top of page
Zoeken

Good practices uit Amsterdam voor de stad van morgen

In Brussel leven we niet op een eiland. In binnen- en buitenland kunnen we leren van tal van innovatieve, creatieve projecten die aantonen hoe je bouwt aan de stad van de toekomst. Met die ambitie in het achterhoofd trok Vlaams minister van Brussel Benjamin Dalle op tweedaags werkbezoek naar Utrecht en Amsterdam. Hoe geef je een invulling aan de publieke ruimte die wijk en inwoners ten goede komt? En hoe kunnen gebouwen meer zijn dan enkel bakstenen, maar een wezenlijk en levend onderdeel van de stad? Op deze en andere vragen zocht Dalle de antwoorden in buurland Nederland.



Een bezoek aan Utrecht kon niet ontbreken op het programma: met een bezoek aan RAUM wilde Dalle zien hoe men via co-creatie invulling geeft aan een plein in het midden van een nieuw stuk stad. Boeiend om te zien hoe tijdelijke projecten hier ook een plek krijgen in het uiteindelijke plan. In 2016 trof je hier – letterlijk – een diepe kuil vol zand aan. Er waren wel plannen om er een culturele bestemming aan te geven, maar een concreet plan bleef uit. Buurtbewoners, maatschappelijke en culturele organisaties sloegen de handen in elkaar om projecten van tijdelijke bezetting op poten te zetten, van installaties tot evenementen. Hoe boeiend zou het zijn om ook deze weg van tijdelijkheid, participatie en co-creatie te gebruiken bij de invulling van wat onze nieuwe culturele pool in het park van Laken moet worden, het Amerikaans Theater 2.0.


“RAUM is een pioniersproject in wat we ‘creative placemaking’ noemen. Het unieke aan dit project is hoe ervoor gezorgd werd dat de tijdelijke projecten niet zomaar ten grave werden gedragen bij de realisatie van het uiteindelijke project. Inzetten op co-creatie en mensen laten experimenteren is één ding, de geslaagde experimenten ook een permanente plek aanbieden is nog iets anders. Een mooie ambitie waarop ze hier in Utrecht enorm op inzetten”, zegt Dalle. Dat inzicht biedt kansen voor Brussel: “Ook in Brussel kennen we projecten van tijdelijke invulling – denk maar aan het mooie werk van vzw Toestand in Allee du Kaai, aan de Ninoofsepoort. Alleen ging de verfrissende dynamiek die het werk van Toestand teweeg bracht, na de tijdelijke activatie grotendeels verloren. Intussen zet Toestand nieuwe tijdelijke projecten op, zoals aan het Westpark in Sint-Jans-Molenbeek, in afwachting van de herbestemming ervan. Het is de bedoeling om de good practices nu wel een echte rol te geven in het eindresultaat. RAUM kan ook hen misschien inspireren.”



Broedplaatsen


Op maandag kreeg de werkreis een vervolg in de hoofdstad Amsterdam, met als focus: de Amsterdamse Broedplaatsen.


In 2022 ging minister Dalle in Brussel van start met het concept ‘Broedplekken’: organisaties die letterlijk ruimte met elkaar delen en hierdoor nauw met elkaar samenwerken. Zo ontstaan er nieuwe ideeën en creatieve synergiën, en brokkelen de muurtjes tussen organisaties, sectoren en vooral mensen langzaam maar zeker af. De Broedplekken zijn echter een Brussels concept. In Amsterdam gingen stadsmakers al meer dan 20 jaar geleden met hun idee aan de slag. Zij noemen het ‘Broedplaatsen’.



Dalle: “Al is er wat verschil tussen onze Broedplekken en de Amsterdamse Broedplaatsen. In Nederland geeft men een hoofdzakelijk creatieve en culturele invulling aan leegstaande gebouwen (en gebouwen in transitie) om wijken op te waarderen. Bij ons starten de Broedplekken niet per se vanuit leegstaande gebouwen – het kan net zo goed zijn dat een organisatie haar plek openstelt en andere organisaties mee ‘in huis’ neemt om er zo samen een Broedplek van te maken.


Bovendien leggen de Brusselse Broedplekken een bredere en maatschappelijkere scope. Zo leggen we naast kunst en cultuur ook sterk een focus op welzijn.”

Verschillende Nederlandse Broedplaatsen stonden op het programma: het Ramses Shaffy Huis en Broedplaats Costa Rica, Urban Resort (gespecialiseerd in broedplekbeheer, een organisatie die leegstaande panden huurt om er Broedplaatsen van te maken) en de Broedplaatsen De Vlugt, Art City, NDSM en MACA. Een boeiende mix van plaatsen die kunstenaars en creatieve makers een betaalbare werkplek bieden.



Ze worden hier ook sterk aangemoedigd om samen te werken en gebruik te maken van de gemeenschappelijke ruimtes om met het publiek en met elkaar om te gaan. De broedplaatsbeheerders zorgen voor de nodige omkadering zodat de makers zich kunnen focussen op hun creatief en artistiek proces. Een ongelooflijk fascinerende plek die ontstaan is vanuit de Amsterdamse krakersbeweging en die dat belang van toegankelijke plek voor wie dit nodig heeft, sterk probeert te beschermen in deze nieuwe woonwijk die volop in ontwikkeling is.


Minister Dalle ontmoette ook Bart de Zwart. Deze onderzoeker, verbonden aan de Fontys Hogeschool Economie en Communicatie, voerde uitgebreid onderzoek naar de maatschappelijke meerwaarde van de Broedplaatsen in Nederland. Hij concludeerde onder meer dat deze creatieve manier van ruimte delen bijdraagt aan welvaartsontwikkeling, kansenongelijkheid terugdringt en bevolkingsgroepen met elkaar verbindt.



Bart de Zwart: “De Broedplaatsen hebben niet alleen een functie als betaalbare huisvesting voor kunstenaars en de creatieve industrie, maar dragen ook bij aan het innovatieve ‘ecosysteem’ van de stad. Vandaag de dag zien we echter dat broedplaatsen door het aantrekken van de vastgoedmarkt onder druk staan. Dat is jammer, want broedplaatsen hebben naast een culturele waarde, ook een grote sociale, ruimtelijke en economische potentie.”


NDSM


Het orgelpunt van de reis was het bezoek aan NDSM Amsterdam Noord: een indrukwekkende oude scheepswerf die in de jaren tachtig de deuren sloot, en zo ruimte creëerde voor een creatieve invulling. Het heeft geleid tot een geheel nieuwe woon-, werk- en ontspanningswijk. Alleen al het ‘underground’-karakter maakt deze wijk een bezoekje waard. NDSM groeide uit tot een onmisbare culturele vrijplaats voor én van de stad Amsterdam.



Dalle was onder de indruk van wat hij te zien kreeg: “Deze unieke wijk geeft een goed beeld van wat we ook in Brussel met ‘wegstervende’ wijken kunnen doen. Vergeten, verloederde gebieden een nieuwe impuls geven door te vertrekken vanuit co-creatie en ownership voor de mensen die erbij betrokken zijn. Het is volgens mij de manier om onze stad vorm te geven, in plaats van als overheid boven de hoofden van de inwoners te beslissen wat het moet worden.”



Comments


bottom of page