top of page

Rechtspraak over Brusselse kantoorbelasting toont nood aan echt fiscaal pact

  • 1 uur geleden
  • 2 minuten om te lezen

Een recente uitspraak van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg over de kantoorbelasting van de Stad Brussel toont volgens Brussels parlementslid Benjamin Dalle (cd&v) aan dat het tijd is voor een nieuw fiscaal pact tussen het Brussels Gewest en de negentien gemeenten. De uitspraak kan volgens een analyse van fiscalistenkantoor Tiberghien immers belangrijke gevolgen hebben voor de juridische houdbaarheid van gelijkaardige gemeentelijke kantoorbelastingen. Voor Dalle is dit hét moment om werk te maken van een transparanter, eenvoudiger en geharmoniseerd fiscaal kader voor ondernemingen.

 

"Brussel wil bedrijven aantrekken, maar houdt tegelijk een versnipperd fiscaal landschap in stand. Dat zorgt niet alleen voor administratieve complexiteit, maar dreigt nu ook juridische onzekerheid te creëren."

 

Tijdens een debat in het Brussels Parlement erkende minister van Financiën Dirk De Smedt dat de recente uitspraak volgens hem "ongetwijfeld een opportuniteit" vormt om het debat over de gemeentelijke fiscaliteit verder te voeren maar dat de gesprekken daarover nog gevoerd moeten worden binnen de regering.

 

Kantoorbelasting: melkkoe van Brusselse gemeenten

 

De aanleiding is niet onbelangrijk. Uit cijfers die de minister aan het parlement bezorgde, blijkt dat de gemeentelijke belasting op kantooroppervlakten is uitgegroeid tot een belangrijke inkomstenbron voor de Brusselse gemeenten. De gezamenlijke opbrengst stijgt van 79,3 miljoen euro in 2021 naar bijna 140 miljoen euro in de begroting 2025, een stijging met ruim 76 procent in vier jaar. Bovendien bestaan er grote verschillen tussen gemeenten: sommige halen tientallen miljoenen euro's uit een kantoorbelasting, terwijl andere gemeenten ze helemaal niet heffen.

 

Daarbovenop heft het Brussels Gewest ook een belasting op niet-residentiële oppervlakten. Ook die opbrengst stijgt aanzienlijk: van 95,9 miljoen euro in 2021 naar bijna 120 miljoen euro in 2025. De meerjarenbegroting gaat bovendien uit van een verdere stijging tot bijna 128 miljoen euro in 2029 bij ongewijzigd beleid.

 

"Ondernemingen worden vandaag geconfronteerd met een opeenstapeling van gewestelijke én gemeentelijke belastingen. Tegelijk verschilt de fiscale behandeling sterk van gemeente tot gemeente. Dat is moeilijk uit te leggen en ondergraaft de aantrekkelijkheid van Brussel als vestigingsplaats."

 

Juridische onzekerheid

 

In een recente vonnis heeft de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg geoordeeld dat het belastingreglement van de Stad Brussel inzake de kantoorbelasting strijdig is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, omdat onvoldoende wordt verantwoord waarom kantooroppervlakten wel belast worden en vergelijkbare oppervlakten niet.

 

Dalle: "Als die juridische redenering standhoudt, reikt de impact veel verder dan één dossier. Het vonnis geldt weliswaar alleen tussen de betrokken partijen, maar de redenering raakt aan de opbouw van de belasting zelf. Andere belastingplichtigen kunnen zich daarop beroepen in hun eigen procedure. Dat creëert een reëel risico op bijkomende betwistingen, niet alleen in Brussel-Stad maar ook in andere gemeenten met een gelijkaardige kantoorbelasting."

 

Tijd voor een nieuw fiscaal pact

 

Voor Benjamin Dalle is de uitspraak de ideale aanleiding om het systeem grondig te hervormen.

 

"Een regering die zegt ondernemerschap centraal te zetten, kan niet blijven vasthouden aan negentien verschillende fiscale regimes. Brussel heeft ondernemers nodig. We moeten hen overtuigen om hier te investeren, niet hen richting Diegem, Zaventem of Asse duwen omdat het daar eenvoudiger, voorspelbaarder en fiscaal aantrekkelijker is. Dit is het moment om eindelijk werk te maken van een echt fiscaal pact tussen het Gewest en de gemeenten. Daarin moet een engagement staan om economisch verstorende belastingen te harmoniseren. Dat geldt niet alleen voor de kantoorbelasting, maar ook voor andere gemeentelijke belastingen die ondernemingen raken."

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page