top of page

Zoekresultaten

519 items gevonden voor ""

  • VGC, Vlaamse overheid en GO! investeren ruim 4,8 miljoen euro in nieuwbouwproject voor deeltijds kunstonderwijs in Etterbeek

    Dit project zal de GO! RHOK Academie voor Beeldende en Audiovisuele Kunsten en de GO! Muziekacademie Etterbeek samenbrengen op één locatie gelegen aan de Edouard de Thibaultlaan 2. Het nieuwbouwproject maakt deel uit van het infrastructuurplan voor de Nederlandstalige academies in Brussel 2021-2025, een samenwerkingsverband tussen de VGC – Onderwijs en Scholenbouw, en de Vlaamse overheid – Coördinatie Brussel. Financiering voor dit Design & Build project is tot stand gekomen dank zij een samenwerking, met een investeringsbudget van 3,2 miljoen investeringssubsidies van de VGC en de Vlaamse overheid en ruim 2,8 miljoen euro van het GO!. Vandaag werden de plannen voor de nieuwbouw voorgesteld door het architectenbureau A2O in aanwezigheid van Sven Gatz, Brussels minister bevoegd voor Onderwijs en Scholenbouw in de Vlaamse Gemeenschapscommissie, en Benjamin Dalle, Vlaams minister van Brussel, Jeugd, Media en Armoedebestrijding. Het gebouw van de RHOK Academie aan de Edouard de Thibaultlaan 43 en het gebouw van de muziekacademie aan de Ouderghemlaan voldoen niet langer aan hedendaagse normen en pedagogische vereisten. Daarom heeft GO! Scholengroep Brussel besloten ze te verkopen en de opbrengst te investeren in een nieuwbouwproject. Het hoofdgebouw van de RHOK Academie aan de Edouard de Thibaultlaan 2, een industrieel pand met grote erfgoedwaarde, zal behouden blijven. Op dezelfde site zullen twee nieuwe gebouwen komen voor zowel de RHOK Academie als de muziekacademie. Met hun prominente ligging aan de straatkant zullen de gebouwen het sluitstuk vormen van het bouwblok en een nieuwe uitstraling geven aan de academies. Dit zal de verbinding met de omgeving bevorderen en de aantrekkingskracht van beide academies vergroten. De nieuwe gebouwen zullen elk uitkijken op verschillende straten met een eigen karakter. De Generaal Tombeursstraat wordt de thuisbasis van de muziekacademie. Dit gebouw krijgt een heldere, open en uitnodigende structuur. Op de begane grond bevindt zich een polyvalente zaal, die met dubbelhoge raampartijen zal opvallen in het straatbeeld. Het nieuwe gebouw van de RHOK Academie komt in de Stationsstraat te liggen. De gevel met grote, horizontale ramen zal perfect passen in het straatbeeld en zal dienst doen als etalage voor de artistieke creaties van de studenten. Door te bouwen aan de straatzijden, zal het groengebied binnen het bouwblok volledig behouden blijven. De prachtige grote binnentuin vormt de verbinding tussen de verschillende gebouwen en zal multifunctioneel worden ingezet voor schoolactiviteiten en andere evenementen. Minister Sven Gatz, binnen de VGC bevoegd voor Onderwijs en Scholenbouw: “Met verve tonen hier de twee Etterbeekse kunstacademies van het GO! welke ambitie zij hebben voor het deeltijds kunstonderwijs. Door de krachten te bundelen, de VGC, de Vlaamse Gemeenschap en het schoolbestuur, wordt hier het grootste academie-bouwproject gerealiseerd, waardoor honderden Brusselse leerlingen en hun docenten creatief en artistiek aan de slag kunnen gaan en hun talenten ontwikkelen.” Vlaams minister van Brussel Benjamin Dalle: “De vele studenten aan onze Nederlandstalige academies nood aan goede infrastructuur om hun talent verder te ontwikkelen. Met een ambitieus infrastructuurplan in het deeltijds kunstenonderwijs bieden we hier een antwoord op. Dit project in Etterbeek bewijst opnieuw wat er mogelijk is als de Vlaamse Gemeenschap en de VGC nauw met elkaar samenwerken. Daarnaast is het een goede zaak dat de gebouwen ook gedeeld zullen worden. Dat resulteert in meer betrokkenheid met de buurt en nieuwe ontmoetingsplekken in de stad.” Jurgen Wayenberg, algemeen directeur van GO! Scholengroep Brussel, besluit: "Het samenbrengen van een muziekacademie en een academie voor beeldende en audiovisuele kunsten op dezelfde campus is een primeur en bevordert de samenwerking en creatieve uitwisseling, geheel in lijn met de scholengroep-baseline Grenzeloos denken, samen doen".

  • Projectoproep ‘Ondersteunen van jong engagement’ zet in op engagement van moeilijk bereikbare jongerengroepen

    Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle lanceert een projectoproep gericht op stimuleren van jongeren om een rol als animator in het jeugdwerk op te nemen. De oproep, getiteld ‘Ondersteunen van jong engagement’, streeft ernaar om jeugdwerk toegankelijker en aantrekkelijker te maken voor alle jongeren, met bijzondere aandacht voor diegenen die traditioneel minder betrokken zijn. Het jeugdwerk door en voor jongeren vertrekt van het uitgangspunt dat jonge deelnemers kunnen doorgroeien tot ervaren begeleiders. Dat sluit nauw aan bij het Vlaamse jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan, en de prioriteit ‘engagement in de samenleving door vrijwillige inzet. Uit het recente onderzoek ‘Jongeren in cijfers en letters 5’ van het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) blijkt dat dit niet altijd het geval is. Jongeren uit bepaalde groepen (zoals jongeren met een beperking of in een maatschappelijk kwetsbare positie) komen niet in aanraking met het jeugdwerk of haken af op de leeftijd van 15 à 16 jaar. Dit is ook de leeftijd waarop ze een geattesteerd kadervormingstraject kunnen starten, nl. 15 jaar, en een attest als animator in het jeugdwerk kunnen behalen, nl. 16 jaar. De jongeren die doorgroeien, blijken bovendien vaak dezelfde groepen jongeren, waardoor de begeleiding de diversiteit in de samenleving onvoldoende weerspiegelt. Met deze nieuwe oproep gaat minister Dalle op zoek naar projecten die jongeren stimuleren om een engagement als vrijwillige begeleider op te nemen, met focus op jongeren die moeilijk hun weg vinden naar het georganiseerde jeugdwerk. De projectoproep is gericht op vormende activiteiten die deze jongeren versterken, zodat ze een rol kunnen opnemen binnen het jeugdwerk (of daarbuiten). De projecten kunnen ook  focussen op het stimuleren van samenwerking tussen jeugdorganisaties en partners uit verschillende sectoren. Projecten kunnen uiteenlopen van voorbereidende trajecten en co-animatortrajecten tot samenwerkingen met jeugdhulpinstellingen en scholen. Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle trekt in totaal 1 miljoen euro uit voor deze projecten. Daarvoor voorziet de begroting van 2024 in extra middelen. Elk project maakt aanspraak op maximaal 125.000 euro. Minister Dalle benadrukt: “Het is cruciaal dat we bruggen bouwen naar jongeren die tot nu toe ondervertegenwoordigd zijn in het jeugdwerk. Dit initiatief zal niet alleen helpen bij hun persoonlijke ontwikkeling, maar ook bijdragen aan een meer inclusieve en veerkrachtige gemeenschap. Met deze oproep willen we ook de capaciteit van jeugdorganisaties versterken: met meer vrijwilligers kunnen de jeugdorganisaties meer activiteiten aanbieden. Ik roep organisaties op om gebruik te maken van deze unieke kans en op de proppen te komen met ambitieuze en innovatieve projectvoorstellen. Zo zorgen we samen voor een jeugdwerk dat nog inclusiever en toegankelijker is.” Een project indienen kan tot en met 14 april 2024, via de toepassing KIOSK. In mei valt de beslissing over de goedgekeurde projecten, die vanaf 1 juni 2024 van start kunnen gaan.  Meer info hier.

  • Bouw van ‘de Loods’ van start: unieke kruisbestuiving van zorg en kunst

    Op 17 maart, Dag van de Zorg, werd in Molenbeek de eerste steen gelegd van een uniek project dat kunst en zorg verbindt: de Loods. Deze inclusieve kunstenwerkplek wordt onderdeel van ’t Zinneke, een woongroep voor mensen met een beperking. De gasten en bewoners van ‘t Zinneke worden nauw betrokken bij de vele artistieke activiteiten die er zullen plaatsvinden. De Vlaamse overheid en de Vlaamse Gemeenschapscommissie zetten samen hun schouders onder dit innovatieve en waardevolle project. Op de site van ’t Zinneke is vzw Zonnelied, dat overal in Vlaanderen en Brussel dienstverlening voor mensen met een beperking organiseert, gestart met de grootschalige renovatie van een bestaande hangaar. Zonnelied vormt deze om tot een multifunctionele ontmoetingsplek, waar kunstenaars en artistieke collectieven een plek krijgen en die ook open staat voor mensen uit de buurt. De Loods wordt een inspirerend centrum waar buurtbewoners samenkomen in een omgeving die speciale aandacht besteedt aan mensen met een beperking. De bewoners van ’t Zinneke krijgen ook een rol in het onthaal en de uitbating van de kunstenwerkplek. Een toonvoorbeeld voor buurtgerichte zorg. Heel wat partners zullen in deze kunstenwerkplaats een thuis vinden. Zo komt er in samenwerking met Theater Tartaar en Platform K een repetitieruimte voor dans en theater voor personen met een beperking. Bewoners van ’t Zinneke zullen mee spelen in artistieke producties van Stefan Perceval en het kunstenhuis HETGEVOLG, en dansen in workshops, stages en producties van het dansgezelschap Ultima Vez of vzw Léon. Ook de Fietsbieb krijgt er een vaste stek. De Loods wordt gebouwd volgens duurzame principes, met energiebewuste keuzes op vlak van materiaalgebruik en energievoorziening, en het nieuwe gebouw krijgt ook een groendak. De Vlaamse overheid en de VGC investeren respectievelijk 550.000 euro en 240.000 euro in dit unieke project. Algemeen directeur van vzw Zonnelied Katleen Evenepoel licht toe: “Inclusie is niet langer een ambitie maar een werkwoord. De Loods moet een fysieke en mentale ruimte worden waar permanent ontmoeting en verbinding kan plaatsvinden. Door de samenwerking met formele en informele zorgverleners versterken we de sociale cohesie in de buurt en dragen zo ons steentje bij aan buurtgerichte zorg.” Vlaams minister van Brussel Benjamin Dalle: “Brussel heeft nood aan initiatieven zoals de Loods, projecten die sectoren met elkaar in verbinding brengen, samenwerking stimuleren en muurtjes slopen. We investeren niet alleen in stenen, maar ook en vooral in mensen. Vanuit de Loods zullen heel wat bijzondere ontmoetingen ontstaan. Mensen met een beperking ontmoeten buurtbewoners, kunstenaars en andere gebruikers van deze nieuwe broedplek, werken er nauw mee samen, leren van elkaar – en omgekeerd. Ik ben ervan overtuigd dat vanuit deze pleknieuwe initiatieven zullen groeien die mensen meer met elkaar in contact brengen.” Elke Van den Brandt, voorzitter van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie: “Zorg en welzijn in je eigen buurt kunnen vinden, heeft een gigantische meerwaarde. Het verhoogt de levenskwaliteit en versterkt de buurt. De Loods wordt dan ook een inclusieve ontmoetingsplek in Brussel met een unieke wisselwerking: op deze plek krijgen mensen met een beperking zorg van de buurt, en dragen ze zelf zorg voor een aantal diensten voor de buurt. Buurtgerichte zorg op maat van iedereen: daar moeten we naartoe in heel Brussel.”

  • Benjamin Dalle geeft voorzitterschap IMC armoedebestrijding door aan Karine Lalieux

    Armoede bestrijden vraagt samenwerking. Zeker in een complex land met vele bevoegde overheden, zoals België. Daarom nam Vlaams minister van Armoedebestrijding Benjamin Dalle in 2022 het initiatief om de verschillende bevoegde ministers opnieuw rond de tafel te zetten, in de interministeriële conferentie (IMC) Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Wonen. Op de IMC van vrijdag 15 maart gaf minister Dalle het voorzitterschap door aan federaal minister van Armoedebestrijding, Karine Lalieux. Het voorbereiden van een nieuw samenwerkingsakkoord in de strijd tegen dak- en thuisloosheid, dat nu door de verschillende overheden en parlementen gevalideerd moet worden, is de belangrijkste verwezenlijking van de IMC tot dusver. Vrijdag zaten de verschillende ministers die in België bevoegd zijn voor armoedebestrijding voor de vijfde keer sinds 2022 rond de tafel. Vlaams minister van Armoedebestrijding nam in oktober 2022, na liefst negen jaar inactiviteit, het initiatief om de IMC nieuw leven in te blazen. “Ik vond het onbegrijpelijk dat er geen structureel interfederaal overleg bestond over armoede, bij uitstek een thema dat zich bij uitstrekt over vele bevoegdheden en bevoegdheidsniveaus”, zegt minister Dalle. “Alle regeringen, van het federale niveau tot de gemeenschappen en gewesten, moeten samenwerken om het leven van mensen in armoede te verbeteren.” Dakloosheid uitroeien tegen 2030 Karine Lalieux, federaal minister van Armoedebestrijding, is vanaf nu de nieuwe voorzitter van de IMC. “Via de interministeriële conferentie bundelen we onze krachten en zorgen we voor een gecoördineerde aanpak over alle bevoegdheidsniveaus heen. Ons doel is duidelijk: dakloosheid uitroeien tegen 2030. Door preventie te bevorderen, geïndividualiseerde opvolging te bieden en innovatieve aanpakken zoals Housing First te omarmen, zetten we stappen richting een inclusieve en solidaire toekomst voor iedereen”, aldus minister Lalieux. Door de regelmatige uitwisseling zijn de verschillende ministers beter op de hoogte van elkaars plannen en kan afstemming worden gezocht. Bovendien lanceerde de IMC het voorbije anderhalf jaar ook nieuwe initiatieven. De voornaamste verwezenlijking is het afsluiten van een nieuw samenwerkingsakkoord rond dak- en thuisloosheid. In januari 2023 richtte de IMC een werkgroep dak- en thuisloosheid op, voorgezeten door minister Lalieux. Het doel was om het samenwerkingsakkoord van 2014 over dakloosheid en te onderzoeken en na te gaan of het moest worden aangepast. De werkgroep stelde al snel vast dat het de voorkeur verdiende om een nieuw samenwerkingsakkoord te schrijven. Die nieuwe tekst werd in december 2023 gevalideerd door de IMC. Dit akkoord zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de  verschillende regeringen en parlementen. De tekst is gebaseerd op de doelstellingen van de Verklaring van Lissabon, met name: dakloosheid uitroeien tegen 2030. In tegenstelling tot het vorige samenwerkingsakkoord, dat vooral focust op de verdeling van bevoegdheden tussen de verschillende overheden rond dak- en thuisloosheid, stelt de nieuwe tekst vooral gemeenschappelijke doelstellingen voorop. De verschillende overheden zijn hiervoor een aantal maatregelen overeengekomen: Preventie bevorderen en een reeks diensten opzetten om te voorkomen dat inwoners van ons grondgebied dakloos worden. Voorrang te geven aan een geïndividualiseerde opvolging van personen die dakloos zijn. Meer begeleidingstrajecten voorzien in lijn met de Housing First-methodologie en de Housing Led-aanpak. Daarnaast nam de IMC ook initiatieven om meer en accuratere kennis rond armoede te verzamelen, met een focus op nowcasting en forecasting. Het is belangrijk om de verschillende initiatieven meer op elkaar af te stemmen en een betere uitwisseling van cijfers en data mogelijk te maken.

  • Media Innovation Xchange, dé Europese conferentie over media-innovatie

    Twee dagen lang was Brussel de plek waar de Europese mediasector, beleidsmakers en academici bijeen kwamen om het te hebben over de technologische stand van zaken en bijhorende ambities voor een sterk evoluerend medialandschap. Meer dan tweehonderdvijftig deelnemers zakten af naar het indrukwekkende ‘Royal Belge’-gebouw in Watermaal-Bosvoorde, voor de voorzitterschapsconferentie Media Innovation Xchange. Op 13 en 14 maart was dit het toneel voor toonaangevende keynotes, scherpe debatten en boeiende inzichten die de toekomst van het Europese media-ecosysteem zullen bepalen. De komende vijf jaar vormen een unieke en urgente ‘window of opportunity’ om de Europese mediasector voor te bereiden op het volgende decennium. Het stimuleren van media-innovatie en digitale transformatie is cruciaal om de productie, vindbaarheid en zichtbaarheid van kwaliteitsvolle Europese content te blijven garanderen en om de economische leefbaarheid en technologische weerbaarheid van lokale mediaorganisaties te versterken in een zeer competitief globaal medialandschap. Naast grote uitdagingen zorgen nieuwe technologieën en trends zoals AI, XR, real-time 3D, 5G en big data ook voor ongekende mogelijkheden en opportuniteiten voor de Europese mediasector. Hoog tijd dus voor een bijeenkomst op het scherp van de snee, met een programma dat het ene moment tot bezinning noopte, en het andere moment net sterk geanimeerde discussies teweegbracht onder de gasten. “Digitale transformatie en media-innovatie eisen terecht onze aandacht op. De mediasector staat immers voor grote uitdagingen, en er is nood aan aanpassingsvermogen, innovatiekracht en samenwerking om te beantwoorden aan deze evoluties”, aldus Vlaams minister voor Media, Benjamin Dalle. De voornaamste thema’s op de agenda waren Artificiële Intelligentie, Gametechnologie, Data, Virtuele Werelden en Desinformatie. Aan de hand van grotendeels plenaire sessies en keynote talks, aangevuld met een aantal breakout sessies en veel netwerkgelegenheden, verdiepten de gasten zich in de laatste media-innovatie inzichten en maakten ze kennis met interessante best practices. Ze formuleerden gezamenlijke noden en reflecteerden samen hoe nieuwe en opkomende technologieën de media- en audiovisuele sector kunnen versterken. De sessie rond AI was ongetwijfeld de sessie waar het meest naar uitgekeken werd. De recente ontwikkelingen in contentcreatie, die het voorbije jaar zowel binnen de media- en audiovisuele industrieën alsook bij de creators bezorgde stemmen deed weerklinken, liggen uiteraard aan de basis daarvan. De deelnemers waren het al snel eens: het is in dit verhaal, zoals altijd, een evenwicht zoeken tussen de risico’s en de opportuniteiten. Want die laatste zijn er natuurlijk ook en moeten we grijpen. Vooral generatieve AI en virtuele productie hebben al aangetoond krachtige tools te zijn die zowel in creatie als productie van grote toegevoegde waarde kunnen zijn. Eén ding is zeker: uitgepraat waren de gasten aan het einde van de conferentie zeker niet. Maar laat dat nu ook net de doelstelling geweest zijn van deze tweedaagse: het gesprek aangaan, meningen en overtuigingen delen, partnerships smeden en zo een basis leggen voor verdere, vruchtbare samenwerkingen.

  • Protocolakkoord moet mensen met een overmatige schuldenlast sneller naar schuldhulpverlening leiden en extra invorderingskosten voorkomen

    Vandaag ondertekenden Vlaams minister van Armoedebestrijding Benjamin Dalle, Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits, de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (NKGB), de Belgische Vereniging van Incasso-ondernemingen (ABR-BVI), de erkende instellingen voor schuldbemiddeling bij de OCMW ’s en CAW’ s en het steunpunt Mens en Samenleving (SAM), een protocolakkoord dat overmatige schuldenlast moet voorkomen. Met dit protocolakkoord willen ze mensen in armoede beschermen door nodeloze invorderingskosten te vermijden en hen actief naar schuldhulpverlening te leiden. De focus van het protocol ligt op vroegtijdige detectie van mensen in overmatige schuldenlast, met als doel hen op tijd te informeren en door te verwijzen naar passende schuldhulpverlening. Hierdoor kan een realistisch afbetalingsplan opgesteld worden, waarbij invorderingskosten niet verder oplopen. Het initiatief voor dit protocolakkoord komt voort uit het Vlaams regeerakkoord, dat zich richt op de strijd tegen overmatige schuldoverlast. Hoewel Vlaanderen geen bevoegdheid heeft op het gebied van invordering, zagen de ondertekenaars ruimte binnen de federale regelgeving om nodeloze invorderingskosten te vermijden, zonder blind te zijn voor de schuldeisen, en dus met respect voor de rechten van alle betrokkenen. Het afgesloten akkoord is dan ook een engagement gebaseerd op goodwill en goede communicatie tussen de verschillende betrokken partijen. De protocoltekst zal jaarlijks geëvalueerd worden en waar nodig bijgestuurd en/of geactualiseerd. Respect en begrip “Overmatige schuldenlast komt nog al te vaak voor, en de gevolgen kunnen enorm zijn. Dat moeten we op alle mogelijke manieren proberen te vermijden. Met dit protocol willen we overmatige schuldenlast sneller detecteren, en de mensen de nodige tijd bieden om een oplossing te zoeken voor hun financiële problemen. Respect en begrip voor zowel de schuldeiser als de schuldenaar is de basis voor een oplossing bij betalingsachterstanden.” – Benjamin Dalle, Vlaams minister van Armoedebestrijding. “Ik ben heel tevreden dat we vandaag dit bijzonder protocolakkoord kunnen afsluiten. Mensen die het financieel al moeilijk hebben, mogen niet nog verder in een financiële put geduwd worden, met alle gevolgen van dien voor het mentale en fysieke welzijn. Goede afspraken tussen gerechtsdeurwaarders, incassobureaus en hulpverleners zorgen er voor dat gemaakte schulden zo goed mogelijk worden terugbetaald, grotere kosten vermeden worden en mensen ondanks de overmatige schulden opnieuw perspectief kunnen zien. Goede afspraken die alleen maar in het voordeel zijn van alle partijen. Bedankt aan alle betrokken bij dit akkoord voor de goede wil en samenwerking.” – Hilde Crevits, Vlaams minister van Welzijn. “Mensen die geconfronteerd worden met schulden, wachten vaak lang - soms zelfs jaren - met hulp zoeken, vaak uit schaamte, uit overtuiging dat ze het zelf wel zullen regelen, of uit angst voor wat er hen precies boven het hoofd hangt. Vanuit CAW vinden we het belangrijk dat elke mens in een kwetsbaar moment zo snel mogelijk de stap kan zetten naar hulp. Want voorkomen is beter dan genezen: vroegdetectie, hulp op maat en goede doorverwijzing zijn cruciaal om te voorkomen dat problemen escaleren of ontsporen. Deze overeenkomst is een belangrijke stap om mensen die met schulden geconfronteerd worden een menswaardig bestaan te blijven garanderen en hen zo goed en tijdig mogelijk te helpen. Vanuit CAW bieden we psychosociale hulp voor mensen met geldzorgen. Want die  veroorzaken stress en soms mentale problemen. Moeilijk aflosbare schulden kunnen leiden tot depressie, angsten, alcoholproblemen en andere psychische aandoeningen.” – Wouter Torfs, voorzitter CAW Groep. “Schulden zorgen voor meer schulden. Met dit protocol proberen we daar een dam tegen op te werpen. We versterken de samenwerking op het terrein. Zo kan de dagelijkse inzet van de OCMW's nog beter renderen. We pakken het immers aan de bron aan. Onze kwetsbare burgers kunnen hier alleen maar baat bij hebben.” – Wim Dries, voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). “We ondersteunen de principes van dit herenakkoord en willen zelfs verdergaan door onze eigen engagementen met de Vlaamse regering en de sociale organisaties te versterken. De schuldenproblematiek verdient een coherent beleid waarin preventie, vroegdetectie en gegevensdeling essentiële schakels zijn. Het dagelijks contact van OCMW’s, CAW’s en gerechtsdeurwaarders met burgers is daarbij cruciaal. Gerechtsdeurwaarders kunnen schulden niet wegtoveren, maar we kunnen wél de best mogelijke oplossing voor elke situatie faciliteren. De persoon is het vertrekpunt, niet de factuur. Wie wil maar niet kan betalen of het moeilijk heeft, moet zo snel mogelijk – en liefst voor de opstart van een procedure – begeleid worden naar een alternatief op maat zoals een opschortend afbetalingsplan, een vorm van schuldhulpverlening of een volledig nieuwe start.  De samenwerking tussen de Vlaamse en Brusselse gerechtsdeurwaarders en de Vlaamse Belastingdienst bewijst dat de faciliterende aanpak van de gerechtsdeurwaarder werkt: sinds 2010 werden 1.463.987 dossiers geregeld, goed voor een bedrag van 1.395.105.166 euro.” – Jan De Meuter, voorzitter van het directiecomité van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. “Dit protocolakkoord formaliseert de manier van samenwerking die gelukkig op heden al vaak op terrein bestaat tussen de schuldhulpverleners van het OCMW/CAW, versterkt door BudgetInZicht, en gerechtsdeurwaarders en incassokantoren, die uitgaat van een meer ondersteunende benadering van personen en gezinnen in een financieel kwetsbare positie. Even belangrijk is dat het akkoord de minnelijk schuldbemiddeling als volwaardige bijstandsvorm erkent naast de kostelijke, langdurende en meer ingrijpende gerechtelijke procedure collectieve schuldenregeling die bij voorkeur, ook door vroeg-detectie door de invorderaars, in het belang van schuldeisers en schuldenaren, wordt vermeden. Wat volgens het akkoord ook geldt voor invordering: het maximaal inzetten op minnelijke invordering en het liefst vermijden van de duurdere gerechtelijke invordering waarbij dwangmaatregelen kunnen worden ingezet.” – Michel Tirions, voorzitter SAM vzw. “Het is in ons maatschappelijke visie logisch dat het minnelijke invorderen maximale kansen krijgt bij schuldinvordering. ABR-BVI streeft al jaren naar een zo uitgebreid mogelijke periode voor minnelijk invorderen. Duurzaam omgaan met schulden staat bij ons centraal. Schuldenaars kiezen immers vaak niet voor die situatie en zijn zelf vaak slachtoffer van ziekte, jobverlies, onverwachte wendingen,... We hechten dan ook veel belang aan onze deontologische code in de samenwerking met onze leden, overheden en partners. Samen zoeken we een positieve oplossing die ook voor de schuldeisers aanvaardbaar is.” – Martine T'Jampens, voorzitter ABR-BVI.

  • Journalist is vanaf nu een beschermd beroep

    Het recent goedgekeurde Strafwetboek bevat een belangrijke passage voor journalisten. De beroepscategorie wordt immers bijgeschreven in de lijst van personen met een maatschappelijke functie. Geweld ten aanzien van journalisten kan zo strenger bestraft worden. Vlaams minister van Media Benjamin Dalle en de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) lanceerden in 2022 al de website persveilig.be. Dat initiatief was bedoeld om journalisten en de bredere samenleving bewuster te maken van het toenemend geweld tegen journalisten. De bescherming van journalisten gerechtelijk verankeren is een logische volgende stap. Het nieuwe Strafwetboek, dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers eind februari goedkeurde, bevat onder meer een strengere strafmaat voor geweld tegen mensen met een maatschappelijke functie. Dat gaat dan bijvoorbeeld om politieagenten, hulpverleners, buschauffeurs en advocaten. Op vraag van Vlaams minister van Media Benjamin Dalle behoren nu ook journalisten tot deze categorie. “Het behoeft geen twijfel dat de journalist een maatschappelijke functie heeft. Journalisten worden wel eens aanzien als publieke waakhond in de samenleving. Dat betekent ook dat ze meer risico lopen, omdat ze bijvoorbeeld gevoelige informatie aan het licht brengen. Het is belangrijk om hen daar extra tegen te beschermen, zodat ze hun maatschappelijke opdracht in alle veiligheid en vrijheid kunnen vervullen. Geen enkele journalist mag zich onveilig voelen bij het uitoefenen van zijn of haar job”, zegt minister Dalle. “Recent grootschalig onderzoek toonde aan dat ruim de helft van de beroepsgroep al te maken kreeg met agressie. Meest voorkomend is verbale agressie maar ook intimidatie, discriminatie en fysiek geweld tijdens betogingen of sportevenementen komen voor. De bepaling over strafverzwaring moet geweldplegers een geweten schoppen. Journalisten hebben een kritieke functie, zonder informatie gaat het licht uit. Ze moeten hun werk kunnen doen”, aldus Charlotte Michils, algemeen secretaris van de VVJ.

  • Nieuw project ‘Kansrijk opgroeien in Molenbeek’ bestrijdt kinderarmoede

    De eerste duizend dagen zijn ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Kinderarmoede vroeg, structureel en nabij bestrijden is dan ook cruciaal. Net dat is het doel van het project ‘Kansrijk opgroeien in Molenbeek’, dat de Vlaamse overheid en de Vlaamse Gemeenschapscommissie gezamenlijk starten vanuit vzw Molenketjes in Sint-Jans-Molenbeek. Vlaams minister van Brussel en Armoedebestrijding Benjamin Dalle investeert 249.999 euro in dit drie jaar durende project. De impact van armoede op jonge kinderen is groot. Onderzoek toont aan dat het belangrijk is om structureel, vroeg en dichtbij gezinnen, in te zetten op het bestrijden van kinderarmoede. Samen met de Vlaamse Gemeenschapscommissie lanceert Vlaams minister van Brussel en Armoedebestrijding Benjamin Dalle nu ook een project in Molenbeek, gericht op perinatale zorg en op kwetsbare gezinnen met minstens een kind van maximaal 3 jaar oud. Het project wordt georganiseerd vanuit De Molenketjes vzw, een organisatie die in Sint-Jans-Molenbeek ook Nederlandstalige buitenschoolse opvang, speelweken, brede school werking, kinderdagverblijven, een babytheek en consultatiebureau coördineert. ‘Kansrijk opgroeien in Molenbeek’ zorgt voor een versterking van het gezinsondersteunende netwerk in Molenbeek. Dit initiatief focust zich op ondersteuning aan gezinnen die het moeilijk hebben, zodat ze zelf opnieuw meer regie over hun leven krijgen. Potentiële partners uit verschillende sectoren (welzijn, gezondheid, vrije tijd, kinderopvang, …) zullen daarvoor nauw met elkaar samenwerken om het bestaande aanbod te versterken en nieuwe initiatieven op poten te zetten. Een greep uit het aanbod: Verdere uitbouw van de babytheek en van de pamperbank Organisatie van spel- en ontmoetingsmomenten, uitstappen, en/of oudergroepen Organisatie van opvoedingsondersteuning, zoals oudercafés Betere toegang tot gezondheidszorg mogelijk maken (bijvoorbeeld door de nauwe samenwerking tussen Kind & Gezin en het wijkgezondheidscentrum De Brug uit te breiden naar andere gezondheidsverstrekkers in de wijken) Toegang tot en kwaliteit van huisvesting vergroten Verhoogde toegang tot kinderopvang en kleuterparticipatie (door te helpen bij aanmelding en inschrijving, te werken rond warme transities, …). Gezinnen krijgen informatie over (nog) niet aangeboorde rechten en/of sociale voordelen en worden proactief ondersteund om sociale onderbescherming tot een minimum te herleiden. Tal van organisaties en instellingen worden als partner nauw betrokken bij het project. Dat gaat onder meer om buurthuis Bonnevie en het OCMW, Saamo Brussel, Wiegwijs, Opgroeien, Brussels Platform Armoede, Sonja Erteejee, Foyer, Born in belgium, WGC De Brug en CAW Vrienden van het Huizeke. Er zal ook een nauwe samenwerking zijn met GBO (Geïntegreerd Breed Onthaal) en Huis van het kind Brussel. Het netwerk dat via dit project wordt uitgebouwd, zal een significante rol spelen in het toekomstige Huis van het Kind Molenbeek, waarin de initiatieven van dit project duurzaam verankerd zullen worden. Vlaams minister van Brussel en Armoedebestrijding Benjamin Dalle: “We willen de cirkels van kansarmoede preventief doorbreken. Dat moet je doen door gezinnen in maatschappelijk kwetsbare situaties al vroeg te ondersteunen. Nog voor de geboorte van hun kinderen moeten ze weten waar ze naartoe kunnen voor hulp of met problemen, wat hun rechten zijn en welke mogelijkheden er zijn op vlak van ontspanning, ontmoeting en opvoedingsondersteuning. Onze jongste kinderen en heel hun gezin de kans op een goede start bieden, is een investering op langere termijn.” VGC-collegevoorzitster Elke Van den Brandt: “We willen kinderarmoede aanpakken en gezinnen met kleine kinderen in Molenbeek beter ondersteunen. Dat doen we door de toegang tot hulp en diensten te vergemakkelijken, door de babytheek en de pamperbank in Molenbeek verder uit te bouwen, en door het organiseren van ontmoeting, uitstappen of oudercafés. Zo investeren we echt in de eerste duizend dagen van kinderen in Molenbeek, en in het netwerk dat hen kan ondersteunen en hulp kan bieden.” Claire Sylverans, directeur De Molenketjes vzw: “Wij werken elke dag met kinderen en (jonge) ouders. Sommigen onder hen leven in zeer kwetsbare situaties. Armoede: hoe ga je ermee om, waar kan je terecht? Met een project als ‘Kansrijk opgroeien in Molenbeek’ kunnen en willen we, samen met verschillende andere partners op het veld, daadwerkelijk een verschil maken. Bijvoorbeeld door jonge ouders beter te informeren en concreet antwoord te geven op hun vragen; door ze te laten ontmoeten en samen te brengen; door met de partners draagvlak en een sterk ondersteuningsnetwerk verder op te bouwen voor deze jonge ouders en hun kinderen. Het partnernetwerk, de activiteiten en initiatieven van dit project, verankeren we in het toekomstige Huis van het Kind Molenbeek.

  • Digimiter: de digitale kloof dichten is absolute prioriteit

    De kloof dichten tussen mensen die volledig vertrouwd zijn met de nieuwste technologieën en zij die niet meer mee zijn, is een absolute prioriteit. Ook de smartphoneverslaving bij jongeren is een probleem. Dat zegt Vlaams minister van Media Benjamin Dalle (CD&V), in een reactie op de resultaten van de Digimeter, het jaarlijks onderzoek van onderzoeksinstelling imec dat naar de digitale gewoontes van de Vlaming peilt. Steeds meer Vlamingen blijken moeilijkheden te ervaren met nieuwe digitale technologieën, blijkt uit de nieuwste resultaten van de Digimeter. 43 procent van de ruim 2.800 bevraagde Vlamingen geeft aan moeite te hebben met nieuwe platformen en online dienstverlening. Twee jaar geleden lag dat percentage nog op 35 procent. Het zelfvertrouwen van mensen over het gebruiken van digitale technologieën is daarnaast gedaald. Op twee jaar tijd ging het van 88 procent mensen die aangaven zichzelf in staat te zien om nieuwe digitale vaardigheden te leren, naar 79 procent. Ook bij jongeren, waarvan vaak geacht wordt dat ze mee zijn met de nieuwste digitale snufjes, is het zelfvertrouwen dalend. Digitale kloof "De digitale kloof is sinds de coronacrisis op scherp gesteld: nooit eerder waren we zo afhankelijk van technologie, maar nooit eerder dreigden ook zoveel Vlamingen uit de boot te vallen. De opmars van artificiële intelligentie stelt dit contrast enkel nog scherper", zegt minister Dalle in een reactie. "We zetten daarom als overheid volop in op het verkleinen van de digitale kloof, bijvoorbeeld via tien initiatieven van de VRT, zoals de Radio2Digitour. Ook het Vlaams Kenniscentrum voor Mediawijsheid heeft ook als opdracht hier specifiek op in te zetten." Ook voor het onderwijs en voor jongeren is het volgens de minister belangrijk om mee te blijven met de digitale nieuwigheden. "In een schoolomgeving kan er een veilig en verantwoord kader worden uitgezet om met nieuwe technologieën in aanraking te komen", stelt de minister. "Zo kunnen we jongeren leren hiermee aan de slag te gaan en hen op een kritische manier leren kijken naar zaken als AI." Een andere duidelijke trend bij jongeren is dat ze vatbaar blijken voor verslaving aan smartphones en sociale media. 43% van de jongeren geeft zelf aan verslaafd te zijn aan hun telefoon. Dalle: "Al is dit cijfer ook hoopgevend: het toont dat veel jongeren zich bewust zijn van de tijd die ze op hun smartphone spenderen. Het is goed dat jongeren zichzelf een spiegel voorhouden. We moeten hen helpen om gezond om te gaan met sociale media en ouders ondersteunen in de 'mediaopvoeding' van hun kinderen." AI Daarnaast wijst de Digimeter uit dat AI-tools zoals ChatGPT voor een enorme verandering hebben gezorgd in de manier waarop Vlamingen technologie gebruiken. Nooit eerder wist een softwareprogramma zo snel door te breken bij de Vlaming. 90 procent van de bevraagden geeft aan AI te kennen, 80 procent kent ook generatieve AI. Ruim een derde heeft AI al een keer gebruikt, en 18 procent is een 'gewoontegebruiker' en heeft artificiële intelligentie dus geïmplementeerd in zijn of haar dagelijks leven. Bij de jongerencategorie, de 18- tot 24-jarigen, liggen de cijfers nog hoger: van hen geldt 42 procent als gewoontegebruiker. "De steile opgang van AI is opmerkelijk", vindt ook Vlaams minister van Media Benjamin Dalle (CD&V). "Onder meer de combinatie van het innovatief karakter en de relatief lage drempel voor gebruik is zeer aantrekkelijk gebleken. Echt verrassend zijn de cijfers dus niet, al liggen ze uiteindelijk nóg hoger dan verwacht." Dalle vindt het daarnaast positief dat een meerderheid van de Vlamingen zich bewust is van de negatieve kanten van de technologie. "Hopelijk zal dat cijfer in de toekomst nog verder groeien", zegt hij. "Maar het neemt niet weg dat bepaalde elementen van AI goed moeten opgevolgd worden door beleidsmakers en er ook wetgevend moet opgetreden worden tegen de meer nefaste effecten van de AI-revolutie. De introductie van de AI Act is daar een goeie aanzet voor op Europees niveau, en we zullen ook zelf bekijken wat we op Vlaams niveau kunnen ondernemen om het gebruik van AI zo transparant en verantwoord mogelijk te houden."

  • Vlaams minister van Jeugd: ‘Nee, niet iedereen moet naar de scouts’

    In een opiniestuk vroeg de Gentse schepen Hafsa El-Bazioui (Groen) zich af of een jongere die in korte broek naar de jeugdbeweging trekt nu echt het summum van jeugdwerk is. Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle (CD&V) reageert op Sociaal.Net: “We zetten de deuren van het jeugdwerk wagenwijd open.” Niet iedereen in korte broek Om meteen met de deur in huis te vallen: nee, niet elke jongere moet op zaterdag of zondag in korte broek naar de jeugdbeweging. Het jeugdwerk is veel breder dan dat. De kern van de zaak is dat we moeten zorgen voor een aanbod waar elke jongere welkom is en iedereen zich thuis kan voelen. ‘We moeten zorgen voor een aanbod waar elke jongere welkom is.’ Artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag is glashelder: “Ieder kind heeft recht op rust en vrije tijd.” Kwaliteitsvolle vrijetijdsbeleving is geen bijzaak maar een kinderrecht, omdat het ongelofelijk belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Om die reden is ‘vrijetijdsbesteding voor allen’ een van de vijf prioriteiten van het Vlaams Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan. We streven ernaar om vrije tijd toegankelijk te maken voor alle kinderen en jongeren. Het verenigingsleven trekt veel jongeren aan, als participant of leiding. Dat blijkt uit de recentste resultaten van de JOP-monitor, een grootschalige vijfjaarlijkse bevraging onder Vlaamse jongeren. Tegelijk wijzen de onderzoeksresultaten een zwakke plek aan: in bepaalde vormen van het jeugdwerk zijn sommige groepen jongeren vandaag ondervertegenwoordigd. Denk aan jongeren met een migratieachtergrond, jongeren die schoollopen in het beroepssecundair onderwijs (BSO) of jongeren met een beperking. Het brede en diverse verenigingsleven De Gentse schepen Hafsa El-Bazioui zegt in haar opiniestuk – terecht – dat we waardevolle vrije tijd voor kinderen en jongeren niet moeten verengen tot het aanbod van de jeugdbewegingen. ‘De redenering dat het jeugdwerk alleen maar zou bestaan uit jeugdbewegingen zoals scouts en Chiro, klopt niet.’ Ze volgt echter de verkeerde redenering dat het Vlaamse jeugdwerk alleen maar zou bestaan uit jeugdbewegingen zoals scouts en Chiro. Het jeugdwerk is op dit moment al bijzonder divers, en telt een groot aantal werkvormen die onderling sterk verschillen op vlak van aanbod, methodiek en doelgroep. De schepen verwijst in haar opinie naar de eigen kindertijd en het warme nest dat ze vond in het Meisjeshuis in de Brugse Poort in Gent. Ook die werking is deel van dat brede en diverse jeugdwerk. Het is niet meer of minder jeugdwerk als pakweg het Jeugd Rode Kruis, Rock en Metal Jeugdhuis Asgaard of de KSA dat zijn. Al die verschillende werkvormen hebben één gemeenschappelijke deler: ze zijn gegroeid uit de vragen en behoeften van kinderen en jongeren. Om die reden zijn er ook doelgroepspecifieke werkingen, zoals de jeugdwerkingen voor kinderen en jongeren met een handicap. Zelf kunnen kiezen Zorgen voor meer betrokkenheid van ieder kind of jongere – ongeacht achtergrond, opleiding, afkomst, gender en woonplaats – in het jeugdwerk is een belangrijke taak. Nee, uiteraard moet niet elke jongere uit het BSO naar de Scouts en Gidsen. Maar wie dat wel wil, moet daar alle kans toe krijgen. Mevrouw El-Bazioui vraagt zich af wat er mis is met jongeren die zich gewoon willen ontspannen, buiten de context van verenigingen. Wel, als je het mij vraagt, helemaal niets. ‘Het is uiteraard geen vereiste dat elke jongere uit het BSO zich aansluit bij de scouts. Maar wie dat wel wil, moet daar alle kans toe krijgen.’ Opnieuw staat de keuze van ieder kind en elke jongere daarin voorop. Heel wat jongeren engageren zich immers buiten het formele jeugdwerk. Vaak ook die jongeren die niet tot de zogenaamde ‘witte middenklasse van het algemeen secundair onderwijs (ASO)’ behoren. Ook dit wijst het JOP-onderzoek uit. Net daarom zijn er op 1 januari nog veertien projecten rond informeel vrijwillig engagement van start gegaan, bedoeld om deze specifieke vorm van engagement onder jongeren te (h)erkennen en zichtbaarder te maken. Gelukkig in de jeugdvereniging Het is ook belangrijk om de baten van het jeugdwerk op het vlak van mentaal welzijn niet uit het oog te verliezen. Uit een onderzoek van De Ambrassade en Pimento bleek dat jongeren die actief zijn in jeugdverenigingen zich daar gelukkiger voelen dan op school. Zeker voor jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie is die impact op hun welbevinden van cruciaal belang. Zij hebben er net baat bij om zich goed in hun vel te voelen, om zich te kunnen amuseren met leeftijdsgenoten. Vaker stoppen, minder leiding Hetzelfde onderzoek bevestigt echter ook dat bepaalde groepen, bijvoorbeeld jongeren met een lage socio-economische status, vaker stoppen met de jeugdbeweging. Een van de redenen dat ze stoppen is omdat ze zich minder geaccepteerd voelen. ‘We moeten aandacht blijven hebben voor groepen jongeren die moeilijker toegang vinden tot het verenigingsleven.’ De JOP-monitor leert ook dat jongeren in kwetsbare posities bij jeugdverenigingen minder vaak betrokken zijn in de organisatie, leiding en bestuur. Dat is een probleem, want kinderen en jongeren gaan op zoek naar rolmodellen waarin ze zichzelf herkennen. Daarom is het belangrijk dat het verenigingsleven in de breedste zin van het woord een weerspiegeling is van de maatschappij. We moeten deze signalen ter harte nemen en aandacht blijven hebben voor groepen jongeren die moeilijker toegang vinden tot het verenigingsleven. We moeten daarom blijven inzetten op inclusief jeugdwerk dat laagdrempelig en toegankelijk is. Dit bereiken we door bottom-up te werken en dus een aanbod op vraag en op maat vorm te geven. Ieder kind of jongere moet kunnen aansluiten bij de jeugdvereniging naar diens wens. Nieuwe Jeugddecreet Daarom ondersteunen we vanuit het beleid organisaties bij het identificeren van drempels met als doel om die vervolgens zoveel mogelijk weg te werken. Belangrijk daarbij is dat de jeugdverenigingen, die onderling sterk verschillen, niet op zichzelf terugplooien maar juist de verbinding met anderen opzoeken. Dat is de essentie van het nieuwe Jeugddecreet. Dit decreet integreert vier bestaande decreten tot één geheel zodat alle werkvormen er deel van uitmaken. We harmoniseren principes en procedures en zetten de deuren van het jeugdwerk wagenwijd open: wie zich wil laten erkennen kan dat op basis van duidelijke voorwaarden en criteria. En tegelijk geven we kleinschalige initiatieven de mogelijkheid om tijdelijk ondersteund te worden en als ze dat wensen op termijn door te groeien. Door al deze bestaande en nieuwe werkvormen te integreren in één decreet zorgen we voor meer samenhang binnen de jeugdsector, en stimuleren we de onderlinge samenwerking. Uniek en straf jeugdverenigingsleven We mogen trots zijn op het unieke en straffe jeugdverenigingsleven in Vlaanderen, met bijna 100.000 vrijwilligers, animatoren en leiders en meer dan 1 miljoen kinderen en jongeren die er een tweede thuis vinden. ‘We zetten de deuren van het jeugdwerk wagenwijd open.’ Als we ervoor kunnen zorgen dat nog meer kinderen en jongeren zich in deze warme omgevingen thuis voelen, wint de hele samenleving. De ene zal graag naar pakweg Chiro, Scouts en Gidsen of KSA trekken, de andere heeft misschien meer zin in een open jeugdwerking of een doelgroepspecifieke werking, of wil gewoon ravotten met vrienden in een park. Het moet allemaal kunnen. Het belangrijkste is dat er een aanbod tot kwaliteitsvolle vrije tijd is voor elk kind en elke jongere. Het antwoord zit hem net in die variatie in het aanbod die inspeelt op de diverse vragen van de jeugd. En toch ontslaat het ons niet van de taak om werk te blijven maken van een open, inclusief en divers jeugdwerk. Lees mijn opinie op Sociaal.net.

  • Influencers hebben nood aan meer ondersteuning

    Op 27 februari 2024 organiseerde het Belgische voorzitterschap de conferentie Content with Conscience, een conferentie over de ondersteuning voor influencers. Met een gevarieerd programma aan boeiende sprekers en panels kregen experts en beleidsmakers de kans om zich volledig onder te dompelen in dit actuele thema. Eén van de conclusies uit de conferentie: influencers hebben nood aan meer ondersteuning. Aan de basis van het event lagen twee vragen: Wat is de brede rol van influencers en online content creators in het medialandschap en hoe kunnen zij ondersteund worden in deze rol? Niet alleen experts wierpen hier hun licht op, ook influencers uit verschillende EU-lidstaten kwamen zelf aan het woord om hun ervaringen en noden te delen. De thema's die aan bod kwamen waren de rol van influencers in het medialandschap, online haatspraak en cyberpesten, desinformatie, mentaal welzijn van online content creators en hun volgers, adverteerders en verantwoordelijk influencen, kidfluencers en sharenting, een mogelijke ethische code voor influencers, de rol van platformen en showcases van voorbeelden van ondersteuning. De plenaire sessies van het evenement kunnen binnenkort herbekeken worden op het evenementenplatform. Meer dan commerciële impact Influencers zijn een belangrijk fenomeen in het huidige medialandschap. Ze zijn een bron van informatie, inspiratie en entertainment voor velen. Zeker kinderen en jongeren kijken steeds minder naar traditionele media, maar consumeren nieuws en informatie steeds meer via sociale media. Ze kijken op naar influencers als rolmodellen. Omdat het publiek het gevoel heeft dicht bij deze personen te staan, geloven ze vaak ook in de authenticiteit en betrouwbaarheid van hun boodschap. Influencers hebben dus niet alleen impact op commercieel vlak, maar hebben ook invloed op de samenleving, de publieke opinie en de persoonlijke opvattingen van hun publiek. Conclusies van de conferentie Tijdens het event bleek dat (de controle op) de marketingregels waar influencers onder vallen in verschillende lidstaten anders worden ingevuld waardoor er soms onduidelijkheid ontstaat. Influencers zijn niet alleen makers van online content, ze brengen ook veel tijd door op sociale media en volgen zelf ook andere influencers. Ze begrijpen dus vaak ook de impact die ze kunnen hebben op hun publiek. Het is belangrijk dat influencers de juiste tools krijgen aangereikt om om te gaan met desinformatie en cyberpesten. Verschillende actoren kunnen een rol opnemen in de ondersteuning van influencers: beleid, influencer agencies, de platformen waar influencers op posten, de merken waarmee influencers samenwerken,… Resultaten internationale enquête Ter voorbereiding van dit event nam het voorzitterschap een survey af bij 100 influencers verspreid over 26 EU-lidstaten. Uit deze bevraging blijkt dat, hoewel influencers hun kennis over de regelgeving waar ze onder vallen hoog inschatten, hun objectieve kennis hiervan lager ligt. Hoewel ze ook aangeven goed om te kunnen gaan met topics zoals desinformatie, mentaal welzijn, cyberpesten en online haatspraak, ze ook bereid zijn om zich hierover nog verder te informeren. Influencers zouden ook meer betrokken willen worden in het beleid dat effect heeft op hen. Raadsconclusies Om nog meer aandacht te vestigen op de impact van influencers, werkt het Belgisch voorzitterschap ook aan ontwerpraadsconclusies over hetzelfde onderwerp. Influencers moeten zich bewust zijn van hun impact en de nodige vaardigheden hebben om ermee om te gaan. Deze vaardigheden omvatten bijvoorbeeld mediawijsheid, inzicht in de mogelijke impact op hun publiek, afzien van het delen van desinformatie, online haatspraak, cyberpesten en andere schadelijke inhoud, evenals vaardigheden om op deze kwesties te reageren wanneer ze ermee geconfronteerd worden. Europa kan influencers ondersteunen om deze vaardigheden te ontwikkelen en versterken. Deze raadsconclusies komen op de agenda van de Raad Cultuur en Audiovisuele zaken op 14 mei 2024.

  • Hoe Bar Eliza opnieuw een verloederd paviljoen werd

    In 2016 ontstond er een prachtig bottom-up initiatief in het Elisabethpark in Koekelberg: Bar Eliza, een zomerbar die in geen tijd uitgroeide tot populaire ontspannings- en ontmoetingsplek voor vele Brusselaars. In 2019 moest Bar Eliza helaas de deuren sluiten, en sindsdien is het wachten op een nieuw project van de gemeente en het Brussels Gewest. Opnieuw een schrijnend voorbeeld van hoe in Brussel het vrij initiatief gefnuikt in plaats van gestimuleerd wordt. In 2019 moesten de organisatoren van het prachtige Bar Eliza inpakken en wegwezen, en kwam er een einde aan de pop-upbar die enkele jaren lang dé zomerse hotspot was aan het Elisabethpark in Koekelberg. Een initiatief dat groeide vanuit GC de Platoo en een groep geëngageerde Brusselaars die een leegstaand paviljoen zagen en dachten: ‘hier kunnen we iets organiseren’. Bar Eliza moest verdwijnen omdat, zo klonk het, de gemeente Koekelberg en Leefmilieu Brussel zouden starten met een eigen project rond het paviljoen. Er zou een technisch lokaal voor parkwachters komen, en een polyvalente ruimte voor socioculturele activiteiten op de benedenverdieping. Klonk mooi, maar vijf jaar later… is er nog niets gebeurd. Of toch wel: alle inspanningen van de buurtbewoners zijn teniet gedaan. Het charmante Bar Eliza is nu (opnieuw) een verloederd paviljoen. Terug naar af. Geen samenwerking De reden? Het heeft drie jaar geduurd voor er een stedenbouwkundige vergunning was, en nu, nog eens twee jaar later, is er nog altijd geen aannemer gevonden. Er moet een nieuwe aanbesteding gelanceerd worden, omdat er bij de eerste poging geen geschikte kandidaat werd gevonden. En dus gebeurt er niets. Zoals in elke Brusselse vaudeville is een gebrekkige samenwerking tussen gemeente en Gewest een van de factoren. Moet het echt drie jaar duren om een vergunning uit te reiken? Kan er toch niet iets meer vaart gezet worden achter het uitschrijven van een aanbesteding? De vraag stellen is ze beantwoorden. Wie iets gedaan wil krijgen in Brussel krijgt al te vaak te maken met eindeloos trage besluitvormingsprocessen, onoverzichtelijke bevoegdheidsverdeling en gebrekkige samenwerking. En telkens weer zijn de initiatiefnemende Brusselaars het eerste slachtoffer. De impasse rond Bar Eliza legt dan ook een vinger op de wonde: als Brusselaars iets realiseren, is dat heel vaak ondanks in plaats van dankzij de overheid. Wat we zelf doen, doen we beter – maar dat geldt blijkbaar niet voor de gewestelijke en lokale overheden in Brussel. Als Vlaams minister van Brussel stelde ik bij de vele bezoeken aan dynamische en geëngageerde verenigingen steeds opnieuw hetzelfde vast: aan talent, motivatie en ondernemerszin ontbreekt het de Brusselaars niet. Waarom kan de overheid dat talent niet ondersteunen en stimuleren in plaats van mooie projecten naar zich toe te trekken en vervolgens de nek om te wringen? Bar Eliza in betere tijden In de case rond Bar Eliza waren er zoveel andere goede opties geweest. Men had de initiatiefnemers van de zomerbar de mogelijkheid kunnen bieden om verder te werken, in afwachting van de eigenlijke start van de werken. Waren de veiligheidsproblemen echt niet op te lossen met enkele kleine werken of ingrepen zodat het paviljoen open kon blijven? En vooral, men had de buurt ook kunnen betrekken bij het uittekenen van dat nieuwe project. Dat is hoe een tijdelijk gebruik van braakliggende panden en ruimtes pas écht tot z’n recht komt. Door al de geleverde inspanningen en het engagement abrupt te stoppen en zonder overleg een nieuw project te lanceren dat daarna ook nog eens op de lange baan geschoven wordt, gaat alle inzet en opgebouwde werk van de voorbije jaren verloren. Er blijkt zelfs nog geen plan te zijn: de gemeente geeft aan dat er nog niet beslist is wat de precieze invulling van de benedenruimte wordt. Eerst verbouwen en pas dan een visie ontwikkelen? Dat is niet hoe het moet. Vrij initiatief Brusselaars hebben geen overheid nodig die alles in hun plaats wil doen. Brusselaars willen in de eerste plaats een overheid die zorgt voor wat echt telt: goede basisvoorzieningen voor een goed leven in de stad. Denk maar aan snelle en objectieve vergunningsprocedures, veilige parken en vermijden van leegstand. De rest doen de inwoners wel. Ik geloof in een Brusselse overheid die de juiste omstandigheden schept, zodat de Brusselaars hun eigen creativiteit, ideeën en dromen tot uiting kunnen brengen. Enkel zo kan het vrij initiatief in Brussel verder groeien en bloeien. Het zal sneller vooruitgaan en het eindresultaat zal ook van meer creativiteit getuigen dan wanneer de overheid het allemaal zelf wil organiseren. Daarom roep ik de gemeente Koekelberg, Leefmilieu Brussel en de Brusselse regering op om deze grote vergissing alsnog recht te zetten. Gooi de good practices van het mooie Bar Eliza-traject niet in de vuilnisbak. Ga met de initiatiefnemers rond de tafel zitten om samen een nieuw project uit te werken, dat goed is voor de buurtbewoners, Brusselaars en bezoekers, en dat opnieuw voor leven in het mooie Elisabethpark zorgt. En geef, in afwachting van dat nieuwe project, opnieuw ruimte en vrijheid voor experiment aan verenigingen en creatieve Brusselaars. Hun ervaringen en inzichten zullen er het eindresultaat alleen maar beter op maken.

bottom of page