top of page

Onderzoekscommissie Anderlechtse Haard: "Een sociale woning mag nooit meer een gunst zijn, maar moet altijd een recht zijn"

  • 2 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen

Het Brussels Parlement heeft de werkzaamheden van de parlementaire onderzoekscommissie naar de onregelmatigheden bij de Anderlechtse Haard afgerond. Na 143 uur vergaderen en een vijftigtal getuigenissen ligt er een pakket van 26 aanbevelingen dat de sociale huisvesting in Brussel grondig moet bijsturen. Ik volgde de discussies en maak deze balans op nu de werkzaamheden zijn afgerond.

Waar dit debat echt over gaat

Op 20 mei zond de VRT de Pano-reportage over de Anderlechtse Haard uit. De reportage legde een systeem bloot van cliëntelisme, machtsmisbruik en vriendjespolitiek. Dit debat gaat niet over een voorzitter of over een sociale huisvestingsmaatschappij. Het gaat over de meer dan 60.000 Brusselse gezinnen die veel te lang wachten op een sociale woning. Zij moeten kunnen rekenen op een eerlijke en gelijke behandeling van hun aanvraag. Uit deze zaak blijkt dat het in dit gewest nuttig is om politieke contacten te hebben. Dat is onaanvaardbaar.

Zes vaststellingen die voor cd&v niet ter discussie staan

Hoewel het eindrapport zelf geen formele vaststellingen bevat – volgens ons een gemiste kans, mee te verklaren door het lopende gerechtelijk onderzoek en het zwijgrecht van sommige getuigen – noteer ik op basis van de hoorzittingen zes conclusies die volgens ons vandaag niet meer ter discussie staan.

Ten eerste was er het hypervoorzitterschap: vrijwel alle getuigen schetsten een voorzitter die, samen met enkele getrouwen, alle belangrijke beslissingen naar zich toe trok, van de toewijzing van sociale woningen tot overheidsopdrachten, aanwervingen en ontslagen.

Ten tweede functioneerde het gepolitiseerde afwijkingscomité vijf jaar lang als feitelijk beslissingsorgaan voor voorrangsdossiers. Eén cijfer blijft daarbij hangen: in oktober 2024, de verkiezingsmaand, gebeurden 116 toewijzingen, waarvan er 59 passeerden via het afwijkingscomité van 10 oktober, drie dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen.

De derde: de beïnvloeding zat stroomopwaarts, in de informele fase waarin een dossier wordt opgebouwd, precies daar waar geen enkele controle bestaat. De controleketen is formeel sluitend, maar in de feiten blind.

Ten vierde schoot het toezicht tekort: de voogdij van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) was zwak, de politieke voogdij compleet afwezig. Ten vijfde bleek de toegang tot de gewestelijke databank met de wachtlijst poreus: de voorzitter en zijn secretaresse consulteerden die te pas en te onpas.

En ten slotte is er de menselijke tol: op twee jaar tijd werd bijna 10% van het personeel ontslagen.

Als parlementslid sprak ik de erkenning uit voor wie de omerta doorbrak: de klokkenluiders, de personeelsleden en huurders die vaak met persoonlijk risico kwamen getuigen, en de Pano-journalisten wier werk beantwoordt aan de hoogste deontologische standaarden.

De cd&v-accenten in de aanbevelingen

cd&v steunt het volledige pakket van 26 aanbevelingen en drukte er zelf een duidelijke stempel op. Vier punten waar we sterk op hebben aangedrongen, zijn binnengehaald.

Eén: een gradueel sanctiekader. Vandaag heeft de voogdij enkel de keuze tussen een vermaning en de atoombom van de speciaal commissaris. Voortaan beschikt zij over een volwaardig getrapt instrumentarium, een rechtstreeks antwoord op de vaststelling dat er jarenlang te laat en te zwak werd ingegrepen.

Twee: een strikte scheiding tussen de strategische rol van de raad van bestuur en de operationele rol van de directie, verankerd in de Huisvestingscode. Individuele dossiers, personeelszaken en leverancierscontacten behoren voortaan exclusief tot de directie. Had dit kader bestaan, dan had een hypervoorzitterschap zoals bij de Anderlechtse Haard geen ruimte gekregen om te gedijen.

Drie: sterkere en onafhankelijkere sociaal afgevaardigden en maatschappelijk assistenten. Hun controle wordt uitgebreid tot alle woonbewegingen, dus ook mutaties en transfers, en de sociaal assistenten komen onder de centrale dienst voor maatschappelijke begeleiding van sociale huurders (SASLS), weg van lokale druk. Zo kunnen ze niet langer geïnstrumentaliseerd worden.

Vier: de volledige depolitisering van de toewijzingen. Er komt een absoluut toegangsverbod tot de wachtlijst voor politieke mandatarissen, hun medewerkers en bestuurders, met volledige traceerbaarheid van elke raadpleging en een alarmsysteem bij misbruik. Geen enkele brief over een woning wordt nog ondertekend door een politiek mandataris. Politieke tussenkomsten in toewijzingsdossiers worden verboden, gekoppeld aan een meldplicht en een robuuste klokkenluidersbescherming.

Het echte werk begint nu

Is het pakket perfect? Nee. cd&v had op punten verder willen gaan: op termijn moet het huisvestingsbeleid echt op gewestelijk niveau worden gevoerd, met een einde aan de versnippering over zestien maatschappijen. Een van de aanbevelingen stelt alvast een studie naar een structurele hervorming van de sector in het vooruitzicht.

Het parlement heeft zijn huiswerk gedaan. Nu is het aan de regering om de aanbevelingen om te zetten in ontwerpen van ordonnanties, een aangepast huurbesluit en nieuwe beheersovereenkomsten. cd&v vraagt een regelmatige parlementaire opvolging van de uitvoering, met de jaarlijkse rapportering van de BGHM aan het parlement als vast ankerpunt.

De maatstaf is voor ons eenvoudig: "Het gezin dat al jaren op zijn beurt wacht, moet er zeker van kunnen zijn dat die beurt niet kan worden afgenomen met een telefoontje naar de juiste voorzitter. Een sociale woning in Brussel mag nooit meer een gunst zijn, maar moet altijd een recht zijn: objectief, transparant en gelijk voor iedereen."

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page