Zoekresultaten
616 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Onderzoekscommissie Anderlechtse Haard: "Een sociale woning mag nooit meer een gunst zijn, maar moet altijd een recht zijn"
Het Brussels Parlement heeft de werkzaamheden van de parlementaire onderzoekscommissie naar de onregelmatigheden bij de Anderlechtse Haard afgerond. Na 143 uur vergaderen en een vijftigtal getuigenissen ligt er een pakket van 26 aanbevelingen dat de sociale huisvesting in Brussel grondig moet bijsturen. Ik volgde de discussies en maak deze balans op nu de werkzaamheden zijn afgerond. Waar dit debat echt over gaat Op 20 mei zond de VRT de Pano-reportage over de Anderlechtse Haard uit. De reportage legde een systeem bloot van cliëntelisme, machtsmisbruik en vriendjespolitiek. Dit debat gaat niet over een voorzitter of over een sociale huisvestingsmaatschappij. Het gaat over de meer dan 60.000 Brusselse gezinnen die veel te lang wachten op een sociale woning. Zij moeten kunnen rekenen op een eerlijke en gelijke behandeling van hun aanvraag. Uit deze zaak blijkt dat het in dit gewest nuttig is om politieke contacten te hebben. Dat is onaanvaardbaar. Zes vaststellingen die voor cd&v niet ter discussie staan Hoewel het eindrapport zelf geen formele vaststellingen bevat – volgens ons een gemiste kans, mee te verklaren door het lopende gerechtelijk onderzoek en het zwijgrecht van sommige getuigen – noteer ik op basis van de hoorzittingen zes conclusies die volgens ons vandaag niet meer ter discussie staan. Ten eerste was er het hypervoorzitterschap: vrijwel alle getuigen schetsten een voorzitter die, samen met enkele getrouwen, alle belangrijke beslissingen naar zich toe trok, van de toewijzing van sociale woningen tot overheidsopdrachten, aanwervingen en ontslagen. Ten tweede functioneerde het gepolitiseerde afwijkingscomité vijf jaar lang als feitelijk beslissingsorgaan voor voorrangsdossiers. Eén cijfer blijft daarbij hangen: in oktober 2024, de verkiezingsmaand, gebeurden 116 toewijzingen, waarvan er 59 passeerden via het afwijkingscomité van 10 oktober, drie dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen. De derde: de beïnvloeding zat stroomopwaarts, in de informele fase waarin een dossier wordt opgebouwd, precies daar waar geen enkele controle bestaat. De controleketen is formeel sluitend, maar in de feiten blind. Ten vierde schoot het toezicht tekort: de voogdij van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) was zwak, de politieke voogdij compleet afwezig. Ten vijfde bleek de toegang tot de gewestelijke databank met de wachtlijst poreus: de voorzitter en zijn secretaresse consulteerden die te pas en te onpas. En ten slotte is er de menselijke tol: op twee jaar tijd werd bijna 10% van het personeel ontslagen. Als parlementslid sprak ik de erkenning uit voor wie de omerta doorbrak: de klokkenluiders, de personeelsleden en huurders die vaak met persoonlijk risico kwamen getuigen, en de Pano-journalisten wier werk beantwoordt aan de hoogste deontologische standaarden. De cd&v-accenten in de aanbevelingen cd&v steunt het volledige pakket van 26 aanbevelingen en drukte er zelf een duidelijke stempel op. Vier punten waar we sterk op hebben aangedrongen, zijn binnengehaald. Eén: een gradueel sanctiekader. Vandaag heeft de voogdij enkel de keuze tussen een vermaning en de atoombom van de speciaal commissaris. Voortaan beschikt zij over een volwaardig getrapt instrumentarium, een rechtstreeks antwoord op de vaststelling dat er jarenlang te laat en te zwak werd ingegrepen. Twee: een strikte scheiding tussen de strategische rol van de raad van bestuur en de operationele rol van de directie, verankerd in de Huisvestingscode. Individuele dossiers, personeelszaken en leverancierscontacten behoren voortaan exclusief tot de directie. Had dit kader bestaan, dan had een hypervoorzitterschap zoals bij de Anderlechtse Haard geen ruimte gekregen om te gedijen. Drie: sterkere en onafhankelijkere sociaal afgevaardigden en maatschappelijk assistenten. Hun controle wordt uitgebreid tot alle woonbewegingen, dus ook mutaties en transfers, en de sociaal assistenten komen onder de centrale dienst voor maatschappelijke begeleiding van sociale huurders (SASLS), weg van lokale druk. Zo kunnen ze niet langer geïnstrumentaliseerd worden. Vier: de volledige depolitisering van de toewijzingen. Er komt een absoluut toegangsverbod tot de wachtlijst voor politieke mandatarissen, hun medewerkers en bestuurders, met volledige traceerbaarheid van elke raadpleging en een alarmsysteem bij misbruik. Geen enkele brief over een woning wordt nog ondertekend door een politiek mandataris. Politieke tussenkomsten in toewijzingsdossiers worden verboden, gekoppeld aan een meldplicht en een robuuste klokkenluidersbescherming. Het echte werk begint nu Is het pakket perfect? Nee. cd&v had op punten verder willen gaan: op termijn moet het huisvestingsbeleid echt op gewestelijk niveau worden gevoerd, met een einde aan de versnippering over zestien maatschappijen. Een van de aanbevelingen stelt alvast een studie naar een structurele hervorming van de sector in het vooruitzicht. Het parlement heeft zijn huiswerk gedaan. Nu is het aan de regering om de aanbevelingen om te zetten in ontwerpen van ordonnanties, een aangepast huurbesluit en nieuwe beheersovereenkomsten. cd&v vraagt een regelmatige parlementaire opvolging van de uitvoering, met de jaarlijkse rapportering van de BGHM aan het parlement als vast ankerpunt. De maatstaf is voor ons eenvoudig: "Het gezin dat al jaren op zijn beurt wacht, moet er zeker van kunnen zijn dat die beurt niet kan worden afgenomen met een telefoontje naar de juiste voorzitter. Een sociale woning in Brussel mag nooit meer een gunst zijn, maar moet altijd een recht zijn: objectief, transparant en gelijk voor iedereen."
- Metro 3: 24 aanbevelingen om te garanderen dat dit nooit meer gebeurt
Het Brussels Parlement heeft de werkzaamheden van de bijzondere commissie over het Metro 3-project afgerond. Na maandenlange hoorzittingen met ingenieurs, ambtenaren, bestuurders, handelaars en verenigingen keurde het parlement een reeks vaststellingen en 24 aanbevelingen goed. Waarom deze commissie er kwam Het startpunt was het ontluisterende rapport van het Rekenhof van oktober vorig jaar: het Metro 3-project was slecht gepland, zwak gemanaged en financieel onhoudbaar. Cd&v trok mee aan de kar om deze bijzondere commissie op te richten. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar om te begrijpen hoe het zover is kunnen komen en vooral om ervoor te zorgen dat het gewest zoiets nooit meer meemaakt. Want laten we niet vergeten voor wie we dit doen: voor de bewoners en handelaars van de Stalingradwijk, die al jaren naast een stilgevallen werf leven, en voor de tienduizenden Brusselaars in het noorden aan wie een metro werd beloofd die er niet komt. Vijf vaststellingen Uit de hoorzittingen distilleerde cd&v vijf kernvaststellingen. Ten eerste: er stond niemand echt aan het roer. De bevoegdheden waren versnipperd tussen de MIVB, Beliris, Brussel Mobiliteit en de regering, zonder een duidelijk aangestelde eindverantwoordelijke. De structuur liet geen ruimte om de vraag te stellen of het project moest doorgaan, tegen welke prijs en of er alternatieven waren. Als niemand die vraag stelt, wordt ze ook niet beantwoord. Ten tweede: de financiering was ontoereikend. Beliris werkte met een risicoprovisie van 10%, zoals bij een doorsneeproject, terwijl dit de grootste bouwplaats van het gewest was. Toen Benjamin Dalle begin 2024 de vorige regering ondervroeg over de financiering van dit project van 4,7 miljard euro, luidde het antwoord dat een publiek-private samenwerking alles zou oplossen. Vandaag weten we beter: wie wil dat een PPS slaagt, moet die jaren op voorhand voorbereiden, niet op het laatste moment. Dat was onbehoorlijk bestuur. Ten derde: structurele keuzes werden gemaakt zonder voldoende vooronderzoek. Het pijnlijkste voorbeeld is het Zuidpaleis, waar pas na de start van de werken bleek dat de draagkrachtige kleilaag niet op 18, maar op 24 meter diepte zat. Daardoor moesten de funderingspalen een derde langer worden. Ten vierde: de erfgoedanalyse kwam veel te laat. De experts van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen stelden vast dat de erfgoedkwestie pas aan bod kwam bij de vergunningsaanvragen, terwijl het tracé dwars door het negentiende-eeuwse stadsgedeelte loopt. Ten vijfde: de buurt betaalde de prijs. De economische en sociale gevolgen voor handelaars en bewoners rond het Zuidstation werden stelselmatig onderschat. Vergoedingen moesten achteraf worden bevochten, in plaats van vooraf goed geregeld te zijn. Tegenover die vaststellingen staat één belangrijke bevestiging: de mobiliteitsbehoefte in het noorden van het gewest is reëel. Tram 55 was al verzadigd nog voor het project goed en wel begonnen was. Goed bestuur als rode draad Cd&v steunt het pakket van 24 aanbevelingen voluit. De rode draad is precies waar de partij voor staat: goed bestuur. Vier elementen springen eruit. Eén: er komt voortaan een kapitein aan boord. Elk groot infrastructuurproject krijgt één aansturende instantie, met een projectdirecteur die verantwoording aflegt aan de regering en het parlement en knopen kan doorhakken. Twee: geen start zonder sluitende financiering. Voor de opstart moet vaststaan dat de overheid het volledige project kan dragen, inclusief de voorspelbare risico’s en over de regeerperiodes heen. Drie: een waarschuwingsplicht en een go/no-go-mechanisme. Bij een forse kostenstijging, een grote vertraging of gewijzigde uitgangspunten volgt een formele herbeoordeling. De vraag of een project moet doorgaan, zal voortaan wél worden gesteld. Vier: onafhankelijke en volledige studies vóór de keuzes. Geen gunning meer zonder afgeronde geotechnische, erfgoed- en milieustudies. Ook de sociaaleconomische studie en de vergoedingsregeling moeten vastliggen vóór de eerste spadesteek. Perspectief voor de Stalingradwijk en het noorden van Brussel De commissie keek terug, maar met de aanbevelingen kijken we vooruit. Voor de Stalingradwijk en het station Toots Thielemans worden de werken op het zuidelijke traject afgewerkt. De tunnel aan het Grondwetplein zal dienstdoen als tramverbinding. Over de invulling van het Zuidpaleis moet snel duidelijkheid komen, in de eerste plaats voor de sportclubs, verenigingen en handelaars. Voor de inwoners van het noorden van Brussel is de teleurstelling groot. Maar dit is geen eindpunt. Er ligt een duidelijk engagement om het openbaar vervoer naar het noorden te versterken, te beginnen met tram 55. De commissie vraagt om de wenselijkheid, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van het traject richting Bordet grondig te herbeoordelen voordat er opnieuw wordt beslist. Dat studiewerk moet tijdig uitmonden in middelen en ingrepen op het terrein, want de bewoners hebben geen boodschap aan eindeloze studies. De maatstaf is eenvoudig: de reiziger die ’s morgens in Schaarbeek op een overvolle tram 55 stapt, moet erop kunnen rekenen dat de belofte van beter openbaar vervoer dit keer wordt waargemaakt. En de handelaar aan de Stalingradlaan moet erop kunnen vertrouwen dat een overheidswerf zijn zaak nooit meer jarenlang kan gijzelen zonder dat iemand verantwoordelijkheid draagt. Cd&v zal de uitvoering van de aanbevelingen aan die dubbele maatstaf toetsen.
- Sober alternatief voor luifel op komst voor kaal Schumanplein
Brussels minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt heeft in het Brussels Parlement gesteld dat het plein “niet kan en zal blijven zoals het er vandaag bij ligt” en bevestigd dat er gewerkt wordt aan een alternatief voor de geschrapte luifel op het Schumanplein. Dat alternatief zal volgens de minister “eenvoudiger” en “soberder” zijn, maar het plein “hoeft niet kaal en grijs te zijn zoals vandaag”. Nog dit jaar moet een aanvraag tot wijziging van de stedenbouwkundige vergunning worden ingediend. “Het is goed dat de minister erkent dat het huidige resultaat geen eindpunt kan zijn”, zegt Dalle. “Hopelijk beseft iedereen in de regering dat Brussel vandaag geen 13 miljoen euro moet uitgeven aan een spectaculaire luifel. Maar het alternatief mag ook niet zijn dat we in het hart van de Europese wijk achterblijven met een peperdure kale en bloedhete vlakte.” De geplande monumentale luifel, die het plein karakter en schaduw moest geven, wordt niet uitgevoerd binnen de huidige werf. Volgens minister Van den Brandt besliste Beliris om zonder luifel verder te werken om de Europese middelen voor het project niet in gevaar te brengen. De Europese financiering zou intussen gewaarborgd zijn. Tegelijk bevestigde de minister dat er nog geen antwoord is gekomen op de vraag aan de Europese instellingen om bijkomende middelen te voorzien. Voor cd&v moet de regering nu pragmatisch handelen. “We hebben geen nieuwe miljoenenluifel nodig om van het Schumanplein een leefbare plek te maken.”, aldus Dalle. “Maar mensen moeten er wel kunnen zitten, schaduw vinden en beschermd zijn tegen hitte en regen. Denk aan kwalitatieve zitbanken, grote plantenbakken, extra groen waar technisch mogelijk en eenvoudige schaduwstructuren op plaatsen waar mensen effectief verblijven.” Dalle wijst erop dat de minister zelf erkent dat het plein vandaag met grote technische beperkingen kampt. Onder het Schumanplein bevinden zich tunnels en op sommige plaatsen is er slechts ongeveer 30 centimeter grondbedekking. Klassieke bomen in volle grond zijn daardoor moeilijk. “Precies daarom moeten we creatief zijn. Als vollegrond niet kan, onderzoek dan bovengrondse vergroening, lichte structuren en betaalbare oplossingen die de verblijfskwaliteit verbeteren. Het Schumanplein ligt op een van de meest symbolische plaatsen van Brussel en Europa. Dan mogen we geen genoegen nemen met een stenige vlakte waar je tijdens een hittegolf bij wijze van spreken een ei op kan bakken. De dure luifel hoeft er voor ons niet te komen, maar een leefbaar plein wel. De Brusselse regering moet snel werk maken van het alternatief, zodat dit eindelijk een leefbaar plein wordt.”, besluit Dalle.
- Voorzitter Raad VGC kondigt Beraad van Brusselaars aan: “Niet over ons, maar met ons”
Op 11 juli wordt in Brussel de Vlaamse, Nederlandstalige Gemeenschap in al haar diversiteit gevierd. Over de hele stad brengen activiteiten, concerten, ontmoetingen en feestelijkheden Nederlandstalige Brusselaars en Brussel-liefhebbers samen in de stad. Tijdens de 11 juliviering van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zette de voorzitter van de Raad, Benjamin Dalle, de kracht van het Nederlandstalige netwerk in Brussel centraal. “Dát is de Vlaamse Gemeenschap in Brussel anno 2026. Een levend, divers en open netwerk van ontmoeting en verbinding. Met voorzieningen en organisaties die voor 100.000-en Brusselaars elke dag het verschil maken.” Dat netwerk is volgens de voorzitter het resultaat van decennialange inzet van het Nederlandstalige onderwijs, welzijn, cultuur, kinderopvang, de gemeenschapscentra, verenigingen en vele andere organisaties en vrijwilligers. Tegelijk waarschuwde hij dat een aantal verworvenheden vandaag opnieuw onder druk staan. Hij verwees onder meer naar de moeilijke Brusselse regeringsvorming, de gebrekkige tweetalige dienstverlening, de druk op het middenveld en mogelijke toekomstige institutionele hervormingen. “Al die elementen samen vormen een bedreiging van al dat moois dat we als Nederlandstaligen in Brussel hebben opgebouwd. Die bedreiging wordt gekenmerkt door een patroon: wij worden te vaak vergeten. Door Franstalig Brussel. Door politieke partijen. Door Vlaanderen. Door de federale overheid.” Daarom kondigde de voorzitter een nieuw initiatief aan: een Beraad van Nederlandstalige Brusselaars. Het beraad moet academici, mensen uit het middenveld en van het terrein, politici en andere stemmen uit de Nederlandstalige Brusselse gemeenschap samenbrengen. De bedoeling is om van gedachten te wisselen over de toekomst van Brussel, het Nederlandstalige netwerk, de instellingen en de positie en bescherming van de Nederlandstalige Brusselaars. “Als er de komende jaren wordt beslist over Brussel, over zijn instellingen, zijn financiering en zijn toekomst, dan mag dat niet boven onze hoofden gebeuren. Geen beslissingen over Brussel zonder de Brusselaars. Geen beslissingen over de plaats van de Nederlandstalige Brusselaars, zonder ons.” Het opzet van het beraad vindt inspiratie in de historische Congressen van Brusselse Vlamingen, die vanaf 1975 burgers, middenveld en politiek over ideologische grenzen heen samenbrachten om visies en ideeën uit te wisselen over hun gezamenlijke toekomst in Brussel. Het nieuwe initiatief stelt zich niet gelijk aan die grootschalige congressen, maar vertrekt wel vanuit een vergelijkbare gedachte: verschillende stemmen samenbrengen, zoeken naar wat hen bindt en ervoor zorgen dat Nederlandstalige Brusselaars mee aan tafel zitten wanneer over hun toekomst wordt beslist. “Want dit is de kern, en u mag ze onthouden in zes woorden: niet over ons, maar met ons.” Tegen 2029, wanneer de Raad van de VGC veertig jaar bestaat, wil de voorzitter dat het beraad heeft bijgedragen aan een meer gedeelde visie op de toekomst van de Nederlandstalige gemeenschap in Brussel. “Ik wil dat we dat jaar niet alleen vieren dat we er nog zijn. Ik wil dat we er dan staan met een gedeelde visie op onze toekomst in deze stad.” De voorzitter sloot zijn toespraak af met een oproep tot samenwerking: “Laat ons samen bouwen aan die toekomst. Tous ensemble. Allemaal samen.” Lees de volledige speech: .
- Heraanleg Havenlaan nog jaren in de wachtkamer
De heraanleg van de Havenlaan zit opnieuw in de studiefase en is niet opgenomen in de meerjarenbegroting voor de komende drie jaar. Dat bevestigde Brussels minister van Mobiliteit en Openbare Werken Elke Van den Brandt in antwoord op een vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v). De Havenlaan sleept al meer dan twintig jaar aan. Vergunningen en regeringsbeslissingen werden de voorbije jaren herhaaldelijk aangevochten of vernietigd, onder meer rond de stedenbouwkundige vergunning en de discussie over de bescherming van de kasseien. Minister Van den Brandt erkende dat de staat van de weg vandaag “compleet onaanvaardbaar” is, maar wees ook op de procedureslag waarin het dossier al jaren verstrikt zit. Volgens de minister moet Brussel Mobiliteit opnieuw een traject opstarten, met overleg met de betrokken stakeholders en een nieuwe vergunningsaanvraag. Pas wanneer er een vergunning is afgeleverd, goedgekeurd en vrij van beroepen, kan Brussel Mobiliteit tot uitvoering overgaan. Tegelijk bevestigde ze dat de heraanleg van de Havenlaan niet is opgenomen in de meerjarenbegroting voor de komende drie jaar. “Het is terecht dat de regering de juridische risico’s ernstig neemt. Niemand is gebaat bij een nieuwe vergunning die opnieuw sneuvelt. Maar de procedureslag mag ook geen excuus worden voor nog eens jaren stilstand”, zegt Benjamin Dalle. “Het arrest dat de vergunning vernietigde dateert al van november 2021. Bijna vijf jaar later zitten we nog altijd aan de studietafel.” Voor cd&v moet de nieuwe studiefase het begin zijn van een echte doorstart. “De Havenlaan is essentieel voor bewoners, fietsers, voetgangers, havenbedrijven en de ontwikkeling van de kanaalzone. De regering moet nu zorgen voor een juridisch robuust dossier, ernstig overleg met alle betrokkenen en een duidelijke timing voor een nieuwe vergunningsaanvraag. Er moet deze legislatuur vooruitgang geboekt worden in dit dossier.”
- Rechtspraak over Brusselse kantoorbelasting toont nood aan echt fiscaal pact
Een recente uitspraak van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg over de kantoorbelasting van de Stad Brussel toont volgens Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) aan dat het tijd is voor een nieuw fiscaal pact tussen het Brussels Gewest en de negentien gemeenten. De uitspraak kan volgens een analyse van fiscalistenkantoor Tiberghien immers belangrijke gevolgen hebben voor de juridische houdbaarheid van gelijkaardige gemeentelijke kantoorbelastingen. Voor Dalle is dit hét moment om werk te maken van een transparanter, eenvoudiger en geharmoniseerd fiscaal kader voor ondernemingen. "Brussel wil bedrijven aantrekken, maar houdt tegelijk een versnipperd fiscaal landschap in stand. Dat zorgt niet alleen voor administratieve complexiteit, maar dreigt nu ook juridische onzekerheid te creëren." Tijdens een debat in het Brussels Parlement erkende minister van Financiën Dirk De Smedt dat de recente uitspraak volgens hem "ongetwijfeld een opportuniteit" vormt om het debat over de gemeentelijke fiscaliteit verder te voeren maar dat de gesprekken daarover nog gevoerd moeten worden binnen de regering. Kantoorbelasting: melkkoe van Brusselse gemeenten De aanleiding is niet onbelangrijk. Uit cijfers die de minister aan het parlement bezorgde, blijkt dat de gemeentelijke belasting op kantooroppervlakten is uitgegroeid tot een belangrijke inkomstenbron voor de Brusselse gemeenten. De gezamenlijke opbrengst stijgt van 79,3 miljoen euro in 2021 naar bijna 140 miljoen euro in de begroting 2025, een stijging met ruim 76 procent in vier jaar. Bovendien bestaan er grote verschillen tussen gemeenten: sommige halen tientallen miljoenen euro's uit een kantoorbelasting, terwijl andere gemeenten ze helemaal niet heffen. Daarbovenop heft het Brussels Gewest ook een belasting op niet-residentiële oppervlakten. Ook die opbrengst stijgt aanzienlijk: van 95,9 miljoen euro in 2021 naar bijna 120 miljoen euro in 2025. De meerjarenbegroting gaat bovendien uit van een verdere stijging tot bijna 128 miljoen euro in 2029 bij ongewijzigd beleid. "Ondernemingen worden vandaag geconfronteerd met een opeenstapeling van gewestelijke én gemeentelijke belastingen. Tegelijk verschilt de fiscale behandeling sterk van gemeente tot gemeente. Dat is moeilijk uit te leggen en ondergraaft de aantrekkelijkheid van Brussel als vestigingsplaats." Juridische onzekerheid In een recente vonnis heeft de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg geoordeeld dat het belastingreglement van de Stad Brussel inzake de kantoorbelasting strijdig is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, omdat onvoldoende wordt verantwoord waarom kantooroppervlakten wel belast worden en vergelijkbare oppervlakten niet. Dalle: "Als die juridische redenering standhoudt, reikt de impact veel verder dan één dossier. Het vonnis geldt weliswaar alleen tussen de betrokken partijen, maar de redenering raakt aan de opbouw van de belasting zelf. Andere belastingplichtigen kunnen zich daarop beroepen in hun eigen procedure. Dat creëert een reëel risico op bijkomende betwistingen, niet alleen in Brussel-Stad maar ook in andere gemeenten met een gelijkaardige kantoorbelasting." Tijd voor een nieuw fiscaal pact Voor Benjamin Dalle is de uitspraak de ideale aanleiding om het systeem grondig te hervormen. "Een regering die zegt ondernemerschap centraal te zetten, kan niet blijven vasthouden aan negentien verschillende fiscale regimes. Brussel heeft ondernemers nodig. We moeten hen overtuigen om hier te investeren, niet hen richting Diegem, Zaventem of Asse duwen omdat het daar eenvoudiger, voorspelbaarder en fiscaal aantrekkelijker is. Dit is het moment om eindelijk werk te maken van een echt fiscaal pact tussen het Gewest en de gemeenten. Daarin moet een engagement staan om economisch verstorende belastingen te harmoniseren. Dat geldt niet alleen voor de kantoorbelasting, maar ook voor andere gemeentelijke belastingen die ondernemingen raken."
- Aantal netheids-pv's in Brussel daalt met bijna 18% in drie jaar
Nieuwe cijfers die Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) opvroeg bij bevoegd staatssecretaris voor Openbare Netheid Audrey Henry tonen dat het aantal processen-verbaal van Net Brussel voor netheidsovertredingen de voorbije jaren duidelijk is gedaald. In 2023 werden nog 3.782 PV’s opgesteld, in 2024 3.727 en in 2025 nog 3.107. Dat is een daling met bijna 18% op twee jaar tijd. Voor Dalle tonen de cijfers dat de nieuwe Brusselse regering terecht een prioriteit maakt van netheid, maar dat de aangekondigde versterking van de handhaving nu snel concreet moet worden. “Brusselaars verwachten terecht propere straten. De nieuwe regering heeft van netheid een prioriteit gemaakt, en dat is nodig. Maar deze cijfers tonen dat de handhaving vandaag nog niet op het niveau zit dat nodig is. Minder PV’s betekent niet automatisch minder overtredingen, integendeel. In veel wijken ervaren mensen net dagelijks dat sluikstorten, fout buitengezet afval en zwerfvuil hardnekkige problemen blijven.” Uit de cijfers blijkt dat de handhaving vandaag in belangrijke mate draait rond sorteerfouten en fout aangeboden afval. In 2025 gingen 1.514 van de 3.107 PV’s over niet-sorteren of een combinatie van niet-sorteren en foutieve ophaaluren. Dat is bijna 49% van alle PV’s. Als ook de afzonderlijke categorie “buiten de ophaaluren” wordt meegerekend, gaat het om 1.520 PV’s, eveneens bijna de helft van het totaal. Over de periode 2023-2025 samen gaat het om 5.543 PV’s voor sorteerfouten op een totaal van 10.616 PV’s, of ruim 52%. De bijlage omschrijft deze categorieën als PV’s voor niet-sorteren bij systematische controle, niet-sorteren buiten die controle en niet-sorteren gecombineerd met afval buiten de ophaaluren. Volgens Dalle is correcte afvalaanbieding belangrijk, maar mag de strijd tegen hardnekkig sluikstorten niet ondergesneeuwd raken. “Wie afval verkeerd sorteert of fout buitenzet, moet daarop aangesproken kunnen worden. Maar de Brusselaars ergeren zich vooral aan terugkerende sluikstorten op straathoeken, aan glasbollen, rond stations en in dichtbevolkte wijken. Net daar moet de pakkans omhoog.” Voor de categorie sluikstorten zelf schommelen de cijfers: 425 PV’s in 2023, 511 in 2024 en 478 in 2025. Dat is in 2025 hoger dan in 2023, maar opnieuw lager dan in 2024. Ook cameratoezicht levert resultaat op: 431 PV’s in 2023, 574 in 2024 en 523 in 2025 werden opgesteld op basis van camerabeelden. Toch beschikt Net Brussel vandaag slechts over 18 camera’s, waarvan 10 met automatische voorbewerking van beelden. “Camera’s zijn geen wondermiddel, maar ze helpen wel om de pakkans te verhogen op plaatsen waar sluikstorten telkens terugkeert. De cijfers tonen dat cameratoezicht werkt. Dan moeten we nu bekijken waar bijkomende slimme camera’s zinvol en juridisch correct kunnen worden ingezet.” De cijfers tonen ook grote verschillen tussen gemeenten. In 2025 werden de meeste PV’s opgesteld in Brussel-Stad met 635 PV’s, gevolgd door Anderlecht met 428, Schaarbeek met 311, Molenbeek met 270 en Sint-Gillis met 233. Samen zijn die vijf gemeenten goed voor ongeveer 60% van alle PV’s. Dalle vraagt dat de regering snel duidelijk maakt hoe de aangekondigde versterking van de netheidshandhaving er concreet zal uitzien. Uit het antwoord blijkt immers dat het aantal gewestelijke netheidsbrigades, hun samenstelling, personeelsbezetting en territoriale spreiding nog niet vastliggen. Ook over de beloofde versterking van de dienst Opsporing en Verbalisatie blijft de timing onduidelijk. Vandaag telt die dienst slechts 21 voltijdse medewerkers. In haar beleidsverklaring kondigde staatssecretaris Henry aan dat die versterking er zou komen via een heroriëntering van medewerkers in het kader van de optimalisering van de afvalophalingen. “Propere straten bepalen mee of mensen zich veilig en gerespecteerd voelen in hun wijk. Wie de regels volgt, verdient een propere straat. Wie hardnekkig sluikstort, moet weten dat de pakkans reëel is. De regering heeft de juiste ambitie uitgesproken. Nu moet die ambitie snel zichtbaar worden op het terrein. We hebben nood aan meer medewerkers die sluikstorters kunnen opsporen en meer middelen, zoals slimme camera’s.”
- Meer dan zes op de tien schietpartijen in 2026 vinden buiten de Brusselse drugshotspots plaats
Uit het antwoord van minister-president Boris Dilliès op een schriftelijke vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle blijkt dat 63% van de schietpartijen in 2026 buiten de erkende drugshotspots plaatsvindt. Tegelijk erkent de minister-president dat er vandaag nog geen nauwkeurige gewestelijke analyse bestaat van mogelijke verplaatsingseffecten van drugscriminaliteit. Voor Benjamin Dalle toont dit aan dat de gewestelijke drugsstrategie nodig blijft, maar na twee jaar grondig moet worden bijgestuurd. "Het is goed dat de nieuwe minister-president en de nieuwe Brusselse regering de hotspotaanpak eindelijk grondig hebben geëvalueerd," zegt Dalle. "Dat is een belangrijke stap vooruit ten opzichte van de regering-Vervoort. Maar de evaluatie toont ook duidelijk waar de strategie tekortschiet. De minister-president heeft het dossier in handen genomen. Nu moet hij ook doorpakken." De gewestelijke drugsstrategie werd in 2024 opgestart als antwoord op de toename van drugsgerelateerd geweld en schietpartijen in Brussel. Intussen werden 18 hotspots afgebakend, waar lokale taskforces acties coördineren rond veiligheid, preventie en buurtleven. Dalle vroeg de minister-president onder meer naar de evaluatie van de strategie, de concrete maatregelen per hotspot, de mogelijke verplaatsing van drugscriminaliteit en de bijkomende middelen. Uit het antwoord blijkt dat sinds 3 oktober 2024 160 schietpartijen werden geregistreerd. Daarvan vond meer dan de helft buiten de hotspots plaats. Voor 2026 loopt dat aandeel zelfs op tot 63%, tegenover 46% in 2025. De hotspot Clémenceau blijft wel een belangrijke probleemzone, al daalt het aandeel van die hotspot van 26% in 2025 naar 17% in 2026. Opvallend is volgens Dalle dat deze percentages niet automatisch betekenen dat de hotspotaanpak succesvol is. "De minister-president verklaarde begin juni zelf dat er sinds begin 2026 al meer dan zestig schietpartijen waren. Als dat tempo aanhoudt, dreigt Brussel dit jaar af te stevenen op ongeveer 140 schietpartijen. Dan blijft het absolute aantal schietpartijen binnen de hotspots ongeveer even hoog als vorig jaar, terwijl het aantal schietpartijen buiten de hotspots bijna verdubbelt. Dat wijst er niet op dat het probleem opgelost raakt, maar wel dat het zich steeds meer buiten de huidige hotspots manifesteert." Bovendien erkent de minister-president in zijn antwoord dat er nog geen nauwkeurige gewestelijke analyse bestaat van de verplaatsingseffecten van drugscriminaliteit. Volgens Dalle onderstreept dat net het belang van de evaluatie. "De drugscriminaliteit houdt zich niet aan administratieve grenzen. Als het geweld zich verplaatst, moet ook de strategie sneller kunnen meebewegen." Voor Dalle toont de evaluatie aan dat de hotspotaanpak ook op ander vlakken moet worden bijgestuurd. De evaluatie pleit onder meer voor een sterkere integratie van preventie, een betere afstemming tussen alle betrokken actoren en het aanduiden van vaste contactpunten "drugs" binnen de Brusselse administraties. Ook moeten de doelstellingen van de strategie duidelijker worden omschreven en beter worden opgevolgd. "Net daar zie ik een belangrijke rol voor de Brusselse drugscommissaris. Die moet ervoor zorgen dat alle betrokken partners beter samenwerken, informatie sneller wordt gedeeld en de strategie voortdurend wordt aangepast aan de evolutie op het terrein. Veiligheid en preventie moeten veel sterker hand in hand gaan." Wat de middelen betreft, geeft de minister-president aan dat daarover de komende weken een beslissing wordt verwacht. Dalle hoopt dat er snel duidelijkheid komt voor gemeenten, preventiediensten en terreinactoren. "De lokale actoren staan elke dag in de frontlinie. Als we van hen verwachten dat ze deze strategie uitvoeren, moeten ze ook weten op welke ondersteuning ze kunnen rekenen." Dalle besluit: "De evaluatie is een belangrijke stap vooruit. De minister-president neemt het dossier duidelijk in handen. Nu moet de regering de strategie ook effectief bijsturen: met een betere analyse van verplaatsingseffecten, meer samenwerking tussen alle betrokken actoren, een sterkere combinatie van veiligheid en preventie en voldoende ondersteuning voor de lokale partners. Alleen zo kunnen we het drugsgeweld in Brussel duurzaam terugdringen."
- Oldtimeruitzondering dreigt achterpoortje in Brusselse LEZ te worden
Wie door Brussel rijdt, merkt het zelf ook: in het straatbeeld lijken steeds meer wagens met een O-plaat op te duiken. Oldtimers horen bij ons erfgoed en voor echte liefhebbers moet daar ruimte voor blijven. Maar nieuwe cijfers die Brussels parlementslid Benjamin Dalle opvroeg, tonen dat het aantal oldtimers dat effectief in de Brusselse lage-emissiezone rijdt, de voorbije jaren sterk is toegenomen. Daardoor rijst de vraag of de automatische vrijstelling voor oldtimers niet stilaan een achterpoortje dreigt te worden in de Brusselse LEZ. Dat is relevant voor de luchtkwaliteit. De LEZ heeft net als doel de oudste en meest vervuilende voertuigen uit het verkeer te weren. Hoe ouder een wagen, hoe hoger doorgaans de uitstoot van schadelijke stoffen. Daarom is het belangrijk dat uitzonderingsregelingen geen achterpoortje worden dat de milieudoelstellingen van de LEZ ondergraaft. In 2020 werden 4.512 unieke oldtimers in de LEZ geregistreerd; in 2024 waren dat er 13.799. Ook het aantal oldtimers dat meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ rondrijdt, steeg sterk: van 28 in 2020 naar 76 in 2024 en 156 in 2025. Voor 2025 wijst de administratie wel op een impact van de vervanging van ANPR-camera’s, waardoor voorzichtigheid geboden is bij de interpretatie van dat jaarcijfer. Volgens Dalle tonen de cijfers aan dat de automatische vrijstelling voor oldtimers niet langer blind kan blijven bestaan zonder betere monitoring en handhaving. De Brusselse lage-emissiezone laat oldtimers ouder dan 30 jaar vandaag automatisch toe. Die uitzondering werd ingevoerd vanuit de redenering dat oldtimers erfgoedvoertuigen zijn en slechts beperkt gebruikt worden. Oldtimers mogen wettelijk niet worden gebruikt voor woon-werkverkeer, woon-schoolverkeer, commercieel gebruik of professioneel gebruik. Maar uit het antwoord op een schriftelijke vraag van Benjamin Dalle blijkt dat de LEZ zelf niet controleert of die gebruiksbeperkingen effectief worden nageleefd. Die controle behoort tot de bevoegdheid van de politie. “Oldtimers horen bij ons erfgoed en echte liefhebbers mogen niet geviseerd worden. Maar een automatische vrijstelling mag geen achterpoort worden om de lage-emissiezone te omzeilen. Als steeds meer oldtimers in Brussel rondrijden en sommige voertuigen meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ verschijnen, dan moet de regering ingrijpen vóór dit probleem ontspoort”, zegt Benjamin Dalle. De cijfers tonen vooral een opvallend verschil tussen het aantal ingeschreven oldtimers en het aantal oldtimers dat effectief in de LEZ wordt geregistreerd. Het aantal in Brussel ingeschreven oldtimers ouder dan 30 jaar steeg tussen 2022 en 2025 met ongeveer 6%, van 6.505 naar 6.892 voertuigen. Maar het aantal unieke oldtimers dat minstens één keer in de LEZ werd geregistreerd, steeg veel sterker: van 4.512 in 2020 naar 13.799 in 2024. Ook het gebruik wordt intensiever. In 2020 reden oldtimers gemiddeld 7,4 dagen per jaar in de LEZ. In 2024 ging het om 7,6 dagen. In 2025 stijgt dat gemiddelde naar 10 dagen, al wordt dat jaar volgens de administratie beïnvloed door de vervanging van de camera’s. Het aantal oldtimers dat meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ reed, steeg van 28 in 2020 naar 76 in 2024 en 156 in 2025. “Vandaag erkent de Brusselse regering dat de LEZ zelf niet controleert of oldtimers correct worden gebruikt. Die controle ligt bij de politie. Dat betekent dat de automatische vrijstelling in de praktijk moeilijk te handhaven is. Net daarom moet het oldtimerregime worden meegenomen in de hervorming van de LEZ”, aldus Dalle. Volgens Dalle bewijzen de cijfers niet dat elke oldtimer wordt misbruikt om de LEZ te omzeilen. Maar ze tonen wel dat de automatische vrijstelling steeds belangrijker wordt en dat een kleine maar groeiende groep oldtimers zeer frequent in de LEZ rondrijdt. “Dat is precies het soort evolutie dat men vroeg moet aanpakken. Wie niets doet, dreigt tegen 2030 een veel groter probleem te hebben, wanneer de LEZ-regels ook voor benzinewagens strenger worden.” Uit het antwoord blijkt bovendien dat Leefmilieu Brussel een reflectie over een mogelijke wijziging van het oldtimerregime zal opnemen in de lopende hervorming van de LEZ. Voor Dalle is dat noodzakelijk. “De regering moet nu werk maken van duidelijke monitoring, betere samenwerking met de politie en een hervorming van de automatische vrijstelling. Het doel moet zijn om echte oldtimerliefhebbers te beschermen, maar misbruik onmogelijk te maken.” Opvallendste cijfers Uit het antwoord op de schriftelijke vraag blijkt onder meer: 13.799 unieke oldtimers reden in 2024 minstens één keer in de Brusselse LEZ, tegenover 4.512 in 2020. Het aandeel oldtimers in het totaal aantal unieke voertuigen steeg van 0,18% in 2020 naar 0,33% in 2024 en 0,38% in 2025. Het gemiddeld aantal dagen dat oldtimers in de LEZ reden, steeg van 7,4 dagen in 2020 naar 10,0 dagen in 2025, met een methodologische kanttekening voor 2025 door de vervanging van ANPR-camera’s. Het aantal oldtimers dat meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ reed, steeg van 28 in 2020 naar 76 in 2024 en 156 in 2025. De Brusselse regering erkent dat de controle op het correcte gebruik van oldtimers niet via de LEZ gebeurt, maar door de politie moet gebeuren. Leefmilieu Brussel zal een mogelijke wijziging van het oldtimerregime meenemen in de lopende hervorming van de LEZ.
- Brusselse regering maakt vaart met aanstelling drugscommissaris
Brussels Parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) reageert tevreden op de antwoorden van minister-president Boris Dilliès tijdens de commissie Binnenlandse Zaken over de oprichting van een Brusselse drugscommissaris. De minister-president bevestigde dat de regering principieel beslist heeft tot de oprichting van een gewestelijk antidrugscommissariaat, met de aanstelling van een drugscommissaris, de opstart van een selectieprocedure en een structurele verankering via een toekomstige ordonnantie. Tijdens het debat bevestigde de minister-president ook dat de oproep tot kandidaten de komende dagen wordt gelanceerd. Volgens Dilliès moet de drugscommissaris uitgroeien tot een instrument dat de samenwerking tussen alle betrokken actoren versterkt. Het gaat daarbij niet alleen om politiediensten, burgemeesters, het parket en de federale overheid, maar ook om actoren uit de preventie, verslavingszorg, welzijns- en gezondheidssector. De minister-president benadrukte dat de drugsproblematiek één van de grootste uitdagingen voor Brussel vormt en dat de aanpak daarom niet beperkt mag blijven tot repressie alleen. Hij wil een geïntegreerde aanpak uitwerken die ook inzet op preventie, zorg en begeleiding van mensen met een verslavingsproblematiek. “Wij hebben altijd gepleit voor een echte drugscommissaris die de versnippering in Brussel helpt doorbreken. Dat de regering nu al beslist heeft de rekruteringsprocedure voor de commissaris op te starten, is een belangrijk signaal. Het toont dat de regering snel werk wil maken van een gecoördineerde aanpak.”, aldus Dalle. “Drugsbeleid gaat niet alleen over politie en justitie. Wie het probleem echt wil aanpakken, moet ook inzetten op preventie, vroegdetectie, hulpverlening en zorg. Het is positief dat de minister-president expliciet aangeeft dat ook die dimensies deel zullen uitmaken van het werk van de toekomstige drugscommissaris.” De minister-president gaf aan dat de concrete opdrachtomschrijving momenteel verder wordt uitgewerkt in overleg met onder meer burgemeesters, korpschefs, het parket, de federale overheid en andere betrokken partners. Daarbij moet volgens hem een instrument worden ontwikkeld dat effectief werkt op het terrein en geen bijkomende bureaucratische laag vormt. Dalle onderschrijft die ambitie: “Voor cd&v mag dit geen symbolische functie worden. De drugscommissaris moet voldoende gezag krijgen om administraties en overheden rond de tafel te brengen, samenwerking te organiseren en de uitvoering van een geïntegreerd drugsbeleid op te volgen. Het uiteindelijke succes zal niet afhangen van een titel of een organigram, maar van de vraag of we erin slagen de overlast, het geweld en de onveiligheid die samenhangen met de drugshandel daadwerkelijk terug te dringen.” Volgens Dalle is het nu belangrijk dat de regering snel duidelijkheid schept over de precieze opdracht, de timing van de aanstelling en de uitwerking van een geïntegreerd Brussels drugsbeleidsplan. “De beslissing is genomen. Nu moet de drugscommissaris ook snel operationeel worden zodat Brussel eindelijk met één geïntegreerde strategie kan optreden tegen drugscriminaliteit en de overlast die daarmee gepaard gaat.”
- Fast Response Team tegen grote sluikstorten nog dit jaar operationeel
Brussel krijgt nog dit jaar een Fast Response Team dat snel zal kunnen ingrijpen bij nieuwe sluikstorten, afval na betogingen en andere acute netheidsproblemen. Dat heeft Brussels staatssecretaris voor Netheid Audrey Henry vandaag bevestigd in de commissie Leefmilieu, na een vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v). Het nieuwe team van Net Brussel zal flexibel inzetbaar zijn op gewestwegen en moet snel kunnen reageren op dringende situaties. Volgens de staatssecretaris is er nog drie tot zes maanden nodig om het team samen te stellen en op te leiden. Daardoor zou het nog voor het einde van dit jaar operationeel moeten zijn. “Dit is een belangrijke stap vooruit. We weten dat zwerfvuil en sluikstorten nieuw afval aantrekken wanneer ze blijven liggen. Hoe sneller wordt opgeruimd, hoe kleiner het probleem blijft. Snel optreden maakt het verschil tussen een proper plein en een vuilnisbelt”, zegt Benjamin Dalle, die met cd&v de oprichting van dit team bekomen heeft in het Brusselse regeerakkoord. Dalle pleit ervoor dat het team prioritair wordt ingezet bij grote sluikstorten, vervuiling na evenementen en betogingen, en andere situaties die veel frustratie veroorzaken bij buurtbewoners. Volgens hem moet de ambitie zijn om zo snel mogelijk na een melding ter plaatse te gaan. Het parlementslid benadrukt ook het belang van een goede samenwerking tussen Net Brussel, de gemeenten en de politiezones. “Een propere openbare ruimte draagt rechtstreeks bij aan het veiligheidsgevoel en de leefbaarheid van onze wijken. Daarom is het belangrijk dat dit team niet alleen wordt opgericht, maar ook snel en efficiënt kan werken. Zo moet het opruimen van een grote sluikstort steeds binnen de 24 uur plaatsvinden. Brusselaars moeten het verschil op straat kunnen zien”, besluit Dalle.
- Tweetaligheid in Brusselse lokale besturen blijft onaanvaardbaar zwak
Het nieuwe jaarverslag 2025 van de Brusselse vice-gouverneur Jozef Ostyn bevestigt opnieuw dat de naleving van de taalwetgeving door Brusselse gemeenten en OCMW’s structureel problematisch blijft. Van de 3.199 aanstellings- en benoemingsbesluiten die in 2025 werden onderzocht, was slechts 483 volledig in orde. Dat is amper 15%. 1.976 beslissingen, goed voor bijna 62%, moesten worden geschorst. Nog eens 740 dossiers werden enkel gedoogd, meestal omdat het ging om contractuele aanstellingen van zeer korte duur. Volgens Benjamin Dalle, Brussels parlementslid voor cd&v, tonen de cijfers vooral dat Brussel blijft hangen op een onaanvaardbaar laag niveau: “De cijfers zijn niet spectaculair slechter dan vorig jaar. Maar dat is geen geruststelling. Ze blijven spectaculair slecht. Als jaar na jaar amper 15% van de aanstellingen volledig in orde is, dan spreken we niet meer over uitzonderingen, maar over een systematische niet-naleving van de taalwetgeving.” De situatie blijft bijzonder zorgwekkend bij de OCMW’s. In 2025 werden 1.930 OCMW-dossiers onderzocht. Daarvan werden slechts 111 goedgekeurd, tegenover 1.213 schorsingen en 606 gedoogde dossiers. Vooral bij contractuele aanwervingen is het probleem hardnekkig: bij de OCMW’s waren slechts 72 van de 1.869 contractuele dossiers volledig conform. Ook de Nederlandstalige aanwezigheid blijft bijzonder laag. Van alle 3.199 wervingsdossiers in 2025 betroffen er slechts 213 een Nederlandstalige, of 6,7%. De vice-gouverneur stelt dat daardoor minstens in een aantal lokale besturen vermoedelijk de minimumvertegenwoordiging van Nederlandstaligen niet gehaald wordt. Bovendien werd vanuit 5 gemeenten en 5 OCMW’s geen enkel dossier over de aanwerving van een Nederlandstalige overgemaakt. Daarnaast blijft ook de pariteit in leidinggevende functies problematisch. In 2025 werden 26 beslissingen geschorst wegens het niet respecteren van de pariteitsregels. Slechts in 1 van de 19 gemeenten en 1 van de 19 OCMW’s zijn de leidinggevende functies paritair of quasi-paritair ingevuld. In 11 gemeenten en 14 OCMW’s bedraagt het overwicht van één taalgroep in leidinggevende functies zelfs 75% of meer. Voor cd&v is het nieuwe jaarverslag daarom een duidelijke opdracht voor de Brusselse regering. In de nieuwe Brusselse beleidsverklaring werd op vraag van cd&v een apart engagement opgenomen voor een sterk tweetalig gewest. Daarin verbindt de regering zich tot een masterplan voor tweetaligheid, bijkomende taalopleidingen, begeleiding van gemeenten en OCMW’s, versterking van NT2-trajecten en taalbeleidsplannen voor Brusselse ziekenhuizen. Benjamin Dalle: “Voor het eerst ligt er een duidelijk politiek kompas op tafel. Nu moet de regering het ook uitvoeren. De niet-naleving van de tweetaligheid bij gemeenten en OCMW’s mag geen jaarlijkse vaststelling in het verslag van de vice-gouverneur blijven. Ze moet opnieuw een positieve ambitie worden: met taalopleidingen, begeleiding, betere rekrutering en effectief toezicht.” Ook de klachten tonen dat tweetaligheid geen abstract debat is. In 2025 ontving de vice-gouverneur 32 klachten, minder dan de uitzonderlijke piek van 61 in 2024, maar nog altijd in lijn met de hogere trend sinds 2020. De meerderheid van de klachten had betrekking op gemeentelijke diensten en OCMW’s. Er waren ook klachten over onder meer politiediensten, gewestelijke diensten en ziekenhuizen. Een bijzonder ernstig voorbeeld betrof een Nederlandstalige bewoonster van een Brussels woonzorgcentrum die na een val via de MUG naar een openbaar ziekenhuis werd gebracht en volgens de klacht die het woonzorgcentrum indiende op geen enkel moment op Nederlandstalige zorg of communicatie kon rekenen. Voor cd&v toont dit aan dat tweetaligheid ook een kwestie is van veiligheid, waardigheid en kwaliteit van zorg. Benjamin Dalle: “Respect voor de tweetaligheid is geen symbolendossier. Het gaat over burgers die aan een loket, bij het OCMW, bij de politie of in een ziekenhuis geholpen moeten worden in hun taal. Zeker in noodsituaties en in de zorg is dat fundamenteel. De nieuwe regering heeft zich geëngageerd. Nu moet ze tonen dat dit geen mooie passage in een beleidsverklaring blijft, maar echt beleid wordt. Ik reken daarbij in het bijzonder op de drie Nederlandstalige regeringsleden om binnen de regering de nodige druk te zetten zodat we eindelijk stappen vooruit zetten.”












