Zoeken

Minister Dalle in De Standaard: ‘We dreigen de hoogste armoedecijfers van deze eeuw te zien’

Hoewel hij nog minder dan twee jaar heeft, wil Vlaams minister Benjamin Dalle (CD&V) het armoedebeleid niet laten betijen. De crisis laat het niet toe. ‘Ik ben een geboren optimist, maar ik ben pessimistisch over wat komt.’


Jan-Frederik Abbeloos

Vrijdag 24 juni 2022


Cruciaal voor minister Benjamin Dalle, en het imago van CD&V, worden de begrotingsgesprekken van 2023. (C) Kristof Vadino


Het viel destijds tussen de plooien van de berichtgeving, maar bij de reshuffle in de Vlaamse regering midden mei, na het ontslag van Wouter Beke, verhuisde de portefeuille van Armoedebestrijding niet naar Hilde Crevits die Welzijn overnam, maar naar Benjamin Dalle, minister van Brussel, Jeugd en Media. Een teken dat CD&V ­armoedebestrijding niet zo belangrijk acht, zo oordeelde onder meer armoede-expert Wim Van Lancker (KU Leuven).


Een maand later zit die verdenking ­Dalle nog altijd hoog. ‘Bij de bespreking in de partij heb ik zelf gevraagd om dit te ­mogen doen. Armoedebestrijding vergt ­actie op veel terreinen. Welzijn uiteraard, maar ook Werk, Wonen, Mobiliteit, noem maar op. Geen enkele minister kan alle ­betrokken departementen combineren.’


De erfenis lijkt op het eerste gezicht electoraal interessant richting 2024, met armoedecijfers die, ondanks de corona­crisis, in dalende lijn gaan. 8,5 procent van de Vlamingen leeft volgens de recentste telling onder de armoedegrens. ‘Maar dat is nog steeds meer dan een half miljoen mensen. Te hoog voor zo’n welvarende ­regio’, benadrukt Dalle. Bovenal observeerde hij de voorbije maand drie andere ongemakkelijke waarheden die bij de minister de nodige alarmbellen doen afgaan.


1 Wat zeggen de prognoses? Welke prognoses?


‘Het eerste wat ik deed, was kijken wat ik kon verwachten. Wat zeggen de prognoses over de te verwachten armoedecijfers? Bleek dat er geen bestaan! Ik wil niemand met de vinger wijzen, maar dat is toch ­onverklaarbaar? Het Federaal Planbureau en de Nationale Bank hebben prognoses voor zowat alles wat te maken heeft met onze economische en demografische vooruitzichten, maar niets over het aantal mensen dat in armoede dreigt te vallen. Ik wil nu een academische studie bestellen om te bekijken hoe we dat toch kunnen objectiveren.’


2 Het wordt erger, maar hoe erg?


Dalle droeg zijn kabinet op om ondertussen al een geïnformeerde schatting te ­maken van wat komt tegen 2024. Hij vestigt daarbij de aandacht op de 9 procent Vlamingen die weliswaar niet in armoede verkeren – gedefinieerd als een inkomen kleiner dan 60 procent van het mediaan ­inkomen – maar er niet gek veel boven zitten – de groep tussen 60 en 70 procent van het mediaan inkomen. De laagste middenklasse als het ware.


‘Voor een alleenstaande ligt de armoedegrens op 1.287 euro per maand, voor een koppel met twee kinderen is dat 2.145 euro. Er zijn flink wat mensen die daar maar 200 of 300 euro boven zitten. Mensen die niet allemaal in aanmerking komen voor een sociaal energietarief.’ Dalle vreest dat een deel van hen straks wél in armoede sukkelt door de stijgende kosten. ‘Stel dat 3 procent extra in de armoede belandt, dan kijken we aan tegen een armoedecijfer van 11,5 procent. Dat zou het hoogste van deze eeuw betekenen.’ Overleg met armoede­organisaties en terreinbezoeken doen ­Dalle besluiten dat die inschatting best ­realistisch is. ‘Ik ben een geboren optimist. Maar ik ben pessimistisch over wat nu komt. Het vereist dat we meer dan één tandje bijsteken.’


3 Geen sense of urgency


Dalle hoopte zijn inschatting snel te kunnen voorleggen aan de andere ministers die in België bevoegd zijn voor armoede­bestrijding tijdens een volgende interministeriële conferentie (IMC). Alleen blijkt dat overleg helemaal te zijn uitgedoofd. ‘Weet u wanneer de betrokken ministers ­elkaar voor het laatst zagen? Juni 2013. ­Eigenlijk is dat hallucinant.’


Dalle heeft een brief klaar om zo’n IMC in september samen te roepen, hoewel officieel de Duitstalige minister Antonios ­Antoniadis (SP) dit IMC voorzit. ‘Of hij het organiseert of ik, dat interesseert me niet, wel dat we de koppen nog eens samen ­steken. Je zou denken dat overal de sense of urgency groot is. In Brussel leeft nu al een kwart in armoede!’


‘Weet u wanneer de ministers verantwoordelijk voor armoedebestrijding in België elkaar voor het laatst zagen? Juni 2013. Eigenlijk is dat hallucinant’Benjamin Dalle (CD&V)Vlaams minister voor Armoedebestrijding

Hij beseft dat hij in twee jaar en met een budget van 20 miljoen euro het tij niet eigenhandig zal keren. De cijfers zullen sterk door federale beslissingen gestuurd worden. Regering-De Croo beslist immers onder meer hoe hoog de uitkeringen ­zoals het leefloon worden en in welke mate het sociaal energietarief behouden blijft.


In Vlaanderen wil Dalle na de zomer van alle ministers horen waar ze staan in de uitvoering van het Vlaamse actieplan, dat dan aangescherpt kan worden. Speerpunten voor Dalle zijn kinderarmoede, de participatie van ervaringsdeskundigen in het beleid, en de working poor. ‘Dat mensen die werken nog steeds in armoede belanden, is onaanvaardbaar.’ In Vlaanderen gaat het om zo’n 70.000 personen, bijna dubbel zoveel als het aantal leefloners (38.000).


Cruciaal voor Dalle, en het imago van CD&V, worden de begrotingsgesprekken van 2023. Daar moet CD&V meer middelen zien te krijgen voor het Groeipakket, de vroegere kinderbijslag. Dat die niet volledig geïndexeerd werd, maakt de zelfverklaarde ‘gezinspartij’ kwetsbaar, zo beseft Dalle. ‘We willen extra investeringen en het Groeipakket nog efficiënter inzetten. Ik ­besef dat de budgettaire context niet evident is, maar het is duidelijk dat dit voor CD&V erg belangrijk is.’