top of page

Zoekresultaten

534 items gevonden voor ""

  • Vlaams minister van Jeugd: ‘Nee, niet iedereen moet naar de scouts’

    In een opiniestuk vroeg de Gentse schepen Hafsa El-Bazioui (Groen) zich af of een jongere die in korte broek naar de jeugdbeweging trekt nu echt het summum van jeugdwerk is. Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle (CD&V) reageert op Sociaal.Net: “We zetten de deuren van het jeugdwerk wagenwijd open.” Niet iedereen in korte broek Om meteen met de deur in huis te vallen: nee, niet elke jongere moet op zaterdag of zondag in korte broek naar de jeugdbeweging. Het jeugdwerk is veel breder dan dat. De kern van de zaak is dat we moeten zorgen voor een aanbod waar elke jongere welkom is en iedereen zich thuis kan voelen. ‘We moeten zorgen voor een aanbod waar elke jongere welkom is.’ Artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag is glashelder: “Ieder kind heeft recht op rust en vrije tijd.” Kwaliteitsvolle vrijetijdsbeleving is geen bijzaak maar een kinderrecht, omdat het ongelofelijk belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Om die reden is ‘vrijetijdsbesteding voor allen’ een van de vijf prioriteiten van het Vlaams Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan. We streven ernaar om vrije tijd toegankelijk te maken voor alle kinderen en jongeren. Het verenigingsleven trekt veel jongeren aan, als participant of leiding. Dat blijkt uit de recentste resultaten van de JOP-monitor, een grootschalige vijfjaarlijkse bevraging onder Vlaamse jongeren. Tegelijk wijzen de onderzoeksresultaten een zwakke plek aan: in bepaalde vormen van het jeugdwerk zijn sommige groepen jongeren vandaag ondervertegenwoordigd. Denk aan jongeren met een migratieachtergrond, jongeren die schoollopen in het beroepssecundair onderwijs (BSO) of jongeren met een beperking. Het brede en diverse verenigingsleven De Gentse schepen Hafsa El-Bazioui zegt in haar opiniestuk – terecht – dat we waardevolle vrije tijd voor kinderen en jongeren niet moeten verengen tot het aanbod van de jeugdbewegingen. ‘De redenering dat het jeugdwerk alleen maar zou bestaan uit jeugdbewegingen zoals scouts en Chiro, klopt niet.’ Ze volgt echter de verkeerde redenering dat het Vlaamse jeugdwerk alleen maar zou bestaan uit jeugdbewegingen zoals scouts en Chiro. Het jeugdwerk is op dit moment al bijzonder divers, en telt een groot aantal werkvormen die onderling sterk verschillen op vlak van aanbod, methodiek en doelgroep. De schepen verwijst in haar opinie naar de eigen kindertijd en het warme nest dat ze vond in het Meisjeshuis in de Brugse Poort in Gent. Ook die werking is deel van dat brede en diverse jeugdwerk. Het is niet meer of minder jeugdwerk als pakweg het Jeugd Rode Kruis, Rock en Metal Jeugdhuis Asgaard of de KSA dat zijn. Al die verschillende werkvormen hebben één gemeenschappelijke deler: ze zijn gegroeid uit de vragen en behoeften van kinderen en jongeren. Om die reden zijn er ook doelgroepspecifieke werkingen, zoals de jeugdwerkingen voor kinderen en jongeren met een handicap. Zelf kunnen kiezen Zorgen voor meer betrokkenheid van ieder kind of jongere – ongeacht achtergrond, opleiding, afkomst, gender en woonplaats – in het jeugdwerk is een belangrijke taak. Nee, uiteraard moet niet elke jongere uit het BSO naar de Scouts en Gidsen. Maar wie dat wel wil, moet daar alle kans toe krijgen. Mevrouw El-Bazioui vraagt zich af wat er mis is met jongeren die zich gewoon willen ontspannen, buiten de context van verenigingen. Wel, als je het mij vraagt, helemaal niets. ‘Het is uiteraard geen vereiste dat elke jongere uit het BSO zich aansluit bij de scouts. Maar wie dat wel wil, moet daar alle kans toe krijgen.’ Opnieuw staat de keuze van ieder kind en elke jongere daarin voorop. Heel wat jongeren engageren zich immers buiten het formele jeugdwerk. Vaak ook die jongeren die niet tot de zogenaamde ‘witte middenklasse van het algemeen secundair onderwijs (ASO)’ behoren. Ook dit wijst het JOP-onderzoek uit. Net daarom zijn er op 1 januari nog veertien projecten rond informeel vrijwillig engagement van start gegaan, bedoeld om deze specifieke vorm van engagement onder jongeren te (h)erkennen en zichtbaarder te maken. Gelukkig in de jeugdvereniging Het is ook belangrijk om de baten van het jeugdwerk op het vlak van mentaal welzijn niet uit het oog te verliezen. Uit een onderzoek van De Ambrassade en Pimento bleek dat jongeren die actief zijn in jeugdverenigingen zich daar gelukkiger voelen dan op school. Zeker voor jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie is die impact op hun welbevinden van cruciaal belang. Zij hebben er net baat bij om zich goed in hun vel te voelen, om zich te kunnen amuseren met leeftijdsgenoten. Vaker stoppen, minder leiding Hetzelfde onderzoek bevestigt echter ook dat bepaalde groepen, bijvoorbeeld jongeren met een lage socio-economische status, vaker stoppen met de jeugdbeweging. Een van de redenen dat ze stoppen is omdat ze zich minder geaccepteerd voelen. ‘We moeten aandacht blijven hebben voor groepen jongeren die moeilijker toegang vinden tot het verenigingsleven.’ De JOP-monitor leert ook dat jongeren in kwetsbare posities bij jeugdverenigingen minder vaak betrokken zijn in de organisatie, leiding en bestuur. Dat is een probleem, want kinderen en jongeren gaan op zoek naar rolmodellen waarin ze zichzelf herkennen. Daarom is het belangrijk dat het verenigingsleven in de breedste zin van het woord een weerspiegeling is van de maatschappij. We moeten deze signalen ter harte nemen en aandacht blijven hebben voor groepen jongeren die moeilijker toegang vinden tot het verenigingsleven. We moeten daarom blijven inzetten op inclusief jeugdwerk dat laagdrempelig en toegankelijk is. Dit bereiken we door bottom-up te werken en dus een aanbod op vraag en op maat vorm te geven. Ieder kind of jongere moet kunnen aansluiten bij de jeugdvereniging naar diens wens. Nieuwe Jeugddecreet Daarom ondersteunen we vanuit het beleid organisaties bij het identificeren van drempels met als doel om die vervolgens zoveel mogelijk weg te werken. Belangrijk daarbij is dat de jeugdverenigingen, die onderling sterk verschillen, niet op zichzelf terugplooien maar juist de verbinding met anderen opzoeken. Dat is de essentie van het nieuwe Jeugddecreet. Dit decreet integreert vier bestaande decreten tot één geheel zodat alle werkvormen er deel van uitmaken. We harmoniseren principes en procedures en zetten de deuren van het jeugdwerk wagenwijd open: wie zich wil laten erkennen kan dat op basis van duidelijke voorwaarden en criteria. En tegelijk geven we kleinschalige initiatieven de mogelijkheid om tijdelijk ondersteund te worden en als ze dat wensen op termijn door te groeien. Door al deze bestaande en nieuwe werkvormen te integreren in één decreet zorgen we voor meer samenhang binnen de jeugdsector, en stimuleren we de onderlinge samenwerking. Uniek en straf jeugdverenigingsleven We mogen trots zijn op het unieke en straffe jeugdverenigingsleven in Vlaanderen, met bijna 100.000 vrijwilligers, animatoren en leiders en meer dan 1 miljoen kinderen en jongeren die er een tweede thuis vinden. ‘We zetten de deuren van het jeugdwerk wagenwijd open.’ Als we ervoor kunnen zorgen dat nog meer kinderen en jongeren zich in deze warme omgevingen thuis voelen, wint de hele samenleving. De ene zal graag naar pakweg Chiro, Scouts en Gidsen of KSA trekken, de andere heeft misschien meer zin in een open jeugdwerking of een doelgroepspecifieke werking, of wil gewoon ravotten met vrienden in een park. Het moet allemaal kunnen. Het belangrijkste is dat er een aanbod tot kwaliteitsvolle vrije tijd is voor elk kind en elke jongere. Het antwoord zit hem net in die variatie in het aanbod die inspeelt op de diverse vragen van de jeugd. En toch ontslaat het ons niet van de taak om werk te blijven maken van een open, inclusief en divers jeugdwerk. Lees mijn opinie op Sociaal.net.

  • Influencers hebben nood aan meer ondersteuning

    Op 27 februari 2024 organiseerde het Belgische voorzitterschap de conferentie Content with Conscience, een conferentie over de ondersteuning voor influencers. Met een gevarieerd programma aan boeiende sprekers en panels kregen experts en beleidsmakers de kans om zich volledig onder te dompelen in dit actuele thema. Eén van de conclusies uit de conferentie: influencers hebben nood aan meer ondersteuning. Aan de basis van het event lagen twee vragen: Wat is de brede rol van influencers en online content creators in het medialandschap en hoe kunnen zij ondersteund worden in deze rol? Niet alleen experts wierpen hier hun licht op, ook influencers uit verschillende EU-lidstaten kwamen zelf aan het woord om hun ervaringen en noden te delen. De thema's die aan bod kwamen waren de rol van influencers in het medialandschap, online haatspraak en cyberpesten, desinformatie, mentaal welzijn van online content creators en hun volgers, adverteerders en verantwoordelijk influencen, kidfluencers en sharenting, een mogelijke ethische code voor influencers, de rol van platformen en showcases van voorbeelden van ondersteuning. De plenaire sessies van het evenement kunnen binnenkort herbekeken worden op het evenementenplatform. Meer dan commerciële impact Influencers zijn een belangrijk fenomeen in het huidige medialandschap. Ze zijn een bron van informatie, inspiratie en entertainment voor velen. Zeker kinderen en jongeren kijken steeds minder naar traditionele media, maar consumeren nieuws en informatie steeds meer via sociale media. Ze kijken op naar influencers als rolmodellen. Omdat het publiek het gevoel heeft dicht bij deze personen te staan, geloven ze vaak ook in de authenticiteit en betrouwbaarheid van hun boodschap. Influencers hebben dus niet alleen impact op commercieel vlak, maar hebben ook invloed op de samenleving, de publieke opinie en de persoonlijke opvattingen van hun publiek. Conclusies van de conferentie Tijdens het event bleek dat (de controle op) de marketingregels waar influencers onder vallen in verschillende lidstaten anders worden ingevuld waardoor er soms onduidelijkheid ontstaat. Influencers zijn niet alleen makers van online content, ze brengen ook veel tijd door op sociale media en volgen zelf ook andere influencers. Ze begrijpen dus vaak ook de impact die ze kunnen hebben op hun publiek. Het is belangrijk dat influencers de juiste tools krijgen aangereikt om om te gaan met desinformatie en cyberpesten. Verschillende actoren kunnen een rol opnemen in de ondersteuning van influencers: beleid, influencer agencies, de platformen waar influencers op posten, de merken waarmee influencers samenwerken,… Resultaten internationale enquête Ter voorbereiding van dit event nam het voorzitterschap een survey af bij 100 influencers verspreid over 26 EU-lidstaten. Uit deze bevraging blijkt dat, hoewel influencers hun kennis over de regelgeving waar ze onder vallen hoog inschatten, hun objectieve kennis hiervan lager ligt. Hoewel ze ook aangeven goed om te kunnen gaan met topics zoals desinformatie, mentaal welzijn, cyberpesten en online haatspraak, ze ook bereid zijn om zich hierover nog verder te informeren. Influencers zouden ook meer betrokken willen worden in het beleid dat effect heeft op hen. Raadsconclusies Om nog meer aandacht te vestigen op de impact van influencers, werkt het Belgisch voorzitterschap ook aan ontwerpraadsconclusies over hetzelfde onderwerp. Influencers moeten zich bewust zijn van hun impact en de nodige vaardigheden hebben om ermee om te gaan. Deze vaardigheden omvatten bijvoorbeeld mediawijsheid, inzicht in de mogelijke impact op hun publiek, afzien van het delen van desinformatie, online haatspraak, cyberpesten en andere schadelijke inhoud, evenals vaardigheden om op deze kwesties te reageren wanneer ze ermee geconfronteerd worden. Europa kan influencers ondersteunen om deze vaardigheden te ontwikkelen en versterken. Deze raadsconclusies komen op de agenda van de Raad Cultuur en Audiovisuele zaken op 14 mei 2024.

  • Hoe Bar Eliza opnieuw een verloederd paviljoen werd

    In 2016 ontstond er een prachtig bottom-up initiatief in het Elisabethpark in Koekelberg: Bar Eliza, een zomerbar die in geen tijd uitgroeide tot populaire ontspannings- en ontmoetingsplek voor vele Brusselaars. In 2019 moest Bar Eliza helaas de deuren sluiten, en sindsdien is het wachten op een nieuw project van de gemeente en het Brussels Gewest. Opnieuw een schrijnend voorbeeld van hoe in Brussel het vrij initiatief gefnuikt in plaats van gestimuleerd wordt. In 2019 moesten de organisatoren van het prachtige Bar Eliza inpakken en wegwezen, en kwam er een einde aan de pop-upbar die enkele jaren lang dé zomerse hotspot was aan het Elisabethpark in Koekelberg. Een initiatief dat groeide vanuit GC de Platoo en een groep geëngageerde Brusselaars die een leegstaand paviljoen zagen en dachten: ‘hier kunnen we iets organiseren’. Bar Eliza moest verdwijnen omdat, zo klonk het, de gemeente Koekelberg en Leefmilieu Brussel zouden starten met een eigen project rond het paviljoen. Er zou een technisch lokaal voor parkwachters komen, en een polyvalente ruimte voor socioculturele activiteiten op de benedenverdieping. Klonk mooi, maar vijf jaar later… is er nog niets gebeurd. Of toch wel: alle inspanningen van de buurtbewoners zijn teniet gedaan. Het charmante Bar Eliza is nu (opnieuw) een verloederd paviljoen. Terug naar af. Geen samenwerking De reden? Het heeft drie jaar geduurd voor er een stedenbouwkundige vergunning was, en nu, nog eens twee jaar later, is er nog altijd geen aannemer gevonden. Er moet een nieuwe aanbesteding gelanceerd worden, omdat er bij de eerste poging geen geschikte kandidaat werd gevonden. En dus gebeurt er niets. Zoals in elke Brusselse vaudeville is een gebrekkige samenwerking tussen gemeente en Gewest een van de factoren. Moet het echt drie jaar duren om een vergunning uit te reiken? Kan er toch niet iets meer vaart gezet worden achter het uitschrijven van een aanbesteding? De vraag stellen is ze beantwoorden. Wie iets gedaan wil krijgen in Brussel krijgt al te vaak te maken met eindeloos trage besluitvormingsprocessen, onoverzichtelijke bevoegdheidsverdeling en gebrekkige samenwerking. En telkens weer zijn de initiatiefnemende Brusselaars het eerste slachtoffer. De impasse rond Bar Eliza legt dan ook een vinger op de wonde: als Brusselaars iets realiseren, is dat heel vaak ondanks in plaats van dankzij de overheid. Wat we zelf doen, doen we beter – maar dat geldt blijkbaar niet voor de gewestelijke en lokale overheden in Brussel. Als Vlaams minister van Brussel stelde ik bij de vele bezoeken aan dynamische en geëngageerde verenigingen steeds opnieuw hetzelfde vast: aan talent, motivatie en ondernemerszin ontbreekt het de Brusselaars niet. Waarom kan de overheid dat talent niet ondersteunen en stimuleren in plaats van mooie projecten naar zich toe te trekken en vervolgens de nek om te wringen? Bar Eliza in betere tijden In de case rond Bar Eliza waren er zoveel andere goede opties geweest. Men had de initiatiefnemers van de zomerbar de mogelijkheid kunnen bieden om verder te werken, in afwachting van de eigenlijke start van de werken. Waren de veiligheidsproblemen echt niet op te lossen met enkele kleine werken of ingrepen zodat het paviljoen open kon blijven? En vooral, men had de buurt ook kunnen betrekken bij het uittekenen van dat nieuwe project. Dat is hoe een tijdelijk gebruik van braakliggende panden en ruimtes pas écht tot z’n recht komt. Door al de geleverde inspanningen en het engagement abrupt te stoppen en zonder overleg een nieuw project te lanceren dat daarna ook nog eens op de lange baan geschoven wordt, gaat alle inzet en opgebouwde werk van de voorbije jaren verloren. Er blijkt zelfs nog geen plan te zijn: de gemeente geeft aan dat er nog niet beslist is wat de precieze invulling van de benedenruimte wordt. Eerst verbouwen en pas dan een visie ontwikkelen? Dat is niet hoe het moet. Vrij initiatief Brusselaars hebben geen overheid nodig die alles in hun plaats wil doen. Brusselaars willen in de eerste plaats een overheid die zorgt voor wat echt telt: goede basisvoorzieningen voor een goed leven in de stad. Denk maar aan snelle en objectieve vergunningsprocedures, veilige parken en vermijden van leegstand. De rest doen de inwoners wel. Ik geloof in een Brusselse overheid die de juiste omstandigheden schept, zodat de Brusselaars hun eigen creativiteit, ideeën en dromen tot uiting kunnen brengen. Enkel zo kan het vrij initiatief in Brussel verder groeien en bloeien. Het zal sneller vooruitgaan en het eindresultaat zal ook van meer creativiteit getuigen dan wanneer de overheid het allemaal zelf wil organiseren. Daarom roep ik de gemeente Koekelberg, Leefmilieu Brussel en de Brusselse regering op om deze grote vergissing alsnog recht te zetten. Gooi de good practices van het mooie Bar Eliza-traject niet in de vuilnisbak. Ga met de initiatiefnemers rond de tafel zitten om samen een nieuw project uit te werken, dat goed is voor de buurtbewoners, Brusselaars en bezoekers, en dat opnieuw voor leven in het mooie Elisabethpark zorgt. En geef, in afwachting van dat nieuwe project, opnieuw ruimte en vrijheid voor experiment aan verenigingen en creatieve Brusselaars. Hun ervaringen en inzichten zullen er het eindresultaat alleen maar beter op maken.

  • Cd&v Brussel legt kieslijsten voor 9 juni vast

    Met een mix van jonge, dynamische krachten en ervaren bestuurders trekt cd&v op 9 juni naar de verschillende verkiezingen in Brussel. Op het Brussels partijcongres werden zaterdag alle namen voor 9 juni vastgelegd. Daarbij enkele opvallende namen: zo staat zo partijboegbeeld Brigitte Grouwels op de voorlaatste plaats en heeft Noor Lannoo de eer om de jongste kandidate in heel Brussel te zijn. Eerder was al bekend dat Vlaams minister van Brussel Benjamin Dalle de lijst voor het Brussels parlement trekt, met OKAN-coördinator Ana-Maria Osorio Gil en de jonge ondernemer Wassim Essebane op 2 en 3. Ook de kandidatuur van Noor Lannoo, op plaats 10, valt op: zij is 18 (geboren op 25 juli 2005) en is daarmee de jongste kandidate op de Brusselse kieslijsten. Op de 12de plaats staat  iemand met een opvallend verhaal: Georgia Venetakis. Zij is hr-consulente bij Acerta, maar heeft ook een visuele beperking van bij haar geboorte. “Ik hou van het leven in de stad, maar op vlak van toegankelijkheid en inclusie kan Brussel nog grote stappen vooruit zijn. De goede bedoelingen zijn er, maar het wordt tijd om de intenties in de praktijk om te zetten. Iedereen heeft baat bij een inclusieve stad, ook degenen die denken dat ze niet tot de 'doelgroep' behoren”, zegt Venetakis. Oud en jong De mix van oud en jong komt ook tot uiting in de keuze van de twee lijstduwers: de Brusselse voorzitters van cd&v senioren en JONGCD&V, Brigitte Grouwels en Mugabe Nizeyimana, nemen respectievelijk plaats 16 en 17 op. Met Grouwels keert bovendien een bekend gezicht terug op de kieslijst, met een jarenlange staat van dienst als Brussels parlementslid en minister in de Brusselse regering. “Brussel heeft mij altijd aangetrokken omwille van haar diversiteit en culturele rijkdom. Hier willen wij met jong en oud samen bouwen aan een gemeenschap waar iedereen zich niet alleen thuis voelt, maar ook een diepe verbondenheid met elkaar ervaart”, zegt Grouwels. “In onze visie heeft eenzaamheid geen plaats. Samen strijden we voor een Brussel waar iedere generatie telt, wederzijds respect heerst en we bruggen bouwen. Een Brussel waarin niemand vergeten wordt.” Lijsttrekker voor het Brussels parlement, Benjamin Dalle: “Brussel heeft nood aan jonge en dynamische mensen, maar ook aan ervaring en goede bestuurders. Met deze sterke en diverse ploeg bieden we beiden. We zijn klaar om opnieuw te groeien in Brussel, en vooral om mee te zorgen voor een omslag in het Brusselse bestuur. De voorbije vijf jaren hebben immers bewezen dat het Gewest zeker niet beter wordt bestuurd zonder de christendemocraten. Het beleid in Brussel faalt op verschillende vlakken: een volledig ontspoorde begroting, een drugsepidemie op straat en in de stations en rioleringen die voor zinkgaten zorgen. Het talent, engagement en de diversiteit van de Brusselaars zijn een ongelofelijke troef. Helaas krijgen die Brusselaars niet het beleid dat ze verdienen. Het beleid moet beter, en vooral: back to basics. Meer aandacht voor kerntaken als propere straten, veilige wijken, betaalbare woningen en goede dienstverlening, ook voor Nederlandstaligen.” Brussels parlementslid Bianca Debaets trekt zoals bekend de lijst voor het Vlaams parlement. Op de 2de plaats staat Piet Vandermot, de voormalige directeur van het Sint-Guido-Instituut in Anderlecht. Op plaats 3 staat Zai Juma, geboren in Tanzania maar nu al bijna dertig jaar thuis in Brussel. Ze is actief als publiekswerker bij Muntpunt en koestert daarnaast een diepe liefde voor wijsbegeerte. Die passie laat haar toe om filosofische vraagstukken te verkennen en de wereld rond haar heen beter te begrijpen. Georges De Smul, al 30 jaar gemeenteraadslid in Sint-Lambrechts-Woluwe, duwt de Vlaamse lijst. “De band tussen Brussel en Vlaanderen moet gekoesterd worden”, zegt Bianca Debaets, lijsttrekker voor het Vlaams parlement. “Onze scholen, kinderdagverblijven en culturele instellingen staan borg voor kwaliteit en onthaal in eigen taal. Als cd&v zijn we uniek in deze stellingname. We zullen om die reden nooit meegaan in een verhaal zoals dat van Groen of Vooruit.brussels, die de bevoegdheden rond Onderwijs en Welzijn naar de GGC willen overbrengen.” Renaud Vercaemst, advocaat in Sint-Pieters-Woluwe, staat voor de federale verkiezingen derde op de gemeenschappelijke lijst met Les Engagés. Mathilde Vermeire is 2e opvolger. Tot slot kleurt ook de cd&v-lijst voor de Europese verkiezingen een beetje Brussels: Dejan Stankovic staat daar op de 9de plaats. Hij is al twintig jaar leerkracht godsdienst in Brussel en is ook woordvoerder van Kham, een vereniging die opkomt voor de belangen van de Roma-gemeenschap in ons land. “Ik droom van een Europa waar alle mensen ongeacht geslacht (M/V/X) en geloof alle kansen krijgen om zich te ontplooien”, zegt hij. Lokaal verankerd Cd&v kiest ook voor kandidaten met een duidelijke lokale verankering. Zo zijn Bianca Debaets (Stad Brussel), Anton Schuurmans (Schaarbeek), Helmut De Vos (Sint-Pieters-Woluwe), Georges De Smul (Sint-Lambrechts-Woluwe), Frank Van Bockstal (Etterbeek), Philippe Maquestiau (Sint-Agatha-Berchem) en Kristine Bormans (Ganshoren) allemaal actief in de gemeentepolitiek als schepen, gemeenteraadslid of OCMW-raadslid. Alle cd&v-kandidaten op 9 juni in Brussel

  • Groen licht voor samenwerkingsakkoord DSA

    De Vlaamse regering keurde vrijdag het samenwerkingsakkoord goed dat het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) aanduidt als digitaledienstencoördinator voor de Digital Services Act (DSA). “Een belangrijke stap in de implementatie van de DSA”, zegt minister van Media Benjamin Dalle. In april 2022 bereikten de Europese regelgevers een akkoord over de Digital Services Act. Die stelt paal en perk aan het gebrek aan verantwoordelijkheid voor tussenhandeldiensten, zoals Meta en YouTube. Deze online platformen moeten onder meer transparanter zijn over hun algoritmes, illegale content snel verwijderen, desinformatie bestrijden en de verantwoordelijkheid opnemen voor de content die op hun platformen wordt geplaatst. De DSA verplicht ook het opzetten van interne klachtenafhandelingssystemen. Vroeger kon een platform content verwijderen zonder dat de uploader van de content er iets tegen kon inbrengen. De DSA legt daarvoor nu procedures vast en introduceert een beroepsmogelijkheid. Digitaledienstencoördinator Op 17 februari is de verordening automatisch in werking getreden in Vlaanderen. Tegen dat tijdstip moesten alle overheden binnen België binnen hun bevoegdheden de autoriteiten aanduiden die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de DSA en samen één van deze autoriteiten  als digitaledienstencoördinator aanduiden voor de coördinatie op nationaal niveau. Vlaanderen heeft tijdig zijn huiswerk gemaakt. Eind januari duidde de Vlaamse decreetgever de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) aan als de bevoegde autoriteit voor tussenhandeldiensten die betrekking op omroepactiviteiten. De verschillende bevoegde overheden in België zijn vandaag ook overeengekomen dat het BIPT de Belgische digitaledienstencoördinator wordt die deze opdrachten in nauwe samenwerking zal moeten uitoefenen met de VRM. Het is de digitaledienstencoördinator die klachten tegen een tussenhandeldienst ontvangt en doorstuurt naar de bevoegde autoriteit in kwestie om de klacht te behandelen. “Het was belangrijk om snel vooruit te gaan en goede afspraken te maken tussen de verschillende niveaus, zodat het voor iedereen duidelijk is bij wie men terecht kan met een klacht”, zegt Vlaams minister van Media Benjamin Dalle. “Deze stap was noodzakelijk om in regel te zijn met wat de Europese Unie ons vraagt en om deze belangrijke Europese verordening ook in ons land goed te kunnen toepassen.” Trusted flaggers Verder is ook beslist dat de VRM bevoegd wordt voor het aanduiden van de zogenaamde trusted flaggers voor tussenhandeldiensten die betrekking hebben op omroepactiviteiten: dat zijn personen of organisaties die zijn aangewezen om illegale online content te signaleren en te markeren. De tussenhandeldiensten zullen klachten van trusted flaggers sneller behandelen dan van wie dat statuut niet heeft. Minister Dalle: “Deze Digital Services Act zal een grote verandering teweegbrengen in ons online medialandschap, want dit wijst de tussenhandeldiensten op hun verantwoordelijkheden. Stilaan dringt het door dat deze partijen, denk maar aan sociale mediaplatformen, een grote impact hebben op de democratie en de burgers. Tot nu toe hielden ze vast aan de stelling dat ze louter een doorgeefluik voor content zijn, maar dat volstaat niet meer.”

  • Reboot-project legt de brug tussen psychosociaal welzijn en de arbeidsmarkt

    Hoe kunnen we Brusselse jongvolwassenen met een psychische kwetsbaarheid opnieuw aan de slag helpen op de arbeidsmarkt? Op die vraag zoekt emino met het opmerkelijke Reboot-project een antwoord. Vlaams Minister van Brussel Benjamin Dalle ging vandaag in gesprek met de projectpartners van Reboot. Wie een tijd niet heeft kunnen werken omwille van psychische kwetsbaarheid, kan het best spannend vinden om terug aan de slag te gaan. Sommige drempels zijn te groot om alleen te overwinnen. De Reboot-coaches gaan samen met jongeren op pad en betrekken hun zorgnetwerk tijdens het traject. Jongeren worden aangemeld via één van de Brusselse toeleidingspartners uit het brede zorg- en welzijnsnetwerk van emino en haar partners. Het betreft Brusselse jongvolwassenen (tussen 18 en 30 jaar oud) die psychische kwetsbaarheid ervaren omwille van diverse drempels of gezondheidsproblemen (bv. angststoornissen, stress, neurodivergentie, depressieve gevoelens, armoede, sociale isolatie,…). Tijdens een intensieve individuele begeleiding zetten de Reboot-coaches een laagdrempelig oriëntatietraject op maat op, waarbij de jongere aan de stuur zit. Concreet kan er gewerkt worden aan sollicitatievaardigheden, worden stappen gezet richting vrijwilligerswerk, opleiding of een voorbereiding op werkhervatting. Uniek aan het Reboot-project is dat het (zorg)netwerk van de jongeren actief wordt betrokken tijdens een multidisciplinair netwerkoverleg. Zo wordt het perspectief van een psychiater, psycholoog, huisarts, familielid of partner meegenomen doorheen het traject, wat een verrijking betekent om tot duurzame ondersteuning en gedragen acties te komen. Zo wordt een brug gemaakt tussen de Brusselse zorg- en werksector en worden de Brusselse jongeren ondersteund bij het realiseren van hun dromen. Dankzij de betrokkenheid van de toeleidingspartners HERMESplus, TANDEMplus, CAW Brussel, CGG Brussel, JAC en CAD De Werklijn werkt deze multidisciplinaire aanpak bijzonder goed. Tijdens het boeiende gesprek tussen de minister en de partners van Reboot werden bevindingen en bezorgdheden uitgewisseld. Minister Dalle investeert vanuit de subsidielijn Polsslag 83.000 euro in het Reboot-project en toonde zich alvast bijzonder geïnspireerd: “Reboot is een inspirerend project. Het toont dat we nooit mensen mogen opgeven, hoe moeilijk ze het ook kunnen hebben. Zoals zo vaak is Brussel in dit project een laboratorium om nieuwe methodes uit te testen en organisaties samen te brengen. Ik ben trots om dit bijzonder waardevolle initiatief te kunnen ondersteunen." Meer info over Reboot vind je hier.

  • 14 projecten om informeel vrijwillig engagement bij jongeren te stimuleren

    Vlaamse jongeren zijn geëngageerder dan ooit, maar ze tonen dat vrijwillig engagement lang niet enkel binnen de context van organisaties of verenigingen. Daarom keurt minister van Jeugd Benjamin Dalle 14 projecten goed die het informeel vrijwillig engagement van jongeren moeten waarderen, zichtbaar maken en verder stimuleren, goed voor een investering van iets meer dan 500.000 euro. Deze week presenteerde het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) de resultaten van een grootschalige bevraging bij meer dan 7.000 jongeren, gebundeld in het boek ‘Jongeren in cijfers en letters 5’. Eén van de vele conclusies van de bevraging, is dat de jeugd in Vlaanderen en Brussel zich massaal vrijwillig engageert. En dat gebeurt lang niet alleen binnen verenigingen: het merendeel van de jongeren (73,1% volgens het onderzoek) engageert zich op informele wijze. Dat wil zeggen: vrijwillige hulp bieden aan personen die niet bij hen inwonen, buiten de context van organisaties en verenigingen. Sociale verschillen tussen doelgroepen van jongeren spelen in minder grote rol bij informeel vrijwillig engagement dan bij formeel engagement. Daarmee is het eindpunt nog niet in zicht. Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle wil het informeel vrijwillig engagement in Vlaanderen nog meer waarderen en stimuleren. Daarom werd in 2023 een projectoproep uitgeschreven. Deze projectoproep is gebaseerd op aanbevelingen uit (beleidsvoorbereidend) onderzoek dat deze legislatuur heeft plaatsgevonden. Het initiatief kadert binnen het Vlaams jeugd- en kinderrechtbeleidsplan, dat het engagement van kinderen en jongeren aan de samenleving wil stimuleren. Jongeren in maatschappelijk kwetsbare posities De focus ligt op projecten die ingaan op het maatschappelijk engagement van kinderen en jongeren over thema’s die hen aanbelangen, waarvoor ze zich vrijwillig engageren en hun stem laten horen. De projecten spelen ook in op het engagement van jongeren in maatschappelijk kwetsbare posities. Het onderzoek van het JOP heeft immers uitgewezen dat deze groep jongeren vaak buiten het klassieke verenigingsleven valt, maar wel veel informeel engagement opneemt. Daarnaast werd er ook een begeleidings- en onderzoeksopdracht uitbesteed aan Bataljong vzw, in samenwerking met Hogeschool VIVES. Het is immers bedoeling om uit deze projecten inspiratie te putten en dit engagement buiten georganiseerd verband ook een plaats te geven binnen het lokaal en Vlaams beleid. Alle projecten omvatten een samenwerking van minstens twee organisaties en een lokaal bestuur. 20 dossiers werden ingediend, en daarvan kregen er 14 groen licht. Elk van deze projecten krijgt een bedrag van maximaal 40.000 euro toegekend. In totaal maakt minister Dalle 503.412,44 euro vrij voor deze projecten. Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle: “Vrijwillig engagement is van onschatbare waarde. Zoals bekend hebben we een sterk netwerk van jeugdverenigingen, maar het is al langer duidelijk dat ook informeel vrijwillig engagement een belangrijke rol speelt in het leven van jongeren. De diversiteit van onze jongeren in Vlaanderen en Brussel en hun betrokkenheid in heel wat actuele en maatschappelijke thema’s weerspiegelen dit. Het is belangrijk om ook dit engagement van jongeren te erkennen en zichtbaar te maken. Jongeren dragen immers zo bij aan een warme en welvarende samenleving.” De 14 goedgekeurde projecten De 14 projecten in een notendop Nieuw stedelijk engagement – Brussel – Vlaamse Gemeenschapscommissie De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) wil samen met JES, Formaat, Entree, D’Broej en Chiro Brussel jongerencollectieven van niet-georganiseerde jongeren bereiken en ondersteunen. Deze collectieven zijn een sterke meerwaarde voor jongeren in een grootstedelijke context. Het samenwerkingsverband bestaat uit een sterk en uitgebreid partnerschap met vijf jeugdwerkorganisaties die ervaring hebben in het bereiken van jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Spoor 1, een open huis voor jongeren in een kwetsbare woonsituatie – Turnhout – 40.000 euro Arktos Antwerpen dient het project ‘Spoor 1, een open huis voor jongeren in een kwetsbare woonsituatie’ in samen met stad Turnhout en CAW De Kempen in Turnhout. Het project richt zich op jongeren van 18 tot 30 jaar die zich omwille van diverse redenen in een kwetsbare woonsituatie bevinden. Deze jongeren engageren zich sterk naar elkaar, maar dit informeel engagement blijft vaak onder de radar of het vindt geen plaats binnen de formele hulpverlening. De kern van het project is eigenaarschap: de indieners willen de jongeren erkennen in het informele engagement dat ze opnemen voor elkaar. Ervaringsdeskundigheid staat hierin centraal. Door in te spelen op hun verhalen bieden de jongeren elkaar inzicht in hoe ze bepaalde obstakels kunnen oplossen of drempels kunnen overwinnen. In het inloophuis ‘Spoor 1’ reiken begeleiders zaken aan rond leerkansen, persoonlijke ontwikkeling, competentieversterking en peer-support. Durf Jij? – Kortrijk – 40.000 euro Cultuurcentrum Kortrijk dient het project ‘Durf Jij?’ in samen met Redside vzw, De Stroate vzw en Bolwerk vzw in Kortrijk. Het project wil jongeren ondersteunen in het opnemen van een informeel engagement door middel van budget, begeleiding op maat, en een netwerk/platform voor kennisdeling. De stad engageert zich om in toekomstige samenwerkingsovereenkomsten tussen stad en lokale verenigingen een focus op niet-georganiseerde jongeren op te nemen, gebaseerd op de inzichten van dit pilootproject. De partners willen het netwerk/platform gaandeweg structureel blijven uitbreiden met geïnteresseerde organisaties. Maak het beter. Maak de stad. – Sint-Niklaas – 32.000 euro JOS dient het project 'Maak het beter, maak de stad' in samen met Jeugdcentrum Den Eglantier vzw, OJC Kompas, OverKophuis, De Gemeenschap, Wildgroei en Sint-Niklaas. De stad Sint-Niklaas neemt momenteel verschillende initiatieven om kinderen en jongeren te engageren om hun mening te geven. Toch werken de stad en open jeugdwerk momenteel onvoldoende structureel samen om specifiek in te zetten op het informele engagement in ongeorganiseerd verband. Het project 'Maak het beter. Maak de stad.' wil daaraan tegemoet komen en de beleidsparticipatie meer afstemmen op hoe jongeren hun informeel engagement vormgeven. Jongerenbudget? Ook voor jou! – Dendermonde – 40.000 euro Jeugddienst Dendermonde dient het project ‘Jongerenbudget? Ook voor jou!’ in samen met Uit De Marge vzw en Groep Intro vzw in Dendermonde. Beide partners zetten in op werken met kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Het project wil het recent opgestarte jongerenbudget verduurzamen, uitbreiden en toegankelijk maken voor jongeren die moeilijk te bereiken zijn en/of zich in een maatschappelijk kwetsbare situatie bevinden. Er wordt ondersteuning op maat geboden, o.m. via een peter- en meterschap. Vrijwillig engagement in kwetsbare wijken – Gent – 32.000 euro BROEI vzw wordt erkend en gesubsidieerd door stad Gent als jeugdwerkinitiatief voor de periode 2022-2023. In 2024 baten zij in het kader van GHENT EYC de loods in Nieuwland uit waar zij tal van workshops en activiteiten willen organiseren. Samen met Formaat, jeugdhuis Nieuw Gent en stad Gent als partners dienen zij in op de projectlijn om een hiaat op te vullen. BROEI voelt dat er in bepaalde wijken nog veel kansen liggen om informeel engagement bij een diverser, breder jongerenpubliek te stimuleren en te erkennen en waarderen. De bedoeling is om in dit gat te springen door een open call te lanceren in twee kwetsbare buurten, die als piloottraject dienen. Daarnaast wordt er werk gemaakt van beleidsaanbevelingen, met als doel: bestaande drempels verkleinen en jeugdwerkers de juiste instrumenten en tools geven om hierin als procesbegeleider op te treden. Informeel engagement stimuleren bij jongeren uit Mechelen via twee sporen – Mechelen – 34.850 euro De jeugddienst van de stad Mechelen botst op drempels bij individuele jongeren die iets willen ondernemen: ze weten niet hoe te starten, er is angst en onzekerheid over het financiële aspect, te weinig info over ondersteuningsmogelijkheden, hoge verwachtingen vanuit de lokale overheid, gebrekkige communicatie, … Daarnaast merkt de jeugddienst op dat de bereikte jongeren geen afspiegeling vormen van de diversiteit in de stad. Daarom lanceert Mechelen dit project, samen met ROJM en Tumult. Jongeren kunnen ideeën voorstellen en deze pitchen voor een adviescommissie. Er worden finaal 10 projecten gekozen die een werkingsbudget ontvangen. Eens een idee positief wordt beoordeeld en gekozen, zal er de nodige ondersteuning voorzien worden voor de realisatie ervan. Daarnaast wordt er gewerkt aan de toeleiding van jongeren naar bestaand vrijwilligerswerk. Radar 2.0 – Torhout – 16.000 euro Cultuurcentrum De Brouckère dient het project 'Radar 2.0' in samen met Group Intro vzw en Jeugdhuis de Troubadour, in Torhout. Torhout telt ruim 20.000 inwoners, die op verschillende manieren verbonden worden door muziek. Met dit project wil de stad Torhout een nieuwe manier vinden om jongeren die muzikaal actief zijn, te ondersteunen zonder te vervallen in een poging hen om te buigen naar het formele circuit. Goe bezig jong! – Zelzate – 40.000 euro SAAMO Oost-Vlaanderen dient het project 'Goe bezig jong!' in met lokaal bestuur Zelzate en Uit de Marge. Zelzate is een 'kleinere' gemeente, met grootstedelijke problematieken waaronder kinderarmoede en een hoog werkloosheidscijfer, en wilt met het project een breed platform en een kader voor informeel engagement ontwikkelen. Het idee is dat alle jongeren met ideeën of goesting om iets te doen, geholpen kunnen worden. Laagdrempeligheid en toegankelijkheid zijn sleutelwoorden om informeel sociaal engagement bij jongeren te stimuleren. Ondersteuning van jongeren: een nieuwe aanpak voor participatie en engagement! – Aalst – 40.000 euro Stedelijke Jeugddienst Aalst dient het project ‘Ondersteuning van jongeren: een nieuwe aanpak voor participatie en engagement!’ in samen met LEJO vzw en Dallas vzw in Aalst. Het project wil jongeren de kans geven om hun potentieel te ontdekken en hun betrokkenheid te kanaliseren naar projecten die voor hen persoonlijk van betekenis zijn, en dat met een specifieke focus op het jeugddienstverleningscentrum (JDVC), het Jeugdontmoetingscentrum (JOC) Cinema & Walstroom. Jongeren krijgen ruimte om te ondernemen, te organiseren en deel te nemen aan activiteiten en projecten op een laagdrempelige en toegankelijke manier. Ze kunnen projecten en activiteiten voorleggen en specifieke steun vragen. TURBOlab – Brugge – 40.000 euro TURBOlab wil een lab zijn voor experimenteel initiatief en richt zich tot netwerken van jongeren. De indieners willen jongeren wegwijs maken in subsidielijnen zoals 'Jong Ding' en coaching en ondersteuning aanbieden bij de uitwerking en uitvoering van ideeën. Het project heeft als doel: inclusiever jeugdwerk, drempels naar vrijwillig engagement verlagen, stimuleren van informeel en experimenteel jeugdwerk, betere toegang tot subsidielijnen, trial-and-error toelaten en inzetten op coaching en begeleiding van jongeren met een idee. Move that bus: hop on, hop off. Een explosie van plezier – Riemst – 32.000 euro Het project wil niet-georganiseerde jongeren van 14 tot 18 jaar die geen aansluiting vinden bij de reguliere vrijetijdswerking enthousiasmeren om buurtinitiatieven op te zetten voor jongeren in het dorp en zo hen opnieuw in contact te brengen met hun buurt. Jongeren verbouwen een oude schoolbus en zetten deze in als ontmoetingsplek voor andere jongeren bij buurtinitiatieven in hun dorpskern. Backflip – provincie Antwerpen (regio Neteland) – 36.412,44 euro Arktos Antwerpen dient het project 'Backflip' in samen met het Samenwerkingsverband Neteland en Jeugdhuis Lido in de regio Neteland. Arktos is een Vlaams expertisecentrum voor kinderen en jongeren in kwetsbare situaties of met een beperking. Neteland is een samenwerkingsverband van vijf gemeenten: Grobbendonk, Herentals, Herenthout, Olen en Vorselaar. Het project omvat vier doelstellingen: ondersteunen van informeel engagement in de publieke ruimte, ondersteunen van engagement in een bestaande vindplaatsgerichte werking, samenwerken met reguliere (jeugd)werkingen om toe te leiden naar engagement op maat, en geleerde lessen capteren en expertise delen met de partners. Dit gebeurt onder meer door oprichting van een 'Pleintjesraad', een dialoogplatform tussen het lokaal bestuur en niet-georganiseerde jongeren. Daarnaast streven ze ernaar om werkvormen en methodieken te ontwikkelen om niet-georganiseerde jongeren binnen dit platform actief te betrekken bij het beheer en de beleving van de openbare ruimte. De Sportbuur: jongeren als co-creator en mede-eigenaar van sportruimte – Genk – 40.000 euro Stad Genk dient het project 'Sportbuur' in samen met Gigos en Atlas Gym. Genk zet in op geëngageerd samenleven en het aanpakken van sociale ongelijkheid en armoede, en wilt hierop inzetten met een focus op sport. Het is de bedoeling om drempels om te kunnen sport weg te nemen, zoals de beperkte toegang tot sportinfrastructuur, hoge kostprijzen van lidmaatschap en mobiliteitsproblemen. Er zal outreachend worden gewerkt om de stem van jongeren te horen en hen actieve deelnemers te laten worden bij het vormgeven van openbare ruimtes. Door jongeren als sportbuur in te zetten, wordt hun positieve impact erkend.

  • Nieuw Nekkersdal in de steigers

    Gemeenschapscentrum Nekkersdal en de bibliotheek van Laken krijgt eindelijk de make-over die zich reeds geruime tijd opdringt. Met de toewijzing van de design & build opdracht aan het bouwteam Debuild, bestaande uit aannemer Democo en architectenbureau’s OSK-AR en Zampone, heeft de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) het startschot gegeven voor de transformatie van Nekkersdal. Debuild kwam met zijn gebalanceerde ontwerp als laureaat uit de wedstrijd. Ontwerpprincipes die door hen op een slimme en karaktervolle manier in het ontwerp werden geïntegreerd zijn: een semi-publieke doorsteek, ontpitting en vergroening van het binnengebied, kindvriendelijkheid, integrale toegankelijkheid, multifunctionaliteit, een informele karakter en de nodige aandacht voor duurzaamheid. Dit bouwproject komt tot stand na het doorlopen van een zogenaamde concurrentiedialoog. De geïnteresseerde bouwteams kregen een ruime vrijheid om projectvoorstellen op te maken waarmee zij het gevraagde bouwprogramma konden realiseren binnen het beschikbare budget. De noden van het gemeenschapscentrum werden voorafgaand in kaart gebracht door een intensief participatietraject waarbij de insteek van gebruikers, buren en partners werd bevraagd. Al deze informatie werd gebundeld en overgemaakt aan de ontwerpers die hiermee aan de slag gingen. Het resultaat is een ontwerp op maat van de gebruikers en de buurt dat maximaal inzet op verbinding en multifunctionaliteit. “De sterkte van Nekkersdal vandaag zijn de kleine fijne verbindingen die veelal organisch ontstaan, binnen en buiten ons gebouw. Ik ben ervan overtuigd dat deze plannen die geest gevat hebben en architecturaal mooi vertaald hebben”, zegt Dorien Herremans, centrumverantwoordelijke van Gemeenschapscentrum Nekkersdal. Er werd een opdracht gegund voor 9,8 miljoen euro voor 8,8 miljoen euro voor de bouw van het gemeenschapscentrum bestaande uit het bouwbudget van de VGC,  met steun van het Brussels Hoofdstedelijk gewest, de middelen voor gemeenschapsinfrastructuur van de Vlaamse Gemeenschap en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en daarnaast een bouwbudget van 1 miljoen euro van de stad Brussel voor een nieuwe bibliotheek. “Onze Vlaamse gemeenschapscentra zijn laagdrempelige ontmoetingsplaatsen met een aanbod voor jong en oud. Ze laten ons verenigingsleven bruisen en brengen vele Brusselaars in contact met het Nederlands en de Vlaamse Gemeenschap. Daarom vind ik het als Vlaams minister van Brussel belangrijk om voluit te investeren in deze gebouwen die zo’n grote meerwaarde hebben voor onze scholen, jeugdwerkingen en andere organisaties en verenigingen. Ik wens GC Nekkersdal en al haar partners een voorspoedig bouwtraject toe en kijk als buurtbewoner zowel uit naar de heropening over enkele jaren als naar de vele plekken waar het GC in tussentijd halt zal houden”, stelt Benjamin Dalle, Vlaams minister van Brussel, Jeugd, Media en Armoedebestrijding. Er is bewust gekozen voor een duurzame invalshoek voor het project. De uitgangspunten van de toekomstige “Good Living” regelgeving werden reeds als kapstok gebruikt in de opdracht. Zo wordt er maximaal ingezet op het behouden van de gebouwen en materialen die na onderzoek herbruikbaar bleken. Deze aanpak zorgt er ook voor dat Nekkersdal een deel van zijn eigenheid kan behouden en dat het centrum na de bouwwerken geen afgelikte nieuwbouw wordt. Voor de warmteopwekking wordt er voor de hele site met een gedeelde warmtepomp gewerkt die in combinatie met zonnepanelen zorgt voor een duurzaam systeem. Het herenhuis aan de Emile Bockstaellaan wordt behouden en de volledige gelijkvloers wordt ingericht tot een warm onthaal en een ruim en gezellig eetcafé.  Langs het herenhuis komt er een brede toegang tot een ontpit en groen binnengebied.  Doorheen de site komt er een verbindende semi-publieke doorgang tussen de Emile Bockstaellaan en  de Gustave Schildknechtstraat van waaruit alle lokalen van het gemeenschapscentrum en de bibliotheek makkelijk te bereiken zijn. Deze doorsteek zorgt enerzijds voor een overzichtelijke site voor de bezoeker maar biedt ook ruimte voor ontmoeting en groene plek in de dense wijk. “Het volledige bouwteam gelooft sterk in het idee dat de verbindende publieke doorgang de groene ruggengraat vormgeeft voor Nekkersdal”, stelt het bouwteam Debuild (Democo, OSK-AR en Zampone). De theaterloods blijft behouden en zal met een box-in-the-box een onderkomen geven aan het consultatiebureau. De overige ruimte wordt een overdekte speelruimte die vooral door de buitenschoolse opvang zal worden gebruikt.  Het aansluitende oude fabrieksgebouw met schouw wordt volledig gestript en gerenoveerd om onderdak te bieden aan de lokalen van de buitenschoolse opvang, vergaderzalen, een buurtkeuken en aan de conciërgewoning.  Naast de huidige sportzaal die behouden wordt, komt een gloednieuwe multifunctionele theater- en feestzaal die plaats kan bieden aan een 160-tal personen. “Nekkersdal is een zeer dynamisch gemeenschapscentrum in een eveneens zeer levendige wijk.  De nieuwe site zal gedeeld worden met vele partners en een open plek zijn voor en door iedereen in de buurt”, zegt Ans Persoons, VGC-Collegelid bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Gemeenschapscentra. De bibliotheek krijgt een nieuwbouw met drie bouwlagen en een herkenbaar gezicht aan de Gustave Schildknechtstraat. Het nieuwe gebouw is afgestemd op een meer dynamische werking en biedt meer mogelijkheden voor zowel de kinderwerking als voor een autonome werking na de normale openingsuren (open+).  Naast de nieuwe bibliotheek wordt het bestaande trapgevelgebouw deels afgebroken tot een multifunctionele ruïne die speelruimte biedt voor de kinderen en waar ook kleine evenementen kunnen plaatsvinden.

  • Het verenigingsleven is populair bij de jeugd

    Meer dan 7 op de 10 jongeren in Vlaanderen en Brussel neemt deel aan de activiteiten van een vereniging. Dat is een van de opvallende resultaten van het nieuwe onderzoek ‘Jongeren in cijfers en letters 5’ van het Jeugdonderzoeksplatform (JOP). Daarnaast geeft driekwart van de jongeren aan vrijwillig engagement op te nemen, al is dat engagement niet altijd formeel gelinkt aan een organisatie of vereniging. Van de jongeren die deelnamen aan de monitor, gaf 70% aan betrokken te zijn bij de activiteiten van een vereniging: 42% als participerend deelnemer, 28,5% in een besturende, leidinggevende of organiserende rol. Slechts 8,6% van de bevraagde jongeren nam nog nooit deel aan de activiteiten van een vereniging. Sportverenigingen zijn het meest populair, met bijna 50% van de jongeren betrokken als deelnemer of in een bestuursrol bij de activiteiten van de vereniging. Ook jeugdverenigingen (28%) en culturele verenigingen (17%) bereiken een aanzienlijk deel van de Vlaamse jeugd. Een belangrijke nuance is dat de antwoorden ook wijzen op sociale verschillen: jongeren die moeilijk kunnen rondkomen met het gezinsinkomen, jongeren met ouders zonder diploma secundair onderwijs, jongeren uit het BSO en arbeidsmarktgerichte opleidingen en jongeren met een buitenlandse achtergrond nemen systematisch minder deel aan de activiteiten van verenigingen. Jongeren die beperkt worden door een ziekte of een handicap nemen minder vaak deel aan sportverenigingen als participant. Deze jongeren nemen wel vaker deel aan doelgroepgerichte verenigingen. Toch stellen we ook hier vast dat jongeren die BSO of arbeidsmarktgerichte opleidingen volg(d)en ook voor dit type vereniging oververtegenwoordigd zijn bij de nooit-participanten. Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle: “Er wordt heel vaak in clichés en stereotypes gesproken over de jeugd, zoals het beeld dat jongeren alsmaar individualistischer worden. Deze resultaten tonen echter dat jongeren net sterk betrokken zijn bij de maatschappij: ze vinden overduidelijk aansluiting bij het bruisende verenigingsleven en ze nemen massaal engagement op. Wel stellen we vast dat vrijwilligerswerk soms flexibeler of korter wordt. Zeker in het jeugdwerk is dat een belangrijk aandachtspunt. Verder moeten we er blijvend aandacht voor hebben dat er nog altijd groepen jongeren uit de boot vallen in het verenigingsleven. Het is een signaal dat we ter harte moeten nemen. Ik weet dat het jeugdwerk de afgelopen jaren al hard heeft gewerkt om drempels te verlagen en haar werking toegankelijker te maken. Met het nieuwe Jeugddecreet geven we ook erkenning aan doelgroepgerichte jeugdverenigingen die bovenlokaal werken. We moeten ernaar blijven streven om in het verenigingsleven nog meer een weerspiegeling van de maatschappij terug te zien.” Formeel en informeel vrijwillig engagement Het onderzoek geeft ook een beeld van het vrijwillig engagement van jongeren: 37,5% engageerde zich in het jaar voorafgaand aan de bevraging minstens één keer formeel vrijwillig in een organisatie of op een evenement. Voor 18,1% was dat een terugkerend engagement, voor 19,4% ging het om een eenmalig initiatief. Het jeugdwerk is de plek waar bijna de helft (47,8%) van het formeel vrijwillig engagement plaatsvindt, gevolgd door sportverenigingen (31,9%) en culturele verenigingen (19,6%). Een overgrote meerderheid van de jongeren (73,1%) engageerde zich op informele wijze, wat wil zeggen: jongeren die buiten de context van organisaties en verenigingen vrijwillige hulp bieden aan personen die niet bij hen inwonen. 13,7% van de Vlaamse jongeren is mantelzorger. “Het is duidelijk dat ook informeel vrijwillig engagement een belangrijke rol speelt in het leven van jongeren. We moeten dit engagement nog meer waarderen en stimuleren. Net daarom zijn er op 1 januari nog 14 projecten rond informeel vrijwillig engagement van start gegaan, bedoeld om deze specifieke vorm van engagement onder jongeren te erkennen en zichtbaarder te maken”, aldus minister Dalle. Over de JOP-monitor Jongeren in cijfers en letters, ook wel de ‘Staat van de jeugd’ genoemd, is een grootschalige bevraging naar de levensomstandigheden, leefwereld en activiteiten van jongeren in Vlaanderen en Brussel, in opdracht van Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle. Voor deze vijfde editie van de JOP-postmonitor (de vorige dateerde van 2018) en derde editie van de JOP-grootstedelijke monitor (Antwerpen, Brussel en Gent, met een Vlaamse controlegroep) kregen 7.310 jongeren in de eerste helft van 2023 vragen over diverse thema’s, waaronder: welbevinden en mentale gezondheid school en werk vrije tijd en media vrijwillig engagement politiek slachtofferschap, hulpzoekgedrag en daderschap De eerste bevindingen van de JOP-monitor 2023 over een aantal thema’s zijn gebundeld in het boek ‘Jongeren in cijfers en letters 5’, uitgegeven door OWL Press. Het volledige boek kan je hier bestellen.

  • Mooie waarderingscijfers voor het nieuwsaanbod van de regionale omroepen

    De regionale omroepen laten jaarlijks in opdracht van en met ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid, een onafhankelijk waarderingsonderzoek uitvoeren van hun nieuwsprogrammatie. Daaruit blijkt uit de bevraging die eind 2023 werd gehouden dat de kijkers van de regionale omroepen duidelijk tevreden zijn met het geleverde werk. Alle omroepen krijgen een algemene waarderingsscore van minstens 7 op 10 van de Vlaming. De omroepen halen daarmee opnieuw de kwaliteitsnorm die de Vlaamse overheid naar voren schuift. Ook op vlak van kijkintensiteit is er stabiliteit ten aanzien van vorige meting, het aantal kijkers dat even vaak of meer kijkt dan één jaar geleden is stabiel gebleven. Het regionale nieuws wordt vooral geapprecieerd omwille van zijn betrouwbaarheid en actualiteit, gevolgd door het 'in touch' zijn met de mensen uit de buurt en haar toegankelijkheid. Daarnaast is er in het algemeen een stijgende trend op vlak van alle inhoudelijke maatstaven ten aanzien van 2022: ook inhoudelijk worden de zenders dus positief geëvalueerd. De interesse in een breed aanbod van regionaal nieuws wordt bevestigd, met belangrijkste interessedomeinen als actualiteit en mobiliteit. Opvallende stijging in de interesse doorheen de jaren noteren we meer specifiek voor gezondheid, fitness & wellness en lifestyle news. Televisie blijft het belangrijkste medium voor het bekijken van nieuwsprogramma’s, maar het belang ervan neemt geleidelijk aan af en wordt meer en meer overgenomen door andere digitale media, met name de laptop/PC en smartphone. Hoewel regionale (nieuws)programma’s relatief weinig worden bekeken via sociale media, geeft 1/5 toch aan een regionale zender te volgen op sociale media. Zowel online kijken als volgen op sociale media is relatief hoger bij een jongere generatie. De cijfers van dit onderzoek zijn bekendgemaakt tijdens een bijeenkomst van de NORTV (Niet Openbare Regionale Televisieomroepen Vlaanderen), de koepelorganisatie van de regionale televisieomroepen. Ook Vlaams minister van Media Benjamin Dalle is heel tevreden met deze resultaten: “Uit deze waarderingsbarometer blijkt opnieuw dat de regionale omroepen een belangrijke rol vervullen in ons medialandschap. Mensen willen immers op de hoogte blijven van wat er in hun streek gebeurt. Bovendien is de kwaliteit van de berichtgeving toegenomen in vergelijking met de vorige barometer, en dat is een uitstekende zaak. Dat de kijkers steeds vaker beroep doen op andere kanalen dan televisie, denk maar aan smartphone en laptop, wijst erop dat ook bij de regionale omroepen de digitale kanalen verder aan belang winnen. Daarom zetten we met de nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met de regionale omroepen sterk in op digitalisering en crossmediale samenwerking. Regionale omroepen moeten immers uitgroeien tot regionale mediaorganisaties, zodat ze hun kijkers zo goed mogelijk kunnen blijven informeren.”

  • Roep de Gewestelijke Veiligheidsraad samen om de drugsepidemie aan te pakken

    De Standaard schetst vandaag een onthutsend, voor veel Brusselaars bekend, beeld van het drugsgebruik in de Brusselse metro. En het blijft niet bij de metro alleen. De drugsepidemie neemt ongeziene proporties aan, het aantal verslaafden stijgt sterk in de stad. De Brusselse regering verwacht veel van de nieuwe opvang- en gebruiksruimte voor verslaafden aan Tour & Taxis, maar die zal er pas zijn in 2026. Dat is voor cd&v Brussel too little, too late. Deze epidemie een halt toe roepen vraagt een onmiddellijke en gecoördineerde aanpak van de Brusselse regering, die dringend de Gewestelijke Veiligheidsraad bij elkaar moet roepen. “Dit is al lang geen veiligheidscrisis meer alleen: dit gaat om een gezondheidscrisis die hele generaties dreigt te besmetten. Elke dag dat we wachten om een versnelling hoger te schakelen, zal het aantal mensen met een verslavingsproblematiek verder toenemen. Toch zien we dat het Brussels Gewest alweer uitblinkt in passiviteit: minister Van den Brandt wijst meteen naar de verantwoordelijkheid van de federale regering en vergeet daarbij dat het Brussels Gewest nu al stappen kan zetten. We zien een Brusselse regering die dezelfde fouten maakt als tijdens de coronacrisis of bij de problemen in het Zuidstation: een afwezige overheid die het nalaat om met daadkracht en overtuiging de coördinatie op zich te nemen. Vraag niet wat de federale overheid kan doen voor Brussel, maar vraag u af wat Brussel hier en nu zelf kan en moet doen. Het Brussels Gewest moet nu een crisisbeheer opstarten en deze problematiek vanuit de overheid én met het middenveld, over niveaus en muurtjes heen, aan te pakken. Whatever it takes”, stelt Vlaams minister van Brussel Benjamin Dalle. Concreet vraagt cd&v Brussel dat Minister-President Rudi Vervoort, verantwoordelijk voor het preventie- en veiligheidsbeleid, en de twee ministers van Welzijn en Gezondheid Alain Maron en Elke Van den Brandt de Gewestelijke Veiligheidsraad bij elkaar roepen en dat er daar een gecoördineerde crisisaanpak wordt uitgewerkt. Daarbij moeten ook de relevante andere overheden uitgenodigd worden, in het bijzonder de federale ministers van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid en de gemeenschapsministers bevoegd voor Welzijn. Deze drugsepidemie is een complex probleem die inderdaad de inzet vraagt van zo goed als alle overheden. Maar als coördinerende overheid moet Brussel het eerste vertrekpunt zijn om het probleem te benoemen en de wil te tonen het aan te pakken, concrete afspraken te maken en stappen te zetten. “Deze drugsepidemie neemt ongeziene proporties aan. Intussen krijgen we signalen van organisaties en buurtcomités dat het vanuit de Brusselse overheid te vaak stil blijft. Onlangs heeft Minister-President Vervoort nog een belangrijk overleg met de 40 wijkcomités sine die uitgesteld. Dat is onbegrijpelijk, nu het alle hens aan dek is om het groeiende drugsgebruik af te remmen. Een aanpak die buurten terug veilig maakt en drugsgebruikers beter begeleidt, moeten daarbij hand in hand gaan”, aldus Brussels parlementslid Bianca Debaets. cd&v Brussel ziet alvast volgende tien pijlers die in zo’n gecoördineerd en geïntegreerd plan centraal moeten staan. Inzetten op preventie en voorlichting om drugsgebruik te voorkomen en waarbij de brede Brusselse samenleving betrokken wordt. Behandeling, herstel en rehabilitatie versterken met het oog op het bieden van toegankelijke en effectieve behandeling voor mensen met een verslaving. Versterken van de sociale diensten om de toegang tot medische en psychologische zorg alsook sociale assistentie en bijstand aan personen voor mensen in risicogroepen te verbeteren. Het voorziene opvangcentrum aan Tour & Taxis telt slechts 38 plaatsen terwijl er in de Brusselse metro alleen al zo’n 700 mensen verblijven, vaak met zware verslavingsproblematiek. Er moet een extra focus komen op residentiële behandelingen. Ook de datum van 2026 baart zorgen: er is op korte termijn meer capaciteit nodig. Zet meer mobiele teams in op de Brusselse straten die personen met een verslavingsproblematiek kunnen opzoeken op straat. Zorg dat bij politie-interventies naar aanleiding van een probleem met een persoon die verslaafd lijkt of geestelijk verward, steeds een medisch geschoolde specialist mee komt. Zorg ook voor voldoende ondersteuning van kleinschalige initiatieven die aan de slag gaan met de doelgroep. Elke persoon die hierdoor er in slaagt een leven opnieuw in handen te nemen, is iemand die geholpen is (en anders niet geholpen zou zijn). Massaal inzetten op betaalbaar wonen, maar ook alle mogelijkheden voor kwaliteitsvolle alternatieve woonvormen (tiny houses, woonboxen, modulaire woningen, omvormen van kantoorruimte, SVK, sociale huur …) met hoogdringendheid inzetten. Dat is de enige manier om, gecombineerd met verslavingszorg, echt vooruitgang te boeken. In een meerjarenplan voor bijkomende betaalbare woningen moeten we, zoals in Vlaanderen kan, een percentage van de toewijzingen kunnen voorbehouden om echt werk te maken van Housing First en behandeling van mensen met verslavings- en of psychische problemen, zowel om hen een waardig leven te geven als om de ontegensprekelijke overlast in de stad tegen te gaan.” Extra sociaal-economische interventies plannen om de onderliggende oorzaken die bijdragen aan drugsgebruik aan te pakken, zoals het begeleiden van en onderdak bieden aan dak- en thuislozen, het aanpakken van de huisvestingscrisis, investeren in openbare basisvoorzieningen zoals toegankelijke openbare toiletten en het bieden van bestaanszekerheid aan mensen in een kwetsbare positie. Housing First is cruciaal in het begeleiden van mensen met een verslavingsproblematiek. Housing First initiatieven zoals Skaeve Huse kunnen mee deel zijn van de oplossing. Versnellen van de wijkontwikkelingsplannen en -initiatieven opdat de levenskwaliteit van de wijken waar de drugsgerelateerde criminaliteit de bovenhand dreigt te halen algemeen verbetert. Verhogen van de handhaving rond drugscriminaliteit waarbij de focus ligt op extra inspanningen om de drugshandel en -productie aan te pakken. Voor de drugsgebruiker moet de focus liggen op rehabilitatie en preventie. Verhogen van de  handhaving rond verslechterde netheid en algemene criminaliteit, voor een deel het gevolg van de drugscriminaliteit, met een bijzondere focus op aandachtswijken (Brabantwijk, Kuregem, Zuid, …) en  stationsomgevingen. Onderzoek en monitoring uitbreiden zodat de oorzaken, trends en effectieve interventies in drugsgebruik voortdurend opgevolgd worden. Gecoördineerde inzet van de actoren op het terrein zodat de institutionele, maatschappelijke, politionele en justitiële actoren op elkaar afgestemd zijn.

  • De Kindwijzer: een leidraad voor kinder- en jeugdjournalistiek

    Op 1 februari lanceerden de VVJ en KeKi (Kenniscentrum Kinderrechten) de Kindwijzer: een leidraad voor een journalistiek die is afgestemd op een jong publiek. In tijden van desinformatie en polarisering kan dat redacties best van pas komen. De Kindwijzer maakt deel uit van het grotere project NieuwsWijsNeuzen, dat behalve op jongerenwijze journalistiek ook mikt op mediawijze jongeren. De Vlaamse Regering investeerde deze legislatuur ruim 3 miljoen euro in projecten als deze. Benjamin Dalle, minister van Media en Jeugd: “Kinderen en jongeren komen al op jonge leeftijd in aanraking met journalistiek: ze kijken mee naar het journaal of botsen op nieuws via sociale media. Daarom houden journalisten best ook rekening met deze doelgroep. Kinderen en jongeren vragen om nieuws dat hen informeert en interesseert. De juiste taal gebruiken is daarbij belangrijk. Er wordt nog te vaak gesproken over jongeren in plaats van met jongeren. Ik vind het dus een goede zaak dat deze Kindwijzer daar ook aandacht voor heeft.” Voor wie? De Kindwijzer is bestemd voor iedereen die nieuws gericht op kinderen en jongeren maakt of verspreidt. In de eerste plaats zijn dat kinder- en jeugdjournalisten die reeds professioneel actief of nog in opleiding zijn. Maar ook reguliere journalisten hebben de verantwoordelijkheid hun nieuwsaanbod mee af te stemmen op een jong publiek. Ze hebben daar ook baat bij, als ze ook in de toekomst het vertrouwen van hun nieuwsgebruikers willen behouden. Wat biedt de Kindwijzer? De Kindwijzer biedt algemene aanbevelingen en concrete handvatten voor een journalistieke berichtgeving die op maat is van kinderen en jongeren, hen met respect behandelt, hun vertrouwen in de media stimuleert en hen actief beschermt tegen desinformatie. Deze leidraad is gebaseerd op het Kinderrechtenverdrag, wetenschappelijk onderzoek over desinformatie, richtlijnen die eerder al werden ontwikkeld door Mediawijs en interviews met journalisten, onderzoekers en leerkrachten. De aanbevelingen en handvatten zijn opgedeeld in zes luiken: Een toegankelijk (1) nieuwsaanbod is de eerste voorwaarde om bij kinderen en jongeren interesse in kwalitatieve berichtgeving en vertrouwen in ‘de journalistiek’ en ‘de media’ op te wekken. Daarom is het aanbevolen om nieuws naar jonge burgers te brengen, te vertrekken vanuit hun leefwerelden en rechtstreekse contacten te onderhouden. Deze brede toegankelijkheid dient tegelijkertijd het recht op non-discriminatie. Door in te zetten op begrijpelijke (2) en beschermende (3) berichtgeving, erkennen journalisten dat hun jonge publiek bestaat uit mensen in volle ontwikkeling die recht hebben op bijzondere aandacht en zorg. Dit kan aan de hand van een herkenbaar, behapbaar en transparant nieuwsaanbod dat rekening houdt met de psychologische impact op het publiek. Deze inzet dient ook het recht op non-discriminatie en op overleven. Door middel van stimulerende (4) en participatieve (5) journalistiek erkennen journalisten hun jonge publiek tegelijk als volwaardige nieuwszoekers en als burgers met eigen interesses. Dit kan door divers nieuws te brengen dat de ontwikkeling en burgerzin van kinderen en jongeren bevordert, en door hen waar mogelijk te betrekken in journalistieke processen. Deze erkenning dient zowel het recht op ontwikkeling als dat op participatie. Zowel de bescherming als de activering van kinderen en jongeren vereist dat journalisten specifieke aandacht schenken aan het bestrijden van desinformatie (6). Dit omvat het weren van haatzaaiende boodschappen, het duiden van misleidende berichten en het demonstreren hoe kinderen en jongeren zelf kunnen factchecken. Zo bewaken journalisten het recht op informatie. Ontdek en download de Kindwijzer hier!

bottom of page