Oldtimeruitzondering dreigt achterpoortje in Brusselse LEZ te worden
- 18 uur geleden
- 4 minuten om te lezen

Wie door Brussel rijdt, merkt het zelf ook: in het straatbeeld lijken steeds meer wagens met een O-plaat op te duiken. Oldtimers horen bij ons erfgoed en voor echte liefhebbers moet daar ruimte voor blijven. Maar nieuwe cijfers die Brussels parlementslid Benjamin Dalle opvroeg, tonen dat het aantal oldtimers dat effectief in de Brusselse lage-emissiezone rijdt, de voorbije jaren sterk is toegenomen. Daardoor rijst de vraag of de automatische vrijstelling voor oldtimers niet stilaan een achterpoortje dreigt te worden in de Brusselse LEZ. Dat is relevant voor de luchtkwaliteit. De LEZ heeft net als doel de oudste en meest vervuilende voertuigen uit het verkeer te weren. Hoe ouder een wagen, hoe hoger doorgaans de uitstoot van schadelijke stoffen. Daarom is het belangrijk dat uitzonderingsregelingen geen achterpoortje worden dat de milieudoelstellingen van de LEZ ondergraaft.
In 2020 werden 4.512 unieke oldtimers in de LEZ geregistreerd; in 2024 waren dat er 13.799. Ook het aantal oldtimers dat meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ rondrijdt, steeg sterk: van 28 in 2020 naar 76 in 2024 en 156 in 2025. Voor 2025 wijst de administratie wel op een impact van de vervanging van ANPR-camera’s, waardoor voorzichtigheid geboden is bij de interpretatie van dat jaarcijfer. Volgens Dalle tonen de cijfers aan dat de automatische vrijstelling voor oldtimers niet langer blind kan blijven bestaan zonder betere monitoring en handhaving.
De Brusselse lage-emissiezone laat oldtimers ouder dan 30 jaar vandaag automatisch toe. Die uitzondering werd ingevoerd vanuit de redenering dat oldtimers erfgoedvoertuigen zijn en slechts beperkt gebruikt worden. Oldtimers mogen wettelijk niet worden gebruikt voor woon-werkverkeer, woon-schoolverkeer, commercieel gebruik of professioneel gebruik. Maar uit het antwoord op een schriftelijke vraag van Benjamin Dalle blijkt dat de LEZ zelf niet controleert of die gebruiksbeperkingen effectief worden nageleefd. Die controle behoort tot de bevoegdheid van de politie.
“Oldtimers horen bij ons erfgoed en echte liefhebbers mogen niet geviseerd worden. Maar een automatische vrijstelling mag geen achterpoort worden om de lage-emissiezone te omzeilen. Als steeds meer oldtimers in Brussel rondrijden en sommige voertuigen meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ verschijnen, dan moet de regering ingrijpen vóór dit probleem ontspoort”, zegt Benjamin Dalle.
De cijfers tonen vooral een opvallend verschil tussen het aantal ingeschreven oldtimers en het aantal oldtimers dat effectief in de LEZ wordt geregistreerd. Het aantal in Brussel ingeschreven oldtimers ouder dan 30 jaar steeg tussen 2022 en 2025 met ongeveer 6%, van 6.505 naar 6.892 voertuigen. Maar het aantal unieke oldtimers dat minstens één keer in de LEZ werd geregistreerd, steeg veel sterker: van 4.512 in 2020 naar 13.799 in 2024.
Ook het gebruik wordt intensiever. In 2020 reden oldtimers gemiddeld 7,4 dagen per jaar in de LEZ. In 2024 ging het om 7,6 dagen. In 2025 stijgt dat gemiddelde naar 10 dagen, al wordt dat jaar volgens de administratie beïnvloed door de vervanging van de camera’s. Het aantal oldtimers dat meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ reed, steeg van 28 in 2020 naar 76 in 2024 en 156 in 2025.
“Vandaag erkent de Brusselse regering dat de LEZ zelf niet controleert of oldtimers correct worden gebruikt. Die controle ligt bij de politie. Dat betekent dat de automatische vrijstelling in de praktijk moeilijk te handhaven is. Net daarom moet het oldtimerregime worden meegenomen in de hervorming van de LEZ”, aldus Dalle.
Volgens Dalle bewijzen de cijfers niet dat elke oldtimer wordt misbruikt om de LEZ te omzeilen. Maar ze tonen wel dat de automatische vrijstelling steeds belangrijker wordt en dat een kleine maar groeiende groep oldtimers zeer frequent in de LEZ rondrijdt. “Dat is precies het soort evolutie dat men vroeg moet aanpakken. Wie niets doet, dreigt tegen 2030 een veel groter probleem te hebben, wanneer de LEZ-regels ook voor benzinewagens strenger worden.”
Uit het antwoord blijkt bovendien dat Leefmilieu Brussel een reflectie over een mogelijke wijziging van het oldtimerregime zal opnemen in de lopende hervorming van de LEZ. Voor Dalle is dat noodzakelijk. “De regering moet nu werk maken van duidelijke monitoring, betere samenwerking met de politie en een hervorming van de automatische vrijstelling. Het doel moet zijn om echte oldtimerliefhebbers te beschermen, maar misbruik onmogelijk te maken.”
Opvallendste cijfers
Uit het antwoord op de schriftelijke vraag blijkt onder meer:
13.799 unieke oldtimers reden in 2024 minstens één keer in de Brusselse LEZ, tegenover 4.512 in 2020.
Het aandeel oldtimers in het totaal aantal unieke voertuigen steeg van 0,18% in 2020 naar 0,33% in 2024 en 0,38% in 2025.
Het gemiddeld aantal dagen dat oldtimers in de LEZ reden, steeg van 7,4 dagen in 2020 naar 10,0 dagen in 2025, met een methodologische kanttekening voor 2025 door de vervanging van ANPR-camera’s.
Het aantal oldtimers dat meer dan 100 dagen per jaar in de LEZ reed, steeg van 28 in 2020 naar 76 in 2024 en 156 in 2025.
De Brusselse regering erkent dat de controle op het correcte gebruik van oldtimers niet via de LEZ gebeurt, maar door de politie moet gebeuren.
Leefmilieu Brussel zal een mogelijke wijziging van het oldtimerregime meenemen in de lopende hervorming van de LEZ.




Opmerkingen