Zoeken

Jonge kinderen voelen zich door de coronacrisis minder goed in hun vel

De coronacrisis heeft een grote impact gehad op het algemeen welbevinden van jonge kinderen (vierde tot zesde leerjaar). Ze voelen zich minder goed in hun vel, hebben minder vertrouwen in de toekomst en zijn minder tevreden over hun leven in het algemeen. Dat blijkt uit onderzoek van het Jeugdonderzoeksplatform (UGent, VUB en KU Leuven) in samenwerking met de HOGENT. "Deze cijfers tonen nog maar eens hoe zwaar de coronamaatregelen een impact hebben op het leven van kinderen en jongeren", reageert Vlaams minister van Jeugd, Benjamin Dalle. "Laat het een oproep zijn aan beleidsmakers op alle niveaus om bij het nemen van maatregelen extra aandacht te hebben voor kinderen en jongeren in kwetsbare situaties."



In 2021 geven jonge kinderen aan dat ze zich minder blij voelen, minder energie hebben en vaker verdrietig of verveeld zijn dan hun leeftijdsgenoten in 2018. Ze voelen zich ook minder zelfzeker over hun gezondheid en hun uiterlijk, en maken zich vaker zorgen over hun materiële situatie en hun zelfstandigheid.


Daarnaast stellen de onderzoekers vast dat ze zich minder vaak gesteund voelen thuis en op school. Ze ervaren ook meer conflict en zelfs verbaal en fysiek geweld in hun thuissituatie en op school. Positief is wel dat de kinderen aangeven dat ze zich relatief goed geïnformeerd voelen over het coronavirus en dat ze zich goed ondersteund voelen door hun vrienden.


Ook de vrijetijdsbesteding van jonge kinderen is sterk geëvolueerd. Sinds de coronacrisis spenderen kinderen meer tijd aan zorgtaken en huishoudelijk hulp, spelen ze vaker buiten en spenderen ze meer tijd aan online games. Buitenschoolse activiteiten, zoals muziekschool en tekenschool, zijn dan weer duidelijk afgenomen, met uitzondering van sportieve activiteiten. Over het algemeen geven kinderen aan minder tevreden te zijn over hun vrijetijdsbesteding in 2021 dan in 2018.


Het onderzoek is afgenomen in het voorjaar van 2021 bij een representatieve steekproef van 2449 kinderen uit het vierde tot zesde leerjaar in 35 Vlaamse scholen. De bevraging maakt deel uit van een internationaal onderzoek naar het welbevinden van kinderen (ISCWeB). In 2018 werd reeds een vergelijkbare bevraging afgenomen bij dezelfde scholen, waardoor de onderzoekers een vergelijking over de tijd kunnen uitvoeren. Dankzij de grootschalige opzet van de bevraging en de vergelijkbaarheid met ISCWeB-2018, geeft dit onderzoek een uniek inzicht in hoe jonge kinderen in Vlaanderen de coronacrisis hebben ervaren, en hoe verschillende aspecten van hun welbevinden en hun leefwereld zijn geëvolueerd ten opzichte van 2018.


Vlaams minister van Jeugd, Benjamin Dalle: “Deze cijfers tonen nog maar eens hoe zwaar de coronamaatregelen een impact hebben op het leven van kinderen en jongeren. Laat het een oproep zijn aan beleidsmakers op alle niveaus om bij het nemen van maatregelen extra aandacht te hebben voor kinderen en jongeren in kwetsbare situaties. Vooral op het vlak van vrijetijd kunnen we daar het verschil maken: het is een uitdaging van elk bestuur om te blijven voorzien in een kwaliteitsvol aanbod van vrijetijdsactiviteiten. Kinderen en jongeren moeten elkaar kunnen blijven ontmoeten want het is vooral het contact met elkaar dat het mogelijk maakt om door deze crisis te komen. Het onderzoek toont duidelijk aan dat vrijetijdsbesteding een directe impact heeft op het mentale welzijn van onze jeugd.”


Onderzoekers aan het woord:


Het is duidelijk dat de corona-pandemie jonge kinderen diep geraakt heeft. Als we nagaan welke COVID-19-maatregelen een invloed hebben gehad op jonge kinderen kan dit ook niet verbazen. Sinds maart 2020 zijn kinderen geconfronteerd met schoolsluitingen, beperkingen in vrijetijdsactiviteiten (bv. sluiting van musea, pretparken, sportclubs, kunstacademies) en kinderopvang, verbod op reizen en kampen, en beperkingen van groepsbijeenkomsten. Die maatregelen hebben een rechtstreekse invloed op de belangrijkste aspecten van het dagdagelijkse leven van jongere kinderen, met name hun thuissituatie, hun schoolsituatie, hun vrijetijdsbesteding en hun vriendschappen. Dat zien we duidelijk weerspiegeld in de gepresenteerde cijfers.


Het lijkt ons daarom belangrijk de situatie goed te monitoren en bij beleidsmaatregelen steeds specifieke aandacht te hebben voor onze jonge, zich nog sterk ontwikkelende kinderen. Een bijzondere aandacht voor kinderen in een kwetsbare thuissituatie lijkt daarbij aangewezen. Zo geeft 14% van de kinderen aan tijdens de lockdown niet elke dag voldoende te eten te hebben, gaf 23% toe dat het thuis niet of slechts een beetje lukte om te studeren, vindt 18% dat hun mening thuis niet serieus wordt genomen en onderhield 6% van de 10 tot 12-jarigen geen enkel contact met vrienden tijdens de lockdown. 15% ging expliciet niet akkoord dat tijdens de coronacrisis de band met leden van het gezin sterker werd, en tussen de 5 en 10% voelde zich tijdens corona niet gesteund door vrienden, juffen en meesters en de mensen waarmee ze samenwonen. In vele opzichten was de coronacrisis een grote verduidelijker. Zij maakte groepen zichtbaar die vaak buiten de schijnwerpers blijven. Als we als samenleving de ambitie hebben voor alle kinderen een goed leven te bewerkstelligen, moeten we deze problematieken blijvend belichten.