top of page

Tweetaligheid in Brusselse lokale besturen blijft onaanvaardbaar zwak

  • 1 dag geleden
  • 3 minuten om te lezen

Het nieuwe jaarverslag 2025 van de Brusselse vice-gouverneur Jozef Ostyn bevestigt opnieuw dat de naleving van de taalwetgeving door Brusselse gemeenten en OCMW’s structureel problematisch blijft. Van de 3.199 aanstellings- en benoemingsbesluiten die in 2025 werden onderzocht, was slechts 483 volledig in orde. Dat is amper 15%. 1.976 beslissingen, goed voor bijna 62%, moesten worden geschorst. Nog eens 740 dossiers werden enkel gedoogd, meestal omdat het ging om contractuele aanstellingen van zeer korte duur.

 

Volgens Benjamin Dalle, Brussels parlementslid voor cd&v, tonen de cijfers vooral dat Brussel blijft hangen op een onaanvaardbaar laag niveau: “De cijfers zijn niet spectaculair slechter dan vorig jaar. Maar dat is geen geruststelling. Ze blijven spectaculair slecht. Als jaar na jaar amper 15% van de aanstellingen volledig in orde is, dan spreken we niet meer over uitzonderingen, maar over een systematische niet-naleving van de taalwetgeving.”

 

De situatie blijft bijzonder zorgwekkend bij de OCMW’s. In 2025 werden 1.930 OCMW-dossiers onderzocht. Daarvan werden slechts 111 goedgekeurd, tegenover 1.213 schorsingen en 606 gedoogde dossiers. Vooral bij contractuele aanwervingen is het probleem hardnekkig: bij de OCMW’s waren slechts 72 van de 1.869 contractuele dossiers volledig conform.

 

Ook de Nederlandstalige aanwezigheid blijft bijzonder laag. Van alle 3.199 wervingsdossiers in 2025 betroffen er slechts 213 een Nederlandstalige, of 6,7%. De vice-gouverneur stelt dat daardoor minstens in een aantal lokale besturen vermoedelijk de minimumvertegenwoordiging van Nederlandstaligen niet gehaald wordt. Bovendien werd vanuit 5 gemeenten en 5 OCMW’s geen enkel dossier over de aanwerving van een Nederlandstalige overgemaakt.

 

Daarnaast blijft ook de pariteit in leidinggevende functies problematisch. In 2025 werden 26 beslissingen geschorst wegens het niet respecteren van de pariteitsregels. Slechts in 1 van de 19 gemeenten en 1 van de 19 OCMW’s zijn de leidinggevende functies paritair of quasi-paritair ingevuld. In 11 gemeenten en 14 OCMW’s bedraagt het overwicht van één taalgroep in leidinggevende functies zelfs 75% of meer.

 

Voor cd&v is het nieuwe jaarverslag daarom een duidelijke opdracht voor de Brusselse regering. In de nieuwe Brusselse beleidsverklaring werd op vraag van cd&v een apart engagement opgenomen voor een sterk tweetalig gewest. Daarin verbindt de regering zich tot een masterplan voor tweetaligheid, bijkomende taalopleidingen, begeleiding van gemeenten en OCMW’s, versterking van NT2-trajecten en taalbeleidsplannen voor Brusselse ziekenhuizen.

 

Benjamin Dalle: “Voor het eerst ligt er een duidelijk politiek kompas op tafel. Nu moet de regering het ook uitvoeren. De niet-naleving van de tweetaligheid bij gemeenten en OCMW’s mag geen jaarlijkse vaststelling in het verslag van de vice-gouverneur blijven. Ze moet opnieuw een positieve ambitie worden: met taalopleidingen, begeleiding, betere rekrutering en effectief toezicht.”

 

Ook de klachten tonen dat tweetaligheid geen abstract debat is. In 2025 ontving de vice-gouverneur 32 klachten, minder dan de uitzonderlijke piek van 61 in 2024, maar nog altijd in lijn met de hogere trend sinds 2020. De meerderheid van de klachten had betrekking op gemeentelijke diensten en OCMW’s. Er waren ook klachten over onder meer politiediensten, gewestelijke diensten en ziekenhuizen.

Een bijzonder ernstig voorbeeld betrof een Nederlandstalige bewoonster van een Brussels woonzorgcentrum die na een val via de MUG naar een openbaar ziekenhuis werd gebracht en volgens de klacht die het woonzorgcentrum indiende op geen enkel moment op Nederlandstalige zorg of communicatie kon rekenen. Voor cd&v toont dit aan dat tweetaligheid ook een kwestie is van veiligheid, waardigheid en kwaliteit van zorg.

Benjamin Dalle: “Respect voor de tweetaligheid is geen symbolendossier. Het gaat over burgers die aan een loket, bij het OCMW, bij de politie of in een ziekenhuis geholpen moeten worden in hun taal. Zeker in noodsituaties en in de zorg is dat fundamenteel. De nieuwe regering heeft zich geëngageerd. Nu moet ze tonen dat dit geen mooie passage in een beleidsverklaring blijft, maar echt beleid wordt. Ik reken daarbij in het bijzonder op de drie Nederlandstalige regeringsleden om binnen de regering de nodige druk te zetten zodat we eindelijk stappen vooruit zetten.”

 

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page