Zoeken

Irisfeest: feest van de Brusselse hoop



Beste Brusselaar en Brusselliefhebber,


Wanneer aprilse grillen plaats moeten ruimen voor de beloftevolle vroege zomerlucht van mei, bloeit de Iris. Een taaie voorjaarsbloem die zich maar al te graag nestelt op vochtige, voedselrijke bodems. Niet verwonderlijk dat de Iris het al eeuwen goed doet op de moerassige Brusselse gronden. Net omdat het bloempje zo kenmerkend is voor de streek in en rond Brussel, werd meer dan dertig jaar geleden gekozen om van de Iris het symbool te maken van het Brusselse Gewest.


De mooie bloem wordt traditioneel geassocieerd met grootsheid, licht en hoop. Als je een Iris ziet, weet je dat de winter en het gure voorjaar voorbij zijn. Wie een bosje Irissen schenkt, komt veelal met hoopvol nieuws.


Naar dat hoopvol nieuws snakken we nu al meer dan een jaar. We slaan ons door deze crisis met veel vallen en opstaan. Het verschrikkelijke virus heeft zoveel levens drastisch veranderd, in Brussel en overal ter wereld. Sommigen hebben afscheid moeten nemen van familie, vrienden en kennissen. Bedrijven hadden het moeilijk en mensen waren niet meer zeker van hun job.

Verdriet en onzekerheid, woede ook.


Boosheid over te strenge regels, over beperkte vrijheid, afgelaste activiteiten. Te krap, te dicht, teveel op elkaar in de stad, terwijl we net ruimte willen om te leven.

Jongeren die willen uitvliegen: het leven ontdekken, uitzwermen. Liever het volle leven dan steriele maskers en ontsmette klinken. Maar steeds weer stoten we op grafieken, de ‘cijfers’, de alarmsignalen. Volle ziekenhuizen, radeloze zorgverleners. Dag en nacht in de weer om mensen erdoor te krijgen. Van piek naar piek, stilaan uitgeput. Zelfs de grootste helden hebben grenzen.


Die grens heeft Brussel stilaan bereikt. Want het ging de afgelopen weken niet zo goed in onze stad. De spanningen liepen op, de lontjes waren soms kort. Het prachtige Ter Kamerenbos werd pijnlijk symbool van de krachtmeting tussen de ordediensten en Brusselaars. De beelden doen nog steeds pijn.



Er zal kracht nodig zijn om de Brusselaars opnieuw te verbinden en het geweld van de afgelopen weken te doen vergeten. Maar er is hoop. Deze crisis laat ons zien hoe solidair we met elkaar kunnen zijn.


Meer dan ooit tevoren steekt de Iris dit jaar net op tijd haar blauwe, beloftevolle kopje boven de grond. De vaccinatiecampagnes draaien op volle toeren. Overal geven vrijwilligers, gezondheidsmedewerkers, organisatoren en artsen het beste van zichzelf om zo snel mogelijk iedereen dat verlossende prikje te geven. Met elke prik komen we een stap dichter tot die verlossing, een stap dichter naar elkaar. Dit weekend kunnen we al afspreken op een Brussels terras.


Brussel zal er na de coronacrisis anders uitzien. Niet door het geweld, wel door wat deze crisis ons écht heeft geleerd. Dat we nog sneller en nog meer moeten bouwen aan een stad op mensenmaat. Met meer veilige openbare ruimte. Ruimte om te leven, te spelen en te genieten. Een meer verbonden stad, met meer aandacht voor elkaar, in onze straten, in onze wijken. Een stad waar we durven op de pauzeknop duwen en aandacht hebben voor diegenen die het moeilijk hebben. Een stad ook waar we meer bruggen zullen moeten bouwen tussen buurten, gemeenschappen en bevolkingsgroepen. Waar we meer écht met elkaar moeten gaan spreken.


We zullen daarvoor samen naar de tekentafel moeten.

De coronacrisis is een echte stresstest voor onze politiek. Het overleg tussen de verschillende niveaus in ons land verliep op momenten bijzonder stroef. Al te vaak was het een opbod van meningen en straffe uitspraken. Het helpt niemand vooruit. Ook daar zullen we oplossingen voor moeten vinden. Daarbij moeten we onze focus scherp stellen: hoe kunnen we de levenskwaliteit van de inwoners van onze stad verbeteren? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen het beter heeft in Brussel?


Laat het duidelijk zijn: dat doen we niet door ideologische discussies over staatsstructuren. Dat doen we door de krachten te bundelen met alle betrokken overheden. Brussel heeft nood aan een toekomstplan, waarbij we over de beleidsniveaus heen onze engagementen voor een beter Brussel samenbrengen. Daarvoor moeten we, in het belang van alle Brusselaars, de banden tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel de komende jaren versterken, niet doorknippen. Brussel is geen eiland, laat ons die discussie toch achter ons laten. Laat ons werken aan een veilig, net en ambitieus Brussel, waar we nog betaalbaar kunnen wonen en leven. Om dat te bereiken, moeten we samenwerken, niet verdelen. Vlaanderen wil meebouwen aan dat sterker Brussel, dat engagement is concreet en bewezen.


Tijd dus om weg te gaan van de slogans en écht de dialoog aan te gaan.

De komende maanden worden niet eenvoudig. We zullen ons aan de regels moeten houden, hoezeer dat soms ook tegen onze zin is. Er volgt nu nog een allerlaatste inspanning maar de finish is echt wel in zicht.


Laat ons kracht putten uit onze Brusselse Iris. Een winter lang zit die diep verscholen in de donkere Brusselse moerasgrond. Maar in het voorjaar begroet de Iris ons met een gele, witte, paarse of blauwe knipoog en geeft ons het signaal: “Heb geduld. Alles komt goed.”


Ik wens u fijne Irisfeesten.


Benjamin Dalle Vlaams minister van Brussel