Zoeken

Bijna 3 miljoen euro extra steun voor de jeugdsector

De Vlaamse regering trekt 2.97 miljoen euro extra uit voor jeugdorganisaties die door de coronamaatregelen van het voorjaar financieel onder druk kwamen te staan. “Het jeugdwerk is zwaar getroffen door de coronacrisis, we willen organisaties extra financiële zuurstof geven en zo het aanbod voor kinderen en jongeren blijven garanderen,” aldus minister van Jeugd, Benjamin Dalle.



Heel wat jeugdorganisaties moesten in het voorjaar van 2021, naar aanleiding van de 3de coronagolf, hun werkzaamheden tijdens de schoolvakanties of hun activiteiten in samenwerking met scholen opnieuw aanpassen of stopzetten. Daardoor staan de jeugdorganisaties op organisatorisch, logistiek, emotioneel en financieel vlak onder grote druk.


De Vlaamse Regering komt nu met extra steun om deze organisaties uit de nood te helpen en hen tegelijk een stimulans te geven om de draad terug op te pikken na corona.


De steun moet een deel van de financiële verliezen van de organisaties compenseren. Activiteiten zijn voor heel wat organisaties vaak een bron van inkomsten, door de strenge regels was het echter bijzonder moeilijk iets te organiseren. Daarnaast hebben sommige organisaties ook extra kosten moeten maken om hun werking te kunnen verderzetten. Veel organisaties hebben geen grote financiële reserves en werken met bijzonder kleine marges.


“De steun is voor sommige organisaties van levensbelang,” aldus Dalle “De jeugdsector is bijzonder solidair geweest tijdens de coronacrisis. Dankzij hun flexibiliteit en veerkracht is er zelfs in de moeilijkste momenten een vorm van aanbod geweest voor zoveel kinderen en jongeren. Maar hun financiële draagkracht kent grenzen, met deze extra steun willen we het aanbod blijven verzekeren.”

Organisaties kunnen de steun nog tot eind oktober aanvragen via het Departement Jeugd: https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/nieuws/bijkomende-steun-aan-jeugdorganisaties


Er wordt voor de toekenning van de bijkomende steun met een berekeningsmethode gewerkt, die vergelijkbaar is met de berekeningsmethode die in 2020 werd toegepast bij het Noodfonds. Er wordt berekend welke organisaties worden geconfronteerd met een financieringsbehoefte die een bijkomende subsidie rechtvaardigt.