait rond sorteerfouten en fout aangeboden afval. In 2025 gingen 1.514 van de 3.107 PV’s over niet-sorteren of een combinatie van niet-sorteren en foutieve ophaaluren. Dat is bijna 49% van alle PV’s. Als ook de afzonderlijke categorie “buiten de ophaaluren” wordt meegerekend, gaat het om 1.520 PV’s, eveneens bijna de helft van het totaal. Over de periode 2023-2025 samen gaat het om 5.543 PV’s voor sorteerfouten op een totaal van 10.616 PV’s, of ruim 52%. De bijlage omschrijft deze categorieën als PV’s voor niet-sorteren bij systematische controle, niet-sorteren buiten die controle en niet-sorteren gecombineerd met afval buiten de ophaaluren. Volgens Dalle is correcte afvalaanbieding belangrijk, maar mag de strijd tegen hardnekkig sluikstorten niet ondergesneeuwd raken. “Wie afval verkeerd sorteert of fout buitenzet, moet daarop aangesproken kunnen worden. Maar de Brusselaars ergeren zich vooral aan terugkerende sluikstorten op straathoeken, aan glasbollen, rond stations en in dichtbevolkte wijken. Net daar moet de pakkans omhoog.” Voor de categorie sluikstorten zelf schommelen de cijfers: 425 PV’s in 2023, 511 in 2024 en 478 in 2025. Dat is in 2025 hoger dan in 2023, maar opnieuw lager dan in 2024. Ook cameratoezicht levert resultaat op: 431 PV’s in 2023, 574 in 2024 en 523 in 2025 werden opgesteld op basis van camerabeelden. Toch beschikt Net Brussel vandaag slechts over 18 camera’s, waarvan 10 met automatische voorbewerking van beelden. “Camera’s zijn geen wondermiddel, maar ze helpen wel om de pakkans te verhogen op plaatsen waar sluikstorten telkens terugkeert. De cijfers tonen dat cameratoezicht werkt. Dan moeten we nu bekijken waar bijkomende slimme camera’s zinvol en juridisch correct kunnen worden ingezet.” De cijfers tonen ook grote verschillen tussen gemeenten. In 2025 werden de meeste PV’s opgesteld in Brussel-Stad met 635 PV’s, gevolgd door Anderlecht met 428, Schaarbeek met 311, Molenbeek met 270 en Sint-Gillis met 233. Samen zijn die vijf gemeenten goed voor ongeveer 60% van alle PV’s. Dalle vraagt dat de regering snel duidelijk maakt hoe de aangekondigde versterking van de netheidshandhaving er concreet zal uitzien. Uit het antwoord blijkt immers dat het aantal gewestelijke netheidsbrigades, hun samenstelling, personeelsbezetting en territoriale spreiding nog niet vastliggen. Ook over de beloofde versterking van de dienst Opsporing en Verbalisatie blijft de timing onduidelijk. Vandaag telt die dienst slechts 21 voltijdse medewerkers. In haar beleidsverklaring kondigde staatssecretaris Henry aan dat die versterking er zou komen via een heroriëntering van medewerkers in het kader van de optimalisering van de afvalophalingen. “Propere straten bepalen mee of mensen zich veilig en gerespecteerd voelen in hun wijk. Wie de regels volgt, verdient een propere straat. Wie hardnekkig sluikstort, moet weten dat de pakkans reëel is. De regering heeft de juiste ambitie uitgesproken. Nu moet die ambitie snel zichtbaar worden op het terrein. We hebben nood aan meer medewerkers die sluikstorters kunnen opsporen en meer middelen, zoals slimme camera’s.”
- Meer dan zes op de tien schietpartijen in 2026 vinden buiten de Brusselse drugshotspots plaats
Uit het antwoord van minister-president Boris Dilliès op een schriftelijke vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle blijkt dat 63% van de schietpartijen in 2026 buiten de erkende drugshotspots plaatsvindt. Tegelijk erkent de minister-president dat er vandaag nog geen nauwkeurige gewestelijke analyse bestaat van mogelijke verplaatsingseffecten van drugscriminaliteit. Voor Benjamin Dalle toont dit aan dat de gewestelijke drugsstrategie nodig blijft, maar na twee jaar grondig moet worden bijgestuurd. "Het is goed dat de nieuwe minister-president en de nieuwe Brusselse regering de hotspotaanpak eindelijk grondig hebben geëvalueerd," zegt Dalle. "Dat is een belangrijke stap vooruit ten opzichte van de regering-Vervoort. Maar de evaluatie toont ook duidelijk waar de strategie tekortschiet. De minister-president heeft het dossier in handen genomen. Nu moet hij ook doorpakken." De gewestelijke drugsstrategie werd in 2024 opgestart als antwoord op de toename van drugsgerelateerd geweld en schietpartijen in Brussel. Intussen werden 18 hotspots afgebakend, waar lokale taskforces acties coördineren rond veiligheid, preventie en buurtleven. Dalle vroeg de minister-president onder meer naar de evaluatie van de strategie, de concrete maatregelen per hotspot, de mogelijke verplaatsing van drugscriminaliteit en de bijkomende middelen. Uit het antwoord blijkt dat sinds 3 oktober 2024 160 schietpartijen werden geregistreerd. Daarvan vond meer dan de helft buiten de hotspots plaats. Voor 2026 loopt dat aandeel zelfs op tot 63%, tegenover 46% in 2025. De hotspot Clémenceau blijft wel een belangrijke probleemzone, al daalt het aandeel van die hotspot van 26% in 2025 naar 17% in 2026. Opvallend is volgens Dalle dat deze percentages niet automatisch betekenen dat de hotspotaanpak succesvol is. "De minister-president verklaarde begin juni zelf dat er sinds begin 2026 al meer dan zestig schietpartijen waren. Als dat tempo aanhoudt, dreigt Brussel dit jaar af te stevenen op ongeveer 140 schietpartijen. Dan blijft het absolute aantal schietpartijen binnen de hotspots ongeveer even hoog als vorig jaar, terwijl het aantal schietpartijen buiten de hotspots bijna verdubbelt. Dat wijst er niet op dat het probleem opgelost raakt, maar wel dat het zich steeds meer buiten de huidige hotspots manifesteert." Bovendien erkent de minister-president in zijn antwoord dat er nog geen nauwkeurige gewestelijke analyse bestaat van de verplaatsingseffecten van drugscriminaliteit. Volgens Dalle onderstreept dat net het belang van de evaluatie. "De drugscriminaliteit houdt zich niet aan administratieve grenzen. Als het geweld zich verplaatst, moet ook de strategie sneller kunnen meebewegen." Voor Dalle toont de evaluatie aan dat de hotspotaanpak ook op ander vlakken moet worden bijgestuurd. De evaluatie pleit onder meer voor een sterkere integratie van preventie, een betere afstemming tussen alle betrokken actoren en het aanduiden van vaste contactpunten "drugs" binnen de Brusselse administraties. Ook moeten de doelstellingen van de strategie duidelijker worden omschreven en beter worden opgevolgd. "Net daar zie ik een belangrijke rol voor de Brusselse drugscommissaris. Die moet ervoor zorgen dat alle betrokken partners beter samenwerken, informatie sneller wordt gedeeld en de strategie voortdurend wordt aangepast aan de evolutie op het terrein. Veiligheid en preventie moeten veel sterker hand in hand gaan." Wat de middelen betreft, geeft de minister-president aan dat daarover de komende weken een beslissing wordt verwacht. Dalle hoopt dat er snel duidelijkheid komt voor gemeenten, preventiediensten en terreinactoren. "De lokale actoren staan elke dag in de frontlinie. Als we van hen verwachten dat ze deze strategie uitvoeren, moeten ze ook weten op welke ondersteuning ze kunnen rekenen." Dalle besluit: "De evaluatie is een belangrijke stap vooruit. De minister-president neemt het dossier duidelijk in handen. Nu moet de regering de strategie ook effectief bijsturen: met een betere analyse van verplaatsingseffecten, meer samenwerking tussen alle betrokken actoren, een sterkere combinatie van veiligheid en preventie en voldoende ondersteuning voor de lokale partners. Alleen zo kunnen we het drugsgeweld in Brussel duurzaam terugdringen."
- Oldtimeruitzondering dreigt achterpoortje in Brusselse LEZ te worden
Wie door Brussel rijdt, merkt het zelf ook: in het straatbeeld lijken steeds meer wagens met een O-plaat op te duiken. Oldtimers horen bij ons erfgoed en voor echte liefhebbers moet daar ruimte voor blijven. Maar nieuwe cijfers die Brussels parlementslid Benjamin Dalle opvroeg, tonen dat het aantal oldtimers dat effectief in de Brusselse lage-emissiezone rijdt, de voorbije jaren sterk is toegenomen. Daardoor rijst de vraag of de automatische vrijstelling voor oldtimers niet stilaan een achterpoortje dreigt te worden in de Brusselse LEZ. Dat is relevant voor de luchtkwaliteit. De LEZ heeft net als doel de oudste en meest vervuilende voertuigen uit het verkeer te weren. Hoe ouder een wagen, hoe hoger doorgaans de uitstoot van schadelijke stoffen. Daarom is het belangrijk dat uitzonderingsregelingen geen achterpoortje worden dat de milieudoelstellingen van de LEZ ondergraaft. In 2020 werden 4.512 unieke oldtimers in de LEZ geregistreerd; in 2024 waren dat er 13.799. Ook het aantal oldtimers dat meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ rondrijdt, steeg sterk: van 28 in 2020 naar 76 in 2024 en 156 in 2025. Voor 2025 wijst de administratie wel op een impact van de vervanging van ANPR-camera’s, waardoor voorzichtigheid geboden is bij de interpretatie van dat jaarcijfer. Volgens Dalle tonen de cijfers aan dat de automatische vrijstelling voor oldtimers niet langer blind kan blijven bestaan zonder betere monitoring en handhaving. De Brusselse lage-emissiezone laat oldtimers ouder dan 30 jaar vandaag automatisch toe. Die uitzondering werd ingevoerd vanuit de redenering dat oldtimers erfgoedvoertuigen zijn en slechts beperkt gebruikt worden. Oldtimers mogen wettelijk niet worden gebruikt voor woon-werkverkeer, woon-schoolverkeer, commercieel gebruik of professioneel gebruik. Maar uit het antwoord op een schriftelijke vraag van Benjamin Dalle blijkt dat de LEZ zelf niet controleert of die gebruiksbeperkingen effectief worden nageleefd. Die controle behoort tot de bevoegdheid van de politie. “Oldtimers horen bij ons erfgoed en echte liefhebbers mogen niet geviseerd worden. Maar een automatische vrijstelling mag geen achterpoort worden om de lage-emissiezone te omzeilen. Als steeds meer oldtimers in Brussel rondrijden en sommige voertuigen meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ verschijnen, dan moet de regering ingrijpen vóór dit probleem ontspoort”, zegt Benjamin Dalle. De cijfers tonen vooral een opvallend verschil tussen het aantal ingeschreven oldtimers en het aantal oldtimers dat effectief in de LEZ wordt geregistreerd. Het aantal in Brussel ingeschreven oldtimers ouder dan 30 jaar steeg tussen 2022 en 2025 met ongeveer 6%, van 6.505 naar 6.892 voertuigen. Maar het aantal unieke oldtimers dat minstens één keer in de LEZ werd geregistreerd, steeg veel sterker: van 4.512 in 2020 naar 13.799 in 2024. Ook het gebruik wordt intensiever. In 2020 reden oldtimers gemiddeld 7,4 dagen per jaar in de LEZ. In 2024 ging het om 7,6 dagen. In 2025 stijgt dat gemiddelde naar 10 dagen, al wordt dat jaar volgens de administratie beïnvloed door de vervanging van de camera’s. Het aantal oldtimers dat meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ reed, steeg van 28 in 2020 naar 76 in 2024 en 156 in 2025. “Vandaag erkent de Brusselse regering dat de LEZ zelf niet controleert of oldtimers correct worden gebruikt. Die controle ligt bij de politie. Dat betekent dat de automatische vrijstelling in de praktijk moeilijk te handhaven is. Net daarom moet het oldtimerregime worden meegenomen in de hervorming van de LEZ”, aldus Dalle. Volgens Dalle bewijzen de cijfers niet dat elke oldtimer wordt misbruikt om de LEZ te omzeilen. Maar ze tonen wel dat de automatische vrijstelling steeds belangrijker wordt en dat een kleine maar groeiende groep oldtimers zeer frequent in de LEZ rondrijdt. “Dat is precies het soort evolutie dat men vroeg moet aanpakken. Wie niets doet, dreigt tegen 2030 een veel groter probleem te hebben, wanneer de LEZ-regels ook voor benzinewagens strenger worden.” Uit het antwoord blijkt bovendien dat Leefmilieu Brussel een reflectie over een mogelijke wijziging van het oldtimerregime zal opnemen in de lopende hervorming van de LEZ. Voor Dalle is dat noodzakelijk. “De regering moet nu werk maken van duidelijke monitoring, betere samenwerking met de politie en een hervorming van de automatische vrijstelling. Het doel moet zijn om echte oldtimerliefhebbers te beschermen, maar misbruik onmogelijk te maken.” Opvallendste cijfers Uit het antwoord op de schriftelijke vraag blijkt onder meer: 13.799 unieke oldtimers reden in 2024 minstens één keer in de Brusselse LEZ, tegenover 4.512 in 2020. Het aandeel oldtimers in het totaal aantal unieke voertuigen steeg van 0,18% in 2020 naar 0,33% in 2024 en 0,38% in 2025. Het gemiddeld aantal dagen dat oldtimers in de LEZ reden, steeg van 7,4 dagen in 2020 naar 10,0 dagen in 2025, met een methodologische kanttekening voor 2025 door de vervanging van ANPR-camera’s. Het aantal oldtimers dat meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ reed, steeg van 28 in 2020 naar 76 in 2024 en 156 in 2025. De Brusselse regering erkent dat de controle op het correcte gebruik van oldtimers niet via de LEZ gebeurt, maar door de politie moet gebeuren. Leefmilieu Brussel zal een mogelijke wijziging van het oldtimerregime meenemen in de lopende hervorming van de LEZ.
- Brusselse regering maakt vaart met aanstelling drugscommissaris
Brussels Parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) reageert tevreden op de antwoorden van minister-president Boris Dilliès tijdens de commissie Binnenlandse Zaken over de oprichting van een Brusselse drugscommissaris. De minister-president bevestigde dat de regering principieel beslist heeft tot de oprichting van een gewestelijk antidrugscommissariaat, met de aanstelling van een drugscommissaris, de opstart van een selectieprocedure en een structurele verankering via een toekomstige ordonnantie. Tijdens het debat bevestigde de minister-president ook dat de oproep tot kandidaten de komende dagen wordt gelanceerd. Volgens Dilliès moet de drugscommissaris uitgroeien tot een instrument dat de samenwerking tussen alle betrokken actoren versterkt. Het gaat daarbij niet alleen om politiediensten, burgemeesters, het parket en de federale overheid, maar ook om actoren uit de preventie, verslavingszorg, welzijns- en gezondheidssector. De minister-president benadrukte dat de drugsproblematiek één van de grootste uitdagingen voor Brussel vormt en dat de aanpak daarom niet beperkt mag blijven tot repressie alleen. Hij wil een geïntegreerde aanpak uitwerken die ook inzet op preventie, zorg en begeleiding van mensen met een verslavingsproblematiek. “Wij hebben altijd gepleit voor een echte drugscommissaris die de versnippering in Brussel helpt doorbreken. Dat de regering nu al beslist heeft de rekruteringsprocedure voor de commissaris op te starten, is een belangrijk signaal. Het toont dat de regering snel werk wil maken van een gecoördineerde aanpak.”, aldus Dalle. “Drugsbeleid gaat niet alleen over politie en justitie. Wie het probleem echt wil aanpakken, moet ook inzetten op preventie, vroegdetectie, hulpverlening en zorg. Het is positief dat de minister-president expliciet aangeeft dat ook die dimensies deel zullen uitmaken van het werk van de toekomstige drugscommissaris.” De minister-president gaf aan dat de concrete opdrachtomschrijving momenteel verder wordt uitgewerkt in overleg met onder meer burgemeesters, korpschefs, het parket, de federale overheid en andere betrokken partners. Daarbij moet volgens hem een instrument worden ontwikkeld dat effectief werkt op het terrein en geen bijkomende bureaucratische laag vormt. Dalle onderschrijft die ambitie: “Voor cd&v mag dit geen symbolische functie worden. De drugscommissaris moet voldoende gezag krijgen om administraties en overheden rond de tafel te brengen, samenwerking te organiseren en de uitvoering van een geïntegreerd drugsbeleid op te volgen. Het uiteindelijke succes zal niet afhangen van een titel of een organigram, maar van de vraag of we erin slagen de overlast, het geweld en de onveiligheid die samenhangen met de drugshandel daadwerkelijk terug te dringen.” Volgens Dalle is het nu belangrijk dat de regering snel duidelijkheid schept over de precieze opdracht, de timing van de aanstelling en de uitwerking van een geïntegreerd Brussels drugsbeleidsplan. “De beslissing is genomen. Nu moet de drugscommissaris ook snel operationeel worden zodat Brussel eindelijk met één geïntegreerde strategie kan optreden tegen drugscriminaliteit en de overlast die daarmee gepaard gaat.”
- Fast Response Team tegen grote sluikstorten nog dit jaar operationeel
Brussel krijgt nog dit jaar een Fast Response Team dat snel zal kunnen ingrijpen bij nieuwe sluikstorten, afval na betogingen en andere acute netheidsproblemen. Dat heeft Brussels staatssecretaris voor Netheid Audrey Henry vandaag bevestigd in de commissie Leefmilieu, na een vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v). Het nieuwe team van Net Brussel zal flexibel inzetbaar zijn op gewestwegen en moet snel kunnen reageren op dringende situaties. Volgens de staatssecretaris is er nog drie tot zes maanden nodig om het team samen te stellen en op te leiden. Daardoor zou het nog voor het einde van dit jaar operationeel moeten zijn. “Dit is een belangrijke stap vooruit. We weten dat zwerfvuil en sluikstorten nieuw afval aantrekken wanneer ze blijven liggen. Hoe sneller wordt opgeruimd, hoe kleiner het probleem blijft. Snel optreden maakt het verschil tussen een proper plein en een vuilnisbelt”, zegt Benjamin Dalle, die met cd&v de oprichting van dit team bekomen heeft in het Brusselse regeerakkoord. Dalle pleit ervoor dat het team prioritair wordt ingezet bij grote sluikstorten, vervuiling na evenementen en betogingen, en andere situaties die veel frustratie veroorzaken bij buurtbewoners. Volgens hem moet de ambitie zijn om zo snel mogelijk na een melding ter plaatse te gaan. Het parlementslid benadrukt ook het belang van een goede samenwerking tussen Net Brussel, de gemeenten en de politiezones. “Een propere openbare ruimte draagt rechtstreeks bij aan het veiligheidsgevoel en de leefbaarheid van onze wijken. Daarom is het belangrijk dat dit team niet alleen wordt opgericht, maar ook snel en efficiënt kan werken. Zo moet het opruimen van een grote sluikstort steeds binnen de 24 uur plaatsvinden. Brusselaars moeten het verschil op straat kunnen zien”, besluit Dalle.
- Tweetaligheid in Brusselse lokale besturen blijft onaanvaardbaar zwak
Het nieuwe jaarverslag 2025 van de Brusselse vice-gouverneur Jozef Ostyn bevestigt opnieuw dat de naleving van de taalwetgeving door Brusselse gemeenten en OCMW’s structureel problematisch blijft. Van de 3.199 aanstellings- en benoemingsbesluiten die in 2025 werden onderzocht, was slechts 483 volledig in orde. Dat is amper 15%. 1.976 beslissingen, goed voor bijna 62%, moesten worden geschorst. Nog eens 740 dossiers werden enkel gedoogd, meestal omdat het ging om contractuele aanstellingen van zeer korte duur. Volgens Benjamin Dalle, Brussels parlementslid voor cd&v, tonen de cijfers vooral dat Brussel blijft hangen op een onaanvaardbaar laag niveau: “De cijfers zijn niet spectaculair slechter dan vorig jaar. Maar dat is geen geruststelling. Ze blijven spectaculair slecht. Als jaar na jaar amper 15% van de aanstellingen volledig in orde is, dan spreken we niet meer over uitzonderingen, maar over een systematische niet-naleving van de taalwetgeving.” De situatie blijft bijzonder zorgwekkend bij de OCMW’s. In 2025 werden 1.930 OCMW-dossiers onderzocht. Daarvan werden slechts 111 goedgekeurd, tegenover 1.213 schorsingen en 606 gedoogde dossiers. Vooral bij contractuele aanwervingen is het probleem hardnekkig: bij de OCMW’s waren slechts 72 van de 1.869 contractuele dossiers volledig conform. Ook de Nederlandstalige aanwezigheid blijft bijzonder laag. Van alle 3.199 wervingsdossiers in 2025 betroffen er slechts 213 een Nederlandstalige, of 6,7%. De vice-gouverneur stelt dat daardoor minstens in een aantal lokale besturen vermoedelijk de minimumvertegenwoordiging van Nederlandstaligen niet gehaald wordt. Bovendien werd vanuit 5 gemeenten en 5 OCMW’s geen enkel dossier over de aanwerving van een Nederlandstalige overgemaakt. Daarnaast blijft ook de pariteit in leidinggevende functies problematisch. In 2025 werden 26 beslissingen geschorst wegens het niet respecteren van de pariteitsregels. Slechts in 1 van de 19 gemeenten en 1 van de 19 OCMW’s zijn de leidinggevende functies paritair of quasi-paritair ingevuld. In 11 gemeenten en 14 OCMW’s bedraagt het overwicht van één taalgroep in leidinggevende functies zelfs 75% of meer. Voor cd&v is het nieuwe jaarverslag daarom een duidelijke opdracht voor de Brusselse regering. In de nieuwe Brusselse beleidsverklaring werd op vraag van cd&v een apart engagement opgenomen voor een sterk tweetalig gewest. Daarin verbindt de regering zich tot een masterplan voor tweetaligheid, bijkomende taalopleidingen, begeleiding van gemeenten en OCMW’s, versterking van NT2-trajecten en taalbeleidsplannen voor Brusselse ziekenhuizen. Benjamin Dalle: “Voor het eerst ligt er een duidelijk politiek kompas op tafel. Nu moet de regering het ook uitvoeren. De niet-naleving van de tweetaligheid bij gemeenten en OCMW’s mag geen jaarlijkse vaststelling in het verslag van de vice-gouverneur blijven. Ze moet opnieuw een positieve ambitie worden: met taalopleidingen, begeleiding, betere rekrutering en effectief toezicht.” Ook de klachten tonen dat tweetaligheid geen abstract debat is. In 2025 ontving de vice-gouverneur 32 klachten, minder dan de uitzonderlijke piek van 61 in 2024, maar nog altijd in lijn met de hogere trend sinds 2020. De meerderheid van de klachten had betrekking op gemeentelijke diensten en OCMW’s. Er waren ook klachten over onder meer politiediensten, gewestelijke diensten en ziekenhuizen. Een bijzonder ernstig voorbeeld betrof een Nederlandstalige bewoonster van een Brussels woonzorgcentrum die na een val via de MUG naar een openbaar ziekenhuis werd gebracht en volgens de klacht die het woonzorgcentrum indiende op geen enkel moment op Nederlandstalige zorg of communicatie kon rekenen. Voor cd&v toont dit aan dat tweetaligheid ook een kwestie is van veiligheid, waardigheid en kwaliteit van zorg. Benjamin Dalle: “Respect voor de tweetaligheid is geen symbolendossier. Het gaat over burgers die aan een loket, bij het OCMW, bij de politie of in een ziekenhuis geholpen moeten worden in hun taal. Zeker in noodsituaties en in de zorg is dat fundamenteel. De nieuwe regering heeft zich geëngageerd. Nu moet ze tonen dat dit geen mooie passage in een beleidsverklaring blijft, maar echt beleid wordt. Ik reken daarbij in het bijzonder op de drie Nederlandstalige regeringsleden om binnen de regering de nodige druk te zetten zodat we eindelijk stappen vooruit zetten.”
- Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie hervormt werking en bespaart structureel
De Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) heeft vandaag een reeks ingrijpende hervormingen en besparingsmaatregelen goedgekeurd. Met deze beslissingen wil de Raad zijn werking vereenvoudigen, efficiënter maken en structureel bijdragen aan een soberder bestuur. Een centrale hervorming is de vereenvoudiging van de bestuursstructuur. Vandaag bestaan er twee organen naast elkaar – het Bureau en het Uitgebreid Bureau – die respectievelijk instaan voor administratieve en politieke aansturing. Deze worden samengevoegd tot één Bureau. Daarmee wordt een einde gemaakt aan een complexe en inefficiënte structuur, die bovendien uitzonderlijk groot was in verhouding tot het aantal raadsleden. Door deze fusie kan de Raad efficiënter werken en worden ook kosten bespaard, onder meer op vergoedingen van raadsleden met een bijzondere functie. De resterende vergoedingen voor bijzondere functies worden bovendien met 5 procent verminderd en tot het einde van de legislatuur niet meer geïndexeerd. De voorzitter doet verder afstand van zijn budget voor dienstverplaatsingen. Daarnaast kiest de Raad resoluut voor een soberder werking. Uitgaven voor onder meer drukwerk en commissiereizen worden aanzienlijk teruggeschroefd. Parlementaire documenten zullen voortaan in principe enkel digitaal beschikbaar zijn. Ook wordt geïnvesteerd in verdere digitalisering, onder meer via speech-to-text technologie voor de opmaak van verslagen. Er wordt ook bespaard door de inwerkingtreding van een nieuw personeelsplan dat verbonden is met een nieuwe organigram van de Raad. In het nieuwe organisatieschema van de Raad worden de drie ondersteunende diensten (HR & Financiën, ICT en Facility) samengebracht onder één overkoepelende stafdienst (Quaestuurdiensten), met daarnaast duidelijke inhoudelijke afbakeningen voor de kernopdrachten van de Raad in de vorm van twee lijndiensten. Deze maatregelen maken deel uit van een breder besparingsplan dat leidt tot structurele besparingen van jaarlijks ruim 280.000 euro (ca 6 procent van de middelen). Voorzitter van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) Benjamin Dalle: “Als kleinste parlement van het land moeten we het goede voorbeeld geven. Met deze hervormingen maken we onze werking eenvoudiger, goedkoper en efficiënter. We tonen dat het mogelijk is om met minder middelen een sterke democratische werking te garanderen, ten dienste van alle Brusselaars die een beroep doen op de VGC. Op een moment waar inspanningen verwacht worden van de Brusselaars, is het niet meer dan normaal dat ook de politiek haar deel doet.” De Raad zal de komende maanden de nodige reglementaire aanpassingen doorvoeren zodat de nieuwe structuur vanaf het volgende zittingsjaar (2026-2027) in werking kan treden.
- Reactie Benjamin Dalle (cd&v) op de afkeuring van de Brusselse rekeningen 2024: “De Brusselse regering heeft haar rekeningen totaal niet op orde.”
[ Begroting ] Voor het eerst sinds lang kreeg het Rekenhof voldoende informatie om de cijfers echt te doorgronden. Maar wat daaruit blijkt, is allesbehalve geruststellend. De conclusies zijn hard: de boekhouding is onvolledig, de cijfers zijn niet betrouwbaar en de begroting geeft geen waarheidsgetrouw beeld van de financiële toestand van het Gewest. – Brussel, 7 november 2025 “ Uit de analyse van het Rekenhof blijkt dat de Brusselse regering onmogelijk kan weten hoe haar rekeningen en begroting in elkaar zitten en hoe groot haar uitgaven en tekorten werkelijk zijn. Dat is bijzonder zorgwekkend, zeker omdat het Rekenhof al jaren aanbevelingen doet om deze situatie recht te trekken. Maar liefst twee derde van die aanbevelingen werd nooit uitgevoerd. De nieuwe minister van Begroting en Financiën moet onmiddelijk aan de slag om deze aanbevelingen van het Rekenhof eindelijk uit te voeren. ” Grove tekortkomingen en 2/3 niet opgevolgde aanbevelingen Het lijstje met tekortkomingen is lang. Zo stelt het Rekenhof een onverklaard verschil van 40 miljoen euro vast tussen de twee boekhoudsystemen van het Gewest, een onbetrouwbare waardering van gebouwen en deelnemingen, en bijna 3 miljard euro aan kortetermijnleningen en schatkistbewijzen die niet zijn opgenomen in de rekeningen. Daardoor lijkt het begrotingsresultaat kunstmatig beter dan het werkelijk is, terwijl zowel de uitgaven als de ontvangsten zwaar worden onderschat. Bovendien werden de aanbevelingen van het Rekenhof uit het verleden nauwelijks uitgevoerd. Van de 29 aanbevelingen werden er slechts 4 opgevolgd (14%). 7 zijn in opvolging (24%). Maar liefst 18 werden niet opgevolgd (62%) (p. 46-49 van het rapport). Benjamin Dalle: “Uit de analyse van het Rekenhof blijkt dat de Brusselse regering niet weet hoe haar rekeningen en begroting in elkaar zitten en hoe groot haar uitgaven en tekorten werkelijk zijn. Dat is bijzonder zorgwekkend, zeker omdat het Rekenhof al jaren aanbevelingen doet om deze situatie recht te trekken. Bijna twee derde van die aanbevelingen werd nooit uitgevoerd. De nieuwe minister van Begroting en Financiën moet onmiddellijk aan de slag om deze aanbevelingen van het Rekenhof eindelijk uit te voeren.” Cijfers nog slechter dan geraamd De begrotingsrealiteit is ontluisterend: voor elke 100 euro die het Gewest ontvangt, geeft het 125 euro uit. Het begrotingstekort liep in 2024 op tot 1,51 miljard euro, de schuld tot 15,6 miljard euro en de schuldratio tot 255%. Stuk voor stuk cijfers die fors slechter zijn dan eerder werd geraamd. De rente-uitgaven stegen tot 333 miljoen euro, opnieuw een pak meer dan het jaar voordien. Het Rekenhof waarschuwt onomwonden voor de houdbaarheid van de gewestschuld, die volgens haar in gedrang komt door de aanhoudend stijgende interesten en het gebrek aan begrotingscontrole. Benjamin Dalle: “De Brusselse regering heeft de financiële situatie niet meer onder controle. De schuld explodeert en de rentelast groeit elk jaar sneller. Zonder een snel herstel van de begrotingsdiscipline dreigt het Gewest structureel onfinancierbaar te worden. We moeten hier en nu saneren. Aan de onderhandelaars van de nieuwe regering heb ik maar één oproep: stop met het uitstelgedrag en breng voor de Kerstvakantie een geloofwaardige begroting naar het parlement.” “ Wat het Rekenhof schrijft over de BGHM is ronduit hallucinant. De huisvestingsmaatschappij overtreedt alle basisregels van degelijk financieel beheer, terwijl de regering blijft toekijken en zelfs extra leningen toestaat. Dit is een alarmsignaal voor de regering in lopende zaken en de begrotingsonderhandelaars: aan deze wanpraktijken en onwettigheden moet onverwijld paal en perk worden gesteld. ” Illegale en onverantwoorde praktijken bij de Huisvestingsmaatschappij Ook de rekeningen van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) werden door het Rekenhof afgekeurd. Volgens het Hof sluit de BGHM overeenkomsten en leningen af zonder voorafgaande begrotingsvastlegging, wat rechtstreeks in strijd is met de begrotingswetgeving. Het gaat intussen om meer dan 700 miljoen euro aan contracten, onder meer met aannemers, die niet worden gedekt door begrotingskredieten. Daarnaast wijst het Rekenhof erop dat de Brusselse regering, ondanks negatieve adviezen van de Inspectie van Financiën, in 2023 en 2024 samen 275 miljoen euro aan nieuwe leningen heeft toegekend aan de BGHM. De totale financiële blootstelling van het Gewest aan de huisvestingsmaatschappij bedraagt nu ongeveer 1,2 miljard euro. De BGHM stelt termijnen voor terugbetaling eenzijdig uit, zonder toestemming van het Gewest. Benjamin Dalle: “Wat het Rekenhof schrijft over de BGHM is ronduit hallucinant. De huisvestingsmaatschappij overtreedt alle basisregels van degelijk financieel beheer, terwijl de regering blijft toekijken en zelfs extra leningen toestaat. Dit is een alarmsignaal voor de regering in lopende zaken en de begrotingsonderhandelaars: aan deze wanpraktijken en onwettigheden moet onverwijld paal en perk worden gesteld.”
- Brussels regeerakkoord: cd&v zorgt mee voor een beter Brussel: “veiliger, properder en meer respect voor het Nederlands”
[ Brusselse formatie ] cd&v zorgt mee voor een nieuwe Brusselse regering die Brussel fundamenteel beter wilt maken en zo ook het leven van de Brusselaar stevig wilt verbeteren. Het uitgangspunt van onze partij de afgelopen maanden was steeds dat wij onze steun wilden geven aan een regering die stevig inzette op de aanpak van de onveiligheid, een verbetering van de netheid, meer respect voor het Nederlands en hervormingen die voor een gezondere begroting zorgen. – Brussel, 13 februari 2026 “Goed bestuur begint bij een goed beheer van de mensen hun belastinggeld. Te lang hadden Brusselaars het gevoel dat hun belastinggeld verdween in het complexe Brusselse kluwen van instellingen, structuren en slechte keuzes. Daar maken we komaf mee. We zorgen voor een stevige vereenvoudiging, een beter zicht op de centen en we gebruiken mensen hun belastinggeld voor de echte kerntaken van de overheid. ” Met het akkoord dat op tafel ligt, wordt ook effectief ingezet op deze elementen. Benjamin Dalle: “ Brussel verdient beter bestuur. We kiezen resoluut voor een sanering van de Brusselse financiën richting evenwicht en een vereenvoudiging van de Brusselse overheidsstructuren. Brussel zal properder en veiliger worden en we pakken de drugsepidemie in onze hoofdstad eindelijk aan. We zetten in op jobs, een hogere werkgelegenheid en de activering van werklozen.” In de onderhandelingen haalde cd&v vijf duidelijke speerpunten binnen voor een beter Brussel. 1. NETHEID: Brussel zal properder worden Op vraag van cd&v kreeg netheid voor het eerst een volwaardig hoofdstuk in het regeerakkoord met volgende prioriteiten: Met een Fast Response Team “Netheid” bieden we een antwoord volgens de broken window theory: snel opruimen en herstellen om verloedering te voorkomen. Netheidsturbo tegen sluikstorten : extra slimme camera’s, hogere boetes, versterkte repressieve cellen en meer controleurs. Er komen gewestelijke netheidsbrigades samen met gemeenten en politiezones. Hervorming van de afvalophaling met uitbreiding van ondergrondse containers en vrijwillige inzamelpunten. Modernisering van Net Brussel tot een efficiënte organisatie met een modern personeelsbeleid zodat afvalophaling goed gebeurt. Netheid wordt een echte prioriteit, met duidelijke verantwoordelijkheden en meetbare resultaten. Een grotere netheid leidt tot een groter veiligheidsgevoel en betere buurten om te wonen. 2. VEILIGHEID: geïntegreerde strijd tegen drugs en overlast Voor cd&v is de drugscrisis dé veiligheidsuitdaging van Brussel. Aanstelling van een Brusselse drugscommissaris die veiligheid, preventie en gezondheidsbeleid eindelijk geïntegreerd aanstuurt. Een geïntegreerd gewestelijk drugsplan met repressie, preventie, vroegdetectie en zorg. Er komt een evaluatie en bijsturing van de hotspotaanpak, extra investeringen in verslavingszorg en de aanpak van dakloosheid. 3. WERK: activering als hefboom De werkzaamheidsgraad moet tegen 2030 boven 70% uitkomen. Die ligt momenteel nog onder de 65%. · Aanklampende begeleiding vanaf de eerste maand , met concreet aanbod van werk, stage of opleiding. De begeleidingstermijnen worden fors ingekort (van 5 naar 3 maanden, van 12 naar 6 maanden). Meer Actiris-personeel ingezet voor begeleiding. Er komt een verplichte taaltest bij inschrijving; bij onvoldoende resultaat volgen verplichte taalcursussen. Versterkt sanctiekade r bij werkonwilligheid. Het omslachtige evaluatiecollege van drie personen wordt afgeschaft. Toename aantal terugkeertrajecten voor langdurig zieken naar werk. Werk is nog altijd de beste sociale bescherming. De hervorming van de Brusselse arbeidsmarkt zal zorgen voor minder mensen die vastzitten in de uitzichtloze situatie van een uitkering en zal ook bijdragen aan betere overheidsfinanciën. 4. TWEETALIGHEID: recht op dienstverlening in het Nederlands De tweetaligheid van de dienstverlening blijft een pijnpunt. Dankzij cd&v komt er een: Masterplan Tweetaligheid met extra middelen voor taalopleidingen in administraties en zorg, alsook trajecten voor gemeenten en OCMW’s. Verplichte taalbeleidsplannen in Brusselse ziekenhuizen en versterkte garanties voor tweetalige dienstverlening. Patiënten moeten ook in het Nederlands geholpen kunnen worden. 5. GOED BESTUUR: begroting richting evenwicht met eenvoudigere structuren Om een herhaling van de budgettaire crisis te voorkomen, komt er voor het eerst een regering die start met een meerjarig budgettair kader richting evenwicht tegen het einde van de legislatuur . Er is een forse inspanning voorzien op personeels- en werkingsmiddelen van de overheid alsook op de kabinetten. Oprichting van een monitoringcomité voor transparante opvolging en volledige uitvoering van aanbevelingen van het Rekenhof. Ook de structuren worden vereenvoudigd: Ingrijpende clustering en vereenvoudiging van administraties en agentschappen. Reflectie over bevoegdheidsverdeling tussen gewest en gemeenten volgens het subsidiariteitsprincipe. Harmonisering van OCMW-praktijken en invoering van één uniek sociaal dossier. “ Goed bestuur begint bij een goed beheer van de mensen hun belastinggeld. Te lang hadden Brusselaars het gevoel dat hun belastinggeld verdween in het complexe Brusselse kluwen van instellingen, structuren en slechte keuzes. Daar maken we komaf mee. We zorgen voor een stevige vereenvoudiging, een beter zicht op de centen en we gebruiken mensen hun belastinggeld voor de echte kerntaken van de overheid. Dat is een propere, veilige en tweetalige hoofdstad waar ingezet wordt op jobs en tewerkstelling. Brussel verdient beter. En met dit akkoord leggen we daarvoor eindelijk de fundamenten ”, zegt Benjamin Dalle.












