Rookmelderplicht in Brussel: minder dodelijke slachtoffers, maar handhaving blijft achter
- 12 mei
- 2 minuten om te lezen

Eén jaar na de invoering van de rookmelderplicht in Brussel zijn er eerste positieve signalen: het aantal dodelijke slachtoffers bij woningbranden daalt. Tegelijk blijkt dat de naleving nog onvoldoende is en dat de verplichting in de praktijk nauwelijks wordt gehandhaafd. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Karine Lalieux op een vraag van Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v).
Minder dodelijke slachtoffers, maar aantal branden blijft stabiel
Het aantal woningbranden blijft relatief stabiel: 786 in 2023, 888 in 2024 en 795 in 2025. Ook het aantal slachtoffers evolueert nauwelijks. Opvallend is wel dat het aantal dodelijke slachtoffers daalde van 7 in 2024 naar 2 in 2025. Dat zou erop wijzen dat branden sneller worden gedetecteerd, dankzij rookmelders.
De naleving van de rookmelderplicht blijft echter problematisch. De Gewestelijke Huisvestingsinspectie stelde in 2024 bij 659 van de 1.498 inspecties een tekortkoming vast rond rookmelders. In 2025 ging het om 766 tekortkomingen op 1.494 inspecties. Dat betekent dat bij ongeveer de helft van de gecontroleerde woningen een probleem werd vastgesteld.
Juridische lacune in de handhaving
Uit het antwoord van de staatssecretaris blijkt vooral een duidelijke incoherentie in het sanctiekader. Voor het ontbreken van een rookmelder geldt een boete van 200 euro. Maar inspecteurs van de Gewestelijke Huisvestingsinspectie kunnen in het kader van de Brusselse Huisvestingscode geen administratieve boetes opleggen onder 2.000 euro. Daardoor kan deze inbreuk in de praktijk niet door de inspectie zelf worden gesanctioneerd.
De enige mogelijkheid is vandaag om de vaststelling door te geven aan de gemeente, zodat die eventueel kan optreden. Dat maakt de handhaving omslachtig en weinig effectief. De staatssecretaris erkende zelf dat dit “volledig incoherent” is en dat het inspectiewerk daardoor “een beetje nutteloos” wordt.
Voor Benjamin Dalle is dat onaanvaardbaar: “We stellen vast dat ongeveer één op twee gecontroleerde woningen niet in orde is met de rookmelderplicht. Tegelijk blijkt dat er in de praktijk geen boetes worden opgelegd, omdat het sanctiekader juridisch niet coherent is. Daardoor verliest de maatregel een groot deel van zijn impact.”
Ook de controle blijft beperkt. Er is geen systematische controle en de brandweer beschikt niet over eigen controlebevoegdheden. Bovendien worden de oorzaken van woningbranden niet systematisch geregistreerd, waardoor een gerichte en datagedreven aanpak ontbreekt.
cd&v vraagt werkbaar sanctiekader en slimme controlemomenten
cd&v Brussel pleit daarom voor een sterker en coherenter beleid:
een duidelijk en proportioneel sanctiesysteem voor de niet-naleving van de rookmelderplicht
een betere registratie en uitwisseling van gegevens tussen brandweer en inspectiediensten
bijkomende controlemomenten, bijvoorbeeld bij verkoop van een woning
Benjamin Dalle stelt daarbij voor om gebruik te maken van bestaande momenten van controle, zoals bij de verkoop van een woning: “Net zoals bij andere verplichtingen kan bij de notariële akte een verklaring worden toegevoegd waarin de verkoper bevestigt dat de woning in orde is met de rookmelderplicht. Dat is een eenvoudige maar efficiënte manier om naleving te stimuleren.”
Dalle besluit: “De rookmelderplicht is een goede maatregel en de eerste signalen zijn positief. Maar zolang de helft van de gecontroleerde woningen niet in orde is en de regels onvoldoende worden afgedwongen, is bijsturing dringend nodig.”




Opmerkingen