top of page

Zoekresultaten

534 items gevonden voor ""

  • Vlaanderen investeerde nog nooit zoveel in het Brussels onderwijs

    In de afgelopen legislatuur werden de subsidies voor scholenbouw in Brussel verdrievoudigd. In de periode 2014-2018 werd er voor 114 miljoen geïnvesteerd; tussen 2009 en 2014 was dat 40 miljoen euro. “De Vlaamse Regering heeft met minister Crevits aangetoond dat sterke banden tussen Brussel en Vlaanderen niet enkel bij woorden blijven maar ook omgezet worden in daden op het terrein,” aldus Benjamin Dalle, lijsttrekker CD&V “De inhaalbeweging die we op het vlak van scholenbouw hebben ingezet moeten de volgende legislatuur onverminderd verder worden gezet.” Voor CD&V is het Nederlandstalig onderwijs in Brussel van essentieel belang. Het is een succesproduct: elk jaar vinden meer Brusselse ketjes de weg naar het Nederlandstalig onderwijs. Dat werpt vruchten af: een goede beheersing van het Nederlands is het beste toegangsticket tot de Brusselse én Vlaamse arbeidsmarkt. In een stad waar 1 op 4 jongeren opgegroeid in een gezin waarin beide ouders werkloos zijn, is dit meer dan ooit van groot belang. Keerzijde van de medaille is natuurlijk dat er elk jaar meer vraag is naar extra capaciteit. De Vlaamse Regering, met Hilde Crevits op kop, heeft tijdens de afgelopen legislatuur een historische investeringsronde gerealiseerd. De middelen voor capaciteit werden verdrievoudigd. - Investeringen 2009-2014: 40 miljoen euro - Investeringen 2014-2019: 114 miljoen euro Hetgeen effectief geïnvesteerd werd in Brusselse scholen ligt daarbij nog een stuk hoger, want daarin zit ook het eigen aandeel van de scholen. Zo werd in het totaal 169 miljoen geïnvesteerd voor scholenbouw in Brussel: - De gewone reguliere investeringen (AGION): 110 miljoen euro - De investeringen via huursubsidies: 16,7 miljoen euro - De investeringen via DBFM Scholen van Morgen: 28,4 miljoen euro - De reguliere investeringen door het GO! Gemeenschapsonderwijs: 13,9 miljoen euro Het is duidelijk dat CD&V de band met Brussel en Vlaanderen ook de komende legislatuur wil versterken. “We moeten dit ambitieuze investeringsplan aanhouden en zelfs versterken. Maar we moeten niet investeren in bakstenen alleen: de kwaliteit van ons onderwijs moet voorop staan. Daarom hebben we werk gemaakt van een plan waarin we de onderwijscapaciteit en kwaliteit willen aanpakken. Vooral het invoeren van taalcoaches is voor Brussel meer dan ooit belangrijk. Leerlingen starten in het Nederlandstalig onderwijs met verschillende taalniveaus. Het is een uitdaging voor de leerkrachten om iedereen mee te krijgen, daarom zorgen we voor extra handen in de klas.” Onderwijs moet geen gewestbevoegdheid worden Sommige partijen willen van het onderwijs een gewestbevoegdheid maken. “Dit is ‘no pasaran’ voor CD&V,” aldus Dalle “Brussel is geen eiland. Vlaanderen en Brussel moeten partners zijn in het realiseren van gemeenschappelijke doelstellingen. De historische investeringsronde in het Brussels onderwijs toont aan dat Vlaanderen het Nederlandstalig onderwijs in Brussel koestert en wil versterken. Laat ons dus niet nodeloos beginnen te experimenteren met ons onderwijs, daarvoor is de inzet te groot: de toekomst van onze Brusselse jeugd.”

  • "Maskers vallen af in de Senaat"

    De Senaat heeft vorige week de lijst goedgekeurd van grondwetsartikelen die de volgende legislatuur kunnen gewijzigd worden. Benjamin Dalle, lijsttrekker Vlaams Parlement in Brussel voor CD&V, gaf tijdens de plenaire vergadering uitgebreid toelichting bij het standpunt van CD&V. “Er zijn nog belangrijke uitdagingen op het vlak van staatshervorming. Die hervormingen hebben draagvlak nodig, daarom willen we de dialoog aangaan: dat hebben we vijf staatshervormingen lang gedaan. We gaan geen enkel debat uit de weg maar op het einde van de dag telt maar één iets: de hervormingen ook uitvoeren.” Tijdens de volgende legislatuur wil CD&V een nieuwe stap in de staatshervorming van ons land voorbereiden. “In de jaren ’90 bestond hierover een ruime consensus onder Vlaamse partijen. Vandaag stellen we vast dat die consensus afwezig is,” aldus Dalle “Sommige partijen willen het land splitsen, sommige partijen willen bevoegdheden herfederaliseren, en andere, zoals de onze, willen de gemeenschappen en gewesten versterken met behoud van een slagkrachtige federale overheid. Om die consensus onder de Vlaamse partijen opnieuw te bereiken, willen wij in het Vlaams Parlement de volgende jaren werk maken van een commissie die zich daarover buigt en wij hopen dat dit ook in de andere parlementen zal gebeuren.” N-VA hypocriet Dalle hekelt de houding van N-VA. “De N‑VA heeft toch wel een zeer merkwaardige houding. De N‑VA beweert dat zij de Grondwet willen veranderen met het oog op een staatshervorming, maar eigenlijk interesseert het hen niet. Zij hebben zeer gemakzuchtig een lijst ingediend met alle artikelen van de Grondwet.” Dalle begrijpt niet wat ze hiermee willen bereiken. “Willen zij bijvoorbeeld een discussie over de doodstraf: gaan wij weer de doodstraf invoeren? Stellen ze de rechtstreekse verkiezing van het Vlaams Parlement in vraag of willen ze afstappen van de rechtstreekse toewijzing van de onderwijsbevoegdheid? Door alle artikelen open te stellen opent N-VA de facto deze debatten.” Eenzelfde houding ziet Dalle bij N-VA over het debat van de laïciteit. “Vreemd genoeg werken diezelfde partijen die pleiten voor het behoud van de Vlaamse identiteit en een hoogstaand kwalitatief onderwijs vandaag actief mee aan de ondermijning van het godsdienstonderricht in katholieke scholen. N‑VA zet inderdaad de deur open voor de afbraak van het katholieke onderwijs. Voor CD&V daarentegen zal het godsdienstonderricht altijd integraal deel blijven uitmaken van de vrijheid van onderwijs.” one.brussels: vooral woorden, geen daden Ook plaatst Dalle grote vraagtekens rond het campagnethema van SP.A in Brussel: “one.brussels”. Hoewel de campagne pleit om alle gemeenten in Brussel af te schaffen en te laten opgaan in één bestuur stelt de partij in de Senaat de noodzakelijke grondwetsartikels hiervoor niet open. One.brussels is dus vooral een campagneslogan; geen duidelijk onderbouwde strategie of realistische piste. “De sp.a-fractie heeft zelfs niet gevraagd om artikel 162 voor herziening vatbaar te verklaren en daar blijft het niet bij. Volgens artikel 170 van de Grondwet hebben de gemeenten een eigen fiscale autonomie, een eigen bevoegdheid om gemeentelijke belastingen te heffen. Anders dan voor de provincies, laat artikel 170 niet toe de gemeentelijke belastingen geheel af te schaffen. En wat stelt one.brussels voor? De afschaffing van de gemeentelijke belastingen en de vervanging ervan door stadsgewestbelastingen. Vraagt sp.a de herziening van artikel 170? Neen." "One.brussels vraagt ten slotte de afschaffing van de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie en de integratie ervan in het stadsgewest. De artikelen 143, 163 en 178 van de Grondwet wijzen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie evenwel aan als afzonderlijk autonoom overheidsniveau. Vraagt de sp.a de herziening van deze grondwetsartikelen? Neen.” De volledige tussenkomst van Benjamin Dalle Aan het einde van een legislatuur is het stilaan traditie geworden dat de drie takken van de wetgevende macht het debat voeren over de verklaring tot herziening van de Grondwet. Deze traditie is ingegeven door artikel 195 van diezelfde Grondwet, dat vastlegt hoe hij gewijzigd dient te worden. Deze procedure houdt drie fases in, waarvan de eerste binnenkort wordt afgerond met de verklaring tot herziening van de Grondwet. Op parlementair vlak is deze fase tot nog toe zeer grondig verlopen en namens mijn fractie verheug ik me daarover. Zowel in de Kamer als in onze commissie werd een grondig en uitgebreid debat gewijd aan deze kwestie. Ik wens te benadrukken dat zowel de Senaat als de regering dit in alle vrijheid kunnen doen. Luidens artikel 36 van de Grondwet wordt de federale wetgevende macht immers gezamenlijk uitgeoefend door de Koning, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat afzonderlijk. Artikel 36 van de Grondwet is ter zake duidelijk. Er zijn drie takken van de wetgevende macht. Er kan dus geen herzieningsverklaring worden aangenomen tegen de wil van de Senaat en evenmin tegen de wil van de regering, ook niet in een periode van lopende zaken. Geen enkele fractie heeft dat in de commissie betwist en ik ben blij dat u hier erkent dat dit juridisch de juiste lezing van de zaak is. Elke andere lezing zou tot zeer opmerkelijke situaties leiden. Een herzieningsverklaring wordt altijd ongeveer 40 dagen voor de verkiezingen aangenomen. Stel je voor dat regeringspartijen aan het einde van een legislatuur een alternatieve meerderheid zouden vormen rond bepaalde artikelen van de Grondwet en bepaalde partijen binnen de regering zijn het daar niet mee eens. Dan volstaat het om één dag voor de herzieningsverklaring uit de regering te stappen, en samen met de alternatieve meerderheid in Kamer en Senaat een herzieningsverklaring goed te keuren om ze dan aan de regering waaruit men is weggelopen, zoals u, mijnheer Vanlouwe, op te dringen. Dat is manifest strijdig met de letter en de geest van de Grondwet. De regering is een volwaardige actor, ook in lopende zaken. Meer dan voorheen krijgt deze eerste fase de volle aandacht en volgens ons is dat een goede zaak. Artikel 195 van de Grondwet bevat een goed principe, waar soms van afgeweken wordt. Het belangrijkste is dat men dat in drie fasen doet met een grondige discussie voor de verkiezingen en ook erna. Onze fractie heeft 41 voorstellen ingediend in de commissie, die voor ons deel mogen uitmaken van de herzieningsverklaring. Wat er niet in onze lijst staat, zijn voorstellen met een communautaire inslag. Geen voorstellen die op het vlak van de Grondwet nodig zijn om een staatshervorming te realiseren. Het standpunt van CD&V daarover is inmiddels bekend. Tijdens deze legislatuur lag de nadruk op de uitvoering van de zesde staatshervorming. Dat leidde in Vlaanderen, maar ook in Wallonië en Brussel, tot schitterend nieuw beleid. Ik denk bijvoorbeeld aan de Vlaamse sociale bescherming, aan de hervorming van de kinderbijslag tot een waar groeipakket, aan het indrukwekkende project rond duaal leren, dat wij als partij de komende legislatuur verder willen uitvoeren en versterken. Tegelijk wil CD&V tijdens de volgende legislatuur grondig nadenken over verdere stappen en een analyse maken van de problemen. In de jaren’90 bestond hierover een ruime consensus onder Vlaamse partijen. Vandaag stellen we vast dat die consensus afwezig is. Sommige partijen willen het land splitsen, sommige partijen willen bevoegdheden herfederaliseren, en andere, zoals de onze, willen de gemeenschappen en gewesten versterken met behoud van een slagkrachtige federale overheid. Om die consensus onder de Vlaamse partijen opnieuw te bereiken, willen wij in het Vlaams Parlement de volgende jaren werk maken van een commissie die zich daarover buigt en wij hopen dat dit ook in de andere parlementen zal gebeuren. Het heeft immers geen zin om dit alleen binnen de eigen taalgroep te doen, we moeten dat samen doen. Deze Senaat kan daar tijdens de volgende legislatuur een heel belangrijke rol in spelen als ontmoetingsplaats voor de deelstaten. Wij waren dan ook als fractie zeer verheugd dat ons voorstel voor een kenniscentrum institutionele aangelegenheden tijdens de vorige plenaire vergadering werd aanvaard, want dit is een belangrijke eerste stap om ook die Senaat als ontmoetingsplaats te bevestigen en te zeggen dat als wij discussiëren over toekomstige staatshervormingen, dat wij dit onder Franstaligen, Nederlandstaligen en Duitstaligen kunnen doen. Voor de andere partijen is dat soms anders. De houding van N-VA inzake staatshervorming is hypocriet De N‑VA heeft toch wel een zeer merkwaardige houding. De N‑VA beweert dat zij de Grondwet willen veranderen met het oog op een staatshervorming, maar eigenlijk interesseert het hen niet. Zij hebben zeer gemakzuchtig een lijst ingediend met alle artikelen van de Grondwet. Ik zal het niet hebben over alle grondrechten die zij daarmee voor herziening vatbaar willen verklaren. Willen zij bijvoorbeeld een discussie over de doodstraf: gaan wij weer de doodstraf invoeren? Maar daar zal ik niet op ingaan. Ik zal wel een idee geven van de artikelen die op communautair vlak voor herziening vatbaar worden verklaard. Eerste voorbeeld: de ééntaligheid van het Nederlandse taalgebied, de indeling van het land in vier taalgebieden, het territorialiteitsbeginsel. De door de Volksunie zo hard bevochten omkering van het residu van de bevoegdheden, artikel 35 van de Grondwet. De rechtstreekse verkiezing van het Vlaams Parlement. De rechtstreekse toewijzing van de onderwijsbevoegdheid aan de gemeenschappen. Allemaal artikelen die de N‑VA voor herziening vatbaar wil verklaren. Hier, in de plenaire vergadering hebben zij plotseling het geweer van schouder veranderd door te zeggen dat het misschien toch niet zo’n goed idee was om elk artikel voor herziening vatbaar te verklaren en voor te stellen om het via artikel 195 van de Grondwet te doen. Op die manier hebben wij de mogelijkheid om tijdens de volgende legislatuur alles te realiseren wat wij wensen, zeggen ze. Ik was in de periode 2011‑2014 kabinetschef van de beste staatssecretaris die wij ooit gehad hebben, Servais Verherstraeten, die bevoegd was voor staatshervorming. Wij hebben toen het moeizaam tot stand gekomen akkoord tussen acht politieke partijen – vier Nederlandstalige en vier Franstalige – op de korte periode van twee, drie jaar kunnen realiseren door een beroep te doen op de wijziging van artikel 195 van de Grondwet met een overgangsbepaling om ervoor te zorgen dat wij dat in een legislatuur konden realiseren. De N‑VA was het daar toen niet mee eens, op politiek vlak, maar zij hadden ook juridische bezwaren tegen die methode. Zij zijn zelfs zover gegaan om een klacht in te dienen tegen onze methode wegens schending van de internationale principes rond democratie en rechtsstaat, en zij zijn daarmee naar de Commissie van Venetië gestapt… Artikel 195 geeft de deelstaten de mogelijkheid om heel actief betrokken te worden bij de procedure dankzij de derde tak van de wetgevende macht, de Senaat. Het is dan ook opvallend dat een partij die beweert belang te hechten aan de betrokkenheid van de deelstaten – in federalisme is autonomie, maar ook betrokkenheid belangrijk – die betrokkenheid blijkbaar volledig aan de kant wil zetten. Vandaag zijn Wallonië, Brussel en Vlaanderen sterke deelgebieden. Het budget van Vlaanderen is na de zesde staatshervorming gestegen van 27 miljard naar 45 miljard euro. Ik hoef u niet te zeggen dat van die 45 miljard nul euro aan de N‑VA te danken is. De afgelopen vijf jaar ging de N‑VA ook akkoord met de communautaire standstill. Wij hebben met onze fractie voorgesteld, en een brede meerderheid van Nederlandstaligen en Franstaligen heeft dat aanvaard, om de volgende legislatuur met een kenniscentrum voor institutionele aangelegenheden grondig te werken aan institutionele kennisopbouw en een staatshervorming. De N VA fractie heeft als enige tegen dat voorstel gestemd. Daaruit concludeer ik dat het communautaire voor de N VA totaal geen prioriteit is en dat tien jaar communautaire stilstand oké is. De houding van N VA rond de staatshervorming is totaal hypocriet. Andere partijen in dit halfrond zijn tegen een staatshervorming gekant en ook wij zijn geen vragende partij voor een staatshervorming in de komende legislatuur. We vragen wel een grondige voorbereiding van de volgende stappen. “Ecolo-Groen wil het gewest bevoegd maken voor onderwijs: een zeer slecht idee” De Ecolo-Groen-fractie beweert geen staatshervorming te wensen, maar stelt in feite een bijzonder verregaande staatshervorming voor in Brussel, waarbij het historisch evenwicht dat in 1970 tot stand kwam, wordt doorbroken. De in de Kamer en jammer genoeg ook in onze commissie goedgekeurde herzieningsverklaring stelt namelijk dat ook artikel 135bis van de Grondwet dient te worden aangepast. Concreet stelt Ecolo-Groen voor om, met uitsluiting van beide Gemeenschappen, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd te maken voor het tweetalig onderwijs in Brussel. De heer Anciaux noemt dit waanzin en ik ben het daarmee eens. Onze fractie vindt dit een zeer slecht idee: het is niet goed voor de Brusselaars noch voor ons land. Het betreft inderdaad een verregaande staatshervorming en een verregaande overdracht van federale bevoegdheden naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitsluiting van beide Gemeenschappen. Men kan dus niet beweren niet akkoord te zijn met de N VA en zelf een verregaande staatshervorming voor te stellen. Het is ook inhoudelijk een zeer slecht idee. De heer Anciaux verwees naar een discussie die in de schoot van verschillende partijen zou bestaan, maar binnen de CD&V fractie geldt unaniem het standpunt dat er nood is aan een sterk Brussels Hoofdstedelijk Gewest met twee sterke Gemeenschappen die in Brussel blijven investeren. De Vlaamse minister van Onderwijs, mevrouw Hilde Crevits, investeerde in de afgelopen legislatuur driemaal meer in het Brussels onderwijs dan de legislatuur voordien. Dit willen wij behouden en zelfs versterken, in het voordeel van alle Brusselse ketjes. De talenkennis, tweetaligheid en meertaligheid in Brussel is vandaag problematisch. De kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs in de Franstalige scholen is niet optimaal, om een understatement te gebruiken. Dat moet versterkt worden en we hebben daarover heel concrete voorstellen. Het laten organiseren van tweetalige scholen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat ter zake geen enkele expertise heeft ontwikkeld, is een slechte oplossing. Ik roep de collega’s die geen staatshervorming wensen in de komende vijf jaar op om dit artikel niet goed te keuren en niet mee te stappen in de separatistische logica van de N VA. “SPA. wil “one.brussels” maar doet er in de feiten niets voor” De sp.a voert in Brussel campagne onder de naam one.brussels. Ze pleiten voor één hoofdstedelijk bestuur en daar valt inhoudelijk zeker iets voor te zeggen. Zij willen de negentien gemeenten fusioneren en integreren in het Gewest met één minister-president, bevoegd voor zaken die vandaag de gemeenten, het Gewest of de GGC toebehoren. Dat is een interessante piste, die als een groot strijdpunt op tafel wordt gelegd. Men verwacht er 950 miljoen euro efficiëntiewinsten van, maar voor mij is het heel onduidelijk hoe men daaraan komt. Men vergeet echter wel te zeggen dat men het de komende vijf jaar niet kan realiseren en – wat veel erger is – dat men het zelfs niet wil realiseren want, om dat te doen moeten een aantal grondwetsartikelen worden herzien. Bij CD&V is het gebruikelijk om onze standpunten door onze studiedienst te laten onderzoeken en te kijken hoe we ze kunnen realiseren. Ik weet niet of de mensen van one.brussels dat standpunt al hebben geanalyseerd. Zonder herziening van artikel 162 van de Grondwet kan de gemeenten niet het geheel of de essentie van hun bevoegdheden worden ontnomen. Op grond van artikel 162 van de Grondwet zijn de rechtstreeks verkozen gemeenteraden bevoegd voor alles wat van gemeentelijk belang is, en niet een stadsgewestraad. Vraagt sp.a de herziening van artikel 162 van de Grondwet? Neen. Wat ik vooral merkwaardig vind, is dat de sp.a-fractie zelfs niet gevraagd heeft om artikel 162 voor herziening vatbaar te verklaren en daar blijft het niet bij. Volgens artikel 170 van de Grondwet hebben de gemeenten een eigen fiscale autonomie, een eigen bevoegdheid om gemeentelijke belastingen te heffen. Anders dan voor de provincies, laat artikel 170 niet toe de gemeentelijke belastingen geheel af te schaffen. En wat stelt one.brussels voor? De afschaffing van de gemeentelijke belastingen en de vervanging ervan door stadsgewestbelastingen. Vraagt sp.a de herziening van artikel 170? Neen. One.brussels vraagt ten slotte de afschaffing van de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie en de integratie ervan in het stadsgewest. De artikelen 143, 163 en 178 van de Grondwet wijzen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie evenwel aan als afzonderlijk autonoom overheidsniveau. Vraagt de sp.a de herziening van deze grondwetsartikelen? Neen. De visie van CD&V Mocht ik het misschien een beetje te uitvoerig gehad hebben over andere partijen, dan zal ik het nu hebben over de visie van CD&V. Een groot deel van onze voorstellen hebben betrekking op de actualisering van titel II van de Grondwet over de Belgen en hun rechten. Er is een indrukwekkend academisch rapport verschenen enige weken geleden en in de Kamer zijn er diverse wetenschappelijke analyses gemaakt. Deze bepalingen van titel II dateren uit 1831 en geven blijk van een 19de-eeuwse visie over grondrechten. Hoewel de grondwetgever vanaf 1970 door toevoeging van enkele nieuwe bepalingen een aantal nieuwe rechten heeft erkend, zijn de meeste artikelen van titel II ongewijzigd gebleven sinds de aanneming en bekrachtiging ervan door het Nationaal Congres in 1831. Daardoor zijn bepaalde grondrechten, gewaarborgd door het EVRM en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, daarin niet geïntegreerd. Ik denk bijvoorbeeld aan het verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling en bestraffing, het recht op een eerlijk proces, de waarborgen bij vrijheidsberoving, het recht op eigendom, de vrijheid van geweten en levensbeschouwing. Die rechten zijn niet of onvolledig gewaarborgd in de Belgische Grondwet. Dat geldt ook voor het meest fundamentele recht dat er bestaat: het recht op leven. Onze fractie was een beetje gechoqueerd door het lapidaire amendement van de PS waarin wordt voorgesteld om het recht op leven niet toe te voegen aan de Grondwet tijdens de volgende legislatuur met een motivering rond onder meer abortus, die op juridisch vlak helemaal geen steek houdt. Sinds de verklaring tot herziening van de Grondwet van 1987 hebben de opeenvolgende preconstituantes de uitbreiding van de bescherming die wordt geboden door titel II van de Grondwet in het vooruitzicht gesteld. Ook in de herzieningsverklaring van 2014 verklaarden de Kamers dat er reden was tot herziening van titel II van de Grondwet om nieuwe bepalingen in te voegen die de bescherming moeten verzekeren van de rechten en vrijheden, gewaarborgd door het EVRM. Onze fractie en onze fractieleidster, mevrouw de Bethune, hebben al lang geleden belangrijke voorstellen rond grondrechtenbescherming gedaan. Ik denk onder andere aan de rechten van personen met een handicap, rechten rond telecom, rechten van dieren enz. Wij vinden het belangrijk dat die ook de volgende legislatuur kunnen besproken en goedgekeurd worden. Het gaat om de versterking en actualisering van de Grondwet. Onze voorstellen bevatten uitdrukkelijk niet de mogelijkheid om een preambule op te nemen in de Grondwet, en wij zijn ook blij dat dit niet is gebeurd. Wij zijn daar een absolute tegenstander van. Het is misschien een beetje oneerbiedig gezegd: het is mosterd na de maaltijd. Een preambule wordt samen met de nieuwe Grondwet opgesteld, niet erna. Een preambule bij de Belgische Grondwet komt dus 190 jaar te laat, en zal in de praktijk enkel leiden tot de impliciete wijziging van de Grondwet, iets wat CD&V uitdrukkelijk niet wil. Onze fractie verzet zich bovendien tegen de herziening van de artikelen 19, 20 en 24 van de Grondwet, over de vrijheid van eredienst en van onderwijs. Die eerste twee artikelen betreffen een bijzonder belangrijk principe in ons land, namelijk de scheiding van Kerk en Staat, een klassiek liberaal grondrecht dat onze democratie schraagt. Het is ook een basiswaarde van onze samenleving, die uiting geeft aan de gezonde zorg dat levensbeschouwingen en staat zich niet teveel met elkaar moeten bemoeien. Enerzijds moeten levensbeschouwingen de fundamenten van onze samenleving, waaronder de scheiding van Kerk en Staat, aanvaarden. Anderzijds kan de overheid geen levensbeschouwelijke waarden opleggen, maar moet zij zich pluralistisch opstellen. Voor CD&V hebben religie, levensbeschouwingen en spiritualiteit een uitdrukkelijke plaats in de samenleving, zowel in de privé- als in de publieke sfeer. Voor onze fractie is het dan ook cruciaal dat het precaire evenwicht in de artikelen 19 en 20 van de Grondwet behouden blijft. Hetzelfde geldt voor artikel 24. Officieel heet het dat de herziening van artikel 24 nodig is om een vak levensbeschouwing, ethiek en filosofie in het onderwijs in te voegen. In de feiten wil men uitvoering geven aan de eigen ideologische agenda, namelijk die van de laïciteit. Terwijl overal ter wereld, naar aanleiding van de aanslagen bijvoorbeeld, het belang van godsdienstonderwijs wordt onderstreept als kans tot vorming en verdieping in de eigen levensbeschouwing, maar ook in interreligieuze dialoog, willen bepaalde partijen nu de leraar godsdienst uit de klas weren. Vreemd genoeg werken diezelfde partijen die pleiten voor het behoud van de Vlaamse identiteit en een hoogstaand kwalitatief onderwijs vandaag actief mee aan de ondermijning van het godsdienstonderricht in katholieke scholen. N-VA zet inderdaad de deur open voor de afbraak van het katholieke onderwijs. Voor CD&V daarentegen zal het godsdienstonderricht altijd integraal deel blijven uitmaken van de vrijheid van onderwijs. Onze voorstellen hebben niet enkel betrekking op de grondrechten van titel II van de Grondwet. In onze lijst hebben wij ook een aantal bepalingen opgenomen uit eerdere herzieningsverklaringen, over de organisatie van justitie bijvoorbeeld. Dialoog zit trouwens in het DNA van onze partij. Wij willen de zaken altijd in overleg realiseren. Dat hebben we vijf staatshervormingen lang gedaan. We hebben met acht politieke partijen overlegd en akkoorden bereikt. Want het gaat niet alleen over discussiëren, maar ook over akkoorden sluiten. Maar we hebben nog altijd artikel 195 van de Grondwet, voor ons een belangrijk uitgangspunt, zeker wanneer het gaat over fundamentele aspecten, grondrechten en de fundamentele uitgangspunten van onze staat. Ik heb al verwezen naar het verbod op de doodstraf, naar de eentaligheid van het Nederlandse taalgebied, naar de rechtstreekse verkiezing van het Vlaams Parlement, naar de bevoegdheid voor onderwijs die rechtstreeks in de Grondwet wordt toegewezen. Artikel 195 is een bescherming. Het zorgt ervoor dat we die zaken niet lichtzinnig in één legislatuur kunnen aanpassen, maar dat we er grondig over moeten nadenken, met een procedure in drie stappen. De N VA wil nu, heel gemakzuchtig, alle artikelen van de Grondwet voor herziening vatbaar verklaren. Onze voorstellen hebben niet enkel betrekking op de grondrechten in titel II van de Grondwet. Voor onze fractie is een onproductief debat over de laïciteit absoluut niet nodig. We hebben de komende legislatuur andere zorgen. We moeten werk maken van een versterking van de levenskwaliteit van alle Belgen, ook van de Vlamingen, en van het sociaaleconomisch beleid. Het heeft geen enkele zin discussies aan de laïciteit te wijden. Daar hebben we al genoeg over gedebatteerd, ook in de Kamer. Wij zijn voor geen enkel debat bang. Wij zijn aan de onderhandelingstafels blijven zitten toen de N VA wegliep. Dat was zo tijdens de staatshervorming en de N VA is ook gedeserteerd uit de federale regering. Wij hebben geen schrik voor debatten en gaan de dialoog aan. We hebben in 2019 echter geen tijd om maandenlang een debat te voeren over een tweederdemeerderheid voor een staatshervorming. We moeten dat eerst grondig voorbereiden. We hebben ook geen tijd, noch in de Kamer, noch in de Senaat, noch in de regering om een onproductief debat te voeren over laïciteit. Daarom vinden wij het belangrijk dat die artikelen niet worden opgenomen in de lijst en we hopen dat ook in de Senaat die wijsheid aanwezig kan zijn. Onze voorstellen hebben niet enkel betrekking op de grondrechten uit titel II van de Grondwet, maar ook op belangrijke bepalingen over de organisatie van Justitie. De Senaat heeft tijdens de afgelopen legislatuur ook zijn wetgevende functie ten volle uitgeoefend. Omwille van de grondige hervorming van Justitie werden twee artikelen van de Grondwet herzien, namelijk artikel 12 en 149. We wensen dat dit ook de komende legislatuur voor nog een aantal belangrijke artikelen betreffende Justitie kan gebeuren. Ook artikel 142 van de Grondwet over het Grondwettelijk Hof willen we voor herziening vatbaar verklaren, zodat het Hof voortaan wetten, decreten en ordonnanties aan de gehele titel II van de Grondwet kan toetsen. Dat zou een grondwettelijke erkenning zijn van het Grondwettelijk Hof als een volwaardig mensenrechtenhof. CD&V wenst ook de herziening mogelijk te maken van artikel 48 van de Grondwet over de goedkeuring van de geloofsbrieven door het Parlement. Dat is belangrijk in het licht van de rechtspraak van het EHRM dat misschien ook uitspraken doet met een impact op België. Tot slot wil CD&V de volgende legislatuur ook werk maken van minder politici. Zo hebben we voorstellen ingediend voor minder ministers en staatssecretarissen. Dat kan door de bovengrens voor het aantal ministers in artikel 99 te verlagen en in eenzelfde beweging in een bovengrens te voorzien voor het aantal staatssecretarissen in artikel 104 van de Grondwet. Dat kan uiteraard ook zonder grondwetswijziging worden gerealiseerd. Het is de verantwoordelijkheid van degenen die de volgende legislatuur in de federale regering de verantwoordelijkheid zullen opnemen. Het is niet de bedoeling van CD&V om de pariteit van de federale regering in vraag te stellen. De heer Lacroix en mevrouw Barzin hebben daar terecht op gewezen met een amendement. De pariteit is een van de belangrijke evenwichten in ons federaal bestel. Het is eigenlijk een confederaal element in ons federaal bestel, en is ook bijvoorbeeld in de Brusselse regering een belangrijk principe van evenwicht tussen de Nederlandstaligen en Franstaligen. Daaraan wil onze fractie niet tornen. Daarom zijn wij in de commissie akkoord gegaan met een beperking van de herzieningsverklaring tot artikel 99, eerste lid. De herziening is evenwel niet inhoudelijk beperkt tot gendergelijkheid, ook het aanpassen van het aantal ministers moet mogelijk zijn, maar telkens met het behoud van de pariteit. Sommige fracties zeggen dat de Senaat een schande is. Hij kost veel te veel en is niet productief, maar men vergeet dat wij in 2014 een zeer verregaande hervorming van de Senaat hebben doorgevoerd. Het principe van de maximale betrokkenheid van de deelstaten is daarmee gerealiseerd. Dat principe werd in de Vlaamse resoluties van 1999 zeer uitdrukkelijk naar voren geschoven. Vaak vergeet men ook dat het de enige politieke hervorming is van het afgelopen decennium waarmee 45 voltijds betaalde wetstraatpolitici zijn afgeschaft. Wij vinden dat we daar in de volgende legislatuur nog verder in kunnen gaan. De afschaffing van de gecoöpteerde senatoren is in onze ogen een goede piste omdat de Senaat dan een vergadering wordt van zuiver deelstaatsenatoren die daarvoor geen bijkomende verloning ontvangen. De voorstellen die ertoe strekten de Senaat volledig af te schaffen of hem belangrijke bevoegdheden te ontnemen, hebben wij niet gesteund en het verheugt ons dat wij op dit punt in de commissie niet alleen stonden. Ongeveer de helft van alle EU en OESO landen kent een tweekamerstelsel, en in federale landen is een tweede kamer zelfs de regel. De CD&V wenst de Senaat te behouden als een ontmoetingsplaats tussen de deelstaten, die inspraak garandeert aan de leden van deelstaatparlementen inzake de organisatie van de federale overheid. Dit debat is daarvan een mooi bewijs. Zonder de deelstaatsenatoren zouden de deelstatelijke kamers niet de minste inspraak hebben in de herziening van de Grondwet. De Senaat zal met de ondersteuning van het kenniscentrum ook in de toekomst een belangrijke rol vervullen bij de voorbereiding van verdere stappen in de staatshervorming.

  • Deeltijds kunstonderwijs in Brussel groeit fors

    Ruim 7.400 leerlingen gaan dit schooljaar naar een academie in de 19 Brusselse gemeenten. Dat zijn er bijna 1.400 meer dan 5 jaar geleden. Dit schooljaar alleen al is er een stijging van 1.042 leerlingen ten opzichte van vorig jaar. Door het nieuwe decreet deeltijds kunstonderwijs kunnen nu ook 6-jarigen met muziek en woordkunst-drama starten. Eerder kon dit al voor dans en beeldende en audiovisuele kunsten. Daarnaast kunnen ze een jaar initiatie volgen waarbij ze van alle domeinen proeven. Brussel telt 11 academies. In 14 van de 19 Brusselse gemeenten is er een aanbod deeltijds kunstonderwijs. In 5 schooljaren tijd steeg het aantal leerlingen dat naar een Brusselse academie gaat van 6.034 in 2014-2015 naar 7.420 dit schooljaar. Dit is een stijging van 23%. Dit schooljaar trad het nieuwe decreet voor de academies in werking. De Brusselse academies trekken 1.042 extra leerlingen aan. Dit is 16.3% meer dan vorig schooljaar. 6- en 7-jarigen vinden vlot de weg naar de academie Tot vorig schooljaar konden 6-jarigen enkel terecht in dans of beeldende en audiovisuele kunsten. Sinds dit schooljaar, door het nieuwe decreet deeltijds kunstonderwijs, kunnen zij ook muziek en woordkunst-drama volgen. Er is zelfs een domeinoverschrijdende initiatie mogelijk. Kinderen die niet goed weten wat ze precies willen doen, kunnen op die manier al eens proeven van alle domeinen. In totaal volgen nu 1.176 van de allerjongsten nu les aan de Brusselse academies. Bijna de helft van hen kiest voor de domeinoverschrijdende initiatie. Grootste academies van Brussel: GO! school voor beeldende kunsten Anderlecht: 961 leerlingen GO! muziekacademie Anderlecht: 897 leerlingen Hoofdstedelijke academie Muziek, Woord en Dans Brussel: 886 leerlingen Kleinste academies van Brussel: Sint-Lukasacademie in Schaarbeek: 235 leerlingen Gemeentelijke Academie voor muziek, woord en dans Sint-Pieters Woluwe: 427 leerlingen GO! muziekacademie Etterbeek: 428 leerlingen Nederlandstalige academies in Brussel zijn van levensbelang. Om deze academies een extra hart onder de riem te steken, krijgen zij dankzij het nieuwe decreet extra middelen. Het gaat hierbij om een investering van ongeveer een half miljoen euro. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits : “De vernieuwingen die we dit schooljaar voor het deeltijds kunstonderwijs hebben ingevoerd zijn een succes. In de Brusselse gemeenten tellen de academies ruim 16% meer leerlingen dan vorig schooljaar. De allerjongsten hebben ook de smaak te pakken. Kunstonderwijs is een extra troef voor  de persoonlijke en sociale ontwikkeling en het verbreedt de blik. Vlaanderen kent een sterke traditie van deeltijds kunstonderwijs. Heel wat van onze artiesten werden op de academies geprikkeld om hun talenten te ontwikkelen.” Lijsttrekker Benjamin Dalle: "Met CD&V Brussel zijn we verheugd over deze extra investeringen die de Brusselse ketjes ten goede komen. De sterke investeringen in het Brussels Nederlandstalige onderwijs willen we ook de komende vijf jaar doorzetten. Kunstonderwijs is een troef voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en versterkt hen ook in het gewoon onderwijs. Artistieke talenten worden geprikkeld en ontwikkeld maar de kinderen doen het ook beter in hun algemene vorming op school." "Kunstonderwijs is een troef voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en versterkt hen ook in het gewoon onderwijs. Artistieke talenten worden geprikkeld en ontwikkeld maar de kinderen doen het ook beter in hun algemene vorming op school." Een overzicht van het aanbod, vindt u hier. Bruzz berichtte over dit nieuws: "Jongste ketjes vinden meteen weg naar kunstacademies"

  • Brussel moet 10 versnellingen hoger voor meer elektrische voertuigen

    Recent raakte bekend dat Vlaanderen eind vorig jaar 3.047 laadpunten telde voor elektrische wagens. Het Brussels hoofdstedelijk gewest telt vandaag slechts 4 publieke laadpalen voor elektrische wagens. “Het is bijna niet te geloven,” aldus Benjamin Dalle, lijsttrekker voor het Vlaams Parlement voor CD&V, “Iedereen heeft de mond vol van het terugdringen van fijnstof en het realiseren van klimaatdoelstellingen, maar op het terrein wordt te weinig gerealiseerd om die doelstellingen te halen. Hoe kunnen we mensen stimuleren te investeren in elektrische voertuigen als de infrastructuur niet aanwezig is? Politici hebben de plicht om in een stedelijke context de nodige publieke infrastructuur te voorzien.” Dalle pleit voor een ambitieuzer beleid en vindt dat Vlaanderen en Brussel beter moeten samenwerken om het aantal laadpalen drastisch te verhogen. Brussel is vandaag niet klaar voor de elektrische omwenteling. De hoofdstad van Europa telt vandaag slechts 4 publieke laadpalen. Dat is 1 publieke laadpaal voor 123.280 auto’s. Nochtans zal het gebruik van elektrische voertuigen de komende jaren significant stijgen. In het federaal energy pact heeft België er zich toe verbonden om tegen 2030 ten minste 1 publieke laadpaal te hebben voor 10 elektrische wagens. Het toekomstplan van Brussel gaat uit van 100 publieke laadpalen. De Brusselse minister van mobiliteit beloofde nog voor de paasvakantie 20 nieuwe laadpalen, na een vraag van Brussels fractieleider van CD&V, Paul Delva. Volgens de gegevens beschikbaar via de officiële website, charge.brussels, bleef dit bij een aankondiging. Hoe dan ook moet er meer ambitie zijn volgens Dalle: “Een stad als Brugge, met 10 keer minder inwoners, wil tegen 2020 60 nieuwe laadpalen realiseren en heeft er vandaag al drie keer meer als Brussel. Brussel zou moeten een koppositie innemen, vandaag bengelen we achteraan het Belgische en Europese peloton.” Nochtans lukt het in andere steden in Europa wel. Amsterdam telt vandaag bijna 4.000 laadpalen. Dat is ongeveer 15 laadpalen per 1000 wagens. Ook Vlaanderen investeert volop in nieuwe laadpalen en heeft ambitieuze doelstellingen; tegen eind 2020 wil men daar 5000 publieke laadpunten hebben. Dat Brussel zo weinig investeert in publieke laadpalen valt volgens Dalle moeilijk te begrijpen. “Publieke laadpunten zijn des te meer nodig in een stedelijke context. Mensen beschikken vaak niet over een eigen garage of parkeergelegenheid voor de deur. Daarenboven willen we de komende jaren het fijnstof drastisch terugdringen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat we vandaag slechts 4 oplaadpunten hebben, niet eens in het centrum van de stad.” Samenwerken met private sector Brussel moet de handen in elkaar slaan met het bedrijfsleven om voldoende capaciteit te voorzien en ook die laadpunten integreren. Daarenboven moeten er eenvoudige formules komen om op de verschillende laadpunten op te laden. “Elektrische wagens worden stilaan betaalbaarder. Bij veel Brusselaars is er interesse in kleine en betaalbare elektrische voertuigen. Willen we dit stimuleren dan moet de infrastructuur aanwezig zijn. Enkel zo kunnen we effectief werk maken van meer propere lucht voor onze stad. Een absolute prioriteit,” aldus Brussels fractieleider Paul Delva. Aanvragen door particulieren Particulieren die een elektrische wagen willen aanschaffen, moeten ook vlot een laadpaal in hun buurt kunnen aanvragen. Dalle deed de proef op de som. Op de website van charge.brussels vond hij geen aanvraagformulier. Hij belde naar de daar vermelde telefoonnummers en werd doorverbonden met de alarmcentrale van SMC Security. Na wat navragen bleek dat zij de telefoon moeten opnemen voor Pitpoint. Het was niet mogelijk om een aanvraag in te dienen, maar Dalle’s gegevens werden genoteerd. Wordt (misschien) vervolgd?

  • Team Dalle officieel voorgesteld tijdens persconferentie CD&V

    CD&V Brussel heeft zaterdagochtend haar verkiezingsprogramma en haar slogan "Brussel, een stad voor 't leven" voorgesteld. De hoofdstad moet voor de humanisten een voorloper zijn op vlak van klimaat met een bijzondere aandacht voor de duurzame mobiliteit en kansen op een goed leven met de juiste zorgen. Op de Brusselse lijst is 'leading lady' Bianca Debaets het speerpunt van CD&V. Na vijf jaar als staatssecretaris van onder meer Verkeersveiligheid wil ze het werk voortzetten met een eengemaakte politiezone en een versnelde uitrol van de lage emissiezone. Maar ze wil ook de Brusselse realiteit aanpakken met een goed leven voor de Brusselaars via betaalbare kinderopvang, warme buurten en betaalbaar wonen. De stadsvlucht van de middenklasse moet tegengegaan worden door maatregelen zoals het spreiden in tijd van de dure registratierechten "Ons recept is om pragmatisch, realistisch en concreet tot oplossingen te komen. Het klimaat bijvoorbeeld verbeter je niet door ruzie te maken of filosofisch te werk te gaan. Zoals met de discussies rond de grondwet", vertelt Debaets. Voor CD&V is de samenwerking met andere beleidsniveaus en vooral Vlaanderen erg belangrijk, blijkt uit het verkiezingsprogramma. Bijvoorbeeld om het Nederlandstalig onderwijs te blijven versterken of de vele openstaande vacatures in Vlaanderen te laten invullen door Brusselaars. Het Nederlands is daarbij "een keurmerk", klinkt het. "We willen nog meer Vlaanderen in Brussel en we willen de investeringen blijven versterken. Alleen samen kunnen we de mobiliteitsknoop aanpakken, de kilometerheffing invoeren en fietssnelwegen doortrekken tot in centrum Brussel. Net als we samen voor overstapparkings moeten zorgen", zegt lijsttrekker voor de Vlaamse lijst Benjamin Dalle. De Kamer en haar federale bevoegdheden sluiten bovendien perfect aan bij die samenwerking. Lijsttrekster voor de Kamer Sabine de Bethune stelt dat de federale culturele instellingen een sterkere inbedding moeten krijgen in de Brusselse kunstscène en een verzelfstandiging onderzocht moet worden. Als de hoofdstad een voorbeeldfunctie heeft op vlak van klimaat, verwacht de Bethune bovendien ook vanuit het federale niveau een stevige investering in de klimaatzaak. (Bron: Belga) TEAM DALLE Effectieven 1. Benjamin Dalle 2. Laura Van Eeckhout 3. Nizeyimana Mugabe 4. Veerle Eygenraam 5. Steven Lindemans 6. Agnès Vanden Bremt Opvolgers 1. Nicole De Moor 2. Helmut De Vos 3. Gertie Lindemans 4. Guillaume Deman 5. Lieve Lippens 6.Hugo Weckx

  • Voorstel Dalle voor nieuwe rol Senaat met grote meerderheid goedgekeurd

    Vandaag werd in de Senaat het voorstel goedgekeurd van Benjamin Dalle voor de oprichting van een Kenniscentrum voor Institutionele Aangelegenheden. “Dit betekent dat de komende vijf jaar de Senaat wordt erkend als dé plaats om overleg te organiseren over institutionele zaken. Vandaag is er geen enkele instelling die kennis en het netwerk rond institutionele zaken samenbrengt. Merkwaardig in een land waar regelmatig staatshervormingen worden doorgevoerd” aldus Dalle. Het voorstel werd met een 3/4e meerderheid goedgekeurd. Enkel N-VA stemde tegen. Ecolo / Groen onthield zich. De Senaat wordt voortaan een Kenniscentrum voor Institutionele Aangelegenheden. De plenaire vergadering heeft op zijn in principe laatste plenaire vergadering van de legislatuur een reglementswijziging goedgekeurd. De oprichting is een initiatief van Benjamin Dalle (CD&V), die als kabinetchef van staatssecretaris van Institutionele Aangelegenheden Servais Verherstraeten aan de knoppen zat bij de zesde staatshervorming, en mede-architect van de Senaat in zijn huidige vorm. Het Kenniscentrum moet de kennis over institutionele aangelegenheden bijeen brengen, ontwikkelen en ter beschikking van het publiek stellen. Een andere taak is het opzetten en beheer van een multidisciplinair netwerk van specialisten en betrokkenen over institutionele aangelegenheden. Op vraag van het bureau of een commissie zal het Kenniscentrum verheldering bieden bij elke institutionele vraag waarvoor de Senaat bevoegd is. Dalle wees er ook op dat binnen de Senaat reeds een institutionele database SenLex werd uitgebouwd. Het voorstel werd met een overtuigende 3/4e meerderheid goedgkeurd. “Ik ben blij dat er zoveel draagvlak is voor dit voorstel. De senaat is de ideale plaats om een kenniscentrum in te richten die instaat voor institutionele aangelegenheden. Er zijn gespecialiseerde medewerkers en goede ondersteuning. De parlementsleden van de verschillende deelstaten komen er samen en op die manier kunnen ze rechtstreeks meepraten over zaken die hen aanbelangen.” Lees het voorstel op de website van de senaat.

  • De echte prioriteit is de kwaliteit van het taalonderwijs in Brussel

    “De echte uitdaging voor Brussel is het verbeteren van de onderwijskwaliteit,” zo reageert Benjamin Dalle, lijsttrekker voor het Vlaams Parlement voor CD&V op de oproep van de rectoren van de VUB en ULB. Zij houden vandaag een pleidooi voor de oprichting van een meertalige school. “Het is goed dat de rectoren hier vanuit academisch oogpunt over nadenken, maar de realiteit is dat er vandaag te weinig kwalitatief hoogstaand taalonderwijs is in Brussel. Dat aanpakken moet de prioriteit zijn.” Om dat te realiseren denkt Dalle onder meer aan een uitwisselingsprogramma voor leerkrachten in Brussel. De kennis van het Nederlands moet volgens Benjamin Dalle omhoog. “De meeste leerlingen zijn van thuis uit al meertalig maar spreken of schrijven vaak geen enkele taal perfect. Zo zijn er in het Franstalige onderwijs te veel kinderen die een jaar lang geen Nederlands krijgen, dit is nochtans verplicht in de Brusselse scholen. Niet verwonderlijk dus dat slechts 7,8% van de 18-jarigen in Brussel aangegeven Nederlands goed te beheersen bij het verlaten van het Franstalig onderwijs” Erasmus voor leerkrachten Vooral de kwaliteit van de Nederlandse taallessen moet daarom volgens Dalle aangepakt worden. “Steeds minder Nederlandstalige leerkrachten vinden de weg naar het Franstalig onderwijs. Vooral de verloning en statuten zijn hierbij een obstakel; het Vlaamse statuut is immers aantrekkelijker. Als we leraren uitwisselen met het Franstalig onderwijs, en omgekeerd, behouden ze hun voordelen en kunnen ze proeven van een andere leeromgeving. Een Erasmus voor leerkrachten in Brussel dus. Want de beste manier om een taal goed aan te leren is het te horen uit de mond van een native speaker. Dat kan zelfs voor enkele uren per week want vaak liggen de scholen naast elkaar,” aldus Dalle. Dalle beklemtoont niet afkerig te staan van het voorstel van de rectoren, maar vindt het te vroeg. “First things first. Capaciteit en kwaliteit moeten de komende legislatuur voorop staan. Meertalig onderwijs is het onderzoeken waard maar alleen als dit kwalitatief een meerwaarde geeft voor de leerlingen.” Tot slot roept Dalle op tot een betere coördinatie tussen het Franstalig en Nederlandstalig onderwijs in Brussel. “Enkel zo kunnen we de echte problemen aanpakken. Want zowel het Nederlandstalig als Franstalig onderwijs staan voor dezelfde uitdagingen.”

  • “Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel losmaken van Vlaanderen? Nooit, Never!”

    Nog een allerlaatste keer gooit gewezen minister en Brussels CD&V boegbeeld Hugo Weckx (84) zich in de kiesstrijd. Nochtans tegen het advies van zijn eigen echtgenote. Maar het vuur voor Brussel is nog lang niet gedoofd. Benjamin Dalle, lijsstrekker voor het Vlaams Parlement, kon hem over de streep trekken met een verbindend project voor Brussel: “Eigenlijk is het nog altijd zoals vroeger: all-hands on deck voor een beter en ambitieuzer Brussel.” Hugo Weckx was gedurende 7 jaar minister voor Brussel in de Vlaamse Regering, en is daarmee één van de drijfveren achter de Vlaamse aanwezigheid in Brussel. Zijn indrukwekkende politieke carrière startte in 1964 al als CVP gemeenteraadslid in Sint-Agatha-Berchem, waar hij meer dan 18 jaar schepen was. Weckx zetelde zowel in de Senaat als in de Kamer en was ook lid van het comité van de regio’s. Op 26 mei stelt Weckx zich voor het allerlaatste keer kandidaat als lijstduwer voor de Vlaamse lijst van Benjamin Dalle voor CD&V. Want het werk is niet af voor Brussel. “Er zijn nog zoveel uitdagingen. Benjamin heeft mij kunnen overtuigen met zijn project voor Brussel: hij kiest resoluut voor de verdere versterking van de aanwezigheid van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. Daarvoor wil ik mij nog een allerlaatste keer honderd procent geven,” aldus Weckx. Naar aanleiding van de nakende verkiezingscampagne had Benjamin een gesprek met Weckx over de uitdagingen in Brussel. Een gesprek van lijsttrekker en –duwer over wat hen beiden bindt: de liefde voor Brussel. Benjamin Dalle: U was een pionier van de Vlaamse Gemeenschap, toen nog de Vlaamse Executieve, vlak na de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 1988. Wat waren uw ervaringen toen? Hugo Weckx: “We moesten in de eerste plaats de Vlamingen wakker schudden. Ze kenden weinig af van Brussel en de Brusselse problematiek. Mijn moeder is afkomstig uit West-Vlaanderen en we kwamen dus heel vaak in Vlaanderen. Keer op keer stelde ik daar vast hoe ver de Vlaamse mentaliteit van Brussel aflag. Men kende Brussel niet en dus was Brussel per definitie verschrikkelijk, “er gebeurden dingen”, dat kon je vaak horen. De Vlaming had een negatieve houding richting Brussel.” “Het was in die eerste jaren echt niet evident om dit over te brengen in de Vlaamse Exectutieve, zeg maar de eerste Vlaamse regering. Veel van mijn collegaministers deelden overigens die negatieve houding richting Brussel. Ik moest dus een echte ambassadeur van Brussel zijn in die eerste jaren en trachten mijn collega’s te overtuigen van het belang van Brussel en dat er moest geïnvesteerd worden in Brussel als hoofdstad van Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschap.” Curiositeit naar het Vlaamse cultuurleven Benjamin Dalle: Hoe werden die inspanningen voor Brussel vanuit de Vlaamse Regering ervaren in Brussel zelf? Hoe keken de Franstaligen daar bijvoorbeeld naar? Hugo Weckx: “De Franstaligen die keken zeker in de culturele sector bijzonder positief naar onze inspanningen. Er was een zekere curiositeit naar de kwaliteit van het Vlaams cultuurleven. We mogen niet vergeten dat de K.V.S. al bestaat sinds de 19e eeuw. Er is goede kruisbestuiving tussen zowel de Vlaamse cultuursector en de Franstalige. Ik was overigens bijzonder tevreden toen ik onlangs las dat de Muntschouwburg, K.V.S. en de Théâtre Nationale beter gaan samenwerken. Door hun programmatie te mengen.” Benjamin Dalle: U bent minister geweest voor Brusselse aangelegenheden van ’88 tot ’95 gecombineerd met onderwijs, gezondheid, welzijn en cultuur. Wat is de realisatie waar u het meest trots op bent? Hugo Weckx: “De oprichting van het Kaaitheater is één van mijn mooiste realisaties. Het heeft een enorme impuls gegeven aan de Nederlandstalige culturele scene in Brussel.” Benjamin Dalle: U bent een echte Brusselaar. Wat is uw favoriete plek in Brussel? Hugo Weckx: “Waar ik nu al bijna 15 jaar woon: in het centrum van Brussel, tussen de Dansaertstraat en het Kaaitheater. Het is een wonderlijke plek, waar vroeger de Zenne richting de vismarkt stroomde en boten hun lading kwamen lossen. Ik heb een beetje overal gewoond in Brussel: in Molenbeek, Koekelberg en in Sint-Agatha-Berchem. Maar hier ben en woon ik het liefst.” Meer Nederlandstalige begeleiding voor ouderen in Brussel nodig Benjamin: Hoe kijkt u naar de huidige politiek, vooral naar de manier waarop de Vlaamse partijen omgaan met de Vlaamse gemeenschap in Brussel. Welke boodschap heeft u? Zou u opnieuw minister in de Vlaamse Regering worden voor Brussel? Hugo Weckx: “Zeker en vast (lacht), het blijft meer dan ooit nodig om voor Brussel te pleiten in de Vlaamse regering. Brussel wordt vandaag meer dan vroeger aanvaard als hoofdstad, maar dat houdt ook gevaren in. Brusselaars durven al wel eens zeggen “We gaan het wel alleen kunnen”, dit is onzin. Brussel kan niet zonder de steun van de Vlaamse Gemeenschap. Dit zou een grote vergissing zijn.” “Op het vlak van onderwijs hoor ik partijen pleiten om het Nederlandstalig onderwijs los te maken van de Vlaamse Gemeenschap. Dat zou een grote stommiteit zijn. We zijn gegroeid en iedereen looft de kwaliteit van het Vlaams onderwijs in Brussel. Een eigen Nederlandstalig Brussels onderwijs los van Vlaanderen? Nooit, never. Dan verliezen we het Nederlands in Brussel.” Benjamin Dalle: U bent ondertussen een actieve senior, als ik dat mag zeggen, welke uitdagingen ziet u voor de ouderen in onze stad? Hugo Weckx: “De begeleiding van ouderen in het Nederlands moet beter. Hoe we ook geslaagd zijn in het onderwijs en cultuur, in de zorg voor ouderen en zieke mensen in het Nederlands: daar ligt nog een enorme achterstand. Ik weet dat de taalwetten niet van toepassing zijn in de privésector, maar als de gezondheidszorg zich wil richten tot alle inwoners van Brussel, dan zouden die gezondheidsinstellingen daar uit zichzelf meer inspanningen voor moeten doen.” Benjamin Dalle: We zijn op twee maanden van de verkiezingen: u bent ondertussen al 84 jaar. Wat heeft u gemotiveerd om nog een laatste keer deel te nemen aan de verkiezingen? Nochtans had uw echtgenote het u afgeraden… Hugo Weckx: “Er zijn nog zoveel uitdagingen. Ik vind het zo motiverend dat de jonge generatie hiervoor wil opkomen. Daar wil ik graag mijn steun aan verlenen. Hoewel mijn echtgenote eerst vond dat ik niet meer mee moest doen, maar toen we er grondig over gesproken hebben zei ze uiteindelijk toch: "Eigenlijk is het nog altijd zoals destijds: ‘all hands on deck’" Lees hier ook het artikel op Bruzz of bekijk hieronder het volledige interview:

  • Benjamin Dalle te gast bij "C’est pas tous les jours dimanche"

    Ik was zondag 17 maart 2019 te gast bij RTL in het programma “C’est pas tous les jours dimanche”. Ik ging er in debat met Karl Vanlouwe (N-VA), Francis Delpérée (cdH) en Denis Ducarme (MR), met een bijdrage van experten Isolde Van den Eynde (HLN) en Christophe Giltay, over het standpunt van CD&V over staatshervorming. Na de verkiezingen, indien we deel uitmaken van een nieuwe regering, willen we in eerste instantie in het Vlaams Parlement consensus zoeken voor verdere stappen in de staatshervorming na 2024. Want ook na de verkiezingen hebben we een prioriteit, en dat is de levenskwaliteit te versterken. Voor het volledige debat: https://www.rtlplay.be/cest-pas-tous-les-jours-dimanche-p_8455/vers-une-belgique-confederale-c_12311867?fbclid=IwAR1uWvaqAjQMELW27q3UZzZK8_0A2QzS-6ix3tfbKF2btv8swGwo_Rs4XN4

  • “Trek fietssnelwegen uit Vlaanderen door tot in centrum Brussel”

    Vandaag worden er slechts 2 van de 15 Vlaamse fietssnelwegen in de Brusselse rand doorgetrokken tot in het centrum van Brussel. “Te weinig,” aldus Benjamin Dalle (CD&V), lijsttrekker voor het Vlaams Parlement in Brussel. “Willen we mensen stimuleren om vanuit de brede omgeving rond Brussel met de fiets naar het werk te pendelen, dan hebben we dringend nood aan meer veilige fietsinfrastructuur over de gewestgrenzen heen. Wat heb je aan een fietssnelweg als je op het einde van je traject het drukke en chaotische Brusselse verkeer in moet?” Om de samenwerking tussen Vlaanderen en Brussel rond fietsprojecten te versterken kan er volgens Dalle gebruik worden gemaakt van het Beliris fonds. “Dergelijke projecten moeten vanuit alle beleidsniveaus gefinancierd worden aangezien dit in het belang is van de brede Brusselse regio.” Onze hoofdstad slibt dicht. Brussel blijft een van de Europese filehoofdsteden. Autobestuurders verliezen jaarlijks gemiddeld zowat 40 uur in files rond de hoofdstad. Uit een onderzoek van Brussels Studies over de woon-werkverplaatsing blijkt dat bijna de helft van de werknemers in Brussel de wagen gebruikt voor woon-werkverkeer. Slechts 1,5% van de werknemers die op 10 tot 15km van hun werkplaats in Brussel wonen maken gebruik van de fiets. Voor 15 tot 25km bedraagt dit percentage slechts 0,9%. Fietssnelwegen kunnen hier een efficiënte oplossing zijn. Uit onderzoek van de Provincie Vlaams-Brabant op de bestaande HST-route bleek de ritafstand gemiddeld 18 kilometer te bedragen. Het bewijs dat wanneer de juiste infrastructuur aanwezig is, mensen ook effectief kiezen voor alternatieven. Bedrijfsfietsen, elektrische fietsen en speedpedelecs zitten dan ook vandaag in de lift. “Iedereen is de files beu. Er zijn vandaag voldoende alternatieven, maar het is vaak wachten op veilige infrastructuur,” aldus Benjamin Dalle. “De provincies hebben de afgelopen legislatuur heel veel geïnvesteerd in het realiseren van fietssnelwegen overal in Vlaanderen. Helaas worden die fietssnelwegen vaak niet doorgetrokken tot de werkplaats van de pendelaars. Zo worden er vandaag slechts 2 van de 15 Vlaamse fietssnelwegen in de Brusselse rand doorgetrokken tot in het centrum van de stad. Zo kan je vlot vanuit Leuven tot in Zaventem fietsen, eens aan de Brusselse grens moet je dan ofwel een grote omleiding maken ofwel je wagen in het drukke en gevaarlijke Brusselse verkeer.” Uniforme bewegwijzering Dalle stelt daarom voor om in de volgende legislatuur meer fietssnelwegen door te trekken tot in het centrum van Brussel. In Vlaams-Brabant zijn er plannen voor heel wat nieuwe fietssnelwegen en ook in Brussel staan er nieuwe fietsprojecten op de agenda. “Het gaat allemaal nog te traag,” aldus Dalle. “Waarom stemmen we dergelijke projecten niet beter op elkaar af? Steden zoals London, Kopenhagen, Amsterdam en Stockholm hebben jaren geleden al de klik gemaakt om de fietser meer plaats te geven. Brussel blijft nog teveel ter plaatse trappelen. Er is nood aan een radicale keuze voor meer fietsers.” Dalle wil bovendien werk maken van uniforme bewegwijzering. In Vlaanderen zijn de F-borden al goed ingeburgerd, in Brussel schakelen we plots over op een andere bewegwijzering, dit is voor veel fietsers erg verwarrend. Laat ons die bewegwijzering meer uniformiseren. "Zowel de Brusselaars als Vlamingen zullen profiteren van veilige en snelle fietssnelwegen. Een win-win voor Brussel én Vlaanderen.” Concreet vraagt Dalle dat voor elke gewestgrensoverschrijdende fietssnelweg een projectoverleg wordt georganiseerd om ervoor te zorgen dat ze met dezelfde kwaliteit en zo snel mogelijk doorlopen tot in stadscentrum. Daarbij kan ook het Beliris fonds helpen. In februari diende Benjamin een senaatsvoorstel in waarbij hij het Brusselfonds Beliris wil hervormen. Concreet wil hij de gewesten betrekken bij dat fonds om gewestgrensoverschijdende projecten te kunnen co-financieren en managen.  “De gewesten kunnen via Beliris projecten financieren die van belang zijn voor de brede regio in en rond Brussel. Vandaag zit daar nog te veel ruis op de lijn en stranden projecten vaak alvorens ze van start gaan. Het aanleggen van dit soort gezamenlijke fietssnelwegen kan een eerste concreet project zijn dat gezamenlijk wordt uitgevoerd.” Lees hier het voorstel op de website van de Senaat.

  • CD&V-lijst kleurt jong en vrouwelijk

    Lijsttrekker voor het Vlaams parlement Benjamin Dalle (CD&V) krijgt met de Everse Laura Van Eeckhout (29) en de Anderlechtse Nicole De Moor (35) jonge en vrouwelijke versterking. “Een sterk Nederlandstalig onderwijs en de uitbouw van kinderopvangplaatsen, zijn onze beste troeven voor de toekomst.” De algemene vergadering van CD&V keurde dinsdagavond officieel de plaats goed van Van Eeckhout als tweede op de lijst voor het Vlaams parlement. De Moor wordt dan weer eerste opvolger, “een zeer belangrijke kandidate voor ons”, aldus lijsttrekker Dalle. Van Eeckhout is afkomstig uit Evere, is al actief als regiovoorzitter van Vrouw & Maatschappij en medewerker volksgezondheid van de CD&V-Kamerfractie. “Een sterk Nederlandstalig onderwijs en de uitbouw van kinderopvangplaatsen, zijn onze beste troeven voor de toekomst”, klinkt het. “Daarnaast wil ik mee zorgen voor een Vlaams gelijkekansenbeleid dat de uitdagingen erkent en aanpakt.” Asiel- en migratie-experte Nicole De Moor woont dan weer in Kuregem in Anderlecht en werkt als beleidsadviseur in asiel en migratie en gelijke kansen op het kabinet van Vice-Eerste Minister Kris Peeters. “Het sluitstuk van een goed migratiebeleid is een coherent integratie- en inburgeringsbeleid. Ik wil me ervoor engageren om die integratiereflex te verankeren in alle beleidsdomeinen.” Lijsttrekker Dalle (37) is blij met de versterking. “Het zijn twee jonge vrouwen die met hun beide voeten in de Brusselse realiteit staan. Ik ben heel blij dat ze hun expertise nu ook voor de schermen willen inzetten voor een beter Brussel.” Dit artikel verscheen op Bruzz Lees ook het op Bruzz verschenen artikel over de aanduiding van Benjamin Dalle als lijsttrekker.

  • “Le CDH et le CD&V sont plus forts ensemble”

    Ils se sont connus lors des interminables négociations institutionnelles de 2010-2011. En 541 jours de crise politique, Antoine de Borman (CDH) et Benjamin Dalle (sénateur CD&V) ont eu le temps de nouer des affinités. Aujourd’hui, ils multiplient les points communs. Ils sont de la même génération, habitent en région bruxelloise – Schaerbeek pour le premier, Molenbeek pour le second – et sont les directeurs du centre d’études de leur parti, le Cepess au CDH, le Ceder au CD&V. Surtout, les deux hommes s’activent à resserrer les liens au sein de la famille centriste. Benjamin Dalle (à gauche) et Antoine de Borman (à droite) insistent sur les valeurs et réponses communes qui rapprochent le CD&V et le CDH. Entretien Antoine Clevers, La Libre Belgique Maxime Prévot et Wouter Beke, les présidents du CDH et du CD&V, ont répété leur volonté de retisser des liens forts entre les deux partis. À quel point ces liens étaient-ils distendus ? Antoine de Borman (AdB). Avec le CD&V dans le gouvernement fédéral et le CDH dans l’opposition depuis 2014, on était dans des situations différentes. Avant cela, il y a aussi eu des discussions difficiles entre nous, notamment sur les questions institutionnelles. Mais je pense que, de part et d’autre, on partage les mêmes valeurs. Nos projets politiques sont convergents. Et on est plus forts en les défendant à deux. Benjamin Dalle (BD). Pour le CD&V, la cinquième réforme de l’État, en 2001, avait été très problématique. Pendant dix ans, il y a eu beaucoup de tensions communautaires. À cette époque, on était aussi en cartel avec la N-VA. AdB. Ça, pour nous, ce n’était pas évident. BD. La sixième réforme de l’État aurait pu, selon nous, aller plus loin dans quelques matières, mais le résultat, c’était une pacification communautaire. Notre volonté, c’est d’exécuter cette réforme. Il n’y a pas d’urgence à aller vers une nouvelle. C’est un élément important. Depuis la fin des problèmes institutionnels entre nos deux partis, on peut se concentrer sur ce qui nous lie. Il faut savoir qu’avant 2001, nous avions un service d’études commun, bilingue, le Cepess. En 2001, après la cinquième réforme de l’État, la décision a été prise de le scinder. Au début, il y avait peu de contacts entre les deux services d’études. Mais aujourd’hui, on travaille très bien ensemble. Maxime Prévot a été un orateur à notre “Cederuniversiteit” il y a deux ans. Antoine était là la dernière fois. On a de bonnes relations parce qu’on a des valeurs communes. Quelles sont ces valeurs ? BD. En Flandre, on parle du personnalisme. Côté francophone, on parle plutôt d’humanisme. Il y a un an et demi, un livre, De Mens Centraal , développait cette philosophie. Sa logique, c’est que chaque personne est unique, mais qu’elle fait partie d’une communauté, d’une famille, qu’elle entretient parfois une spiritualité. Ce livre avait été symboliquement présenté au siège du CDH. Nos valeurs et notre philosophie de base sont presque identiques, même si, naturellement, il y a parfois des différences dans la traduction politique. AdB. Il y a trois dimensions qui nous rassemblent : la défense du lien interpersonnel; l’importance accordée à la place du secteur associatif et des acteurs sociaux; et l’éducation, qui est un levier prioritaire pour faire évoluer la société. Diriez-vous que la famille politique démocrate-chrétienne existe encore, sachant que le CDH a gommé la référence chrétienne dans son nom ? BD. Oui, je pense qu’il existe une famille chrétienne-démocrate-centriste-humaniste… On l’appelle comme on veut. Ce qui compte, c’est qu’on a des valeurs communes. Cette famille est même plus forte aujourd’hui que par le passé. La configuration politique depuis 2014, avec le CD&V dans la majorité et le CDH dans l’opposition, a dû être complexe à gérer, non ? BD. Il va de soi que ne pas être ensemble dans le gouvernement fédéral fut difficile en 2014. Mais depuis, on s’est rapprochés. AdB. Sur la sixième réforme de l’État, je voudrais insister sur le fait que nos deux partis ont défendu la même chose : le maintien des acteurs sociaux dans la mise en œuvre des compétences transférées. Ce n’est pas un hasard. De la même manière, au gouvernement fédéral, le CD&V s’est battu pour que la concertation sociale soit respectée. Wouter Beke et Kris Peeters (vice-Premier ministre CD&V) ont reconnu que si le CDH avait été dans le gouvernement, on aurait été plus forts à deux pour la défendre. BD. Si on regarde le travail d’opposition de Catherine Fonck à la Chambre, elle a des interventions constructives. Elle fait un travail sur le contenu. Mais il est normal que le CDH ait eu des positions parfois divergentes de celles que nous défendions dans le gouvernement fédéral. AdB. Et ça continuera d’ailleurs. On reste deux partis distincts. Mais la volonté est de dire que chaque fois qu’on peut trouver des convergences, on est plus forts si on les défend ensemble. BD. Parfois, on a même des positions similaires sur des questions gouvernementales… Quand l’ancien secrétaire d’État Theo Francken (N-VA) a voulu limiter le nombre de demandes d’asile par jour, on s’y est opposés. Tout comme le CDH. Vous pointez vos ressemblances, mais il y a aussi des divergences sur des éléments pourtant essentiels. Par exemple, le CDH juge que la croissance économique ne doit plus être l’indicateur central de l’évaluation du bien-être d’une société. BD. Mais on est tout à fait d’accord ! La croissance économique est essentielle pour financer notre système social. Mais dans notre programme, il y a une notion centrale, très importante aussi pour le CDH, c’est la qualité de vie. Le pouvoir d’achat des gens est important mais il n’y a pas que cela. Il y a aussi la santé, la balance entre la vie privée et la vie professionnelle, l’environnement, etc. AdB. On a parlé des valeurs sur lesquelles on se rejoint. On se rejoint aussi sur l’identification des défis pour l’avenir : la montée de l’individualisme et des populismes; les enjeux climatiques et environnementaux; et l’évolution du marché du travail. On a des réponses communes. On s’inscrit dans cette idée que le progrès d’une société ne se mesure pas uniquement par la croissance économique. Il s’agit de savoir si une activité économique est orientée vers l’amélioration de la qualité de vie des gens. Les vecteurs prioritaires de cette amélioration sont l’éducation, la culture, la santé, l’environnement… Sur les vingt ou trente dernières années, les résultats électoraux du CDH et du CD&V suivent une tendance baissière. Identifiez-vous des maux similaires ? BD. L’individualisme, la sécularisation de la société et son urbanisation sont des grands défis pour nous. Mais je sais que nous avons les capacités d’y répondre. AdB. Ce qui me frappe, c’est que toutes les organisations de la société civile qui s’identifient au courant chrétien et à sa vision de société sont très attractives auprès de la population. Que ce soit au niveau des mutualités, de l’enseignement, de la défense des travailleurs. Cela montre que c’est un courant reconnu pour son efficacité dans le service qu’il rend à la population. Et je pense que ça reste vrai aussi au niveau politique. Mais on a parfois des difficultés à démontrer la pertinence d’une action politique lorsque des mouvements viennent avec des solutions simplistes. Pourtant, on le sait, sur de nombreuses questions, les réponses ne peuvent pas être simples. Nous restons une force de résistance face à ces mouvements populistes, de droite ou de gauche. Je pense fondamentalement que nos deuxpartis sont les mieux armés pour trouver une dynamique positive entre le développement économique, la protection sociale et les enjeux environnementaux. BD. Du côté néerlandophone, c’est peut-être encore pire. La politique est extrêmement polarisée, faite de populismes. Dans ce contexte, les partis centristes ont parfois du mal à faire entendre leur message. Les médias aiment les positions extrêmes, alors que nos partis sont dans la nuance. Le président français Emmanuel Macron utilisait toujours l’expression “en même temps”. Nous, c’est “enerzijds, anderzijds” – d’une part, d’autre part (rires). Le défi, pour nous, c’est d’être clair dans une approche nuancée. Comment mieux faire entendre votre message à seulement trois mois des élections ? AdB. On doit travailler sur notre communication, mais la base, c’est l’éducation. Il faut faire œuvre de pédagogie. BD. S’il y a une chose que les populistes nous ont apprise, c’est qu’il faut partir des émotions des gens, partir de leurs besoins. Ensuite, nous, on vient avec des solutions, pas avec des slogans comme les populistes. Le CDH et le CD&V iront-ils d’office ensemble dans le prochain gouvernement s’ils en ont la possibilité ? AdB. Notre priorité, c’est de démontrer la pertinence de notre projet politique. Et on sera plus forts en le faisant ensemble. BD. Il va de soi qu’en tant que CD&V, nous serions contents de travailler avec le CDH. Mais il y a d’abord les élections. C’est l’électeur qui distribue les cartes. Cet article été publié dans La Libre Belgique.

bottom of page