top of page

Zoekresultaten

534 items gevonden voor ""

  • De broedplekken vandaag en morgen

    Op 3 september 2021 introduceerde ik een innovatief nieuw concept in Brussel: ‘Broedplekken’, locaties in de stad waar verschillende organisaties ruimte delen met elkaar. Vandaag, bijna drie jaar verder, bereikt het broedplekken-traject haar orgelpunt. In Track, een prachtige broedplek in het iconische Noordstation, presenteerde Architecture Workroom Brussels (AWB) het eindrapport, waarin ze al hun inzichten van de voorbije jaren koppelden aan een blik op de toekomst. De balans mag er zijn: twaalf broedplekken zagen het levenslicht en een pak aanbevelingen waarmee we verder aan de slag kunnen. Sommige broedplekken zijn al geopend, anderen zijn nog volop in aanbouw. Tal van organisaties kozen ervoor om letterlijk bij elkaar in te trekken en wisselen zo veel meer kennis, expertise en inzichten uit dan ze ooit voor mogelijk hadden gehouden. Broedplekken, dat is over de muren kijken en vakjes afbreken. Investeren in stenen om organisaties en mensen te versterken. Vlaams Brussels weefsel nog dichter bij elkaar brengen. Ook fysiek. Om de uitdagingen van vandaag aan te gaan. Samen. Het zijn duurzame investering in organisaties die dagelijks het werk doen dat er echt toe doet: van jeugdwerk tot cultuur, met partners uit onderwijs en welzijn. Iedereen die de handen uit de mouwen wil steken om van Brussel nog een betere stad te maken om in te leven en te werken. Plekwerker Deze eerste versie van de Brusselse broedplekken is stilaan afgerond, maar toch is het eindpunt nog lang niet in zicht. Als ik één ding onthoud van het eindrapport van Architecture Workroom Brussels, is het dat het niet bij deze 12 broedplekken mag blijven. Daarom formuleerde de organisatie een reeks interessante aanbevelingen waar huidige en toekomstige beleidsmakers mee aan de slag kunnen – opdat de filosofie van de broedplekken wordt voortgezet in nieuwe infrastructuurprojecten in de stad. Elk project dat dit wil, kan in grote of kleine mate een broedplek zijn, maar om dat te kunnen realiseren is er nog werk aan de winkel. In ons richtlijnenkader van het Vlaams Brusselfonds hebben we de mogelijkheid gecreëerd om ook vandaag nog een aanvraag in te dienen om een nieuwe broedplek te creëren. Na het lanceren van de oproep blijven organisaties de kans krijgen om met steun van het Vlaams Brusselfonds in te zetten om intersectorale samenwerkingen in gedeelde infrastructuur. Eén aanbeveling van AWB is bijzonder interessant, omdat ze duidelijk de link legt tussen de bakstenen en de mensen op het terrein: het introduceren van ondersteunende broedplek-rollen zoals een plekwerker. Dat is iemand die zowel instaat voor de belangen van de gedeelde infrastructuur als voor de band tussen de verschillende organisaties die op dezelfde plek gehuisvest zijn. Zo’n plekwerker kan ook actief verbinding zoeken met de dynamieken en andere organisaties of mensen uit de wijk. Ik kijk uit naar wat de toekomst brengt voor deze 12 broedplekken en voor de vele andere organisaties die hun voorbeeld hopelijk zullen volgen. Dankjewel aan alle partners die zo enthousiast hun schouders onder dit ambitieuze project hebben gezet. In Brussel is meer dan ooit bewezen dat 1 plus 1 gelijk staat aan veel meer dan 2. Lees hier de aanbevelingen van AWB om in de toekomst nog broedplekken uit de grond te stampen in Brussel. Bekijk hier de foto's van het slotmoment in Broedplek Track:

  • 'Oud is niet out’: Cd&v Brussel lanceert ouderenplan

    Cd&v Brussel legt een ambitieus ouderenplan voor Brussel op tafel. De partij legt een pakket concrete maatregelen op tafel om Brussel meer af te stemmen op de noden en bezorgdheden van de oudere inwoners. Het plan omvat diverse thema’s, zoals werkgelegenheid, mobiliteit, eenzaamheid en digitalisering. In 2023 was 23% van de Brusselse bevolking ouder dan 55 en 13% ouder dan 65. Het aantal ouderen neemt bovendien toe. Ouderen worden bovendien vaak gezien als een last of een kost, zoals de factuur van de vergrijzing en pensioenkosten. De meerwaarde die ouderen kunnen hebben voor de samenleving en de economie, wordt vaak vergeten. Soms komt er zelfs discriminatie bij kijken. Zo wordt een 50-plusser die solliciteert in Europa het hardst gediscrimineerd van alle bevolkingsgroepen. Ook eenzaamheid en sociaal isolement, digitale uitsluiting en psychische problemen zijn reële problemen waarmee ouderen in Brussel geconfronteerd worden, en waar nu te weinig aandacht naartoe gaat. Daarom eist cd&v Brussel meer respect voor de ouderen in de stad. Generatie Ervaring is van onschatbare waarde voor de samenleving in de stad: denk maar aan de vele oudere vrijwilligers die het verenigingsleven draaiende houden of aan grootouders die kleinkinderen opvangen terwijl de ouders gaan werken. Het wordt dan ook hoog tijd dat de stad er ook is voor hen, en beter op hun noden wordt afgestemd. Benjamin Dalle, Vlaams minister van Brussel: “Brussel moet een ‘8 tot 80 stad’ worden. Een stad die goed is voor ouderen én jongeren, is een stad die goed is voor iedereen. Daar knelt in Brussel het schoentje. Voor oudere Brusselaars is dienstverlening enorm belangrijk, maar die is momenteel ondermaats. Geen bankkantoor in de buurt en een onbereikbare overheid: dat mogen we niet aanvaarden. Digitale dienstverlening is een goede zaak voor wie dat wil, maar we mogen niet uit het oog verliezen dat vele ouderen moeite hebben om in de digitale wereld hun plek te vinden.” Bianca Debaets, Brussels parlementslid: “We willen met deze studiedag vooral aantonen dat ‘oud’ en ‘out’ misschien wel hetzelfde klinken, maar absoluut geen synoniemen van elkaar zijn. Eens mensen een bepaalde leeftijd bereikt hebben, worden ze vaak in verschillende opzichten als overbodige ballast beschouwd of wordt er simpelweg plots quasi geen rekening meer gehouden met hun standpunten of bezorgdheden. Volledig onterecht natuurlijk, want hun ervaring en expertise is vaak zelfs van onschatbare waarde. Daar moet ook het beleid voldoende rekening mee leren houden, bijvoorbeeld door leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan met behulp van praktijktesten.” Het ouderenplan van cd&v Brussel bevat een zestigtalgrote en kleine maatregelen over diverse thema’s, stuk voor stuk gelinkt aan het dagelijks leven van senioren. De maatregelen worden gebundeld onder 7 essentiële pijlers: 1) Oud is niet out op de arbeidsmarkt - Praktijktesten tegen leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt - ‘Ouderengarantie’ bij Actiris: elke oudere werkzoekende moet op gesprek komen bij ACTIRIS en kijken hoe zijn of haar ervaring en competenties nog gebruikt kunnen worden. - ‘Grijs wordt zilver’: we koppelen ervaring aan opleiding en ontwikkeling. 50-plussers en pas gepensioneerde senioren moeten vlotter kunnen zij-instromen als leerkracht. Ook in andere sectoren kunnen ouderen hun ervaring inzetten als ‘mentor’ voor jongeren 2) Meer rustpunten in de stad - Een zitbank of rusthoek op 200 meter wandelafstand, overal in Brussel - Voetgangerscirkels die de belangrijkste voorzieningen met elkaar verbinden, bestaande uit aaneengesloten wandelroutes met de nodige rustpunten. - Tuinpremie voor eigenaars die geprivatiseerde groene ruimtes openstellen voor buurtbewoners. 3) Een geschikte woning voor elke leeftijd - Een eenvoudig wettelijk kader en ondersteuning voor intergenerationeel samenwonen van studenten en senioren - Bevorderen van de bouw van levensloopbestendige woningen, zoals het verplichten van maatregelen op vlak van toegankelijkheid bij appartementenbouw, zowel voor de gemeenschappelijke delen als de individuele woningen. - Gemeenschappelijke ruimtes en faciliteiten in wooncomplexen die de sociale interactie en het welzijn van ouderen bevorderen. 4) Voetgangers verdienen beter in Brussel - ¬Zorgen voor veilige oversteekplaatsen - Verhoogde haltes en liften. De opstap van roltrappen moeten worden verlengd en de snelheid, zo nodig, vertraagd. - Zie ook het voetgangersplan van cd&v Brussel. 5) Neen tegen alleen digitaal - Minstens één fysiek overheidsloket en één bankautomaat per wijk - Bereikbare basisdienstverlening, zoals een kleine buurtwinkel, politiekantoor of sociale dienstverleners. - Investeren in laagdrempelige digitale opleidingen op maat voor de oudere Brusselaar 6) Zorg voor elkaar en strijd opvoeren tegen eenzaamheid - We experimenteren met initiatieven die jong en oud verbinden. Denk maar aan het project Art.is.t.care, waarbij jonge kunstenaars een tijdelijke residentie vinden in woonzorgcentra en daar samen met de bewoners kunst en cultuur maken. - Opleidingen voor overheidsfunctionarissen die dichtbij de burger staan (zoals sociale werkers, wijkagenten en gemeenschapswachten) om signalen van vereenzaming op te vangen. - Betere ondersteuning voor mantelzorgers, bijvoorbeeld via een gewestelijke mantelzorgremie. 7) Van Evere tot Neerpede: we vergeten onze gemeenten ver van het centrum niet - Uitgebreid openbaar vervoersnetwerk, met hogere frequenties, dat ook de gemeenten verder van het stadscentrum niet in de steek laat. - Meer aandacht voor het onderhoud van de openbare ruimte in de Brusselse buitengebieden - De rand is niet de vuilbak van de stad. De buitengebieden zijn niet alleen bedoeld om er festivals te organiseren of gevangenissen te bouwen. Lees meer over deze en andere maatregelen in het plan in bijlage.

  • Startschot werkzaamheden de Hoge Rielen is gegeven

    Midden in de Kempense bossen, in een groene oase en in alle rust en stilte, vind je de Hoge Rielen. Op het natuurdomein vind je verblijfsgebouwen, kampeerfaciliteiten, hostel, theater, sporthal, sportvelden en een klimbos. Donderdag 25 januari geeft Vlaams minister van Brussel, Jeugd, Media en Armoedebestrijding Benjamin Dalle het startschot van fase 4a van het Masterplan van de Hoge Rielen. In het hartje van de Kempen, ligt de Hoge Rielen. Op het uitgestrekte domein vind je unieke slaapfaciliteiten en is er plaats voor onder andere sport en spel, educatie, kampeertochten en zelfs vergaderingen en vormingen. Een domein van 230 hectare vol groen, dat zijn maar liefst 345 voetbalvelden of meer dan twee miljoen vierkante meter natuur. Een groene oase waar iedereen welkom is. 4 nieuwe gebouwen en herinrichting middenweg Donderdag 25 januari 2024 legt Vlaams minister van Brussel, Jeugd, Media en Armoedebestrijding Benjamin Dalle de symbolische eerste steen van de nieuwe bouwwerken op de Hoge Rielen. De Vlaamse Overheid investeerde €10,7 miljoen euro in de uitvoering van de vierde fase van het Masterplan van de Hoge Rielen.  Als eerste neemt het bouwteam Gebouw 37 – Zonnebril, Gebouw 45 – Valk, Gebouw 47 – Ree en Gebouw 56 – Eekhoorn onder handen. Ze krijgen een totale make-over met focus op duurzaamheid, toegankelijkheid en beleving. Ook de centrale middenweg transformeert naar een trage, gastvriendelijke verbinding met pleintjes waar gasten en passanten elkaar kunnen ontmoeten. Vlaams minister Benjamin Dalle: "Investeren in kinderen en jongeren is ervoor zorgen dat er voldoende kwaliteitsvolle ruimte is waar ze zichzelf kunnen zijn, elkaar kunnen ontmoeten en kunnen ravotten met leeftijdsgenoten. Zo creëren we ruimte om kind en jong te zijn, vandaag en in de toekomst. De Hoge Rielen is een oase van rust, je kan hier even ontsnappen en genieten. Met deze bijkomende investering zorgen we voor een kwaliteitsimpuls, zodat onze eigen jeugdverblijven méér zijn dan mee met hun tijd." Gebouw 45 – Valk en Gebouw 56 – Eekhoorn wisselen van functie. Gebouw 45 – Valk, voormalig een polyvalente ruimte met kleine vergaderruimte wordt een verblijfsgebouw waar groepen tot 60 personen kunnen overnachten. Gebouw 56 – Eekhoorn, voorheen een verblijfsgebouw wordt verbouwd tot een gebouw met drie multifunctionele ruimtes, sanitair, keuken en barzone. De overige gebouwen behouden hun functie. Gebouw 37 – Zonnebril is de uitvalsbasis voor workshops van de educatieve dienst en bevat het sanitair van Kamp 37 – Zonnebril, het kampeerterrein voor individuele kampeerders en kleinere groepen. Gebouw 47 – Ree blijft een verblijfsgebouw voor 60 personen. Maatschap Architectenbureau Bart Dehaene - RAAMWERK tekende voor het ontwerp van de nieuwe gebouwen. In deze fase van het masterplan koos het ontwerpteam voor duurzame opties zoals ‘niet-bouwen’. Vierkante meters die je niet hoeft te bouwen, besparen energie. Zo hebben de nieuwe verblijfsgebouwen bijvoorbeeld geen gangen om de slaapkamers aaneen te schakelen. De slaapkamers komen rechtstreeks buiten uit. Directeur Bert Mellebeek: “Door de continue investeringen zorgt de Vlaamse overheid voor een functionele, waardevolle infrastructuur. Ontworpen en gebouwd voor kinderen en jongeren. We zijn verheugd dat een nieuwe fase van het masterplan van de Hoge Rielen gerealiseerd wordt.” IMPACT Kunstenaar Nick Steur laat donderdag 25 januari 2024 de ‘eerste steen’ vallen tijdens de performance IMPACT. Aan Gebouw 47 – Ree laat hij een zelfgemaakte steen van 3 ton van een hoogte van 30m naar beneden vallen. Met het loslaten van een enorm gewicht wordt de aandacht gericht op het onvermijdelijk onverwachte, dat ons achterlaat met een indruk. De steen blijft liggen en wordt geïntegreerd in het pleintje voor het gebouw. Zowel de voorbereiding van de inslag, het vallen van de steen, als de steen die permanent blijft liggen, zijn deel van het werk. Tijdens het startevent tonen ook jonge woordkunstenaars Esohe Weyden, Aline Verbeke en Ulrike Burki hun artistieke talent. Ze brengen mooie gedichten die een relatie aangaan met de natuur, het domein en de werking van de Hoge Rielen. Masterplan van de Hoge Rielen De verdere ontwikkeling van het domein gebeurt volgens het Masterplan, dat getuigt van een langetermijnvisie, van een relatie met het verleden én met het totale domein, met oog voor architectuur en natuur. Zo waken we erover dat het militaire, natuurlijke en pedagogische landschap behouden blijven. In 2022 was het tijd voor een nieuwe versie. De wereld staat immers niet stil. Vandaag werken we met een masterplan opgesteld door Studio Paola Viganò en MAARCH, waarin de Hoge Rielen het voortouw neemt op vlak van ecologie, mobiliteit, toegankelijkheid en duurzaamheid. Over de Hoge Rielen Eind jaren ’70 transformeerde de Hoge Rielen zich van militair domein tot een natuur- en educatief centrum met ruimte voor verblijf, avontuur en rust. Op het natuurdomein vind je tientallen gebouwen en kampeerfaciliteiten, een hostel, een theater, een sporthal met verschillende sportvelden en een klimbos.

  • MaZui, de vaste stek van Zinneke, krijgt verder vorm

    Met enige vertraging (remember Covid) opent het gerenoveerde productiecentrum MaZui van Zinneke vzw de deuren. Tegelijk kondigt Zinneke een tweede renovatiegolf aan, die dit najaar van start gaat. Een mijlpaal die zowel Zinnekes engagement voor cultuur als haar innovatieve benadering van duurzame ontwikkeling in de verf zet. Zinneke, bekend van de tweejaarlijkse Zinneke Parade, had lange tijd geen vaste stek in Brussel en kende een nomadisch bestaan. Na de Anspach-galerijen, de Kazernestraat, het Byrrh-gebouw en de Vilvoordsesteenweg, konden ze in 2013 eindelijk thuiskomen in de Masui-wijk, in de voormalige Drukkerij van de Fiscale Zegels; met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat het gebouw aankocht. Dankzij financiële steun van EFRO (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) en een projectoproep door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Europa kon de renovatie van het gebouw in 2018 beginnen (2 miljoen euro voor het totale werk, m.n. de ontwikkeling van 4000 m2 grondoppervlak) en dit onder leiding van Ouest architecten en Rotor. Sindsdien is MaZui het zenuwcentrum van de Zinneke Parade en staat de plek ook ter beschikking van andere Brusselse kunstenaars en verenigingen. De lokalen huisvesten grote multifunctionele ruimtes, een metaalatelier en 800m² "Stock MatOs". (Een recyclagecentrum dat werd opgericht om kunstenaars te ondersteunen en het hergebruik van materialen te promoten). De renovatie van het productiecentrum is een toonbeeld van innovatie en duurzaamheid en is volledig uitgevoerd volgens de principes van de circulaire economie.  Het project won onlangs de prijs 'Coup de coeur du Jury' op de Trophées Bâtiments Circulaires 2023 (Frankrijk). Bij de eerste renovatieronde konden bepaalde investeringen om budgettaire redenen niet meteen worden uitgevoerd.  Eind 2023 kende Vlaams minister van Brussel Benjamin Dalle via het Brusselfonds extra financiële steun toe (ongeveer 250.000 euro) om de toegankelijkheid van de zalen verder te verbeteren en het laatste gebouw van het blok, de Conciergerie, te renoveren.  Dit gebouw moet ‘de denkplek’ van het productiecentrum worden en het open karakter van MaZui nog versterken. Voor de inhoudelijke invulling rekent Zinneke op een 'mini-netwerk' (met onder meer Passa Porta, Zinnema, Transfocollect en RITCS Kunsthogeschool) voor de instroom en selectie van residenten. De focus van deze denkplek ligt op (jonge) makers die zich even moeten kunnen afzonderen om te brainstormen, te schrijven of klein manueel werk te verrichten. Net zoals bij de eerste renovaties wil Zinneke opnieuw de lokale tewerkstelling stimuleren. Een deel van de werken zal worden uitgevoerd door polyvalente medewerkers die Zinneke zelf in dienst neemt, zijnde personen die de Metaalopleiding van Zinneke gevolgd hebben en/of reeds ingeschakeld werden tijdens de EFRO-renovatieperiode. Deze manier van werken zorgt voor een gedeeld eigenaarschap van het gebouw, wat ook het Zinneke-project ten goede komt. De inhuldiging van dit centrum is een belangrijke mijlpaal voor Zinneke en symboliseert niet alleen een architecturale renaissance, maar ook een stap in de richting van een meer inclusieve en duurzame culturele toekomst. Leen De Spiegelaere, Algemeen Coördinator Zinneke: “Sinds het ontstaan in 2000, zet Zinneke in op verbinding. Met MaZui willen we dit nog versterken en Zinneke nog steviger verankeren in Brussel: niet alleen in de publieke ruimte, maar ook hier - in dit gebouw en in deze wijk, als productiecentrum voor de stad van morgen. Een uitdaging van jewelste die we met graagte omarmen, richting 2030 & beyond.” Vlaams minister van Brussel, Benjamin Dalle: “Met MaZui heeft Zinneke eindelijk een echte homebase in de stad verworven, een plek die bovendien ongetwijfeld voor een nieuwe, positieve dynamiek in de wijk zal zorgen. Met deze nieuwe renovatie zorgen we ervoor dat nog meer organisaties het hele jaar door terecht kunnen in Atelier MaZui, om er samen te broeden op nieuwe ideeën voor de stad. Organisaties die nauw samenwerken en over de muurtjes heen kijken, brengen een boeiende dynamiek op gang in de stad. Met dit mooie project draagt Zinneke daar toe bij.”

  • VRM wordt bevoegd voor controle op nieuwe Digital Services Act

    De Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) zal in Vlaanderen optreden als bevoegde autoriteit voor de controle op de Digital Services Act (DSA). Het Vlaams parlement keurde daarover woensdagmiddag een ontwerp van decreet van Vlaams minister van Media Benjamin Dalle goed. DSA is een Europese verordening die vanaf 17 februari van kracht is en die verantwoordelijkheid oplegt aan tussenhandeldiensten, zoals webhostingdiensten en sociale mediaplatformen. De VRM zal toekijken op de correcte naleving van de DSA en kan ook sancties, zoals boetes, opleggen. In april 2022 bereikten de Europese regelgevers een akkoord  over de Digital Services Act. Die stelt paal en perk aan het gebrek aan verantwoordelijkheid voor tussenhandeldiensten, zoals een Meta en YouTube. Deze online platformen moeten volgens de DSA onder meer: Transparanter zijn over hun algoritmes en de manier waarop ze content rangschikken. Verantwoordelijkheid nemen voor de content die op hun platformen wordt geplaatst en de schade die deze content kan veroorzaken. Illegale content zoals kinderpornografie, terrorisme en haatzaaiende taal snel verwijderen. Desinformatie bestrijden en ervoor zorgen dat gebruikers toegang hebben tot betrouwbare informatie. De privacy van hun gebruikers beschermen en ervoor zorgen dat hun gegevens niet worden misbruikt. De DSA verplicht ook het opzetten van interne klachtenafhandelingssystemen. Vroeger kon een platform content verwijderen zonder dat de uploader van de content er iets tegen kon inbrengen. De DSA legt daarvoor nu procedures vast en introduceert een beroepsmogelijkheid. De verordening treedt op 17 februari automatisch in werking in Vlaanderen. Het goedgekeurde Vlaamse decreet bepaalt dat in Vlaanderen de VRM de bevoegde autoriteit is om de naleving van de DSA te controleren  voor alle mediadiensten die aan de DSA onderworpen zijn. Daar is ook een sanctierecht aan verbonden: bij niet-naleving van een verplichting uit de DSA kan de VRM een geldboete opleggen tot maximaal 6% van de wereldwijde omzet van de het bedrijf. VRM zal onder meer optreden tegen spelers die: Illegale content niet offline halen. Geen toegankelijke algemene voorwaarden opstellen. Niet rapporteren over hun inhoudsmoderatie. Meldingen van trusted flaggers niet prioritair behandelen. “Deze Digital Services Act zal een grote verandering teweegbrengen in ons online medialandschap, want dit wijst de tussenhandeldiensten op hun verantwoordelijkheden”, zegt Vlaams minister van Media Benjamin Dalle. “Stilaan dringt het door dat deze partijen, denk maar aan sociale mediaplatformen, een grote impact hebben op de democratie en de burgers. Tot nu toe hielden ze vast aan de stelling dat ze louter een doorgeefluik voor content zijn, maar dat volstaat niet meer. Met de aanduiding van de VRM als bevoegde autoriteit, kunnen we verzekeren dat we ook in Vlaanderen nauwlettend zullen toekijken op de correcte naleving van de DSA.”

  • Noodopvang voor asielzoekers in jeugdcentra (750 plaatsen) wordt komende weken afgebouwd

    Verschillende Vlaamse jeugdcentra stelden de afgelopen maanden hun deuren open voor noodopvang voor gezinnen en kinderen. Alle centra samen zorgden voor ongeveer 750 noodopvangplaatsen. De plaatsen worden de komende weken zoals voorzien terug afgebouwd. Vanaf het voorjaar zijn de centra weer volgeboekt voor jeugdwerk. In september sloegen Vlaams minister van jeugd Benjamin Dalle en staatssecretaris voor asiel en migratie Nicole de Moor de handen in elkaar om tijdelijke noodplaatsen te organiseren voor de opvang van asielzoekers. In het najaar ligt de instroom van asielzoekers altijd hoger en staatssecretaris de Moor maakt er een absolute prioriteit van om voldoende opvang te hebben voor alle gezinnen en kinderen. Daarvoor lanceerde ze een Winterplan. Nicole de Moor: “Heel veel respect voor de jeugdsector en grote dank aan minister Dalle. Met de bijdrage van het jeugdwerk hadden we de afgelopen maanden broodnodige extra plaatsen om gezinnen en kinderen op te vangen. We blijven ook de komende tijd met de regering werken aan opvangplaatsen want de opvangcrisis is niet voorbij. Fundamenteel hebben we een ander migratiesysteem nodig in Europa om te vermijden dat mensen die geen bescherming nodig hebben in de asielprocedure terecht komen. Daar zet ik de komende maanden met het Belgische EU-voorzitterschap op in.” Benjamin Dalle: “De jeugdsector stond meteen klaar om te helpen toen we hen die vraag stelden. Ik ben hen daar bijzonder dankbaar voor. De voorbije maanden hebben tal van organisaties en vrijwilligers hun verantwoordelijkheid genomen in een urgente crisis, zonder dat dit ten koste ging van het gewone jeugdwerk. De jeugdsector heeft er zo mee voor gezorgd dat gezinnen en kinderen op de vlucht een dak boven hun hoofd hadden.” Dalle stelde in september meteen ongebruikte ruimtes op drie sites die eigendom zijn van de Vlaamse overheid ter beschikking. Twee jeugdcentra in Beersel (Destelheide en Hanenbos, goed voor 60 plaatsen) en het domein van de Hoge Rielen in Kasterlee (124 plaatsen). Daarnaast lanceerde minister Dalle een oproep via het Centrum voor Jeugdtoerisme (CJT), om te bekijken welke mogelijkheden er waren bij de uitbaters van private jeugdverblijven. Tal van jeugdverblijven reageerden positief op die oproep. Uiteindelijk werden zeven jeugdcentra gebruikt voor de noodopvang van gezinnen en kinderen, goed voor 310 plaatsen. Het gaat om centra in Mesen, Heuvelland, Merelbeke, Zele, Bekkevoort, Oudsbergen en Kinrooi. Het ging steeds om kleinschalige opvang, gekoppeld aan een opvangcentrum in de buurt. Tot slot werd ook opnieuw tijdelijke opvang georganiseerd in jeugdverblijfcentrum de Horizon in Bredene, goed voor 260 plaatsen, en in jeugdcentrum Heidepark in Waasmunster ingezet (40 plaatsen voor een periode van één maand). De precieze beschikbaarheid verschilde telkens van jeugdcentrum tot jeugdcentrum. Opvangplaatsen werden ingericht op momenten dat de centra niet gebruikt werden voor jeugdwerk. Het jeugdwerk is op geen enkel moment stopgezet, want in de wintermaanden waren er sowieso minder activiteiten gepland. Vanaf de krokusvakantie vinden er opnieuw meerdaagse jeugdwerkactiviteiten plaats, zoals de eerste vormingsweken. In de paasvakantie staan er opnieuw jeugdvakanties voor kinderen en jongeren op de planning. Daarom worden de opvangplaatsen de komende weken geleidelijk afgebouwd. De resterende bewoners worden dan overgebracht naar opvangcentra in de buurt.

  • Een vernieuwde thuis voor vzw Pigment

    De Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie investeren ongeveer 350.000 euro in de renovatie van het hoofdkwartier van vzw Pigment in Brussel, een Vereniging Waar Armen het Woord Nemen. De vernieuwing moet het gebouw toegankelijker en gebruiksvriendelijker maken. Vzw Pigment is één van de acht Brusselse Verenigingen Waar Armen het Woord Nemen (VWAWN) die worden erkend en ondersteund door de Vlaamse Gemeenschap en de VGC. Pigment ondersteunt mensen die zich in een precaire verblijf- en/of woonsituatie bevinden. Het gaat over een diverse groep mensen met verschillende achtergronden, migratieverhalen, verblijfsstatuten, ambities en toekomstperspectieven, maar die allemaal te maken krijgen met armoede, onrecht en sociale uitsluiting. Pigment bouwt samen met deze groep aan een veilige ruimte voor dialoog en ontmoeting, door vorming, sensibilisering en politieke actie. De vereniging biedt ook basisactiviteiten aan zoals juridische advisering, infosessies, participatieve voedselbedeling, opvang van eenoudergezinnen, en een gratis kledingwinkel. Pigment is gevestigd in de Oppemstraat in Brussel, en heeft voor dit pand een huurovereenkomst die loopt tot 2049. Vanwege de slechte hygiënische en energetische staat van het gebouw en de inefficiënte inrichting, dringt een renovatie zich op. Deze verbouwing en herinrichting moet het gebouw aanpassen aan de comforteisen van deze tijd en ook voor een betere indeling van het pand zorgen. Vooral het gelijkvloers van het gebouw wordt fors aangepakt. De toegang tot het gebouw bestaat momenteel uit een lange, donkere gang, die leidt naar het onthaal dat achteraan weggestopt zit. De verbouwing zal toelaten de beschikbare ruimte efficiënter in te delen en het onthaal te optimaliseren. Er worden muren weggehaald, waardoor er meer licht wordt binnengetrokken. Verschillende technische ingrepen moeten problemen als warmteverlies en vochtproblemen oplossen. Langs de muur van deze nieuwe ruimte komt een op maat gemaakte kastenwand met veel opbergruimte en met geïntegreerde zithoekjes voor gesprekken met de sociaal werkers. Het meubilair biedt ook ruimte aan digitale werkplekken, oplaadpunten of mogelijk een solidaire frigo met voedseloverschotten. De verouderde sanitaire ruimte wordt verplaatst, waardoor er in de onthaalruimte meer plek vrijkomt. Die ingreep laat eveneens toe het beschikbare sanitaire aanbod uit te breiden met meer toiletten en douches. Dat is belangrijk, want er is in Brussel een groot tekort aan plekken waar personen in precaire situaties een douche kunnen nemen. Er komen ook een nieuwe keuken en ontspanningsruimte met zetels, waar bezoekers kunnen onthaald worden door de sociaal werkers. En de verbouwing zal ervoor zorgen dat de verschillende ruimtes meer in verbinding staan met elkaar. De Vlaamse regering trekt 249.000 euro uit voor de renovatie. 101.416,32 euro komt van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, vzw Pigment verkreeg 16.162 euro klimaatsubsidies van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA). De eigenaar van het gebouw, Huis van Vrede vzw, investeert 50.000 euro. Ronnie Tack, coördinator bij Pigment: “Onze lokalen vormen de thuisbasis voor een hele groep mensen in een precaire verblijfssituatie die zich op allerlei manieren ontheemd en in de steek gelaten voelen. Ze verdienen het dan ook om ontvangen te worden in een waardige en gezonde omgeving. Het bieden van die basisvoorzieningen aan mensen die dag in dag te kampen hebben met afwijzing en uitsluiting is een vereiste om een verbinding te maken en samen een weg af te leggen. Dat doen we door volop in te zetten op het voorzien van correcte en volledige informatie, en na te denken over zinvolle toekomstperspectieven. Maar bovenal zetten we de ervaringsdeskundigheid van onze bezoekers in om structurele oorzaken van armoede en maatschappelijke uitsluiting aan te kaarten. Zij zijn de échte experts. Hiermee ijveren we, altijd samen, voor een correcte beeldvorming en een betere toegang tot grondrechten.” Vlaams minister van Brussel en Armoedebestrijding Benjamin Dalle: “Het werk van Pigment is ongelofelijk belangrijk voor mensen in armoede, omdat ze in organisaties als deze echt een stem krijgen. Om die reden besliste ik in 2023 over een structurele verhoging van de middelen voor de Verenigingen Waar Armen het Woord Nemen. Om ervoor te zorgen dat de mensen die bij Pigment over de vloer komen zich hier ook echt thuis voelen, is het belangrijk dat ze terecht kunnen in een uitnodigend, duurzaam en goed ingericht gebouw. Bovendien maakt de renovatie het mogelijk om de ruimtes ook te delen met andere organisaties. Dankzij deze investering in stenen, investeren we opnieuw in mensen.” VGC-Collegevoorzitster bevoegd voor Welzijn Elke Van den Brandt: “Pigment begeleidt mensen zonder wettig verblijf, thuislozen en andere Brusselaars die in een heel precaire situatie leven. Pigment biedt hen een ruimte waar ze veilig zijn. Het is een nieuw startpunt waar er naar hen geluisterd wordt, waar er mét hen gewerkt wordt aan oplossingen, aan sensibilisering en beeldvorming. Ik ben erg blij dat we met de VGC er mee voor kunnen zorgen dat ze voortaan dat essentieel werk vanuit een functionele, duurzame en goed ingerichte uitvalsbasis kunnen doen. Een plaats die meer waardigheid geeft aan deze geweldige organisatie én aan de mensen die er over de vloer komen.”

  • Project Homaar opgestart in Brussel

    De hulpverlening aan jongeren tussen 15 en 23 jaar via het project Homaar is begin oktober in Brussel gestart. Vlaams ministers Hilde Crevits en Benjamin Dalle hebben daar de nodige middelen voor voorzien. Homaar biedt jongeren die het psychisch moeilijk hebben een gespecialiseerd dagprogramma aan, zonder lange wachtlijsten. Het aanbod wordt georganiseerd door de vzw Villa Omaar. Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits en Vlaams minister van Brussel Benjamin Dalle investeren hiervoor 708.200 euro. “De druk op de crisisopvang en –begeleiding in de jeugdhulp is momenteel groot. We investeren 100 miljoen euro extra om die druk te verlichten, op korte en middellange termijn. Daarvoor kijken we ook naar innovatieve projecten. Het project Homaar is daar een voorbeeld van. Jongeren gaan aan de slag in creatieve ateliers in een laagdrempelige, huiselijke en warme sfeer. Zo werken we sterk preventief aan mentaal welzijn. Met de Vlaamse steun breiden we het aanbod de komende twee jaar uit naar Brussel en naar elke Vlaamse provincie.” - Hilde Crevits “Ook voor Brusselse jongeren kan het project Homaar bijzonder waardevol zijn, vanwege de grote preventieve kracht van dit initiatief. We moeten mentaal kwetsbare jongeren tijd en ruimte geven om hun zelfbeeld op te krikken, om hen opnieuw te motiveren en te stimuleren. Dankzij Homaar (her)ontdekken de jongeren hun talenten en staan ze sterker. Thuis, op school, en later ook op de arbeidsmarkt. Het is voor mij dan ook uiterst belangrijk om te blijven investeren in projecten die inzetten op het mentaal welbevinden van jongeren en in organisaties die in hen geloven.” – Benjamin Dalle Homaar is een groeiplek voor jongeren die zich niet goed in hun vel voelen, voor jongeren die onzeker, verdrietig, neerslachtig of kwaad zijn. Het gaat vaak over jongeren die geïsoleerd zijn, zich in een situatie bevinden die al naar een crisis neigt en nood hebben aan een intensief traject. Homaar is laagdrempelig en toegankelijk en vult vanuit preventief oogpunt een hiaat op tussen ambulante (gespreks)therapie en residentiële opnames in de psychiatrie. In kleine groepen van maximaal 6 jongeren wordt een dagprogramma van twee weken aangeboden. Er is een divers aanbod van ateliers, afgestemd op de jongeren en op hun ritme. Er is intensieve psychologische begeleiding met aandacht voor preventie, laagdrempeligheid en voor versterking van het eigen netwerk van de jongere. Na die twee weken wordt gekeken wat de jongere nog nodig heeft, samen met de ouders, hulpverleners of anderen. In 2022 kon 48% van de jongeren binnen de twee weken aan een traject starten, 82% van de jongeren kon dat binnen de maand. De werking gebeurt voor Oost-Vlaanderen nu al in Wetteren en voor de provincie Antwerpen in Boechout en in oktober was er de start in Brussel. In Brussel is Homaar op recordtijd ingebed in het aanbod van lokale partners. Die ondersteunen bij de toeleiding en het inschatten van de financiële haalbaarheid, ook voor de meest kwetsbare jongeren. Met de opstart van nieuwe plekken is er een ruimer aanbod en zullen jaarlijks 450- tot 500 jongeren op begeleiding van een team professionals met expertise binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie kunnen rekenen. De ambitie is om met de extra middelen elke week op minstens één van de groeiplekken een traject te kunnen starten. Belangrijk is ook dat Homaar samenwerkt met de Overkophuizen in Vlaanderen. In een Overkophuis kan je als jongere tot 25 jaar gewoon binnen en buiten lopen voor activiteiten, een luisterend oor of professionele therapeutische hulp. Momenteel zijn er 34 Overkophuizen in Vlaanderen en Brussel. Minister Crevits voorziet in investeringen om volgend jaar nog eens 18 Overkophuizen te realiseren. Ontdek hier meer over Homaar in Brussel.

  • European Media Freedom Act: belangrijke mijlpaal voor de persvrijheid en het pluralisme in de mediasector

    De ambassadeurs van de EU-lidstaten stelden vrijdag vast dat er een gekwalificeerde meerderheid is voor de definitieve compromistekst van de European Media Freedom Act (EMFA). Deze verordening is een belangrijke mijlpaal in het beschermen van de diversiteit en onafhankelijkheid van de media in de Europese Unie. De European Media Freedom Act (EMFA) is een antwoord op de toenemende bezorgdheid in de EU over de politisering van de media en het gebrek aan transparantie over media-eigendom. De verordening zorgt voor een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en zet in op het verhogen van de persvrijheid. Zo komen er maatregelen om journalisten en mediaorganisaties te beschermen tegen politieke inmenging. Het wordt voor de mediabedrijven ook eenvoudiger om over de binnengrenzen van de EU heen te werken. De burgers moeten te allen tijde toegang hebben tot vrije en pluriforme informatie. Het is aan de lidstaten om de voorwaarden en het kader voor het verzekeren van dit recht te bepalen. Benjamin Dalle, voorzitter van de Raad van de Europese ministers bevoegd voor Media (EYCS): “Vandaag is een mijlpaal voor de mediavrijheid en het pluralisme in de EU. Deze nieuwe verordening zal journalisten en hun bronnen beschermen en burgers in staat stellen geïnformeerde beslissingen te nemen op basis van pluriforme en onafhankelijke informatie.” EMFA in een notendop Vier doelstellingen staan voorop in EMFA: Het bevorderen van grensoverschrijdende activiteiten en investeringen in mediadiensten. Het verbeteren van de samenwerking en convergentie op regelgevingsgebied. De levering van mediadiensten van hoge kwaliteit vergemakkelijken. Zorgen voor een transparante en eerlijke toewijzing van economische middelen. Zo wordt in EMFA bepaald dat de lidstaten de effectieve redactionele vrijheid en onafhankelijkheid van aanbieders van mediadiensten moeten respecteren. Het is de autoriteiten van de lidstaten verboden zich te mengen in of trachten te beïnvloeden van redactionele beslissingen. De lidstaten moeten verzekeren dat journalistieke bronnen en vertrouwelijke communicatie effectieve bescherming genieten. Daarnaast moeten de lidstaten ervoor zorgen dat burgers toegang hebben tot een veelheid van redactioneel onafhankelijke media-inhoud. Ze moeten de redactionele en functionele onafhankelijkheid van publieke media waarborgen, bijvoorbeeld door leden van de raad van bestuur en ‘head of management’-functies te benoemen via transparante, open, effectieve en niet-discriminerende procedures. Om de onafhankelijkheid van de media te beoordelen, zal de EMFA alle media, inclusief micro-ondernemingen, verplichten om in een nationale databank informatie te publiceren over hun directe en indirecte eigenaars, inclusief of ze direct of indirect eigendom zijn van de staat of een overheidsinstantie. De EMFA voorziet ook in een systeem dat ervoor moet zorgen dat inhoudsmoderatie uitgevoerd door zeer grote onlineplatformen (de zogenaamde) VLOP's, geen negatieve invloed kan hebben op de vrijheid van de media. Dit om te vermijden dat mediabedrijven hun media-inhouden zonder grondige reden verwijderd zien worden van grote onlineplatformen. De aanbieders van mediadiensten zullen op de hoogte worden gebracht indien de VLOP van plan is hun inhoud te verwijderen of te beperken in zichtbaarheid, op grond van strijdigheid met hun algemene voorwaarden. Daaropvolgend en voorafgaand aan de effectieve verwijdering of beperking in zichtbaarheid beschikt de desbetreffende aanbieder van de mediadienst over een termijn van 24 uur om te reageren (kortere termijn in geval van crisis). Om mediamarktconcentratie tegen te gaan moeten de lidstaten voorschriften in hun nationale wetgeving opnemen, die voorzien in een beoordeling van concentraties op de mediamarkt die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het mediapluralisme en de redactionele onafhankelijkheid. Lees hier een samenvatting van de verschillende bepalingen in EMFA. Lees hier meer over de achtergrond van EMFA en de volgende stappen.

  • Brussels Gewest moet dramatische situatie bij Vivaqua kordaat aanpakken

    De Brusselse riolen verkeren in een dramatische toestand en waterbedrijf Vivaqua kampt met meer dan een miljard euro schulden. Voor Benjamin Dalle, lijsttrekker voor cd&v in het Brussels parlement, is de boodschap duidelijk: het Brussels Gewest moet bevoegd worden voor Vivaqua, en moet vooral fors investeren in het riolennet. Water. Niets is zo belangrijk als water. Het goed onderhouden en beheren van ons rioleringsstelsel moet een kerntaak zijn van de Brusselse overheid. Jammer genoeg blijkt uit een schrijnende blik op de financiële gang van zaken bij Vivaqua, dat er niet wordt voldaan aan deze kerntaak. Er stroomt nog wel water uit de kraan, maar Vivaqua kan de watervoorziening enkel garanderen door het onderhoud van de riolen naar het achterplan te schuiven. De toestand van ons rioleringsstelsel, op sommige plekken meer dan 100 jaar oud, gaat er zienderogen op achteruit. Ongeveer 220 kilometer van het Brusselse rioleringsnet verkeert in zeer slechte staat, vorig jaar werd welgeteld 14 kilometer daarvan gerenoveerd. Keren we terug naar de Middeleeuwen? Toen er geen afwateringssystemen waren om het afvalwater op een efficiënte en veilige manier af te voeren, en ziektes en epidemieën als gevolg daarvan welig tierden? Het ontbreekt onze beleidsmakers duidelijk aan visie en moed om deze kostbare ondergrondse bouwconstructies te onderhouden. Het lijkt een probleem waarvoor je misschien wel de ogen kan sluiten – wat onder de grond gebeurt, zien we niet – maar dat is geen reden om het rioleringsbeleid onder de mat te vegen. Brusselaars merken nu al de gevolgen van de aanhoudende malaise bij Vivaqua. Aanslepende IT-problemen zorgden ervoor dat vele gezinnen geen waterfactuur in de bus krijgen, of slechts zeer laattijdig. En zo goed als maandelijks duikt er wel eens een zinkgat of wegverzakking op in een Brusselse straat. Gemeenten of gewest? De enorme schuldenberg van Vivaqua moet aangepakt worden. Vivaqua had eind 2022 voor het eerst meer dan een miljard euro schulden. Eind vorig jaar was dat naar schatting al meer dan 1,066 miljard euro, of driemaal de jaaromzet. Daarom is het belangrijk om de toestand bij Vivaqua verder in kaart te brengen. Zo zou de kostenstructuur per waterteller hoger zijn dan bij andere watermaatschappijen. Ook de payroll is groter dan bij andere watermaatschappijen. Een doorlichting door het Rekenhof kan duidelijkheid scheppen. Ook het beheer van het rioleringsnet is een groot probleem. Sinds 2011 hebben al de Brusselse gemeenten het beheer van hun rioolnet toevertrouwd aan de intercommunale Vivaqua. Deze kwestie is een typische illustratie van het bevoegdhedenprobleem in Brussel, met verschillende instanties die naar elkaar kijken en er uiteindelijk niets gebeurt. De gemeenten zijn bevoegd voor Vivaqua, maar hebben de voorbije jaren duidelijk onvoldoende geïnvesteerd in het rioolnet. Daarom wordt het hoog tijd dat het Brussels Gewest onze watervoorziening, riolenstelsels en afvalwaterbeheer in handen neemt. Schaf intercommunales zoals Vivaqua af. Die hebben in een stadsgewest als Brussel geen enkele zin en zorgen alleen voor een nodeloze verhoging van de complexiteit. Maak het Gewest verantwoordelijk voor de coördinatie en de financiering. Minister Maron gaf eerder al aan daar geen voorstander van te zijn. Liever gaat hij enige eigen verantwoordelijkheid uit de weg en laat hij het aan de gemeenten over om te moeten vaststellen dat de put leeg is. Waar is de Brusselse daadkracht? Brussel verdient beter bestuur dan dat. Voorzie in een deftige financiering, inclusief een inhaalbeweging voor de infrastructuur. Die financiering moet vergezeld gaan van een echte ‘Water Deal’ waarbij een rioleringsplan Brussel onmiddellijk klaar maakt voor de gevolgen van de klimaatverandering. Denk maar aan: regenwater vasthouden waar het valt, zorgen waar mogelijk voor gescheiden afvoer van regenwater en rioolwater en het netwerk van waterlopen, regenwaterbekkens en dergelijke beter op elkaar afstemmen. Een goed rioolstelsel hangt ook samen met het verbeteren van de waterkwaliteit in pakweg de Zenne of het kanaal. Zal dit geld kosten? Natuurlijk. Het is aan de volgende Brusselse regering om keuzes te maken. Er dringt zich een heus kerntakendebat op. Eén zaak staat vast: drinkwater voorzien en riolen onderhouden is een kerntaak van een overheid. Tijd om er nu ook echt werk van te maken en orde te scheppen in deze chaos.

  • Cd&v Brussel maakt zes nieuwe kandidaten bekend voor de verkiezingen van 9 juni

    Cd&v Brussel maakt zes nieuwe kandidaten bekend voor de verkiezingen van 9 juni. Met deze nieuwe gezichten op de lijsten voor het Brusselse, Vlaamse en federale parlement kiest cd&v in Brussel voor een combinatie van vernieuwing, diversiteit en ervaring. OKAN-coördinator Ana Maria Osorio Gil staat op de tweede plaats op de cd&v-lijst voor het Brussels parlement. De jonge ondernemer Wassim Essebane neemt plaats drie voor zijn rekening. Beide kandidaten illustreren de kracht van het Nederlandstalige netwerk in Brussel. Eerder was al bekendgemaakt dat Vlaams minister Benjamin Dalle de lijst trekt. Op de lijst voor het Vlaams parlement krijgt Bianca Debaets het gezelschap van Georges de Smul (lijstduwer) en Kristine Bormans (eerste opvolger). Advocaat Renaud Vercaemst staat bij de federale verkiezingen op de derde plaats van de gemeenschappelijke lijst van Les Engagés en cd&v. Mathilde Vermeire is tweede opvolger op de kamerlijst. Vier van deze zes nieuwe kandidaten stonden nooit eerder op een kieslijst. Bovendien kiest de partij voor inhoudelijke verbreding en weerspiegelen de kandidaten de diversiteit die Brussel rijk is. De kandidaten hebben een duidelijk verschillende achtergrond – gaande van leerkracht tot ondernemer of advocaat – maar delen alvast één eigenschap: een uitgesproken engagement voor Brussel. Met deze duidelijke keuze voor vernieuwing wil cd&v een trendbreuk realiseren. De christendemocraten willen in 2024 sterk vooruit gaan in Brussel. “Deze keuze voor nieuwe gezichten toont aan dat Brussel bruist van het talent. Ik ben fier op deze sterke en diverse ploeg. De ongelofelijke diversiteit aan getalenteerde en geëngageerde mensen is de grote kracht van de stad”, zegt Benjamin Dalle, lijsttrekker voor het Brussels parlement. “Met deze vernieuwing zijn we klaar voor deze belangrijke verkiezingen in Brussel. Brusselaars willen een beter bestuur voor Brussel. Cd&v kiest daarbij niet voor de simpele recepten zoals sommige populistische partijen of politici, maar wel voor degelijkheid en redelijke oplossingen om de vele problemen waar Brussel voor staat aan te pakken. Steeds met respect voor de Brusselaar en hun engagement: wat de Brusselaar mee kan oplossen, moet de politiek niet alleen willen doen.” Bianca Debaets, lijsttrekker voor het Vlaams parlement: “We kunnen rekenen op een mooie mix van enerzijds jong talent dat voor het eerst richting de kiezer trekt, maar anderzijds ook van ervaren krachten en 65-plussers. Het is belangrijk dat we die laatste groep ook voldoende kansen blijven geven. Ze zijn misschien wel al een dagje ouder, maar daarom niet ‘out’. Eén ding hebben al deze namen op deze lijst – inclusief mezelf – allemaal gemeen: een onvoorwaardelijke liefde voor Brussel en het engagement om ons prachtige stadsgewest zo goed mogelijk te vertegenwoordigen. Daar kijken we alvast reikhalzend naar uit.” De nieuwe kandidaten in een notendop Brussels parlement 2: Ana Maria Osorio Gil (35) wordt de nummer twee op de cd&v-lijst voor het Brussels parlement. Ze kwam als 14-jarige uit Colombia toe in Brussel. Ze leerde haar eerste woordjes Nederlands als één van de eerste generatie OKAN-studenten in het Sint-Guido-Instituut in Anderlecht. Zij studeerde af aan het Maria-Boodschaplyceum en haalde na een bachelor toegepaste taalkunde aan de VUB een master aan de KULeuven in de literatuur en taalkunde. Vandaag woont ze met haar partner en twee kinderen in Vorst. Ana Maria doet niets liever dan kennis doorgeven aan anderen. De voorbije 10 jaar gaf ze het Nederlands dat ze zelf leerde door aan andere nieuwkomers en ondertussen is ze OKAN-coördinator in Don Bosco Brussel. In haar dagelijkse leven zet ze sterk in op verbinding en communicatie die volgens haar de sleutels zijn voor een betere samenleving. 3: Wassim Essebane (26) woont in Sint-Agatha-Berchem en is een geboren en getogen Brusselaar. Hij volgde de richting economie-wiskunde in het Sint-Jan Berchmanscollege. Nadien studeerde hij een bachelor handelsingenieur aan de VUB en vervolgens nog een master Business Engineering en een master Business Administration aan de KU Leuven. Naast zijn studies nam hij heel wat sociale engagementen op. Zo was hij actief bij A Seat At The Table en was hij mentor bij Debateville. Als zoon van zelfstandigen in Brussel is hij gebeten door ondernemen en stampte hij al verschillende initiatieven uit de grond. Vandaag is hij digital marketing freelancer. Hij zal de derde plaats innemen bij de christendemocraten voor het Brussels parlement. Vlaams parlement 6 (lijstduwer): Georges De Smul (77) wordt de christendemocratische lijstduwer in kieskring Brussel voor het Vlaams Parlement. Hij is een gepensioneerde handelaar, was 6 jaar OCMW-raadslid en nu al 30 jaar gemeenteraadslid in Sint-Lambrechts-Woluwe. Hij wordt de vijftiende keer dat hij opkomt bij een verkiezing. Hij is vandaag een echte beroepsvrijwilliger en is stichter, voorzitter en actief geëngageerd bij tal van sociale verenigingen. In 2016 schreef hij een boek “Een ode aan de vrijwilligers”. Hij loopt ook regelmatig voor het goede doel. Zo liep hij in totaal al 125 marathons, 230 halve marathons en nam hij ook 41 keer deel aan de 20 kilometer door Brussel. 1e opvolger: Kristine Bormans (57) is afkomstig uit Beveren-Waas en woont sinds 1996 in Ganshoren. Na haar studies van Bachelor in de Verpleegkundige en Master in het  Beleid van Gezondheidsinstellingen, kon ze in de Brusselse Europaziekenhuizen aan de slag. Eerst als Verpleegkundig Diensthoofd, daarna als verantwoordelijke voor de aankoop en nieuwbouw. Vandaag is ze werkzaam als Manager Aankoop en Logistiek in een middelgroot Vlaams-Brabants ziekenhuis. Als speerpunten wil Kristine inzetten op gezondheidszorg in de brede zin en op onze jeugd, hun onderwijs en hun welzijn. Ze wil samen met hen werken aan hun toekomst. Hierbij komen belangrijke thema's als duurzaamheid en klimaat zeker mee aan bod. Al 11 jaar is ze actief als OCMW-raadslid in Ganshoren. Daar ondervindt ze het belang van goed bestuur. Ze vindt het belangrijk om als geëngageerd politica mee het verschil te maken. Federaal parlement 3: Renaud Vercaemst (36) uit Sint-Pieters-Woluwe wordt de eerste CD&V’er op de gezamenlijke kamerlijst met Les Engagés. Hij zal op plaats drie staan. Renaud is afkomstig uit Roeselare en studeerde rechten aan de KU Leuven. Hij staat bekend als een uitmuntend redenaar. Nadat hij werkzaam was bij enkele gerenommeerde advocatenkantoren, richtte hij samen met een vennoot een eigen advocatenkantoor op in Brussel. Intussen woont hij ook meer dan tien jaar in Brussel, vandaag vlakbij Montgomery. Renaud is een fervente fietser en een enthousiaste podcastmaker. Als strafpleiter kent hij de justitiewereld goed en ziet hij vanuit de praktijk hoe grootsteden zoals Brussel voor bijzondere uitdagingen staan zoals de strijd tegen de georganiseerde misdaad, drugscriminaliteit en fraude. Een goede werking van justitie en politie vormt de prioriteit in zijn campagne. 2e opvolger: Mathilde Vermeire (28) uit Brussel-Stad wordt aangewezen als tweede opvolger op de kamerlijst.  Na ervaring te hebben opgedaan in China, Engeland en Frankrijk, kwam ze 3 jaar geleden terug naar België om mee te werken aan het federale Vivaldi- project als adviseur duurzame Financiën op het kabinet van Vincent Van Peteghem. Haar werkervaring en studies in duurzaamheid en sociale innovatie, gecombineerd met studies in internationale handel, maken dat ze deze thema's met toewijding en expertise opneemt.  Ze is zeer sportief, met frisbee in clubverband als laatste ontdekking. Door haar verblijf in diverse wereldsteden erkent zij niet alleen de beperkingen, maar vooral ook de kansen van Brussel en België. Haar inzicht, verworven achter de schermen van de federale regering, in combinatie met een scherp oog voor duurzaamheid, motiveert haar om zich volledig in te zetten in deze campagne om deze kansen verder uit te werken en opnieuw op de voorgrond te brengen.

  • Nieuw project helpt scholen om armoedebewust kostenbeleid te voeren

    Scholen zijn een belangrijke schakel in de strijd tegen armoede. Daarom investeert Vlaams minister van Armoedebestrijding Benjamin Dalle forst in de uitbreiding van de werking van vzw Krijt, dat vandaag al scholen begeleidt rond de armoedeproblematiek. Het nieuwe project van Krijt heet ‘Van A tot Z: Van Aartselaar tot Zelzate: gemeente en scholen zorgen voor kansrijk onderwijs voor Aaron en Zulma’, en laat de organisatie toe om ook lokale besturen te betrekken en te werken aan een overkoepelende aanpak van de onderwijskosten. Voor gezinnen in armoede telt elke euro dubbel. Ook de onderwijskosten van de kinderen zijn een kostenfactor die liefst zo veel mogelijk beperkt wordt. Daarom is het belangrijk dat scholen daarbij stilstaan en zoveel mogelijk een armoedebewust kosten-en onderwijsbeleid voeren. Dat is waar het ‘Van A tot Z’-project van vzw Krijt op inspeelt. Krijt begeleidt vandaag al scholen in individuele trajecten waarbij de link met lokale partners steeds een speerpunt is. Met het nieuwe project werkt Krijt niet langer uitsluitend individueel. Krijt zal 10 groepstrajecten op poten zetten, die bestaan uit samenwerkingsverbanden van enerzijds lokale besturen (steden en gemeenten) en anderzijds de scholen op hun grondgebied. Aan elk groepstraject nemen minstens 4 scholen vrijwillig deel. Uit die trajecten wil Krijt goede praktijken en methodieken puren, om de lokale besturen en de scholen te inspireren, te sensibiliseren of te ondersteunen. Aan het einde van de rit mondt het project uit in een draaiboek, bijhorende vormingen en ondersteunend materiaal. Dat worden instrumenten die voor alle lokale besturen nuttig kunnen zijn om de armoedeproblematiek in scholen met kennis van zaken aan te pakken. Vlaams minister van Armoedebestrijding Benjamin Dalle maakt 235.000 euro vrij voor dit project. “De begeleiding die vzw Krijt vandaag al voorziet, is zeer waardevol. Uit cijfers blijkt dat 40% van de scholen die inzetten op een kostenbeheersend traject, erin slagen om de schoolkosten te doen dalen. 33% van de scholen merkte een daling in het aantal onbetaalde schoolfacturen voor de ouders. Daarom zou elke school werk moeten maken van zo’n kostenbeheersend beleid, en dat moet in nauwe samenwerking met het lokale niveau gebeuren. Het project ‘van A tot Z’ is alvast een belangrijke stap in die richting. Dit project maakt het mogelijk om de begeleiding van Krijt sterk uit te breiden, de opgebouwde expertise verder te verspreiden en deze structureel te verankeren.” Colette Victor, coördinator bij Krijt: “We krijgen regelmatig vragen van lokale besturen, scholengroepen of – gemeenschappen die een overkoepelend armoedebeleid willen uitwerken. In de meeste gevallen moeten we hen teleurstellen want we hebben niet de ruimte om dit soort traject aan te bieden, ook al vinden we ze zeer zinvol. Met deze bijkomende middelen zullen we de komende 3 jaar minder vaak ‘neen’ moeten zeggen, en zullen meer leerlingen in armoede baat hebben van de structurele maatregelingen die uitgerold zullen worden.”

bottom of page